Copyright 2020 The Associated Press. All rights reserved.

Grafiek: aantal overlijdens in België blijft hard stijgen: hoe zit dat in andere landen? En kunnen we dat vergelijken?

In de afgelopen zeven dagen is het aantal overlijdens aan COVID-19 in België per dag met gemiddeld een kwart toegenomen. Hadden we vorige week vrijdag nog geen 300 overlijdens, zijn het er inmiddels al meer dan 1.000. Ook de landen om ons heen zien stijgingen, maar zijn die net zo erg? En hoe vergelijk je dat best? Een uitleg.

Vorige week vrijdag brachten we al een verhaal om uit te leggen waarom zomaar landen vergelijken niet mogelijk is. Allereerst omdat de cijfers lastig tegen elkaar af te zetten zijn. Het ene land test meer dan het andere, en overlijdens worden ook niet overal op dezelfde manier geteld.

Naast de cijfers zelf, moet je, om het verloop van de curve te voorspellen iets weten over de cultuur van het land, of mensen dicht bij elkaar wonen, hoe oud de bevolking is, en nog veel meer. 

Behoefte om te vergelijken blijft

Om die reden zijn we ook terughoudend geweest met het delen van grafieken die uitnodigen om precies dat te doen. Een vraag als "gaan we Italië achterna?" of "doen we het beter dan Nederland?" is niet te beantwoorden met de kennis die we nu hebben - een eerlijke vergelijking kunnen we pas maken als we allemaal de piek "over" zijn.

Maar de behoefte om te weten hoe andere landen ervoor staan, blijft. En er zijn inmiddels ontelbaar veel manieren om dat in beeld te brengen. Besmettingen, overlijdens, ziekenhuisopnames, afgezet naar de bevolking of op een logaritmische schaal. En elke grafiek levert ook een iets ander beeld op. 

De meeste mensen zijn het er inmiddels over eens dat het totale aantal besmettingen nog maar weinig zegt. Landen die meer testen, rapporteren meer besmettingen, terwijl andere landen alleen de meest urgente gevallen testen. 

Overlijdens lijken betrouwbaarder

Overlijdens lijken al betrouwbaarder, hoewel ook hier verschillen bestaan. We stipten dit vorige week al aan: sommige landen nemen overlijdens buiten het ziekenhuis wel mee, andere niet. België is hier vorige week mee begonnen, waardoor onze cijfers nu wellicht sneller lijken te stijgen: als we meer overlijdens meetellen, zijn de aantallen ook hoger.

Dan speelt nog mee dat niet alle gemelde overlijdens op dezelfde dag hebben plaatsgevonden. Op de persconferentie van afgelopen dinsdag bleek bijvoorbeeld dat 94 overlijdens tussen 11 maart en 31 maart nog niet waren geteld in de statistieken. Die kwamen er allemaal op één dag bij, waardoor ons land die dag een recordaantal nieuwe overlijdens bijschreef. Maar die waren dus niet allemaal écht nieuw.

Het is aannemelijk dat deze problemen ook in andere landen spelen. Dat zorgt ervoor dat grafieken hooguit grofweg bekeken moeten worden, en niet op elk individueel datapunt. Trends zijn betrouwbaarder dan ruwe cijfers, het globale plaatje betrouwbaarder dan de details.

Maar hoe moet je die grafieken weergeven? Kies je voor de absolute cijfers, of toch voor de cijfers per 100.000 of 1 miljoen inwoners? De absolute cijfers zeggen direct iets over de verspreiding, terwijl de cijfers per capita een beter inzicht geven in de impact van de ziekte op een land. Maar daar is niet alles mee gezegd.

Bekijk bijvoorbeeld deze kaart hierboven van het aantal overlijdens per 1 miljoen inwoners in Europa. Bijna alle landen hebben dezelfde, lichtblauwe kleur. Italië en Spanje zijn iets donkerder, maar volgens de legende moet er nog een land zijn waar er zo'n 800 overlijdens per 1 miljoen inwoners zijn. 

Dat is San Marino, een piepklein land, gelegen in Italië, met zo'n 33.000 inwoners. Op 1 april 2020 waren daar 26 overlijdens geteld. Klinkt niet als veel, maar omgerekend gaat het om 766 overlijdens per 1 miljoen inwoners. Hierdoor wordt de kaart volledig uit z'n verband gerukt.

Kijken naar groei in plaats van aantallen

Dit is een systematisch probleem met het afzetten van overlijdens per inwoneraantallen. Het zorgt ervoor dat in kleinere landen de uitbraak disproportioneel groot lijkt, terwijl het in grotere landen zoals de Verenigde Staten juist minder erg lijkt, hoewel inmiddels duidelijk is dat de Verenigde Staten extreem hard getroffen gaan worden door het coronavirus.

Hoe we dat weten? Door te kijken naar groei. Het gaat bij epidemieën niet om de aantallen op zich, of die nu absoluut of relatief zijn. Waar het wel om gaat, is de vraag hoe snel de aantallen toenemen. Hoe snel verdubbelt het aantal overlijdens? Dat zegt iets over hoezeer de ziekte nog om zich heen grijpt. 

Hoe lees je deze grafiek?

Een grafiek met een logaritmische schaal laat groei beter zien dan een lineaire schaal. Exponentiële groei ziet er hier uit als een rechte lijn. Hoe steiler die lijn, hoe sneller de groei. De stippellijnen geven aan hoe steil een grafiek loopt als het aantal overlijdens elke dag verdubbelt, om de twee dagen, om de drie dagen, et cetera. 

Let erop dat de stippellijnen geen begrenzingen aangeven, maar een hulplijn zijn om de steilheid te bepalen. Kijk daarvoor naar het nieuwste deel van de curve. De curve van China loopt bijvoorbeeld ongeveer even steil als de hulplijn voor 'elke maand een verdubbeling', en de curve van de Verenigde Staten loopt gelijk aan de hulplijn voor 'om de drie dagen'. 

Neem een grafiek zoals deze. Voor de zekerheid nog een korte uitleg over de logaritmische schaal: die helpt om groei te laten zien. Exponentiële groei, waarbij de aantallen telkens met dezelfde factor toenemen in een bepaalde periode, ziet er op zo'n grafiek uit als een rechte lijn. De curve zegt dus niet zozeer iets over de totale aantallen, maar over hoe snel het groeit. 

Hoe steiler de curve, hoe sneller de groei. Hoe platter de curve, hoe langzamer de groei. Hier zien we dat het aantal overlijdens in de VS elke drie dagen verdubbelt. We zien ook dat Italië inmiddels behoorlijk is afgebogen en er ongeveer een week over doet om te verdubbelen. Hoe langer de verdubbelingstijd, hoe "beter" het gaat.

Als we deze grafiek om zouden zetten in een grafiek per 1 miljoen inwoners, verandert de positie van de landen op een dusdanige manier dat de uitbraken in het Verenigd Koninkrijk en in de Verenigde Staten veel minder ernstig lijken dan ze zijn.

België lijkt nu juist zwaarder getroffen te zijn, omdat ons land kleiner is en het aantal overlijdens per miljoen inwoners omgerekend dus al snel groter is. Terwijl in de Verenigde Staten het aantal overlijdens elke drie dagen verdubbelt, en in België elke vier dagen.

Die verdubbelingstijd kun je afleiden uit de grafieken, maar er zijn ook overzichten in tabellen. De website Our World in Data houdt een tabel bij met de verdubbelingstijden voor de overlijdens, die ze elke dag vernieuwen. De tabel hieronder geeft een overzicht voor de landen die ook in de grafiek voorkwamen, actueel voor 2 april 2020.

De conclusie: groei is interessanter dan absolute cijfers, maar groei per 1 miljoen inwoners geeft vaak een vertekend beeld van hoe de situatie echt in elkaar zit.

Op dit moment verdubbelt het aantal overlijdens in België sneller dan in Nederland, maar minder snel dan in de Verenigde Staten. Het is afwachten of we er de komende dagen in slagen de verdubbeling nog verder naar beneden te brengen.