Aantal zelfoogstboerderijen stijgt: “Mensen willen weten waar hun eten vandaan komt” 

Het aantal zelfoogst- en zelfplukboerderijen is de laatste jaren enorm toegenomen. Op zo'n plukboerderij kun je zelf je groenten oogsten en fruit plukken. In 2007 werd de eerste opgericht in Heverlee bij Leuven en nu zijn er al meer dan 80, verspreid over heel Vlaanderen. “Mensen willen weten waar hun voeding vandaan komt”, klinkt het.  

Al meer dan 9000 mensen in Vlaanderen zijn lid van een zogenaamde CSA (Community Supported Agriculture). Daar betaal je aan het begin van het seizoen een vast bedrag en kan je doorheen het jaar je groenten gaan oogsten of fruit gaan plukken. 

Het biedt voordelen, zowel voor de consument als de boer, zegt Griet Lemaire van VILT, het Vlaams Infocentrum voor Land- en tuinbouw:  “De consument weet waar zijn voedsel vandaan komt en kan ook helpen bij de oogst in sommige boerderijen. Voor de boer is het voordeel dat hij het risico kan delen. Als een oogst bijvoorbeeld zou mislukken, draagt de consument een deel van dat risico. In ruil krijgt de consument ook inspraak in bepaalde gewassen die gekweekt worden.”

Korte keten

Naast CSA-boerderijen, zijn er ook zelfplukboerderijen waar je per kilo je fruit kan plukken, of waar je groentepakketten kan kopen. Ook daar is een stijging merkbaar. “We zien inderdaad een toename”, zegt Griet Lemaire. “Dat komt omdat mensen de lokale markt belangrijk vinden. De opmars van de korte keten is daar ook niet vreemd aan." Vooral mensen met jonge kinderen gaan naar zelfoogst- en zelfplukboerderijen. 

Ik kom niet uit een boerenfamilie, maar wist al van mijn zesde dat ik boer wou worden
Tom Troonbeeckx

De allereerste CSA-boerderij werd in 2007 opgericht door Tom Troonbeeckx aan de rand van Leuven, vlakbij Heverlee. Hij teelt er kleinfruit, groenten en aardappelen, en intussen verkoopt hij ook zuivelproducten en vlees van zijn eigen koeien. Zijn “BoerenCompagnie” is intussen uitgegroeid tot een bloeiend bedrijf met meer dan 600 leden die er hun groenten komen oogsten.

“Vanaf mijn zes jaar wist ik al dat ik boer wou worden”, vertelt Tom. “Ik kom niet uit een boerenfamilie. Ik had niks, geen grond, geen machines. Ik heb wel een landbouwopleiding en ontdekte in Nederland de zelfoogstboerderij. Dat is hoe het moet zijn: de boer dichter bij de mensen en samen de verantwoordelijkheid nemen voor een landbouwbedrijf.”

“Nieuwe landbouwers”

Net als Tom hebben de meeste mensen die een zelfplukboerderij starten vaak geen landbouwachtergrond. “Het gaat om wat wij “nieuwe landbouwers” noemen”, zegt Griet Lemaire. “Mensen die een intrinsieke motivatie hebben om zelf als boer aan de slag te gaan, die vaak niet veel grond hebben. Dan is zo’n zelfplukboerderij een kans om daarmee te starten zonder te veel investeringen te doen in bijvoorbeeld aankoop van grond.” 

Het was een jarenlange zoektocht naar grond
Bram Tweepenninckx

Ook Bram Tweepennickx start binnenkort zijn zelfoogstboerderij “Loofland”in Testelt. “Ik kreeg bij Tom de kans om het principe van zelfoogstboerderij te leren, en nu krijg ik de kans om het zelf te doen", zegt Bram. "Het is wel een jarenlange zoektocht geweest naar grond. Het is moeilijk om geschikte landbouwgrond te vinden. Het is ook bijna onbetaalbaar voor jonge boeren om grond aan te kopen en dat terug te verdienen. “ Ook arbeidskrachten vinden is vaak een probleem. Landbouwwerk is seizoensarbeid en het is vaak moeilijk om de arbeiders degelijk te verlonen.

Heel wat zelfplukboerderijen organiseren dezer dagen infomomenten. Dus wie groenten vers van bij de boer wil, het is het moment om je in te schrijven. Meer informatie over zelfoogstboerderijen vind je hier.