Getty Images

Moeten journalisten bij de berichtgeving over het coronavirus paniek vermijden?

Corona doet wat met de mailbox van de nieuwsombudsman. Honderden mails heb ik gekregen de afgelopen weken, zoveel dat ikzelf en de fijne mensen die mij helpen, ze onmogelijk verwerkt krijgen. VRT en zijn informatie-aanbod zijn heel duidelijk een ankerpunt in het quarantaineleven van heel veel mensen. De mails zijn ook heel anders dan anders. 

Veel meer vragen, suggesties en felicitaties.

Meestal krijg ik klachten over journalistieke keuzes van VRT NWS. Dat is ook mijn job.  Maar nu krijg ik massa's vragen, suggesties en felicitaties.

"Wat moet ik doen als ik vermoed dat mijn ex corona heeft?",  "Moet ik de kinderen dan nog sturen voor de normale weekwissel ?", "Als mijn wasmachine stuk is, is naar het wassalon gaan dan een legitieme verplaatsing ?", "Mag ik nog verhuizen als ik dat gepland had ?"

Het zijn vragen die vaak mee de inspiratie vormden voor artikels op VRT NWS met antwoorden op veelgestelde vragen. Soms inspireerden ze ook de onderwerpenkeuze in "Het Journaal".  Van tandartsen tot marktkramers, allemaal hoopten ze via VRT NWS meer duidelijkheid te krijgen.  Ikzelf, en die enkele fijne mensen die me helpen, proberen alle mails zo goed en zo kwaad als het kan te beantwoorden, maar het lukt ons eenvoudigweg niet altijd.  Vaak kunnen we trouwens alleen maar doorverwijzen naar de overheid.  Ten overvloede : hier moet u zijn voor de regels die van toepassing zijn  https://www.info-coronavirus.be/nl/ en https://www.vlaanderen.be/gezondheid-en-welzijn/gezondheid/coronavirus-covid-19.

Overigens valt het op dat veel mensen die kritiek uiten, toch ook eerst nog waardering uitspreken. Dat is eigenlijk heel fijn.

"Vandaag" had moeite met improviseren

Als er dan toch kritiek was op programma’s dan is er één uitschieter : de uitzending van "Vandaag" op 12 maart. Dat was de eerste grote persconferentie met quarantainemaatregelen. Die viel toevallig in het uitzendmoment van "Vandaag" en er moest dus geïmproviseerd worden.  Er werd iets te laat overgeschakeld naar de persconferentie en er was geen vertaling voorzien voor de delen van de persconferentie die in het Frans verliepen. 

Bovendien werden de gesprekken na de persconferentie erg vaak onderbroken. Onderbreken ligt altijd moeilijk; veel kijkers vinden dat het dan te lastig wordt om het gesprek te volgen.  Maar tegelijk zijn er ook vaak klachten als een presentator iets heeft laten “passeren” zonder onmiddellijk het tegenargument te geven. Klachten over onderbreken hebben vaak te maken met één moment uit het interview, terwijl er weinig aan de hand is als je het geheel bekijkt. Maar in het geval van de uitzending van "Vandaag" van 12 maart zeg ik: de klagers hadden gelijk, er is echt te veel onderbroken.

Maar de meeste, vaak voorzichtig geformuleerde kritiek gaat over de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de redacties. Bijvoorbeeld: jagen de redacties nu juist te veel angst aan of te weinig ? 

Longscans maken mensen bang

Op de getuigenis van Ignace Demeyer in de uitzending van "Terzake" van 16 maart zijn heel wat reacties gekomen. De spoedarts  toonde longscans van relatief jonge mensen met weinig symptomen die toch zwaar ziek waren door corona. Sommige mensen waren er echt door aangedaan.

"Is het een goed idee om mensen met onheilspellende longfoto’s de stuipen op het lijf te jagen? Is er überhaupt nog hoop voor mij of lig ik straks aan de beademing? En wanneer zal dit dan zijn? Hoelang moet ik deze hoest nog tarten? Ik kan u verzekeren dat ik vannacht de slaap met moeite heb kunnen vatten aangezien ik exact deze symptomen heb."

Ik moet schuld bekennen. Ik heb mee gepleit voor dit onderwerp omdat ook in het buitenland gebleken was dat corona zeker niet alleen een zaak van 65-plussers is. Omdat ik aanvankelijk nog veel mails kreeg à la “het is maar een griepje”, vond ik het niet slecht om duidelijk te maken dat corona niet alleen een zaak voor 65-plussers is. Intussen wordt dat ook door de Wereldgezondheidsorganisatie benadrukt.  Op sociale media werd er ook beweerd dat "de media" dit aspect zouden “verzwijgen", meestal om er één of andere complottheorie aan op te hangen.  Er komt in mijn mailbox overigens wel meer desinformatie van sociale media. Reden waarom ik ook heel gelukkig ben met de verschillende factcheckartikels van de redactie.

En moet het gezegd dat ik in het begin ook veel reacties kreeg van mensen die het allemaal overdreven vonden.

"Jullie brengen geen objectief nieuws meer over het coronavirus maar doen aan paniekzaaierij. Het is beter dat de burger van nu af aan de VRT  links laat liggen."

Die kritiek is intussen toch wat verstomd.

Burgers vragen : “geef ons hoop”

Wat blijft, is dat mensen ook positief nieuws vragen. En dan gaat het niet over fijne initiatieven om te dansen in je tuin of te knutselen in huis maar over de epidemie zelf. Zo is het heel wat lezers opgevallen dat de liveblog wel cijfers brengt van mensen die overlijden, maar niet van mensen die genezen in België. Dat is op het moment van de publicatie van deze column nog steeds zo. 

Nochtans staan bij dit uitstekende artikel wel degelijk cijfers van mensen die genezen zijn. Sciensano maakt ook elke dag cijfers bekend van mensen die het ziekenhuis mogen verlaten. Er is veel vraag naar dat ook daarover zou worden bericht. Er is nood aan perspectief, ook uit landen waar de epidemie misschien beter of sneller onder controle is geraakt : Taiwan of Zuid-Korea bijvoorbeeld. Ik kan het maar melden beste collega's : de kijker wil graag een blik op het mogelijk licht aan het eind van de tunnel. 

Journalisten moeten geen paniek vermijden

Met een aantal burgers heb ik kunnen filosoferen over de vraag of journalistiek mee moet opvoeden dan wel vooral verslag moet uitbrengen. 

Moeten journalisten mee oproepen om de regels toe te passen?  Of moeten ze het beleid vooral observeren en er verslag van uitbrengen? Ikzelf ben eerder een aanhanger van het laatste. De journalist observeert. En natuurlijk mag en moet een redactie blijven uitleggen waarom bepaald gedrag volgens de experts laakbaar is. En natuurlijk geef je de ene bron prioriteit boven een andere, minder betrouwbare. Maar een journalist is toch vooral ook verslaggever. Je zegt op welke bronnen je je baseert. Je laat de juiste mensen aan het woord. Maar je bent zelf niet het beleid.

Journalisten moeten niet geruststellen of paniek vermijden. Ze moeten ook niet dramatiseren of overdrijven.  Natuurlijk zie je op redacties wel eens de neiging om titels zo “dwingend” mogelijk te formuleren. Maar ik heb  daar tijdens de coronacrisis eigenlijk weinig van gemerkt. De redactie had van in het begin veel journalistieke  verantwoordelijkheidszin in deze crisis. Die heeft overigens ook zijn grenzen: nieuws moet gebracht worden. Ook wanneer het even niet goed uitkomt voor degenen die de crisis moeten besturen. 

Journalisten moeten zeggen wat ze weten. En soms ook in alle eerlijkheid zeggen wat ze niet weten, zoals in het artikel over de cijfers waarvan u hierboven de link vindt. Altijd weer opnieuw zeggen wat je ziet en hoort en daar dan vragen bij stellen. Journalistiek verandert niet in crisistijden. 

“Wees niet te braaf”

Sommige mensen vonden in dat verband ook dat VRT NWS soms te braaf was geworden. Bijvoorbeeld omdat de redactie naar hun oordeel te makkelijk meeging in morele veroordelingen. De politiek veroordeelt lockdownfeestjes, maar had de regering in haar persconferentie van 12 maart wel duidelijk gezegd dat ze zulke feestjes niet wou? Had ze niet zelf de boodschap gecreëerd: "Je hebt nog tot middernacht voor je laatste pint".

"Wees nu eens eerlijk: welke banale regel was dat nu weer, de herbergen sluiten om middernacht op de eerste dag van het weekend. De mensen die niet naar huis wilden zijn zeker in fout, maar deze situatie werd gecreëerd door de beleidsmakers die nu vanuit hun hoge toren de burgers bekritiseren. Hieraan zie je dan ook dat de politici niet met hun voeten op de grond staan."

Ook hamsteraars worden veroordeeld. Eén kijker vond dat het niet verstandig was dat VRT NWS de oproep om niet te hamsteren verschillende keren combineerde met (oude) beelden van lege rekken. “Zo lang je lege rekken toont, zullen mensen blijven hamsteren.” Die kijker had gelijk. Het oude beeld (Pas op : de rekken zijn leeg!) is altijd krachtiger dan het woord (“hamster niet”).

Maar de voorwaarde is natuurlijk dat de mensen in het dagelijkse leven dan ook geen lege rekken meer zien. Er zijn best wel wat mensen die mij melden dat winkelen op heel wat plekken niet steeds eenvoudig is. 

"Ik ben het beu. Er wordt altijd gezegd dat er NIET moet gehamsterd worden. Maar de mensen die dit niet doen - zoals ik - worden gestraft. Als ik iets nodig heb, is het nergens meer te vinden. Ik moet elke dag de supermarkten aflopen voor wat uien, aardappelen of melk enz.  zonder resultaat. Het enige resultaat is dat ik elke dag het risico loop om besmet te worden als 65+."

Met een oproep om niet te hamsteren is de kous dus niet af. Een redactie moet ook nagaan of er beterschap is met die lege rekken. En als dat niet zo is, moet er gevraagd worden wat regering en supermarkten daaraan kunnen doen.  Natuurlijk staan de beste stuurlui altijd aan wal, zeker in zo'n crisis. Maar er mogen ook degelijk kritische vragen gesteld worden.  Van schimmige noodbestellingen voor mondmaskertjes tot skiërs die ook na alarmsignalen gewoon mochten terugkeren uit Noord-Italië, de kijker wil er kritische vragen over, zoals Annelies Van Herck ze gisteren wel degelijk stelde in het 19u00 Journaal van 20 maart.

Sta niet zo dicht bij elkaar !

Maar ook de nieuwsredacties mogen zichzelf kritisch bevragen. Terwijl iedereen sprak over “social distance”, troepten de Wetstraatjournalisten nog om elkaar en om de ministers heen.  De klagers hadden een punt.  Ook journalisten hebben een voorbeeldrol. Eenvoudig is het niet : elke journalist moet nu eenmaal die uitspraak van de minister hébben, wat wil zeggen dat die microfoon in de buurt moet zijn.  Er zijn intussen wel degelijk afspraken gemaakt.

"Afstand houden is blijkbaar niet nodig als het om het prestige gaat om als eerste informatie te bekomen. Een minister aanklampen op nationale TV is een heel slecht voorbeeld. De presentatrice die er nadien nog mee lacht. Beschamend. Beetje geduld en discipline zoals aan de rest van België gevraagd wordt, is blijkbaar te veel gevraagd."

Symbolische knuffels aan éénieder van u

Mijn mailbox had ook ongebruikelijk veel waardering. Je kan alleen maar concluderen dat die veel bekritiseerde openbare omroep in deze crisistijden toch nog echt veel betekent voor mensen. 

"Ik ben zelf verpleegkundige in een groot ziekenhuis in West-Vlaanderen.  Nu iedereen zijn best doet, maar toch vaak een stuk meer alleen achterblijft, sta ik er op de volledige VRT, en zeker de volledige VRT-nieuwsredactie een hart onder  de riem te steken. Gefeliciteerd met de manier waarop wordt bericht over de coronacrisis : geduldig, toegankelijk, correct, herhalend, ondersteunend, warm, ...  Jullie spelen een bijzonder belangrijke rol in deze gebeurtenis, en doen dit uitstekend."

"Mijn welgemeende warme groeten en symbolische knuffels aan éénieder van U. Ik besef dat jullie in niet altijd makkelijke omstandigheden moeten werken en dat ook jullie een dikke pluim verdienen voor wat jullie dagelijks doen. Bedankt om over ons allen te waken en bedankt om er te zijn. "

"Met dit bericht wil ik mijn dank en bewondering uitdrukken voor het serene en volgehouden werk dat de VRT-medewerkers presteren om de communicatie over de corona-crisis in goede banen te leiden, naar vorm en inhoud. Het bevestigt de belangrijke rol die een openbare omroep vervult. Ik hoop dat de politici dit ook na de beëindiging van de crisis zullen onthouden."

"Ik beloof ook bij deze dat ik iets meer aandacht ga schenken aan mijn dierbaren en dat ik ook jullie niet eindeloos meer blijf bestoken met kritiek en of opmerkingen. Het is tijd nu om er voor elkaar te zijn. Een vriendin van mij uit de zorgsector herinnerde mij eraan dat het allemaal niet zo simpel is en dat iedereen elkaar nodig heeft."

Die schouderklop van u doet de redactie heel veel deugd

Hoewel ik uiteraard thuis werk en nu dus ver van de Reyerslaan ben, weet ik dat er hard wordt gewerkt.  Dat journalisten en andere medewerkers vele zorgen en beslommeringen opzij duwen om toch maar die uitzending of dat webartikel te blijven maken. De burger heeft er echt wat aan, als je de mailbox leest. Ik ben nu niet bij mijn collega’s, maar ik weet dat die schouderklop van u beste kijker, luisteraar en lezer, op de redactie heel veel deugd doet.