Wilde apen steken een straat over via de elektriciteitskabels om het verkeer te vermijden.
STR/NurPhoto

Link tussen de overdracht van virussen, bedreigde wilde dieren en het milieu

Menselijke activiteiten als de jacht op en de handel in wilde dieren, het aantasten van hun leefmilieus en de toenemende verstedelijking, vergemakkelijken nauw contact tussen mensen en wilde dieren, en vergroten het risico op de overdracht van virussen van dieren op mensen, zo blijkt uit een nieuwe studie. Uit een andere studie blijkt dan weer dat het kappen van bossen voor landbouwgrond in Oeganda meer contacten tussen wilde apen en mensen met zich meebrengt, en ook het risico vergroot op de overdracht van virussen. 

De eerste studie levert nieuwe gegevens om vast te stellen hoe groot het risico op de overdracht van virussen bij bepaalde diersoorten is en toont duidelijk aan dat de processen die leiden tot het achteruitgaan van de populaties van wilde dieren, ook de overdracht van dierlijke virussen op de mens mogelijk maken. 

"De overdracht van virussen van dieren is een direct gevolg van onze acties in verband met wilde dieren en hun habitats. De consequentie daarvan is dat ze hun virussen met ons delen. Deze acties bedreigen tegelijkertijd het overleven van diersoorten en vergroten het risico op overdracht. Door een ongelukkige samenloop van vele factoren, levert dit het soort van knoeiboel op waarin we ons nu bevinden", zei hoofdauteur van de studie Christine Kreuder Johnson. 

Kreuder Johnson is directeur van het Epicenter for Disease Dynamics aan de veeartsenijschool van de University of California Davis, en projectleider van het USAID Emerging Pandemic Threat PREDICT programma. 

Vleermuizen en ander 'bushmeat' op een markt in Indonesië.
University of California Davis

Van zeer algemeen...

Voor de studie stelden de onderzoekers een grote gegevensbank samen over de 142 virussen waarvan bekend is dat ze overgaan van dieren op mensen, en over de diersoorten die daarbij betrokken zijn als potentiële gastheren.

Aan de hand van de IUCN Lijst van Bedreigde Soorten onderzochten ze vervolgens de patronen in de grootte van de populaties van die soorten, het risico op uitsterven ervan, en de onderliggende oorzaken voor de achteruitgang van de soorten. 

De gegevens brachten duidelijke tendenzen aan het licht in verband met het risico op de overdracht van virussen, tendenzen die de interacties tussen mensen en dieren in de loop van de geschiedenis in de verf zetten. 

Zo hebben gedomesticeerde dieren, waaronder ook nutsdieren - vee - veruit het grootste aantal virussen gedeeld met mensen. Ze zijn de gastheren van acht keer meer zoönotische virussen dan wilde zoogdiersoorten. Een zoönose is een ziekte die van dieren op mensen wordt overgedragen, ofwel direct of via een vector, bijvoorbeeld een muskiet. 

Dat grote aantal is waarschijnlijk het gevolg van onze eeuwenlang nauwe interacties met deze diersoorten. 

Wilde dieren die in aantal zijn toegenomen en zich goed hebben aangepast aan door de mens gedomineerde milieus, delen ook meer virussen met mensen. Tot deze soorten behoren een aantal knaagdieren, een aantal soorten vleermuizen en primaten - apen en halfapen - die tussen mensen leven, in de buurt van onze huizen en tussen onze boerderijen en gewassen.

Dat maakt dat zij een grote risicofactor vormen voor de doorlopende overdracht van virussen op mensen.   

Een jonge bruine rat komt uit een afvoerbuis. Bruine ratten, die zich goed aangepast hebben aan de mens en ongeveer overal ter wereld verspreid zijn geraakt door toedoen van de mens, kunnen het hantavirus verspreiden en een aantal bacteriële ziekten zoals de ziekte van Weil en de pest.

...tot erg zeldzaam

Aan de andere kant van het spectrum vinden we soorten die net erg slecht met de mens kunnen samenleven en bedreigd of sterk bedreigd zijn. Daartoe behoren soorten waarvan de achteruitgang van de populaties te maken heeft met de jacht, de handel in wilde diersoorten en een door de mens veroorzaakte verslechtering van de kwaliteit van hun leefmilieu. Vergeleken met soorten waarvan de populaties terugvielen door andere oorzaken, werd van deze soorten voorspeld dat ze twee keer zoveel zoönotische virussen zouden met zich meedragen. 

Bedreigde en sterk bedreigde diersoorten worden bovendien vaak van dichtbij opgevolgd en beheerd door mensen die de populaties willen herstellen, en dat brengt hen nog in nauwer contact met mensen. 

Vleermuizen bijvoorbeeld, waarvan in de 21e eeuw minstens één soort is uitgestorven en veel soorten bedreigd of sterk bedreigd zijn, zijn herhaaldelijk genoemd als de bron van 'ziekteverwekkers met verstrekkende gevolgen' waaronder het SARS-virus, het nipahvirus, het marburgvirus en de ebolavirussen. Samen met gedomesticeerde dieren en apen vormen vleermuizen de top drie van de dieren met de meeste zoönotische virussen.

Een aap steelt een bakbanaan van het terras van een hotel aan de rand van de jungle in Nicaragua.
2012 MCT

"Geen gebrek aan virussen"

"We moeten echt meer aandacht besteden aan hoe we omgaan met wilde dieren en aan de activiteiten die mensen en wilde dieren samenbrengen", zei Johnson. "We willen uiteraard geen pandemieën op deze schaal. We moeten een manier vinden om veilig samen te leven met wilde dieren, aangezien ze geen gebrek hebben aan virussen die ze ons kunnen geven."

De studie van de onderzoekers van de University of California Davis en de University of Melbourne in Australië is gepubliceerd in Proceedings of the Royal Society B

Groene of anubisbavianen spelen aan de auto van onderzoekster Laura Bloomberg in Oeganda.
Laura Bloomsfield

"Meer landbouwgrond, meer overdracht van virussen"

Een andere studie, van de Stanford University in de VS, stelt dat virussen die overspringen van dieren op mensen, zoals het nieuwe coronavirus, waarschijnlijk meer zullen voorkomen als mensen blijven voortgaan met het omzetten van natuurlijke habitats in landbouwgrond. 

De analyse toont hoe het verlies van tropische wouden in Oeganda een groter risico met zich meebrengt op fysieke interacties tussen mensen en wilde apen en de virussen die ze dragen. Dat heeft ook gevolgen voor de opkomst en de verspreiding van zoönoses elders in de wereld. 

"Op een ogenblik dat COVID-19 nooit geziene niveaus van verwoesting veroorzaakt op het vlak van de economie, het sociale leven en de volksgezondheid, is het essentieel dat we kritisch nadenken over hoe menselijke gedragingen onze interacties met geïnfecteerde dieren doen toenemen", zei hoofdauteur Laura Bloomberg. "De combinatie van diepgaande veranderingen van het milieu, zoals ontbossing, en armoede kan het vuur van een wereldwijde pandemie doen ontbranden." 

Bloomberg is student geneeskunde en kandidaat doctor Milieu en Natuurlijke Hulpbronnen aan Stanford.

De grens tussen het Bwindi Impenetrable Forest and National Park en landbouwgebied in Oeganda.

Veranderend landschap

Mensen hebben zowat de helft van het land ter wereld omgezet in landbouwgrond. De laatste decennia hebben de tropische wouden daar het meest onder te lijden gehad, en in Afrika is het creëren van nieuwe landbouwgronden verantwoordelijk voor zo'n driekwart van het recente verlies van bossen. Wat overblijft buiten de beschermde parken, zijn kleine eilandjes van bos in een zee van landbouwgrond, en gebieden waar de landbouwgrond in grotere beboste gebieden binnendringt. 

In Oeganda hebben tientallen jaren van migratie en van het creëren van landbouwgrond naast het Kibale Nationaal Park geleid tot een grote hoeveelheid mensen die proberen hun families te onderhouden aan de rand van beboste leefgebieden. Ook aan andere beschermde parken is dat het geval. Normaal gezien vermijden mensen wilde primaten omdat het welbekend is dat ze dragers zijn van ziektes, en omdat veel soorten beschermd zijn door de Wildlife Authority. Maar het voortdurende verlies van bebost leefgebied betekent dat wilde primaten en mensen meer en meer dezelfde ruimte delen en wedijveren om hetzelfde voedsel. 

Als mensen zich in de beboste gebieden wagen, op zoek naar natuurlijke hulpbronnen, en als dieren hun leefgebied verlaten om de oogsten te plunderen, nemen de kansen toe op de overdracht van zoönotische ziekten. 

"Wij mensen gaan naar deze dieren toe", zei mede-auteur Eric Lambin. "We dwingen deze interactie af door het land te transformeren." De Belg Eric Lambin is professor aan de School of Earth, Energy & Environmental Sciences van Stanford en hoogleraar aan de Université catholique de Louvain.

Een anubisbaviaan met een kleintje in Oeganda.
Charles J. Sharp/Sharp Photography,/Wikimedia Commons/CC BY-SA 4.0

Infecties voorspellen

Op basis van hoge resolutie satellietfoto's en onderzoek naar het landgebruik van kleine boeren in de buurt van fragmenten bebost gebied, kwamen de onderzoekers tot de conclusie dat de belangrijkste voorspellende factoren voor contacten tussen mensen en wilde apen de lengte waren van de grens met het bos rond de huizen van de mensen en de frequentie waarmee mensen die beboste gebieden betraden om kleine bomen te verzamelen die moeten dienen als constructiemateriaal.

De zoektocht naar die paalachtige boompjes, die niet makkelijk te vinden zijn, maakt dat de mensen meer tijd doorbrengen diep in de leefgebieden van wilde apen dan dat bij andere activiteiten in het bos het geval is. 

De onderzoekers waren verrast dat een aantal van hun veronderstellingen niet bleken te kloppen. Zo waren kleine fragmenten van overblijvend bos - en niet meer uitgestrekte beboste stukken - de plaatsen waar contacten tussen mensen en wilde primaten het meest waarschijnlijk waren, door de lange gedeelde grenzen met landbouwgrond. 

De onderzoekers gaan ervan uit dat het toenemend binnendringen van de landbouw in bossen en wouden en de menselijke activiteiten in deze gebieden die daar het gevolg van zijn, wereldwijd kunnen leiden tot meer overdrachten van infecties van wilde primaten op mensen. 

Oplossingen

Ze geven ook een aantal oplossingen om deze tendens om te buigen. Zo suggereren ze dat relatief kleine bufferzones, zoals boomkwekerijen of herbossingsprojecten rond bossen die rijk zijn aan biodiversiteit, de kansen op contacten tussen mensen en wilde primaten drastisch kunnen doen dalen. 

Ook zou het gebruik van externe hulpbronnen, zoals nationale of internationale hulp, om brandstof en constructiemateriaal te verschaffen of financiële tegemoetkomingen te geven, de druk kunnen verminderen op mensen om hout te gaan zoeken in de beboste gebieden. 

"Uiteindelijk is het beschermen van de habitats en het verminderen van de versplintering van de bossen onze beste kans om het aantal interacties tussen mensen en wilde dieren te verminderen", zei mede-auteur Tyler McIntosch, een vroegere graduaatstsudent van het Stanfird Earth Systems Program. 

De studie van het team van Stanford University is gepubliceerd in Landscape Ecology. Dit artikel is gebaseerd op persberichten van de University of California Davis en Stanford University.