Een Spaans soldaat vuurt een haakbus af.
Public domain

Spaanse conquistadors waren afhankelijk van inheemse smeden voor hun munitie

Toen de Spaanse veroveraars, de conquistadors, in de Amerika's aankwamen, slaagden ze er meestal in de plaatselijke bevolking te onderwerpen, deels door hun superieure wapens en technologie. Uit archeologische bewijzen blijkt echter dat, in minstens een zeer belangrijk opzicht, de Spanjaarden zeer afhankelijk waren van een oudere, inheemse technologie in delen van Midden-Amerika, namelijk het smelten en bewerken van koper. En dat hadden ze onder meer nodig om hun munitievoorraden op peil te houden. 

De Spaanse invallers hadden koper nodig voor hun artillerie, en ook voor munten en potten en pannen, maar ze hadden zelf de kennis en de vaardigheden niet om het metaal te produceren. Zelfs Spanje had in die tijd het metaal al eeuwenlang niet meer zelf geproduceerd en vertrouwde op import uit Centraal-Europa. 

In Midden-Amerika, grofweg het huidige Mexico, Guatemala, Belize en Honduras, waren de conquistadors wel verplicht een beroep te doen op plaatselijke smelters, ovenbouwers en mijnwerkers om aan het onontbeerlijke metaal te geraken.

Die geschoolde arbeiders waren op hun beurt in staat om af te dwingen dat zij en hun stamgenoten vrijgesteld werden van de belastingen die de overige inheemse bevolking moest betalen en dat ze ook andere economische en politieke voorrechten kregen. Ze vroegen en kregen ook ijzeren werktuigen om het erts uit de grond te halen.

Die afhankelijkheid van de plaatselijke expertise heeft minstens een eeuw lang geduurd, en mogelijk zelfs wel twee eeuwen of meer, zo blijkt uit nieuw onderzoek van Dorothy Hosler, professor archeologie en oude technologie aan het Massachusetts Institute of Technology en Johan García Zaidúa, een onderzoeker aan de Universidade do Porto.  

Deze haard van een van de Midden-Amerikaanse smeltovens, die opgegraven werden door Hosler en haar team, was een van de sites die aantoonden dat de inheemse bevolking koper produceerde voor de Spaanse kolonisten.
Dorothy Hosler

Blaasbalgen

Het onderzoek maakte gebruik van informatie over meer dan vier eeuwen aan archeologische vondsten en artefacten die opgegraven werden door Hosler en haar team op de site van El Manchón in Mexico, in de loop van jaren van veldwerk, en van laboratoriumonderzoek en onderzoek in historische archieven in Spanje, Portugal en Mexico, dat geanalyseerd werd door García Zaidúa.

El Manchón is een grote en afgelegen nederzetting, die eerst geen sporen vertoonde van een Spaanse aanwezigheid. De site bestaat uit drie steile sectoren, waarvan er twee de funderingen vertonen van langhuizen. Sommige van die huizen hadden binnenkamers, religieuze heiligdommen en binnenhoven, en hun configuratie was wel Midden-Amerikaans van concept, maar vertoonde geen verwantschap met om het even welke bekende etnische groep, zoals de Azteken bijvoorbeeld. 

De Spaanse invallers hadden dringend enorme hoeveelheden koper en tin nodig om brons te maken voor hun kanonnen en ander wapentuig, zei Hosler, en dat is ook vastgelegd in de archieven en andere historische bronnen. Maar, "ze wisten niet hoe ze het uit erts moesten uitsmelten", terwijl archeologische gegevens suggereren dat de inheemse bevolking al eeuwenlang koper smolt in deze nederzetting, voornamelijk om rituele of ceremoniële voorwerpen te maken zoals bellen en amuletten. 

De vakmannen die zich daarmee bezighielden, waren erg bedreven in de bewerking van koper en ze produceerden al honderden jaren lang complexe legeringen, waaronder koper-zilver, koper-arsenicum en koper-tin, in de deelstaat Guerrero, waarin El Manchón ligt, en elders. 

Ze deden dat op kleine schaal en gebruikten blaaspijpen en smeltkroezen om koper- en ander erts te smelten. Maar de Spanjaarden waren wanhopig op zoek naar grote hoeveelheden koper en tin, en in overleg met de plaatselijke smelters introduceerden ze Europese technologie in het proces.  

Hosler en haar collega's hadden namelijk een raadselachtig element opgegraven dat bestond uit twee evenwijdige gangen van stenen die naar een grote koek van slakken in het smeltgebied leiden. Ze identificeerden dit als de overblijfselen van een nog nooit eerder gedocumenteerde hybride vorm van een gesloten smeltoven, die aangedreven werd door Europese blaasbalgen die met de hand werden bediend. 

Een klein plaatselijk museum in de hooglanden van Guerrero heeft een illustratie van een ontwerp van zo'n hybride smeltoven, met het aangepaste door de Europeanen geïntroduceerde systeem van blaasbalgen, dat in staat zou zijn geweest om grote hoeveelheden koper te produceren, maar echte overblijfselen van zo'n smeltovens waren nog nooit eerder gevonden. 

Diagram (onderaan) van de opgravingssite van een van de inheemse smeltovens die aangepast werden om Europese blaasbalgen te gebruiken in plaats van blaaspijpen. De toevoegingen bovenaan zijn de dikke koek slakken die de juiste afmetingen heeft voor de 'cendrada', het smeltgebied (links), en een reconstructie van het hybride ontwerp van de smeltoven (rechts).
Dorothy Hosler

1.150 graden Celsius

De periode waarin de site bewoond werd, loopt van ongeveer 1240 tot 1680, zei Hosler, en mogelijk werd ze al vroeger en ook nog later gebruikt. 

De site in de staat Guerrero, die Hosler opgegraven heeft gedurende vier seizoenen van veldwerk - voor het werk opgeschort moest worden wegens de activiteiten van een plaatselijk drugskartel -, bevat grote hopen koperslakken, die opgebouwd zijn in de loop van eeuwen van intensief gebruik.

Om echter de eeuwen van onderlinge afhankelijkheid van de twee bevolkingsgroepen, de Spanjaarden en de inheemse specialisten, in deze afgelegen buitenpost te kunnen identificeren, was er een combinatie nodig van de fysieke bewijzen, analyses van de ertsen en slakken op de site, het opvallende archeologische element in het smeltgebied van de oven, het opzoekwerk in de archieven en een reconstructie van de smeltoven.

Eerder onderzoek van de slakken op de site door Hosler en een aantal van haar studenten had aangetoond dat die gevormd waren bij een temperatuur van 1.150 graden Celsius, die nooit bereikt zou kunnen zijn met enkel het systeem van de blaaspijpen en die blaasbalgen zou vereist hebben. Dat helpt om te bevestigen dat de site in gebruik is gebleven nog lang in de koloniale periode, zei Hosler.

De onderzoekers hebben jarenlang geprobeerd de verschillende hopen slakken op de site te dateren en ze hebben daarvoor ook archeomagnetische gegevens proberen te gebruiken, maar ze ontdekten dat die methode niet geschikt was voor dit bepaalde gebied in Mexico. Uiteindelijk bleken de geschreven historische bronnen de sleutel te bieden om wijs te worden uit de grote verscheidenheid aan dateringen, die het eeuwenlange gebruik van de site weerspiegelde.

Documenten die naar Spanje gestuurd werden in het begin van de koloniale periode, beschrijven de beschikbaarheid van plaatselijk geproduceerd koper en de succesvolle tests die de kolonisten uitgevoerd hadden om er bronzen artilleriestukken mee te gieten. Een aantal documenten beschrijft ook de economische privileges voor hun volk die de inheemse koperproducenten geëist en gekregen hadden, op basis van hun gespecialiseerde kennis van de metaalbewerking.

"We weten uit documenten dat de Europeanen er achter waren gekomen dat de enige manier waarop ze koper konden smelten, samenwerken was met de inheemse bevolking die dat reeds volop deed", zei Hosler. "Ze moesten het op een akkoordje gooien met de inheemse smelters."   

"Wat er voor mij zo interessant aan is, is dat we in staat zijn geweest om traditionele archeologische methoden te gebruiken, gegevens van de analyse van de materialen zowel als etnografische gegevens [van de smeltoven in een museum in het gebied] en historisch materiaal en materiaal uit de archieven in Portugal, Spanje en Mexico, en dat we al die gegevens van deze verschillende disciplines hebben kunnen samenvoegen tot een verklaring die volkomen solide is."

De studie van professor Dorothy Hosler en Johan Garcia Zaidua is gepubliceerd in Latin America Antiquity. Dit artikel is gebaseerd op een persbericht van het Massachusetts Institute of Technology. 

Een typische, metalen conquistador-helm uit de 17e eeuw.