Het graf van Mohammad Dastankhah. De vijftienjarige jongen werd in de Iraanse stad Sadra in het hart geschoten.

Amnesty International: Iraanse veiligheidsdiensten doodden 23 minderjarigen tijdens novemberprotesten

De Iraanse veiligheidsdiensten zijn verantwoordelijk voor de dood van minstens 23 minderjarigen, tijdens de protesten vorig jaar tegen de gestegen brandstofprijzen. Dat stelt de mensenrechtenorganisatie Amnesty International in een nieuw rapport. Het lijst alle slachtoffers op met naam én foto.

1.500 doden volgens het persbureau Reuters. En 304 volgens de mensenrechtenorganisatie Amnesty International. 

In Iran denk je maar beter twee keer na voor je op straat komt. De schattingen van de tol van de protesten die in november door Iran trok, lopen sterk uiteen. Dat komt doordat er amper nieuws het land uit komt. Het regime heeft intussen de gewoonte om het internet in het land plat te leggen voor het de protesten aanpakt.

We weten niet wie we om hulp kunnen vragen. Hier [in Iran] mogen we niets zeggen. (…) Maar we willen niet dat hun namen vergeten worden. We willen dat de internationale gemeenschap weet wat [de autoriteiten] ons aandoen

Familielid van een van de gedode minderjarigen, geciteerd in het rapport

Daarom is het rapport dat Amnesty International vandaag publiceert, zo relevant. Het documenteert de dood van 23 kinderen tussen 15 en 19 november vorig jaar. Het gaat om 22 jongens en één meisje, allen tussen de 8 en 17 jaar oud.

's Nachts begraven

22 van deze jongeren en kinderen vonden de dood toen Iraanse veiligheidsdiensten met scherp schoten op ongewapende betogers en omstaanders. Dat stelt Amnesty op basis van beschrijvingen van de wonden, begrafeniscertificaten of informatie van eerstegraadsbronnen (familie, vrienden, kennissen of omstaanders). Daarnaast beschikte het over een uitgebreid corpus aan videomateriaal en beelden die uitgezonden werden door de Iraanse staatsomroep.

De beschrijvingen op die begrafeniscertificaten zijn gruwelijk. In maar liefst tien gevallen gaat het om schoten in de borst of het hoofd. Anderen stierven aan een versplinterde schedel, of doorboorde vitale organen.

Lees verder onder de foto.

Iraniërs betogen tegen de gestegen benzineprijzen in de stad Sari, op zaterdag 16 november 2019. (Mostafa Shanechi / ISNA via AP)

De bronnen die Amnesty sprak, getuigen ook over druk van de Iraanse overheid om hun verhaal stil te houden. Zo werd hen verboden om in het openbaar te spreken over de doodsoorzaak van hun kinderen, moest de begrafenis ’s nachts of ’s ochtends vroeg doorgaan, of kon er maar een beperkt aantal gasten uitgenodigd worden. In sommige gevallen moesten de slachtoffers in allerijl begraven worden onder toezicht van leden van de veiligheidsdiensten, nog voor er een autopsie had kunnen plaatsvinden.

Wijdverspreide praktijken

Dat de 23 minderjarigen in zes verschillende provincies gedood werden, doet Amnesty besluiten dat het hier gaat om wijdverspreide praktijken. 

De Iraanse overheid zelf ontkent iets te maken hebben met het gros van de doden. Het legt de schuld bij gewapende betogers en internationale vijanden van het regime die een complot tegen de Iraanse staat zouden bekokstoven. Diezelfde overheid aarzelt evenwel om diepgaande onderzoeken in te stellen naar de dood van de betogers.

Amnesty laakt die houding. Het roept de VN Mensenrechtenraad op om dan maar zelf een onderzoek in te stellen.