Verwilderde nijlpaarden in de buurt van drugkoning Pablo Escobars Hacienda Napoles in Doradal in Colombia.
2019 Anadolu Agency

Escobars nijlpaarden kunnen een lange erfenis van uitroeiingen helpen tenietdoen

Vooral sinds de grote ontdekkingsreizen van de westerlingen in de laatste eeuwen heeft de mens talloze diersoorten van één continent overgebracht naar een ander, waar ze dan vaak verwilderd zijn. Tegenwoordig wordt de introductie van deze exoten meestal gezien als een slechte zaak voor het milieu, maar een nieuwe studie stelt die zienswijze in vraag. Grote exotische planteneters zorgen er net voor dat de wereld er opnieuw meer uitziet zoals hij was voor de prehistorische mens op grote schaal (vooral grote) soorten begon uit te roeien en ze herstellen delen van belangrijke ecologische systemen die verloren waren gegaan.  

Toen drugsbaron Pablo Escobar in 1993 werd doodgeschoten, had hij op zijn Hacienda Napoles in de buurt van Doradal in Colombia een privé-zoo met meer dan 1.900 verschillende diersoorten. Daaronder waren er ook 11 nijlpaarden, een vrouwtje en een mannetje die hij in Afrika en de VS gekocht had, en 9 nakomelingen. De overheid nam de dieren in beslag en haalde ze weg, maar om een of andere reden bleven er 4 nijlpaarden onbewaakt achter op het domein. 

Intussen is hun aantal aangegroeid tot naar schatting zo'n 80 tot 100 exemplaren en hebben ze zich een weg gebaand uit de meren die Escobar voor hen had laten aanleggen, naar de rivieren van Colombia. Zowel wetenschappers als het grote publiek beschouwen de dieren als een exotische plaag die in geen enkel geval vrij zouden mogen rondlopen op het Zuid-Amerikaanse continent. 

Een nieuwe studie van een internationale groep onderzoekers stelt die visie echter in vraag. Door een wereldwijde vergelijking van de kenmerken van de geïntroduceerde planteneters zoals Escobars nijlpaarden en die van uitgestorven inheemse soorten uit het verleden, tonen ze aan dat die introducties veel belangrijke kenmerken herstellen die al duizenden jaren verloren waren. 

Terwijl de impact van de mens het uitsterven veroorzaakt heeft van verschillende grote zoogdieren gedurende de laatste 100.000 jaar, heeft de mens sindsdien ook een groot aantal soorten geïntroduceerd, en zo grote delen van de wereld opnieuw 'verwilderd', zoals Zuid-Amerika, waar ooit reuzenlama's rondzwierven, en Noord-Amerika, waar reuzenpekari's leefden van wat nu New York is tot in Californië. 

"Hoewel we ontdekt hebben dat sommige geïntroduceerde planteneters perfecte ecologische tegenhangers zijn van uitgestorven soorten, vertegenwoordigen de geïntroduceerde soorten in andere gevallen een mengeling van kenmerken die aangetroffen werden bij uitgestorven soorten", zei mede-auteur van de studie John Rowan.

"Zo hebben de verwilderde nijlpaarden in Zuid-Amerika bijvoorbeeld een dieet en een lichaamsgrootte die gelijkaardig zijn aan die van uitgestorven reuzenlama's, terwijl ze hun grootte en semi-aquatische levenswijze delen met een bizar soort uitgestorven zoogdier, een lid van de Notoungulata, een groep van uitgestorven Zuid-Amerikaanse hoefdieren. Hoewel de nijlpaarden dus geen perfecte vervanging vormen voor één bepaalde uitgestorven soort, herstellen ze delen van belangrijke ecologische systemen van verschillende soorten", zo zei hij. John Rowan is Darwin Fellow in de evolutionaire biologie aan de University of Massachusetts Amherst.

(lees verder onder de illustratie)

Een aantal voorbeelden van geïntroduceerde planteneters (linkerkolommen) en de uitgestorven soorten waarmee ze bepaalde kenmerken gemeen hebben, in Australië en Noord- en Zuid-Amerika.
University of Kansas/Oscar Sanisidro

'Natuurlijk' is vrij recent

De onderzoekers stelden vast dat wat de meeste natuurbeschermingsbiologen en ecologen zien als de moderne 'natuurlijke' wereld, sterk verschilt van de wereld zoals die er de laatste 45 miljoen jaar heeft uitgezien.

Zelfs recent nog heersten verwanten van de wombat zo groot als een neushoorn, Diprotodon genaamd, gepantserde verwanten van de gordeldieren zo groot als een Volkswagen 'kever', Glyptodon genaamd, en twee verdiepingen hoge grondluiaards over de aarde. Deze reuzenplanteneters begonnen hun evolutionaire opmars niet lang na het verdwijnen van de dinosaurussen, maar vanaf zo'n 100.000 jaar geleden sterven ze op korte tijd uit, waarschijnlijk door de jacht en andere vormen van druk van onze voorouders uit het Late Pleistoceen, een tijdvak dat liep van 126.000 tot zo'n 12.000 jaar geleden.

De onderzoekers ontdekten dat de mens, door exotische soorten in heel de wereld te introduceren, verloren ecologische kenmerken hersteld heeft in veel verschillende ecosystemen, en dat die introducties de erfenis van de uitroeiingen tenietdeden en ervoor zorgden dat de wereld meer leek op het Laat Pleistoceen van voor de uitstervingen.

Erick Lundgren, de belangrijkste auteur van de nieuwe studie en een doctoraatstudent aan het Centre for Compassionate Conservation (CfCC) van de University of Technology Sydney (UTS) zei dat de mogelijkheid dat geïntroduceerde planteneters verloren ecologische functies zouden kunnen herstellen, al wel gesuggereerd was maar nog niet grondig geëvalueerd. 

Om dat grondig te onderzoeken vergeleken de onderzoekers de voornaamste ecologische kenmerken van soorten planteneters van voor de uitstervingsgolf in het Laat Pleistoceen met die van hedendaagse soorten, zoals hun lichaamsgrootte, hun dieet en hun leefgebied.

"Dit liet ons toe soorten te vergelijken die niet noodzakelijk nauw verwant zijn met elkaar, maar die op elkaar lijken wat hun invloed op ecosystemen betreft", zei Lundgren. "Door dit te doen konden we in getallen uitdrukken in hoeverre geïntroduceerde soorten de wereld meer laten gelijken op het verleden van voor de uitroeiingen of net minder. Merkwaardig genoeg zorgen ze ervoor dat de wereld er meer op gelijkt."

(lees verder onder de illustratie)

Een romantische voorstelling van 'oermensen' die jagen op een Glyptodon, een reuzengordeldier.
Heinrich Harder/Public domain

Paarden in Noord-Amerika uitgeroeid door de mens

Dat de geïntroduceerde planteneters de wereld opnieuw meer laten lijken op de wereld van voor de uitstervingsgolf, komt voornamelijk door het feit dat 64 procent van hen meer lijkt op uitgestorven soorten dan op de plaatselijke inheemse soorten.

Onder deze geïntroduceerde 'surrogaten' voor uitgestorven soorten zitten er op sommige plaatsen soorten die evolutionair erg nauw verwant zijn met de uitgestorven soorten, zoals de mustangs - verwilderde paarden - in Noord-Amerika, waar vroeger paarden leefden van voor de domesticatie die echter uitgeroeid werden. 

"Veel mensen zijn bezorgd over de verwilderde paarden en ezels in het zuidwesten van de VS, omdat die niet bekend zijn op het continent in de recente geschiedenis", zei Rowan. "Maar deze visie gaat voorbij aan het feit dat paarden aanwezig zijn geweest in Noord-Amerika gedurende meer dan 50 miljoen jaar - alle grote mijlpalen in hun evolutie, hun oorsprong inbegrepen, hebben hier plaatsgevonden. Ze zijn slechts enkele duizenden jaren geleden verdwenen door toedoen van de mens, wat betekent dat de Noord-Amerikaanse ecosystemen waarin ze sindsdien opnieuw geïntroduceerd zijn, miljoen jaren lang samen met paarden geëvolueerd zijn."

"We denken meestal over de natuur zoals die gedefinieerd wordt door de korte periode waarvoor we een vastgelegde geschiedenis hebben, maar die dateert al van lang na sterke en diepgaande menselijke invloeden", zei senior auteur Arian Wallach van UTS CfCC. "Wanneer we ons perspectief verbreden en er het evolutionair relevante verleden in opnemen, kunnen we meer genuanceerde vragen stellen over geïntroduceerde soorten en hoe die de wereld beïnvloeden."

Wanneer we verder kijken dan de paar laatste honderd jaar - naar een tijd voor de wijdverspreide door de mens veroorzaakte prehistorische uitstervingen - zorgen geïntroduceerde planteneters ervoor dat de wereld meer gelijkt op het verleden van voor de uitstervingen en blijkt dat ze brede voordelen voor de biodiversiteit met zich meebrengen, zo besluiten de onderzoekers.

De studie van de onderzoekers van de University of Technology Sydney in Australië, de University of Massachusetts Amherst, de University of Kansas, de University of California Davis en het Natural History Museum of Los Angeles County in de VS, de University of Sussex in het VK, de Universidad de Alcalá in Spanje en de Aarhus Universitet in Denemarken is gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS). Dit artikel is gebaseerd op een persbericht van de University of Massachusetts Amherst.

Een vergelijking van de grootte van een Diprotodon, een verwante van de wombat, en een mens.
SB_Simms/Public domain

Meest gelezen