"Zet me in op gevaarlijke plaats of laat me mondmaskers stikken": gevangenen willen zich nuttig maken in coronacrisis

De coronacrisis heeft een ongekende stroom aan solidariteit op gang gebracht. Mensen die anderen helpen met boodschappen doen, op kinderen van zorgverleners passen, mondmaskers maken. Zelfs in de gevangenis, waar de gevangenen het door de coronacrisis ook moeilijker hebben, leeft de vraag om iets te kunnen betekenen in de strijd tegen het virus, zegt aalmoezenier Siska Deknudt.

opinie
Siska Deknudt
Siska Deknudt is gevangenisaalmoezenier P.I. Beveren.

Als ik de gevangenis binnenwandel lijkt het coronavirus stiekem mee naar binnen te sluipen, ergens ongezien tussen de plooien van mijn handen. Elke deurklink die ik vastneem moet ontsmet worden. Dat zijn er heel wat. 

Gesprekken op de cel zijn niet meer toegestaan. Want stel dat ik een hoestbui krijg in die kleine en slecht verluchte cel? Na overleg met de kwartierchefs krijg ik een gespreksruimte op de benedenverdieping van de vleugel. De gedetineerden moeten naar mij komen in plaats van ik naar hen. Met een vragend gezicht komen ze de ruimte binnen. Hun uitgestoken hand moet ik weigeren. Zij schudden het hoofd. “Sorry” zeg ik, “coronagroet! In deze tijden ben ik de gevaarlijkste”. Brede glimlach. Werkelijk waar, het coronavirus heeft de rollen omgekeerd. 

Misschien is de gevangenis de veiligste plaats, als het over de coronabesmetting gaat. Maar de maatregelen komen ook daar hard aan

Misschien is de gevangenis de veiligste plaats, als het over de coronabesmetting gaat. Maar de maatregelen komen ook daar hard aan. Familie en vrienden mogen niet meer op bezoek komen! Geen gemeenschappelijke activiteiten, minder werk, nog meer nutteloze verveling! Ik had me voorbereid op een klaagmuurdag. Maar de dag begon helemaal anders. 

Een jonge gedetineerde komt de spreekkamer binnen. Ik had hem laten roepen omdat ik weet hoe belangrijk het bezoek van zijn vriendin en van zijn moeder voor hem is. Nu hij dat bezoek moet missen zal hij wel in zak en as zitten, dacht ik. Tot mijn grote verwondering zie ik een grote en ongekende weerbaarheid in zijn houding. 

Gevangenen zeggen mij: "Ik wil me nuttig maken"

Hij neemt het woord: “Als ik de beelden op de televisie zie, dan krijg ik zo’n groot verlangen om me nuttig te maken. Ik ben jong en gezond. Ik rook niet en gebruik geen drugs. Zet me in, als het moet op een gevaarlijke plaats. Ik zal misschien ziek worden, maar ik zal dat overwinnen en genezen. Ik kan nu iets betekenen. Misschien kan ik een heel klein beetje van mijn fouten goed maken. Ik wil zo graag iets betekenen. Regel iets. Ik kom elke avond terug en dan ga ik in isolatie. Of laat me mondmaskers stikken. Dag en nacht als het moet. Maar laat me in deze tijden aub niet zinloos zijn.” 

Ik wil zo graag iets betekenen, laat mij in deze tijden niet zinloos zijn

Misschien had ik meteen weer naar buiten moeten wandelen en roepen: “Er zijn hier mensen die niet bang zijn. Mensen die willen helpen. Mensen…”

Tom Daems, hoofddocent criminologie schreef eerder deze week een opinie met als titel “Sire, verleen collectieve gratie”. Mocht een collectieve genade wat veel gevraagd zijn, dan misschien een eerlijke kans om iets te mogen betekenen in deze crisis? Zelden zag ik het verlangen naar herstel zo puur en overtuigend.

Meest gelezen