"Andrà tutto bene", oftewel "alles komt goed".
CIRO FUSCO / EPA

"Een onzichtbare vijand": drie Italianen getuigen over hun angst, woede en verdriet door corona

"Andrà tutto bene", alles komt goed, zeggen de Italianen om elkaar moed in te spreken in deze coronacrisis. Maar zo makkelijk is dat niet. "Er waart een onzichtbare sluipmoordenaar door de straten. Je weet dat hij er is, maar je ziet hem niet. En voor je het weet heeft hij jou te pakken." VRT NWS laat drie Italianen aan het woord over hun angst, verdriet en woede.

Pierangelo Paganelli woont in Bergamo, de zwaarst getroffen stad van heel Italië. Giovanni Panzeri woont in Piacenza, vlak bij het stadje waar de hele uitbraak begon. Allebei werken ze in de voedingssector, een noodzakelijke sector, en dus wordt er nog altijd doorgewerkt. Luca Franzese is acteur, hij speelde mee in de bekende Italiaanse maffiareeks Gomorra. Hij woont in Napels en stuurde al eerder een filmpje de wereld rond. Aan ons stuurde hij een nieuwe getuigenis.

Alle drie vertellen ze over een bijzonder ernstige en soms ook hopeloze crisis, die angst meebrengt, en veel verdriet. Maar ook doffe gelatenheid en woede. Dat laatste vooral in het zuiden van het land, dat tot nu toe minder hard is getroffen. Maar iedereen houdt er zijn hart vast, want de gezondheidszorg is er ondermaats en het vertrouwen in de overheid zo goed als onbestaande.

Pierangelo Paganelli, Bergamo

"De situatie in Bergamo is de ergste van heel Italië. Hier zijn 50 keer zoveel besmettingen als het gemiddelde in Italië, en twee keer zoveel als het gemiddelde in Lombardije, de zwaarst getroffen regio. Duizenden zijn al gestorven, waarschijnlijk zijn het er nog veel meer dan we tot nu toe weten. We hebben twee ziekenhuizen hier en de afdelingen intensieve zorg van die twee liggen al wekenlang helemaal vol", vertelt Pierangelo Paganelli.

"Zelf heb ik gelukkig nog niemand verloren. Maar de impact is enorm. Je hoeft maar om je heen te kijken en je ziet het meteen. Een vriend, een familielid, iedereen kent wel iemand die dood is. En niet alleen oude mensen of mensen die verzwakt zijn. Ook jonge mensen sterven. Dus ja, wij maken ons zorgen."

"Die beelden van de overstelpte ziekenhuizen, van de lijkkisten waar niemand nog blijf mee weet, het is moeilijk te beschrijven wat dat met ons doet. Soms probeer ik ze gewoon niet te zien, uit zelfbescherming. Maar je probeert toch vooruit te kijken, er de moed in te houden. Uit respect voor iedereen die iemand verliest en die zelfs geen laatste groet meer kan brengen", zegt Paganelli.

Video player inladen...

"Dat is echt verschrikkelijk. Als je een dierbare verliest, kun je niets doen. Niets. Je moet wachten, en ja, misschien komt er een dag waarop je een laatste groet zult kunnen brengen. Dat is echt een vreselijke situatie, zoiets hebben we nog nooit meegemaakt."

"En dan heb je nog de dagdagelijkse onzekerheid. Wat moet je doen? Je moet binnen blijven, ja. Maar als je werkt, zoals ik, dan moet je wel de straat op. En dan sluipt de angst onbewust toch altijd binnen. Maar dan zeg je tegen jezelf: het komt wel goed. Alles komt goed. En wat moeten de mensen die in de zorgsector werken dan niet voelen? Er zijn er hier alleen al in Bergamo 60 gestorven", zegt Paganelli nog.

"De besmetting loert altijd om de hoek. Iedereen die ‘s avonds naar huis gaat heeft een gezin, een grootouder, een vrouw, een echtgenoot. Dat is ook wat je bezorgd maakt hé. Er zijn mensen die niet meer thuis durven te gaan slapen, uit angst om hun familie te besmetten. Mensen met een risicoberoep, dokters, begrafenisondernemers… Die kiezen ervoor om op hun werk te blijven slapen. Zo groot is de angst."

EPA

"Mensen durven niet meer naar het ziekenhuis te gaan. We weten natuurlijk maar al te goed hoe het er daar aan toe gaat. Mensen proberen zich dus zo lang mogelijk bij hun huisarts te laten behandelen. En zelfs als je gezond bent, voel je altijd wel iets. Wat keelpijn, spierpijn, hoofdpijn, vermoeidheid… Wat moet dat dan niet zijn als je dagelijks in contact komt met besmette mensen?"

"Mijn vader heeft de oorlog meegemaakt. Hij vertelde daar vaak over. Maar toen wist je wie de vijand was. Nu is hij onzichtbaar, dat is het ergste hieraan. Het is lente, de zon schijnt, maar als je naar buiten gaat, kun je getroffen worden door het virus. Je ziet het gevaar niet komen. Als je een ravijn ziet, kun je stoppen, als een auto te snel komt aangereden kun je wegspringen. Maar nu zie je niets. Niets", zegt Paganelli.

"We hopen echt dat dit snel voorbij gaat. Al zal het leven wellicht nooit meer hetzelfde zijn. Ik weet niet of we nog ooit echt gerust zullen kunnen zijn. Kijk maar naar al die oude mensen, die in het begin nog elke dag verschillende keren naar de winkel gingen, met het idee: ik heb alles al meegemaakt, wat kan mij nog overkomen? Wel, ze betalen daar nu een hoge prijs voor."

Giovanni Panzeri, Piacenza

"Ik speel rugby in het team van Codogno, de plek waar het in februari allemaal begon. Daar is de eerste patiënt van deze crisis binnengekomen, Mattia, een man van 38 uit Codogno. Een vriend van mij werkt daar in het ziekenhuis. Hij moest die dag werken. Meteen sloten ze het ziekenhuis helemaal af. Mijn vriend is 15 dagen lang in het ziekenhuis moeten blijven, hij werkte 15-18 uur per dag, met maar een paar uur slaap elke nacht", vertelt Giovanni Panzeri.

Video player inladen...

"Iedereen uit de omgeving werd toen getest, dus er kwamen honderden patiënten in het ziekenhuis aan. Het systeem klapte meteen in elkaar. Die vriend van mij vertelde ons toen al: je hebt geen idee wat er gaande is… Dus wij hadden heel snel door hoe erg het was, maar niemand wou toen naar ons luisteren. Iedereen heeft het onderschat."

"Codogno ligt naast Piacenza, waar ik woon. Elke dag sterven er in mijn stad 30 mensen en zijn er 100 nieuwe besmettingen. De hele dag hoor ik ambulances af en aan rijden. In totaal hebben we hier al 500 doden te betreuren. De gemiddelde leeftijd is 77. Een hele generatie verdwijnt", zegt Panzeri.

"Mijn schoonvader is twee weken geleden gestorven. Hij was 81. Hij had een lichte hartaanval gehad. Hij lag in een privé-rusthuis. Maar toen de crisis uitbrak, sloten ze alle rusthuizen, niemand mocht nog op bezoek komen, vanwege corona. Al snel bleken de rusthuizen vol besmette patiënten te zitten, vandaar dat er zoveel doden zijn. Drie weken lang hebben we mijn schoonvader niet mogen zien, we hadden geen nieuws over hem. Tot het bericht kwam dat hij dood was."

Video player inladen...

"We mochten hem begraven, maar zonder begrafenisdienst. Je mag naar het kerkhof, met een priester, in ons geval. Mijn schoonmoeder mocht niet gaan, want ze heeft een zwakke gezondheid, dus het is te gevaarlijk voor haar om buiten te komen. Alleen mijn vrouw en haar zus waren erbij om afscheid te nemen."

"Er is in Piacenza wel psychologische hulp voorzien. Want je kunt je voorstellen, al die oude mensen, 500 doden, niemand mag zijn familie of geliefden nog zien… Iedereen heeft wel iemand verloren. Iedereen is geraakt hierdoor. En wat nog het ergste is: al deze mensen waren zonder dit virus misschien niet gestorven. Ja, ze waren oud, of verzwakt, zoals mijn schoonvader. Maar zonder dit virus leefde hij misschien nog. Daar mag je niet aan denken, of je wordt gek", zegt Panzeri.

"Gelukkig zijn er ook mensen die genezen. Twee vrienden van mij waren er erg aan toe, maar nu zijn ze aan de beterhand. We hopen dat deze week toch eindelijk de piek bereikt wordt, en dat we stilaan wat licht kunnen zien aan het eind van deze tunnel."

Luca Franzese, Napels

"Mijn zus kreeg een week voor ze stierf griepachtige symptomen. Haar huisarts wilde niet tot bij haar komen, ook al had ze epilepsie en dus een onderliggend medisch probleem. Op de avond van 7 maart begon haar toestand snel te verslechteren. Ze viel in een comateuze toestand. Haar dochter belde mij, ik ben er onmiddellijk naartoe gegaan", vertelt Luca Franzese.

"We probeerden het noodnummer te bellen, maar daar kwam geen antwoord. Pas na verschillende pogingen, ook van de buren, kregen we antwoord en werd er eindelijk een ambulance gestuurd. Die arriveerde 40 minuten later. Ik heb mijn zus intussen nog mond-op-mond-beademing gegeven en hartmassage. Toen de ambulance kwam probeerden ook de verplegers haar te reanimeren, maar de defibrillator was niet opgeladen, of hij was kapot, ik weet het niet. Tien minuten later was ze dood."

"Ik wist niet wat ik moest doen. Ik heb van alles geprobeerd om te weten te komen wat er moest gebeuren. Moest ik worden getest? Wat met haar lichaam? Wie moest dat komen ophalen? Ik heb mezelf dan maar in quarantaine geplaatst en uiteindelijk zijn ze dan toch het lichaam komen halen, maar pas nadat ik een journalist en zelfs de baas van de civiele bescherming gecontacteerd had."

Video player inladen...

"We hebben geen afscheid van haar kunnen nemen, ook mijn ouders niet. Want die kunnen hun huis niet uit. Een begrafenis was er niet. We hebben van niemand iets gehoord, niet van de gemeente, niet van de diensten van het regiobestuur, zelfs geen rouwbetuiging. Ze hebben ons aan ons lot overgelaten", vertelt Franzese.

"Zonder hulp van vrienden en familieleden hadden we het niet gered. Wat ik wil zeggen aan de overheid is: jullie maken er een ongelooflijke, absurde chaos van. Er zijn mensen die hulpbehoevend thuis zitten, wat moeten die doen?"

"Onlangs was hier in de wijk Poggioreale een kindje van 4 dat al dagenlang hoge koorts had. De ambulance wilde niet komen. Een echte schande! Dat zijn kinderen! Alleen telefonisch word je nog geholpen. Maar die familie is ten einde raad!"

De Corso Umberto in Napels
EPA

"In Napels lopen er nog altijd heel veel mensen op straat. Mensen die zich nog altijd niet realiseren dat er een onzichtbare moordenaar aan het werk is. Hij valt jou aan, en via jou ook de mensen van wie je houdt. Maar we worden helemaal aan ons lot overgelaten", zegt Franzese.

"Van thuis uit probeer ik nu een systeem op te zetten om voedsel en schoonmaakmiddelen en zo te bezorgen aan mensen. We proberen een ophaling te organiseren, voor wie niet meer buiten kan of geen geld heeft. Zover is het gekomen. Want de gemeente doet niks. Er is geen politie, geen civiele bescherming, niemand die voor de mensen zorgt. Ik mag er niet aan denken hoeveel oudere mensen aan hun lot worden overgelaten. Als dit zo doorgaat, raken we hier nooit meer uit."