Video player inladen...

Hoe we 100 jaar geleden de Westhoek weer opbouwden na de Eerste Wereldoorlog

Tussen 2014 en 2018 kon niemand naast de eeuwherdenking van de Eerste Wereldoorlog kijken. Nu het stof gaan liggen is, focust de Westhoek op de eigen wederopbouw destijds. Wat vonden de gevluchte families bij hun terugkeer terug? Hoe kan je aan landbouw doen in een veld (of wat daarvoor moet doorgaan) vol niet-ontplofte bommen? Op welke manier bouw je een stad opnieuw op? Vragen die dit jaar een antwoord krijgen in de hele Westhoek met het overkoepelende project Feniks 2020.

We zagen en zien heel regelmatig beelden van landen in oorlog, waar de steden deels of volledig in puin liggen. Denken we maar aan de beelden uit Syrië die ons de voorbije jaren bereikten. Hoe kunnen die mensen hun steden opnieuw opbouwen en hun leven opnieuw oppakken? Het is een vraag die ons nu, in 2020, weleens door het hoofd schiet. Een eeuw geleden hadden de inwoners van de Westhoek net hetzelfde probleem. Feniks 2020 vertelt hun verhaal.

(foto In Flanders Fields Museum)

Terug naar de Westhoek, of wat ervan restte

Het In Flanders Fields museum in Ieper trapt een hele reeks evenementen in de Westhoek af met de tentoonstelling "Feniks, de wederopbouw na de Eerste Wereldoorlog". De stad was honderd jaar geleden zo goed als volledig vernietigd, maar in ongeveer 10 jaar stond ze er weer. Ze was als een feniks, de mythische vogel, uit haar as herrezen. Maar dat ging niet vanzelf.

Bij hun terugkeer naar de Westhoek vonden de bewoners de totale verwoesting. Geen huizen meer, velden vol onontplofte munitie, een haast onmogelijke opgave om daar opnieuw te leven. Wonen moest noodgedwongen een tijd in noodwoningen, aan landbouw doen moest letterlijk tussen de tanks en de graven van gevallen soldaten. Kinderen kregen de waarschuwing om niet aan de bommen in de velden te komen (foto's hieronder).

Een noodwoning in Boezinge bij Ieper. (foto In Flanders Fields Museum)
(foto In Flanders Fields Museum)
Affiche In Flanders Fields Museum

Ieper heropbouwen? Moet dat wel?

Volgens Winston Churchill (de Britse Minister van Oorlog tijdens WO I) kon er maar best afgebleven worden van de ruïnes van Ieper. De stad was voor de Britten "heilige grond" en die moest onaangeroerd blijven liggen, zodat pelgrims en nabestaanden een plek hadden om naartoe te komen.

Maar dat was buiten de lokale inwoners gerekend. Zij wilden vooruit en de stad opnieuw opbouwen. Nadat de Britten de toestemming hadden gekregen om de Menenpoort te bouwen, net buiten het centrum, lieten ze hun idee varen om de stad onaangeroerd te laten. Ieper kon herrijzen.

Aan de ruïnes van de Lakenhallen stond een bord, dat verwees naar de Holy Ground. Het Britse idee was om de ruïnes onaangeroerd te laten.(foto In Flanders Fields Museum)
Plannen voor de Menenpoort. Pas toen de toestemming kwam om ze te bouwen, wilden de Britten de stad laten heropbouwen.(tekening In Flanders Fields Museum)

Hoe moest het nieuwe Ieper eruit zien?

Nu duidelijk werd dat de stad heropgebouwd zou worden, moest er gekozen worden voor een bouwstijl. Maak je een kopie van de oorspronkelijke middeleeuwse stad of ga je voor iets moderns? Er werd gekozen voor het regionalisme, een architectuurstijl die "historiserend" was en gebruik maakte van lokale bouwmaterialen. Het "oude" Ieper herrees, vaak op basis van vooroorlogse foto's.

Lakenhallen in heropbouw. (foto In Flanders Fields Museum)
(foto In Flanders Fields Museum)

(Ramp)toeristen

Niet lang na de vluchtelingen, kwamen ook de eerste toeristen naar de oorlogsstreek. Het waren mensen die de plek met hun eigen ogen wilden zien, of nabestaanden die wilden rouwen bij het graf van een geliefde. Er werd handig ingespeeld op die toeristen, want er werden voor de Britse toeristen talloze hotels en cafés geopend, souvenirs werden gemaakt en de eerste oorlogsgidsen kwamen al in 1919 op de markt.

(foto In Flanders Fields Museum)
Tourbus op de Ieperse Grote Markt. (foto In Flanders Fields Museum)

De hele Westhoek gaat mee in Feniks 2020

De tentoonstelling in het In Flanders Fields Museum loopt nog tot half november, maar het is lang niet de enige plaats in West-Vlaanderen waar de heropbouw na de Eerste Wereldoorlog aandacht krijgt. In Ieper komt er ook nog een expo in het Yper Museum, maar ook in Zonnebeke, Heuvelland, Koekelare, Diksmuide, Mesen, Veurne, Langemark-Poelkapelle, Poperinge en Reningelst zijn er tentoonstellingen die elk hun specifiek aspect van de wederopbouw belichten. Daarnaast zijn er ook nog speciale toeristische routes en evenementen. Gedetailleerde informatie over Feniks 2020 vindt u hier

Bekijk hier de reportage van "Het Journaal":

Video player inladen...

Meest gelezen