Onderzoekers gaan opnieuw fluoplastic loslaten in de Schelde: "Met kleine zendertjes deze keer" 

Deze zomer zal de universiteit van Antwerpen opnieuw honderden plastic voorwerpen loslaten in de Schelde. Dat gebeurt in Dendermonde, Merelbeke en Wintam (Bornem). Op die manier wil de universiteit plasticvervuiling in kaart brengen. Het plastic is fluogeel, zodat voorbijgangers het makkelijk kunnen spotten en melden. Eind vorig jaar lieten de onderzoekers ook al plastic los, maar daarvan hebben ze nog niet genoeg voorwerpen teruggevonden om conclusies te trekken. "Deze keer gaan we op bepaalde voorwerpen kleine zendertjes plaatsen, zodat we ze beter kunnen traceren", zegt onderzoeker Bert Theunkens.

De Onderzoeksgroep Ecosysteembeheer (ECOBE) van de universiteit van Antwerpen doet al langer onderzoek naar plasticvervuiling in de Schelde. Zo nemen ze stalen uit het water en doen ze opruimacties op de oevers. Maar er was meer onderzoek nodig, legt onderzoeker Bert Teunkens uit: "We willen weten hoe plastic zich gedraagt in een rivier en hoe lang het duurt voor het vanuit de Schelde in de Noordzee belandt." In december 2019 liet ECOBE daarom zo'n 1.000 fluogele plastic voorwerpen los op verschillende plaatsen in de Schelde, zowel bij eb als bij vloed. En dat gaan ze deze zomer opnieuw doen.

Momenteel hebben de onderzoekers nog maar 80 van de 972 items teruggevonden die in december werden losgelaten. "Dat is nog niet representatief, daar kunnen we nog geen conclusies uit trekken", weet Teunkens. "Het grootste deel daarvan zijn trouwens de voorwerpen die op het oppervlak drijven, want die bleven allemaal in de buurt van waar ze werden losgelaten. Maar van het plastic dat snel naar de bodem zinkt, hebben we nog niets teruggevonden."

Kleine zenders

Onderzoeker Bert Teunkens: "In juni of juli gaan we opnieuw 1.000 plastic items in de Schelde lossen, maar deze keer gaan we op bepaalde voorwerpen kleine zendertjes plaatsen. Die zenden een signaal uit dat wordt opgevangen door een netwerk van boeien. Op die manier weten we beter waar ze zijn en hoeven we niet te wachten tot een voorbijganger een voorwerp spot." 

Het grote nadeel is dat die zenders heel duur zijn. De onderzoeksgroep heeft er maar 30 ter beschikking, vertelt Teunkens. "We kunnen dus niet elk voorwerp traceren. Maar daarvoor komen de eerste resultaten, van de voorwerpen die we in december hebben gelost, goed van pas. We weten nu bij welke voorwerpen het nuttig is om ze zo'n zender te geven en bij welke niet."

We roepen nog steeds op om het te melden als je zo'n fluogeel voorwerp ziet

De nieuwe voorwerpen worden op dezelfde locaties gelost als die in december. Dat is op twee locaties in Oost-Vlaanderen: in Dendermonde, aan de monding van de Dender, en aan de sluis in Merelbeke, waar de Bovenschelde overgaat in de Zeeschelde. De derde locatie is het Antwerpse gehucht Wintam, aan de monding van de Rupel. "Ook de manier waarop we de voorwerpen loslaten blijft ongewijzigd", voegt Teunkens nog toe. 

"Wij roepen nog altijd mensen op om het te melden wanneer je zo'n fluogeel voorwerp ziet", benadrukt Teunkens. Op de voorwerpen staat geschreven wat je moet doen: een QR-code scannen met je smartphone of surfen naar deze website. "We vragen je ook om een foto te maken van het voorwerp, zodat we zien in welke staat het zich bevindt. En het is heel belangrijk dat je het stuk plastic daarna weer achterlaat op de plaats waar je het gevonden hebt. Zo kunnen wij kijken hoe het zijn weg voortzet."

Meest gelezen