Copyright 2019, nattapol sritongcom, licensed via EyeEm Mobile GmbH

Coronacrisis treft mensen in armoede nog dieper: "Ik maak me zorgen over wat hierna komt"

Kinderen uit een arm gezin worden vandaag dubbel getroffen: ze kunnen niet naar school, maar ook onderwijs via digitale leerplatformen zoals Smartschool is lastig als je geen computer of geen internet hebt. Ouders vrezen dat hun kroost hierdoor een grote achterstand zal oplopen. Een grote zorg erbij als je in de armoede zit, horen wij bij vele getuigen, maar dat is zeker niet de enige bekommernis.

Digitaal onderwijs voor iedereen?

Iets meer dan 19 procent van de bevolking heeft een hoog risico op armoede en sociale uitsluiting. Daar zijn de dak –en thuislozen nog niet bijgerekend. Nu het leven is stilgevallen, lijken er problemen aan de oppervlakte te komen die in gewone tijden minder zichtbaar zijn.

“Om te beginnen in verband met onderwijs”, zegt Caro Bridts, educatief medewerker en ervaringsdeskundige bij Welzijnszorg. “Ik hoor dat kinderen worden overstelpt met opdrachten via Smartschool. Maar wat als je geen computer hebt?”

“Dat is inderdaad lastig”, beaamt Indra De Braekeleer, moeder van drie. “Mijn kinderen zijn 14, 13 en 9. Zij moeten allerlei opdrachten maken via Smartschool en andere digitale leerplatformen. We hebben maar één computer, dus we hebben een beurtrol. Ik werk een half uur met elk van hen. Dat is moeilijk. Het is sowieso al moeilijk om ze binnen te houden. Maar ik maak me vooral zorgen over wat hierna komt. Hoe gaan zij al die leerstof inhalen? Want zo raken ze echt achterop.” 

Telenet heeft intussen gratis wifi ter beschikking gesteld van kanszoekende kinderen, door vouchers uit te schrijven met een code. Als je in een gebied woont met bereik kun je inloggen op gratis wifi, en dat kan tot eind juni. Maar daar moet je nog steeds een computer voor hebben. 

Bij Loudi thuis hebben ze dat niet. Zij is de oudste dochter van vier in een gezin dat afkomstig is uit Syrië. Ze staat ons te woord in perfect Nederlands. “Normaal blijven wij in de school als we taken moeten maken op de computer. Nu krijgen wij onze opdrachten in een brief, iemand komt die in de brievenbus stoppen.” 

Rudi Friedrichsen werkt ook voor Welzijnszorg, de vereniging tegen armoede. Hij kent de problematiek goed: als ervaringsdeskundige gaat hij informatiesessies geven in scholen, aan leerkrachten. Hij zit naar eigen zeggen "vleugellam" thuis, de scholen zijn dicht.

“Sowieso is de drempel naar Smartschool al heel hoog bij deze groep mensen, dat hoor ik vaak genoeg. Niet alleen is er het probleem van materiaal, maar ook de internetconnecties en vooral de sociale contacten en de scholing om hiermee om te gaan ontbreken vaak. Dus nu met dat thuisonderwijs… voor leerlingen die rustig kunnen studeren op hun laptop in hun eigen kamertje, met ouders die hen steunen, zal dat wel gaan. Maar die omstandigheden zijn niet voor iedereen dezelfde.”

Bij het Vlaams ministerie van Onderwijs beseffen ze het probleem. “Leerkrachten doen fantastische dingen met dat afstandsonderwijs”, zegt woordvoerder Michaël Devoldere, “maar we weten dat dit alleen werkt voor wie een computer heeft en een goede internetverbinding. We werken in stilte aan een oplossing.”

De kenniskloof

Toegang hebben tot de juiste informatie, die kunnen begrijpen en erover praten met je vrienden en collega’s: het blijkt cruciaal om “mee” te zijn. Dat ondervindt Rudi dagelijks op zijn werkterrein. Dat geldt voor algemene kennis, maar ook voor hele kleine dingen die voor veel mensen vanzelfsprekend zijn, zoals de dienstroosters van openbaar vervoer raadplegen op een smartphone.

Nathalie Buys woont met haar vijf kinderen in een klein huisje in Zandbergen. Voor haar is het leven nu wel heel complex geworden. “De belbus rijdt niet in deze periode. Voor ons betekent dat dat we veel verder te voet moeten gaan naar de bushalte of het treinstation. De uren veranderen ook, maar wat moet je doen als je geen smartphone hebt? Dan kun je niet weten wanneer de bus komt. In de supermarkt mag ik maar één winkelkarretje meenemen, tegen het hamsteren, maar dat is snel vol met zo’n groot gezin. Dus dan moet ik soms twee keer gaan, met de bus en te voet.”

“Mijn kinderen zijn nog heel jong, enkel de twee oudsten moeten taken maken. Die hebben ze op papier meegekregen. Daarmee trekken we onze plan.”

Het gehamster en andere stressfactoren

Nathalie Buys is op dreef. Want de complexiteit van het leven blijkt in kleine dingen te liggen, of in de effecten van grote trends. "Mensen die het kunnen betalen kopen alle betaalbare dingen op in de supermarkt. Ze hamsteren. Daardoor zijn mensen met weinig middelen verplicht om veel duurdere producten te kopen. Dat zie ik vaak gebeuren." Hamstergedrag blijkt dus niet alleen asociaal en onnodig, het veroorzaakt ook nog eens bijkomende problemen voor mensen die met een klein budget moeten overleven.

“Of bijvoorbeeld oplaadpunten voor budgetmeters. Als je elektriciteitsverbruik of je gasverbruik gerantsoeneerd is, moet je telkens gaan opladen. Dat kan bijvoorbeeld in het OCMW. Maar dat is nu gesloten. Hoe moet je dat dan doen?” Nathalie zucht. “En alweer: je moet er geraken. Ik kan mijn vijf kinderen niet meenemen, noch voor boodschappen, noch voor iets anders. Ze mogen niet. Ik heb een huishoudhulp, omdat ik een gezondheidsprobleem heb. Die mag niet meer komen. Je moet anderhalve meter afstand kunnen garanderen. Dat kan helemaal niet in mijn kleine huisje.”

Caro Bridts ziet nog problemen opduiken: oplaaiende emoties en frustraties door met veel in een kleine ruimte te zitten. “Er is veel eenzaamheid, informatie dringt niet door en er is veel angst. Ik hoop dat de leeflonen gegarandeerd blijven, en op tijd worden betaald”, zucht ze. “En ik vrees helaas dat er na dit alles nog meer mensen in de armoede zullen terechtkomen.  

Elk nadeel heeft z'n voordeel

Het is bijna een motto geworden deze week, de beroemde Cruyff uitspraak. En ook voor armoede gaat ze op. “ Je ziet ook veel solidariteitsacties,” zegt Caro, “ restauranthouders bijvoorbeeld die de dag voor hun sluiting de niet-gebruikte waren naar de voedselbanken brachten, of er maaltijden mee maakten. De lokale besturen komen op gang om deze kwetsbare groepen te helpen. Maar liefst 8.000 vrijwilligers hebben zich gemeld om mee te helpen. Indra De Braekeleer, de moeder van drie, voelt zich gesteund. Ze werkt bij een poetsbureau. Ze is nu technisch werkloos, maar “er wordt goed voor ons gezorgd”.

“En”, zegt ze met een glimlach in de stem, “Er is nog een voordeel. Stel je voor dat dit vakantie was: een financiële ramp. Buiten gaan kost geld. Aan moeten binnenblijven hou je iets meer over.”

Bekijk hieronder een bijhorende reportage uit "Het Journaal":

Video player inladen...