Radio 2

Op training met Dries Devenyns: “Eigenlijk rijd ik niet graag op de Kwaremont, dat fietst niet aangenaam”

Zaterdag wordt het wielervoorjaar op gang getrapt met Omloop Het Nieuwsblad. Veel wielrenners zijn nog volop aan het trainen voor de voorjaarsklassiekers. Ook Dries Devenyns doet dat, al moet hij daarvoor niet ver weg. Hij woont namelijk in de Vlaamse Ardennen pal op de helling van de Kwaremont. Het is voor hem dus maar een kleintje om even een toertje te gaan oefenen. En wij mochten mee!

Dries Devenyns, wielrenner bij Deceuninck–Quick-Step woont in Kluisbergen op de Kwaremont. “Maar toch rij ik hem niet zo vaak op. Dat fietst niet aangenaam, het schokt enorm.” Devenyns is meer de man voor het asfalt. “Geef mij maar de nieuwe Kwaremont. Al zijn die kasseien wel uitdagend.”

Hobbelige kasseien

Toch is Devenyns niet zo vaak te vinden in de Vlaamse Ardennen. “Ik ben heel vaak in het buitenland. Maar dat is niet erg, ik ontdek de wereld met de fiets en hier zal ik nog genoeg rondrijden op mijn oude dag.” Maar het heeft wel een voordeel om te wonen op de legendarische Kwaremont. “Ik ken de helling op mijn duimpje. Ik ben misschien niet de snelste wielrenner, maar parcourskennis heb ik als de beste”, legt Devenyns uit. 

We hobbelen traagjes verder op de kasseienstrook. Het evenwicht is moeilijk te vinden. “Je moet sneller fietsen. Hoe sneller, hoe vlotter het gaat”, roept Devenyns. “In Parijs-Roubaix rijden ze makkelijk 40 à 45 kilometer per uur over een kasseistrook. Wij rijden nu 10 kilometer per uur.” We zouden achter het peloton rijden." De rode lantaarn.

Ik ben misschien niet de snelste wielrenner op de Kwaremont, maar ik ken het parcours als de beste
Dries Devenyns

Winderige dagen

Niet alleen de kasseien bemoeilijken de rit, maar er staat ook een stevige wind. “Tijdens de koers hebben we geluk, dan staat er een dorp gemaakt uit tenten, eetstandjes, vlaggen en mensen. Die obstakels houden voor ons de wind tegen. Dan valt het goed mee.” 

Maar het gevaar is er toch. “Enkele jaren geleden zijn heel wat fietsers van hun fiets gewaaid tijdens Gent-Wevelgem. Dus het kan wel.” Ook tijdens dit weekend wordt er veel wind verwacht. “Het zal een sensatiewedstrijd worden.” We zijn ondertussen bijna op de top van de Kwaremont. “Maar we kunnen er ook nog de Paterberg bijnemen”, stelt Devenyns voor. 

(Lees voort onder de foto.)

Radio 2

De Paterberg op met de fiets... in de hand

Onderweg rijden we langs lama’s in een weide. “Dat zou ik niet opmerken tijdens de koers. Je moet je concentreren op het peloton, het wegdek, het parcours. En zeker hier, binnen 50 meter beginnen we aan de Paterberg.”

De Paterberg is een stevige berg. “Lukt het? Je zit al op het einde van je versnellingen zeker?” Mijn stadsfietsje heeft heel wat minder versnellingen dan het stalen ros van Devenyns. Terwijl ik bijna van mijn fiets val, wijst Dries naar de top van de Paterberg. “Dat is het moeilijkste stukje. Hier is het zo’n 15 procent, maar daar gaat het naar 20 procent.” Dat is dan ook het punt waar ik moet overgaan tot wandelen.

De Paterberg bestijgen, betekent zweten en hijgen

Met de fiets in de hand beklim ik de Paterberg. Dries wacht me al even op. “Elk zijn stiel”, lacht hij, “voor mij lag het tempo iets te laag.” Het bankje op de top van de helling sluit beter aan bij mijn fysiek: “De Paterberg bestijgen, betekent zweten en hijgen.”

‘Alé Dries’ of ‘alé Julian’

Nu is het nog kalm op de Paterberg. “Maar tijdens de koers staat het hier bomvol, dat geeft een enorme kick. Ik denk dat het gevoel te vergelijken valt met het maken van een doelpunt in een voetbalwedstrijd.” Ik vraag me af wat de wielersupporters dan zoal roepen. “Roepen? Meestal is het eerder brullen. Ik heb niet echt een bijnaam, meestal roepen ze gewoon ‘alé Dries’. Soms roepen ze ook wel eens ‘alé Julian’,  blijkbaar lijk ik erg op mijn ploegmaat Alaphilippe.”

Radio 2

Meest gelezen