"Wie het kan, stopt er iets in. Wie dat niet kan, haalt er iets uit".

Italianen en Spanjaarden lijden ook financieel onder coronacrisis: "Veel mensen hebben nu géén inkomen"

Italië en Spanje worden ongenadig hard getroffen door de coronacrisis. Ook financieel bedreigt die steeds meer mensen in het zuiden van Europa. Veel mensen die leven van de zwarte economie, kunnen intussen hun boodschappen niet meer betalen en zijn aangewezen op liefdadigheid. 

Terwijl er twee weken geleden nog beelden van zingende Italianen in quarantaine de wereld rondgingen, wordt de sfeer onrustiger in het land dat al drie weken lang in quarantaine is door de coronacrisis. 

Ook de economie heeft zwaar te lijden. Vooral in het arme zuiden van het land heeft dat een grote impact. In de Italiaanse pers verschijnen de laatste dagen berichten over wanhopige Italianen die boodschappen doen zonder af te rekenen.

In de straten van Napels of Palermo duiken mandjes op en "deelkasten" of "deelbanken" waar mensen die het zich kunnen permitteren voedsel achterlaten voor inwoners die het nodig hebben.

Supermarktbonnen

In supermarkten worden karretjes gevuld waar mensen iets uit kunnen halen.

De Italiaanse regering kondigde aan om 4,7 miljard euro ter beschikking te stellen van de mensen in nood. Het grootste deel daarvan, 4,3 miljard euro, is een voorschot op het bedrag dat de centrale overheid elk jaar overmaakt aan de gemeentes. De rest komt er bovenop en moet door de burgemeesters in de vorm van supermarktbonnen worden uitgedeeld aan de meest behoeftigen. 

Maar het bedrag bestemd voor de supermarktbonnen is ontoereikend, zeggen de burgemeesters. "Want een aanzienlijk deel van de bevolking heeft op dit moment géén inkomen", zegt de burgemeester van Catania, de tweede stad van Sicilië.

Schaduweconomie

Een groot probleem in Zuid-Italië en elders in Zuid-Europa, is dat een deel van de economie draait op zwartwerk. Volgens cijfers uit 2016 geldt dat in Italië voor meer dan 27 procent van de economie. In Griekenland is de "schaduweconomie" met meer dan 30 procent zelfs nog sterker vertegenwoordigd.

Wie niet officieel geregistreerd is als werknemer, kan nu geen beroep doen op uitkeringen of premies van de overheid. Het gaat vooral om mensen die werken in de horeca, als huishoudhulp of seizoensarbeider in de landbouw of het toerisme, maar die door de coronacrisis zonder werk zijn komen te zitten.

Ook in Spanje is hun aandeel groot. Het land maakte vandaag bekend dat in de maand maart als een gevolg van de coronacrisis een recordaantal nieuwe werklozen is geregistreerd, 302.265 om precies te zijn.

Het gaat dus om de grootste toename ooit in de werkloosheidsstatistieken, maar de officiële cijfers zeggen lang niet alles. Als het aantal tijdelijke jobs wordt meegerekend, die niet officieel geregistreerd zijn, zijn de voorbije maand zelfs bijna 900.000 jobs verdwenen.