Westend61 / Sandra Seckinger

Telewerkende ouders zijn in deze crisis de "nieuwe olympiërs"

Telewerk lijkt in deze coronatijden uit te draaien op een vergiftigd geschenk. De balans tussen werk en privé is helemaal zoek, getuigt alleenstaande moeder Benedikte van Eeghem. De spagaat tussen huishouden, schoolwerk, opvoeding én telewerk is verworden tot een olympische uitdaging van formaat.

opinie
Benedikte Van Eeghem
De auteur is communicatiemedewerker bij OCMW Brugge, copywriter, tekstredacteur en blogger. Ze schrijft over de actualiteit, opvoeding, sociale thema's en de dingen die haar 'positief' wakker houden.

Geen chaotischere en wankelere periode dan de coronacrisis. Voor zover mensen er niet ziek door worden, op tijdelijke werkloosheid terugvallen of een faillissement riskeren, staat ons hele leven onder druk. We gooien noodgedwongen alles om, herschikken werk en gezin en houden maniakaal afstand van alles en iedereen. Telewerkers die jonge kinderen in huis hebben, duiken in een ongezien spagaat. 

Het was vrijdag de dertiende maart – treffender kan een datum niet zijn – dat ik ook hier de kinderen voor de laatste keer naar school liet gaan. De lessen waren opgeschort, maar ik moest op kantoor nog regelingen treffen om vlot op telewerk over te schakelen. Ik haalde mijn laptop en dossiers op, zwaaide luttele collega’s uit en beloofde de volgende maandag voor dag en dauw online beschikbaar te zijn. De eerste missie: crisiscommunicatie opvolgen en verspreiden, in overleg met collega’s van het OCMW en de stad.

Telewerkers die jonge kinderen in huis hebben, duiken in een ongezien spagaat. 

Voor ik aan de slag ging, had ik al een tsunami aan adviezen voor de telewerkende ouder verteerd. Maak een schema op. Hou zoveel mogelijk je vertrouwde ritme aan. Voorzie een plek waar je rustig kunt werken. Laat kinderen afwisselend schooltaken maken en zich ontspannen. Schakel ze in het huishouden in. Bedenk creatieve oplossingen tegen de verveling. Mediteer. Ga naar buiten, maar doe het alleen. Zorg ervoor dat je voldoende met de buitenwereld geconnecteerd blijft. Help je buur als het even kan. En vergeet het ergonomisch comfort niet: belangrijk voor al wie een zittend beroep uitoefent.

Doorgaans ben ik de persoon die in een vertrouwde context behoorlijk lang haar cool kan bewaren, maar het koud zweet brak me op zondagavond toch uit. De wereld stond op losse schroeven, ik kon niet inschatten hoe ik dit zou bolwerken. Samen met de kinderen stelde ik een planning op, rekening houdend met alle adviezen. Onder het motto ‘Superteam tegen COVID-19’ zouden we de boel gestroomlijnd runnen. 

Op maandag 16 maart zat ik om 8u in pole positie achter de laptop, in een apart bureau, klaar voor een nieuwe crisiscarrière als single mom. De spoedcommunicatie stroomde non-stop binnen, ik managede het werk behoorlijk en verspreidde info via het intranet, mails, sociale media. Telefoons handelde ik feilloos af, tot ik om 10 uur voor het eerst een kind hoorde schreeuwen. Ik vreesde een vechtpartij en uitgetrokken haren, maar blijkbaar wou de jongste me er gewoon aan herinneren dat we om 10u moesten pauzeren. Ik nam de break én de kreet in dank aan en gebood beide kornuiten om zich vervolgens aan schoolwerk te zetten én tegen de middag de tafel te dekken. 

Het pakket ‘prikkels en uitdagingen’ van de eerste telewerkdag was danig astronomisch dat ik ’s avonds doodmoe in bed kroop

Telewerkdag 1 verliep relatief gesmeerd, maar om 16u kwam de onverwachte red alert. De kinesiste meldde dat mijn wekelijkse broodnodige therapie met onmiddellijke ingang stilgelegd werd. Nieuwe richtlijn van de overheid. Ook de supplementaire behandeling voor een ontstoken schouder kon niet opgestart. Het bericht sloeg in als een bom: zonder kine functioneert mijn lijf slecht en wordt ‘werken’ op den duur zeer moeilijk. Maar ik hield de moed erin, ook toen ik diezelfde avond vernam dat de pop-up babysit – kritieke ondersteuning voor mocht ik toch naar kantoor moeten – niet meer kwam opdagen. Ze wou liever niet afwijken van de nieuwe adviezen voor social distancing, ik kon alleen begrip opbrengen.

Het pakket ‘prikkels en uitdagingen’ van de eerste telewerkdag was danig astronomisch dat ik ’s avonds KO in bed kroop. Het besef dat ideeën, strategieën én emoties niet meer direct met collega’s konden worden afgetoetst, hakte er aardig in. Ik voelde dat ik het anders zou moeten aanpakken om vol te houden. Minder rigide, meer op buikgevoel, want een crisis gaat vooral met het gemoed aan de haal. Niemand is nog zichzelf. Tel daar een spagaat tussen huishouden, schoolwerk, opvoeding én telewerk bij en je spreekt over olympische uitdaging van formaat. Dat houdt geen (alleenstaande) ouder 38 uur per week vol, weken aan een stuk, zonder ondersteuning. 

 Niemand is nog zichzelf

Hoe mooi en kleurrijk en creatief die planning van 15 maart ook was: ik heb er sinds 17 maart dus al meer van afgeweken dan iets anders. Pauzes waren er de eerste telewerkweek vooral op onvoorziene momenten en wanneer mijn hoofd erom smeekte. Een strikt uurschema aanhouden en tegelijk kinderen ‘managen’ lukte mondjesmaat. Schoolwerk opvolgen, heb ik niet eens geprobeerd. In ons huis is er immers niet voor elk kind een laptop beschikbaar: broer en zus verdelen de schermtijd en werken niet alles in een vingerknip online af. ‘Invulbladen afdrukken’ is zonder printer thuis helemaal uitgesloten, dus daar denken we al niet meer aan. Het is wat het is. 

Ondanks die struikelblokken, de bijtende stress en de schrik die nu virtueel om elke straathoek loert, heb ik de eerste telewerkweek toch overleefd. Mijn werk was in orde, de kinderen werden gevoederd, de was raakte voor middernacht geplooid en ik heb mezelf nu en dan een glas wijn gegund, bij wijze van troost.

Geen idee hoe lang ik dit stramien volhoud, maar versie 2.0 van de ambitieuze planning biedt extra perspectief. De timing en doelstellingen van ‘Superteam tegen COVID-19’ zijn radicaal geschrapt en hebben plaats gemaakt voor één levensnoodzakelijke slogan, die ik alle lotgenoten graag meegeef: als het niet gaat zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.