11 tot 17 maart 1945: Amerikaanse generaal Patton neemt Duitsers in de tang

In deze reeks geven we elke week een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog.  De Duitsers krijgen het nu ook ten zuiden van de Moezel moeilijk, de Nederlandse koningin keert voor het eerst in bijna 5 jaar naar haar land terug en de Japanners maken Vietnam en Cambodja "onafhankelijk" onder hun controle. 

Tussen Koblenz en de Nederlandse grens is de hele linkeroever van de Rijn nu in geallieerde handen. Daar heerst nu een relatieve kalmte.

Ten zuiden daarvan, in de driehoek tussen de Rijn, de Moezel en de Saar, zijn nog Duitse legers maar die krijgen het heel moeilijk door een strategische zet van generaal George Patton, de bevelhebber van het Derde Amerikaanse Leger. 

GI's in een kolenveld aan de Rijn. Foto bovenaan: Duitse kinderen kijken naar een Amerikaanse tankcolonne  in Kobern-Gondorf, een dorp aan de Moezel bij Koblenz.  Nogal wat jongens dragen het uniform van de Hitlerjugend.

Op 12 maart begon Patton een aanval in de buurt van Trier. Daardoor wist hij de nog aanwezige Duitse reser­ves bij de Moezel naar daar te lokken.

Twee dagen later stak de rest van het Derde Leger ten noorden daarvan de Moezel over in zuidoostelijke richting.

Amerikaanse infanteristen bekijken een buitgemaakt arsenaal van Panzerfaust-antitankwapens.

De gevolgen zijn dramatisch. Pattons tankcolonnes drijven de Duitse troepen in het nauw, terwijl ze vanuit de lucht voortdurend bestookt worden door Amerikaanse jachtbommenwerpers. Ten zuiden daarvan zijn de Duitse troepen die standhouden langs de Saar en het uiterste noorden van de Elzas nu in de rug bedreigd.  

GI's in actie.

Eens te meer is terugtrekken de enige optie voor de in de tang genomen Duitsers, maar Hitler verbiedt dit nog altijd. De nieuwe Duitse opperbevelhebber in het westen, veldmaarschalk Kesselring, heeft op 17 maart een dubbelzinnig bevel uitgevaardigd: de troepen moeten hun stellingen behouden, maar tegelijk voorkomen dat ze worden ingesloten.

In de praktijk is er wel degelijk sprake van terugtrekken, zelfs van vluchten. De lokale Duitse commandanten proberen zoveel mogelijk nieuwe verdedigingsstellingen op te bouwen, om een totale terugtrekking achter de Rijn te voorkomen. 

Een kapotgeschoten Duitse Hetzertank met ernaast het lijk van een inzittende in de buurt van Bitche.

De laatste Duitse stellingen in het noordoosten van Frankrijk worden daardoor prijsgegeven. Op 14 maart hebben de Amerikanen de grensstad Forbach bevrijd, twee dagen later volgde de naburige vestingstad Bitche. Om beide steden is drie maanden gevochten. Ook op 16 maart zijn de Duitsers vertrokken uit Haguenau in het noorden van de Elzas, waar ze sinds januari standhielden. 

GI’s in het bevrijde stadje Forbach. De Duitse wegwijzers op de voorgrond tonen aan dat dit gebied (het departement Moselle) door nazi-Duitsland was geannexeerd.

Wilhelmina terug in Nederland

De Nederlandse koningin Wilhelmina is na een afwezigheid van vier jaar en tien maanden naar haar land teruggekeerd. Voor korte tijd tenminste.

Op 13 maart vloog zij van Londen naar Brussel, waar een auto van generaal Eisenhower haar naar de Nederlandse grens in Zeeuws-Vlaanderen bracht. 

Vlak voor de Nederlandse grens stapt de koningin uit de auto. Links op de voorgrond de grenspaal.  De ruïnes op de achtergrond geven een idee van de verwoestingen in de streek.

Nabij Eede, een grensdorp tussen Maldegem en Aardenburg, betrad zij de Nederlandse bodem. Ze stapte voor de grens uit de auto en overschreed een witte grensstreep die de plaatselijke bevolking  had getrokken. Met meel, want verf of kalk was daarvoor niet beschikbaar.  

Na het overschrijden van de grensstreep wordt Wilhelmina ontvangen door de commissaris van de Koningin in Zeeland.

Wilhelmina brengt een bezoek van enkele dagen aan de bevrijde provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. Het bezoek begon in Eede omdat dit dorp bijzonder zwaar getroffen werd tijdens de gevechten langs het Leopoldkanaal in september/oktober 1944.  Toen werd 9/10 van de huizen verwoest.

Meteen daarna volgde een rondrit door Zeeuws-Vlaanderen langs onder meer Aardenburg, Sluis, Breskens en Philippine. 's Anderendaags volgden Terneuzen, Axel en Hulst. Overal werd de koningin enthousiast toegejuicht en was ze getuige van de verwoestingen. 

De koningin in (waarschijnlijk) de Zeeuwse hoofdstad Middelburg.

De volgende dagen bezocht de koningin Walcheren. Dat gebeurde met een amfibievoertuig, want dit gebied staat nog voor een groot deel onder water als gevolg van de Slag om de Schelde. 

Wilhelmina beklimt het amfibievoertuig waarin ze wordt rondgereden.

Wilhelmina had al veel eerder willen terugkeren, maar de geallieerden hadden dat verboden om veiligheidsredenen. Ook nu was het bezoek pas op het laatste moment aangekondigd. Dat verhinderde niet dat de bevolking massaal was toegestroomd om haar te ontvangen. 

Aankomst van de amfibiewagen met de koningin in Oostkerke op Zuid-Beveland.

Japan maakt Vietnam en Cambodja “onafhankelijk”

In zijn residentie Hué heeft keizer Bao Dai op 11 maart de onafhankelijkheid van Vietnam uitgeroepen. “Vanaf vandaag is het protectoraatsverdrag met Frankrijk afgeschaft en herneemt het land zijn rechten op onafhankelijkheid”.

Het keizerrijk Vietnam bestaat uit de twee protectoraten Annam en Tonkin, die onder een centraal Frans bestuur een deel van Indochina vormden.  Bao Dai (31) had als monarch nauwelijks macht. 

De in Frankrijk opgevoede keizer Bao Dai gold als pro-westers maar hield zich tijdens de oorlog meer met jacht dan met politiek bezig.

In feite is die onafhankelijkheidsverklaring  opgelegd door de Japanners, die twee dagen eerder de macht in Indochina hebben overgenomen. Bao Dai had er zelf niet om gevraagd. Hij kwam net terug van een van zijn vele jachtpartijen toen hem de tekst onder de neus werd geschoven. 

De Japanners willen zich zo voordoen als bevrijders van het Franse koloniale juk. Het ziet er echter naar uit dat ze daar een marionettenregering gaan installeren, zoals ze in andere door hen bezette landen hebben gedaan (China, de Filipijnen, Birma...). Dat past in het door Japan gepropageerde beeld van de “Grote Oost-Aziatische Welvaartsfeer” onder Japanse leiding.

Het valt ook op dat het zuidelijke deel van het historische Vietnam (Cochinchina, tot nu toe een aparte Franse kolonie) niet bij het “onafhankelijke” keizerrijk wordt gevoegd maar rechtstreeks onder Japans bestuur valt.  

Slachtoffers van de hongersnood worden in Hanoi op de straten gelegd (foto Vo An Ninh).

De bevolking van Vietnam heeft weinig reden om enthousiast te zijn. Ze lijdt op grote schaal honger, vooral in het noorden, in de streek rond Hanoi, de hoofdstad van Indochina. Dat komt doordat de Japanners systematisch voedsel opeisen maar ook door de systematische geallieerde bombardementen op de bevoorradingswegen. 

In de getroffen streken zijn al tienduizenden mensen van de honger omgekomen en trekt een groot deel van de bevolking weg. De regering van Bao Dai probeert iets tegen de hongersnood te doen, maar de Japanners hebben meteen na hun machtsovername beslag gelegd op grote rijstvoorraden, zodat de toestand nog erger wordt. 

Japanse soldaten slaan met stokken op hongerige Vietnamezen die in Hanoi proberen een kar rijst te plunderen. (foto Vo An Ninh)

Twee dagen na Bao Dai heeft ook koning Norodom Sihanouk van Cambodja de onafhankelijkheid van zijn land uitgeroepen. Cambodja was eveneens een Frans protectoraat in Indochina. Sihanouk (22) staat nochtans als pro-Frans bekend, maar ook hij stond onder Japanse druk.  

De jonge koning Norodom Sihanouk met de Franse autoriteiten. Hij zat sinds 1941 op de troon en zou zowat 70 jaar lang een belangrijke rol spelen in zijn land.

In Laos, nog een ander protectoraat, heeft koning Sisavang Vong geweigerd dit voorbeeld te volgen. Integendeel, hij roept op om met de Fransen tegen de Japanners te vechten.

Intussen hebben de Japanners meer dan 30.000 Franse militairen en burgers opgepakt en in kampen opgesloten. Zeker drieduizend zijn gedood door de Kempetai, de beruchte Japanse militaire politie, soms met sabelhouwen en houweelstoten. Een Franse generaal die weigerde een bevel tot overgave te tekenen, is onthoofd nadat hij zelf zijn graf moest graven, net als een koloniale ambtenaar..

Foltering van een gevangene door de Kempetai. Deze en volgende tekening zijn gemaakt door een Franse militair die zijn eigen ervaringen afbeeldde.
Gevangenen van de Kampetai die in kooien zijn opgesloten.

In het noorden van Tonkin is een deel van het koloniale leger kunnen onderduiken in de brousse. 

Bombardement verwoest Würzburg

In de avond van 16 maart is de Duitse stad Würzburg (in het noorden van Beieren) zeer zwaar getroffen door een Brits bombardement.

11 Mosquito- en 225 Avro Lancaster-bommenwerpers voerden de aanval uit, die amper tien minuten duurde. De lichte Mosquito’s dropten eerst fakkels aan valschermen om de doelwitten te verlichten. Vervolgens gooiden de Lancasters zo’n 250 zware springbommen, meteen gevolgd door 300.000 brandbommen. De springbommen vernielden vooral daken en vensters, de brandbommen veroorzaakten een alles verwoestende vuurstorm, met temperaturen tot tweeduizend graden. 

Enkele van de 300.000 Britse brandbommen die op Würzburg werden uitgeworpen. Ze wogen elk amper 1,7 kg.

Het resultaat is dat de oude stad voor 90 % verwoest is. Ook de voorsteden hebben enorme schade geleden.

Liefst 21.000 huizen en 35 kerken zijn getroffen, waaronder de middeleeuwse kathedraal. De Würzburger Residenz, het enorme barokke paleis van de vroegere prins-bisschoppen, is ook zwaar beschadigd, maar het monumentale trappenhuis met zijn beroemde fresco’s heeft standgehouden. 

Het verwoeste stadscentrum met links de kathedraal.
De kathedraal en omgeving. Doordat de meeste gebouwen door vuur werden getroffen, stonden de muren meestal nog recht, maar de binnenkant was totaal vernield.

Het aantal doden wordt geschat op 5.000, wat relatief weinig is. Het inwoneraantal is tijdens de oorlog gedaald van iets meer dan 100.000 tot circa 80.000, door de vele mannen die in militaire dienst gingen.

Er was geen speciale reden om deze historische stad te vernietigen. Würzburg had weinig militaire waarde en was nog niet veel aangevallen, maar stond op een lijst van niet-prioritaire doelen.  Het RAF Bomber Command wil zoveel mogelijk Duitse steden treffen om de bevolking te ontmoedigen.  

Links: stadsplan van Würzburg dat de verwoestingen weergeeft. Geel is totaal, oranje gedeeltelijk vernield.  De oranje rechthoek in het midden is de Residenz. Rechts: elke 16 maart - de verjaardag van het bombardement - hangt er aan het stadhuis een enorme spandoek met de namen van de slachtoffers en op het einde de zin "Geen oorlog meer!"

Duits offensief in Hongarije gestopt

Het Rode Leger heeft niet zonder moeite een Duits offensief in Hongarije gestopt.

Dat offensief begon op 6 maart als Operatie Frühlingserwachen (“Lente-ontwaken”) vanaf het Balatonmeer, het grote langwerpige meer in het westen van Hongarije, waarachter de Duitsers al een tijd standhouden. 

Duitse soldaten tijdens Operatie Frühlingserwachen

De voornaamste aanval werd geleverd door Zesde Pantserleger onder SS-generaal Sepp Dietrich. Dat is in januari uit de Ardennen naar Hongarije overgebracht en omvat de meest geduchte SS-pantserdivisies (‘Leibstandarte Adolf Hitler’, ‘Das Reich’, ‘Hohenstaufen’ en ‘Hitlerjugend’). Die aanval vond plaats vanaf het noordoostelijke uiteinde van het Balatonmeer.

Tegelijk viel het Tweede Pantserleger aan vanaf het andere uiteinde. Intussen voerden ook onderdelen van de Duitse legers in Joegoslavië een aanval uit vanuit het zuiden, zodat de Sovjetlegers langs meerdere kanten belaagd werden. 

Duitse soldaten tijdens Operatie Frühlingserwachen

De bedoeling van het offensief was onder meer de Hongaarse oliebronnen, de laatste waarover Duitsland kan beschikken, veilig te stellen. Hitler  zag het ook als een eerste stap naar de herovering van de hoofdstad Boedapest. Een bizar idee: ook nu het Rode Leger niet ver van zijn ambtswoning in Berlijn staat, blijft Hitler denken aan Boedapest. 

Aanvankelijk kende het offensief een zeker succes. De SS-pantserdivisies vorderden een vijftigtal kilometer, wisten de belangrijke stad Székesfehérvár te heroveren en stonden niet ver van de Donau ten zuiden van Boedapest. Het Rode Leger leed daarbij zware verliezen.

Maar de Sovjets staan hoe dan ook sterker in Hongarije. Het 3de Oekraïense Front onder maarschalk Tolboechin, dat de aanval moet weerstaan, is snel versterkt met enkele verse, goed uitgeruste legers. Die zijn op 15 maart een tegenaanval begonnen, waardoor het Duitse offensief meteen vastliep.

Sovjetartillerie in de buurt van het Balatonmeer

Intussen hebben geallieerde bommenwerpers de nog functionerende Hongaarse olieraffinaderijen vernietigd terwijl ook de Duitse brandstoftransporten naar het front voortdurend worden aangevallen. Daardoor hebben honderden zware tanks van de Duitse pantserdivisies onvoldoende brandstof voor verdere acties. 

Brug van Remagen stort in

Tien dagen nadat de Amerikanen ze hadden veroverd, is de spoorwegbrug over de Rijn in Remagen ingestort.

Bij de instorting werden 28 Amerikanen gedood en meer dan zestig gewond. Ze behoorden tot de genietroepen die de brug aan het herstellen waren, want ze was beschadigd door de springladingen die bij de verovering ontploften en daarnaast ook getroffen door enkele artilleriegranaten. Om die reden was de brug al een paar dagen gesloten voor transporten. 

Foto van de herstellingen aan de brug, vier uur voordat ze instortte. (NARA)

In die tien dagen dat de brug in Amerikaanse handen was, hebben de Duitsers letterlijk alles geprobeerd om ze te vernietigen. Duikers  probeerden ’s nachts springladingen aan te brengen onder de brug, maar werden tijdig ontdekt door gebruik van sterke schijnwerpers. 

De brug kort na de instorting.

Een massale inzet van Duitse bommenwerpers had evenmin resultaat. De Amerikanen voerden tegenaanvallen uit waarbij tientallen bommenwerpers werden neergehaald. Tevergeefs zette de Luftwaffe zelfs de allereerste straalbommenwerper ter wereld (de Arado Ar 234) in.

Beschietingen door superzware artillerie (540mm-mortieren bekend als Karl-Gerät) moesten al snel worden stopgezet wegens technische problemen. Het lanceren van V2-raketten naar Remagen vanuit Nederland werd een totale flop. Van de 500 afgevuurde V2’s trof geen enkele de brug. Eén ontplofte op 270 m van het doel en doodde drie Amerikanen.

De ingestorte brug met daarnaast twee nieuw aangelegde pontonbruggen.

De Lüdendorffbrug  heeft maar kort kunnen dienen, maar lang genoeg om zes Amerikaanse divisies over de Rijn te zetten. Nog voor ze instortte is er in de buurt een pontonbrug gebouwd. Er wordt nog aan andere pontonbruggen gewerkt over de 300 m brede rivier. 

Generaal Eisenhower heeft de plannen voor de verdere invasie van Duitsland gewijzigd, rekening gehouden met het bruggenhoofd bij Remagen.

Intussen zijn vier Duitse officieren door het door Hitler ingestelde “vliegend standgerecht” ter dood veroordeeld en gefusilleerd omdat ze de brug in handen van de vijand hebben laten vallen. Een vijfde ter dood veroordeelde officier ontsnapt aan executie omdat hij krijgsgevangene van de Amerikanen is.

De dag na de instorting wordt een Amerikaanse Pershing T26E3-tank over de stroom gezet met een pontonveer.

Naschrift: de Lüdendorffbrug zal niet worden heropgebouwd. Enkel de stenen torens aan beide oevers zijn overgebleven. De torens aan de westelijke kant herbergen nu een vredesmuseum. 

Vermoedelijk op 11 maart bracht Adolf Hitler een bezoek aan het hoofdkwartier van generaal Theodor Busse (rechts op de foto), in de buurt van de Oder. Busses Negende Leger moest de Sovjets achter de Oder tegenhouden, op nog geen 70 km van de hoofdstad. Voor Hitler was dit het laatste dergelijke bezoek en meteen de laatste keer dat hij Berlijn verliet. Deze foto is dan ook een van de laatste die van hem zijn gemaakt. 

 Hitler was ook afwezig op de Heldengedenktag, de herdenking van de doden uit beide wereldoorlogen en nochtans een van de hoogdagen van het naziregime. Rijksmaarschalk Hermann Göring was als hoogste officier wel aanwezig. 

Britse prinses en troonopvolgster Elizabeth in militaire dienst

De Britse prinses Elizabeth is sinds enkele weken in dienst bij de "Auxiliary Territorial Service", een vrouwenafdeling van het Britse leger. Ze is er opgeleid tot monteur en vrachtwagenchauffeur. Op de foto is ze bezig met het vervangen van een band. De oudste dochter van koning George VI zal in 1953 koningin Elizabeth II worden.

Meest gelezen