Copyright 2019 The Associated Press. All rights reserved.

Hof van beroep verwerpt vraag tot terugkeer van twee Belgische IS-moeders

Het hof van beroep in Brussel heeft een vraag tot terugkeer verworpen van twee Belgische vrouwen die met hun kinderen worden vastgehouden in twee kampen in het noordoosten van Syrië onder Koerdische controle. Dat gebeurde net op dezelfde dag dat het VN-comité tegen foltering de Belgische staat de opdracht gaf in een totaal andere zin te handelen in een gelijkaardig geval.

H.S. en L.E.M., vastgehouden in de kampen van Al-Roj en Al-Hol met hun kinderen, wilden van de Belgische staat verkrijgen dat deze hun terugkeer naar het land zou toelaten of vergemakkelijken door de documenten te bezorgen die nodig zijn voor de reizen. 

Na een voor hen gunstig besluit, ging de Belgische staat in hoger beroep en dat was succesvol: de vraag van de twee vrouwen werd door het hof van beroep verworpen in kortgedingprocedure, zegt Nicolas Cohen, advocaat voor een van de klagers. La Libre Belgique en La DH hadden de beslissing uitgebracht.

"De rechtbank oordeelde dat België hiervoor niet bevoegd is", legt Cohen uit. Volgens het hof van beroep kan men de Belgische staat niet verplichten om binnen dit kader, het specifieke kader van een kamp in het buitenland, beheerd door Koerdische troepen (de Syrische Democratische Krachten), voor zijn onderdanen op te treden.

"De volgende stap zal zijn om in Cassatie te gaan, als we alle middelen op Belgisch niveau willen uitputten", zegt Cohen nog. Later kan men zich nog wenden tot internationale instellingen.

Een andere vrouw die werd vastgehouden in Al-Roj, en wier vraag ook in ons land was verworpen, en die ook verdedigd werd door Nicolas Cohen, diende een aanvraag in bij het Comité van de Verenigde Naties tegen foltering.

Laatstgenoemde beval België vandaag een reeks maatregelen te nemen om de terugkeer van de jonge vrouw mogelijk te maken, zodat zij beschermd wordt in afwachting van een beslissing over de grond van de zaak.

Meest gelezen