Hoog tijd dat hulpverleners kwetsbare jongeren ook online helpen

In het duidingsprogramma "Pano" was te zien dat jongeren met psychische problemen risico’s lopen online. Via sociale netwerken vinden jongeren bij anderen een luisterend oor, maar dat online contact kan soms zelfverwondend gedrag, eetstoornissen of zelfmoordrisico versterken. Experten Tom Van Daele en Thomas Pattyn vinden dat de klassieke hulpverlening, amper online aanwezig, het fenomeen te weinig (h)erkent en er daardoor vaak onvoldoende blijkt op afgestemd.

Steeds meer gebruiken we sociale netwerken om te zoeken naar ontspanning, antwoorden op vragen en naar menselijk contact. Jongere mensen hebben een grotere aanwezigheid in de online wereld en komen daardoor ook vaker in contact met de valkuilen van deze onlinewereld.  

Dat geldt evengoed voor jongeren met psychische problemen. Net zoals hun leeftijdsgenoten zoeken ze online naar gelijkgestemden, onder meer via sociale netwerken zoals Instagram. Daar is niets mis mee, integendeel: via het internet komen ze, veel gemakkelijker dan vroeger, in contact met de lotgenoten waar ze vaak naar op zoek zijn. In de offline wereld blijft het taboe namelijk ervoor zorgen dat te weinig en te laat over psychische problemen gepraat wordt. Via sociale netwerken vinden jongeren bij anderen een luisterend oor, of kunnen ervaringen uitwisselen.

Hulpverleners moeten proactief de online leefwereld van jongeren in kaart te brengen. Zo vinden we mogelijk ook handvaten voor herstel

Lotgenotencontact kan dus een niet te onderschatten bron van steun zijn voor deze jongeren, zeker wanneer die offline op een minder uitgebreid sociaal netwerk kunnen terugvallen. Volledig onschuldig zijn die contacten echter niet altijd; in sommige gevallen blijken ze zelfs ronduit nefast.

De Pano reportage ‘Geheim op Instagram’ toont treffend en pijnlijk aan hoe online contact soms zelfverwondend gedrag, eetstoornissen of suïciderisico kan versterken. De klassieke hulpverlening is amper online aanwezig, (h)erkent dit fenomeen te weinig en blijkt er daardoor vaak onvoldoende op afgestemd.

Online is de “nieuwe” realiteit

Hulpverleners lijken die online wereld onvoldoende te kennen. Ze weten amper hoe ze die in hun werking kunnen integreren of ze erkennen het belang ervan onvoldoende. Niettemin blijkt het belangrijk voor hulpverleners om voldoende voeling te hebben met die online leefwereld van jongeren: door die proactief in kaart te brengen krijgen we een beter zicht op wat leeft bij een jongere en vinden we mogelijk ook handvaten voor herstel. Enkel inspelen op die online leefwereld bij ‘klassieke’ hulpverlening is echter onvoldoende. 

Dat bespaard wordt op de Zelfmoordlijn getuigt van weinig respect voor deze problematiek 

Online aanwezigheid van hulpverlening lijkt ook belangrijk om (nog meer) laagdrempelig te werken, door gepaste crisisopvang en gerichte doorverwijzing te kunnen voorzien. Het online aanbod, zoals dat van de Zelfmoordlijn en diverse andere zorg- en welzijnsorganisaties; is dan ook een niet te onderschatten fundament voor toegankelijk zorg.

Het risico van deze uitstekende initiatieven, zowel online als offline – denk bijvoorbeeld ook aan Therapeuten voor Jongeren – is dat de maatschappelijke perceptie wordt gecreëerd dat er effectief hulp beschikbaar is voor wie die nodig heeft. Die hulp blijkt er echter vaak niet (onmiddellijk) te zijn. Wie hulp zoekt,merkt namelijk al snel de grote capaciteitsproblemen in de sector van de geestelijke gezondheid. 

(lees verder onder de afbeelding)

Online en offline noden

Dat het zelfs voor een essentieel aanbod als dat van de Zelfmoordlijn niet eens vanzelfsprekend is om gevrijwaard te worden van de besparingscultuur, getuigt van weinig respect voor deze problematiek en voor de vrijwilligers die deze hulp aanbieden. Helaas is dat niets nieuws. De Staten-Generaal van de Geestelijke Gezondheidszorg publiceerde vorig jaar al een noodprogramma, met daarin een oproep aan de politiek om (samen) werk te maken van betere zorg. Want het moet anders: online bereiken we onvoldoende wie we zouden kunnen bereiken en bieden we onvoldoende zorg aan.

Ook als we offline willen doorverwijzen, botsen we op lange wachtlijsten. Om tegemoet te komen aan deze, en andere uitdagingen, is de geestelijke gezondheidszorg momenteel in volle hervorming, met als doel om de zorg voor wie kampt met psychische problemen in ons land beter te organiseren. Enige efficiëntiewinst, ‘snoeien om te bloeien’, is misschien nog beperkt mogelijk. Globaal genomen is de sector echter vooral historisch ondergefinancierd en wordt er eigenlijk heel veel gedaan met beperkte middelen. 

Van destigmatisering naar financiering

Zo is er de afgelopen jaren maatschappelijk sterk ingezet op destigmatisering.  Bij jong en oud is het meer bespreekbaar gemaakt om aan te geven dat je niet goed in je vel zit: mensen zijn meer open, erkennen problemen en durven de stap zetten naar hulpverlening. Een goede zaak die het potentieel heeft om de levenskwaliteit en het welzijn van velen significant vooruit te helpen.

De realiteit is echter minder rooskleurig en eerder ironisch. De dappere vraag voor hulp verzandt al te vaak in ellenlange wachtlijsten. Dat kan je alleen schrijnend noemen en moet anders. Wil de eerste stap van destigmatisering iets opleveren, dan dienen we de volgende stap ook te nemen: een betere financiering van de geestelijke gezondheid van onze jongeren, en in het verlengde van ons allemaal. Geen gezondheid zonder geestelijke gezondheid.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen