Quarantainedagboek

Louis van Dievel, schrijver en journalist, schrijft elke week over de kleine en grote actualiteit. Vandaag: stel je voor dat ook hier het land op slot gaat en we allemaal huisarrest krijgen om de verspreiding van het coronavirus in te dijken.

opinie
Louis Van Dievel
Louis van Dievel is schrijver en journalist. Hij was journalist bij VRT NWS.

Dat is nu al een week dat we gedwongen binnenzitten en het begint zwaar te wegen. De eerste dagen vonden we het nog plezant, vooral dan de kinderen. Geen school en de hele dag door gamen, begrijpt u.

Mijn vrouw en ik wilden geen zombies met kromgegroeide vingers in huis en dus kondigden we aan dat het gamen afgewisseld zou worden met  gezelschapsspellen en zo. Boegeroep was ons deel, maar we hebben doorgezet.

Venijnige stampen

Monopoly hebben we maar één keer gespeeld want naar het schijnt, ontpop ik mij bij dat spel tot een hebzuchtige en genadeloze kapitalist. Scrabble was ook al geen succes omdat ik het woord “coronavirusbesmetting” dat onze jongste had gevormd, niet wilde laten tellen. Het staat namelijk niet in de Van Dale. Mijn knoesels zien nog blauw van de venijnige stampen die mijn vrouw mij onder tafel verkocht. Ik heb nog geprobeerd om het goed te maken en ik heb een quiz georganiseerd die ik zelf niet kon winnen omdat ik de vragensteller was. Maar omdat ik nogal laatdunkend had geopperd dat iedereen toch weet dat de minister van Volksgezondheid van de Duitse Gemeenschap Antonios Antoniadis heet, raakten we niet verder dan vraag zes.

‘Was die al zo toen ge met hem trouwde?’ vroeg onze oudste aan mijn vrouw.
Ze nam het niet voor mij op. Of toch niet meteen.
‘We zijn allemaal een beetje van slag’, meer zei ze niet.
‘Goed, heb ik gezegd, dan is het vanaf nu ieder voor zich.’

Oud ijzer, koper lood en zink

Ik heb mij aan het lezen gezet: ‘La Peste’, van Albert Camus. En toen dat boek te eng werd, aan ‘Stad der Blinden’ van José Saramago.

Mijn vrouw wilde evenwel de twintig rampenfilms zien die ze op Netflix opzij had gezet en niet met het geluid heel zachtjes op stand vier, zoals ik haar vriendelijk vroeg. Dat de kinderen op hun kamer naar ‘hun’ muziek luisterden, droeg al evenmin bij tot ongestoord leesgenot. Het plafond daverde van de bassen. En van de dansjes die ze bij die teringherrie maakten en daarna op TikTok zetten.

Ik ging verongelijkt aan het raam zitten en telde bij wijze van tijdverdrijf de voorbijgangers (7), de politiewagens (9) en de ambulances (12) die tussen drie en vier in de namiddag de onheilspellende rust op straat doorbraken. Ik kreeg moordlustige gedachten van de radiowagen die om het kwartier passeerde om ons eraan te herinneren dat we ons huis niet mochten verlaten, tenzij gewapend met een door de burgemeester ondertekende en afgestempelde toelating. Ik kreeg zowaar heimwee naar het enerverende riedeltje van de marchand in oude metalen die vorige week nog op mijn zenuwen werkte met zijn ‘Oud ijzer, koper, lood en zink, oude batterijen en oude wasmachines.’

Drie karren vol

Ik ging naar de kelder en inspecteerde onze noodvoorraden. Geheel tegen de zin van mijn vrouw had ik net voor het ingaan van de quarantaine een soort van militaire raid uitgevoerd op de Carrefour en drie karren vol droge voeding, conservenblikken, wasmiddel en wc-papier veroverd. En dat ‘veroveren’ mag u letterlijk nemen. Een paar keer heb ik pakken rijst en spaghetti uit de handen van concurrenten gegrist en een paar keer heb ik mijn supermarktkarren met  licht geweld moeten verdedigen tegen losers en laatkomers.

‘Zelfs als we alle vier chronische diarree krijgen, komen we minstens twee jaar toe met dat papier’, had onze jongste voorgerekend. De wijsneus.

Ik keek op mijn laptop naar de enige koers die de coronapaniek had overleefd: Parijs-Nice. Maar Michel Wuyts was amper te verstaan met zijn mondmasker en José De Cauwer al helemaal niet meer. Ik keek naar het journaal en zag de wallen onder de ogen van Marc Van Ranst en Maggie De Block steeds dikker en zwaarder worden. Op een dag zou blijken dat aan de zwaartekracht niet te ontkomen valt.

Family moment

Gelukkig hebben we ’s avonds toch nog een family moment. Dan controleren we elkaar op symptomen. We meten elkaars temperatuur, we controleren het wit der oogleden, we beluisteren met een stethoscoop van de kermis elkaars luchtwegen.
We vullen elkaars gezondheidsfiche in en leggen die, in een plastic hoesje tegen de regen, klaar aan de voordeur. Voor de gezondheidspolitie. En daarna bladeren we, gezellig met zijn vieren naast elkaar op de sofa, in de cataloog van de reisorganisator. Waar zouden we naartoe kunnen gaan, mochten we uit de quarantaine kunnen ontsnappen? 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.