75 jaar geleden: Buchenwald, een concentratiekamp bevrijd door zijn gevangenen

Op 11 april 1945 komen Amerikaanse soldaten aan bij het concentratiekamp Buchenwald. Ze zijn verrast: de gevangenen hebben zelf al enkele uren de controle overgenomen en zijn zeer goed georganiseerd. Bij de gevangenen ook veel Belgen.

Dit is een bijdrage van Dorien Styven.  Zij  is archivaris en wetenschappelijk medewerkster bij Kazerne Dossin. Haar onderzoek spitst zich toe op de onderduik en de werking van het Joods Verdedigingscomite. In 2015  zette zij in Kazerne Dossin de tentoonstelling op over de bevrijding van Buchenwald. Meer over de kampen en vervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog vindt u hier.

Op 11 april 1945 bereiken soldaten van het Amerikaanse 9th Armored Infantry Battalion het concentratiekamp Buchenwald. Kapitein Frederic Keffer vertelt: “We gingen vanuit het noorden het kamp binnen via de al doorgesneden prikkeldraad [...] Ik werd ontvangen door het kamphoofd, een voormalige gevangene [...] De organisatie van het kamp leek me zeer effectief, want een paar minuten later hoorde ik hoe mijn orders in zeven talen via de luidspreker werden doorgegeven. Toen ik de vergadering verliet, zag ik dat de poort bewaakt werd door gewapende overlevenden.” 

Leden van het Internationale Comité in Buchenwald, onder andere een Fransman. Een van de kind-gevangenen mag hun wapen dragen (NARA).

De gevangenen van Buchenwald hebben zich enkele uren voor de komst van de Amerikanen zelfstandig bevrijd. Het verzet in het kamp is al tijdens de oorlog zeer sterk. Aanvankelijk bestaat de gevangenenpopulatie vooral uit Duitsers, maar met de komst van Polen, Russen en Tsjecho-Slovaken in 1942 groeit de diversiteit.

Er ontstaan verschillende verzetsgroepen die in de zomer van 1943 samensmelten tot het clandestiene Internationaal Comité waarin alle politieke en religieuze strekkingen onder de gevangenen vertegenwoordigd zijn. Het comité verenigt de leden van de nationale comités, voor elke nationaliteit één, die landgenoten in het kamp helpen. De militaire tak van het Internationaal Comité organiseert sabotagedaden. Zij slagen er onder andere in van losse onderdelen een radio te maken waarmee de gevangenen geallieerde uitzendingen beluisteren.

SS-bewakers in Buchenwald met achter hen de gevangenen tijdens een appel (USHMM Lorenz Schmuhl papers ).

Na de aankomst van een groot transport uit Breendonk en Sint-Gillis op 8 mei 1944 wordt ook een Belgisch Comité opgericht dat zich bij het Internationaal Comité aansluit. Deze afdeling wordt geleid door een groep Belgen met uiteenlopende achtergronden. Een aantal van hen heeft al een politieke carrière of bouwt deze na de oorlog uit. Zo is er de communistJacques Grippa, die kort na de oorlog kabinetschef zal zijn van een paar ministers en in 1962 de eerste maoïstische partij in Europa zal oprichten, en Marcel Meunier, na de oorlog socialistisch senator. Het Belgisch Comité telt ook meerdere artsen, professoren en studentenleiders.  

Leden van het Belgische comité. Achteraan v.l.n.r. : Bert Van Hoorick (communist, later socialistisch volksvertegenwoordiger), Jacques Grippa, Jean Mardulyn, Alphonse Bonenfant (communist, later volksvertegenwoordiger) en Marcel Meunier. Vooraan v.l.n.r. : Georges Hebbelinck (journalist en later schrijver), Gaston Hoyaux (socialistisch volksvertegenwoordiger)  en Henri Glineur (communistisch volksvertegenwoordiger).  Cegesoma – collectie Algoet.

De militaire tak van het Internationaal Comité smokkelt vanaf augustus 1943 wapens binnen vanuit de fabrieken waar gevangenen dwangarbeid verrichten. Het Comité vreest dat de SS hen aan het einde van de oorlog zal liquideren en wil zich verdedigen. Wanneer op 11 april de Amerikanen naderen, treedt het gevangenen-bevrijdingsplan in werking.

Henri Glineur getuigt: “Er heerste een relatieve kalmte in het kamp. We hoorden het schieten van Amerikaanse kanonnen en mitrailleurs. Om 11.50  uur luidden de SS’ers het alarm ‘vijand in zicht’. Alle gevangene-kameraden snelden naar hun gevechtspositie. Het illegale leger opgericht in het kamp kwam in actie. De wapens werden uitgedeeld.”

Een uitgemergelde overlevende van het concentratiekamp drinkt wat water (USHM).

Om 14.30 uur horen de gevangenen de eerste Amerikaanse geweerschoten ten noorden van Buchenwald. Het Internationaal Comité zet de aanval op de overblijvende bewakers in. Steeds grotere delen van het kamp vallen in handen van de gevangenen. Na een uur is het voorbij: een honderdtal SS’ers is gevangengenomen en wordt opgesloten. Later die middag verschijnt een Amerikaanse delegatie in het kamp. Het Internationaal Comité heeft de leiding van Buchenwald op dat moment al in handen en zal die pas op 13 april aan de Amerikanen overdragen. 

De inwoners van het nabijgelegen Weimar bezoeken op 16 april 1945 onder dwang van het Amerikaanse leger het concentratiekamp Buchenwald. Ex-gevangenen kijken vanachter de muur toe. USHMM, George E. Rothlisberg collection.

Bij de bevrijding bevinden zich in Buchenwald naar schatting 21.000 overlevenden. Zij starten meteen met het organiseren van het dagelijks leven. Ze bereiden voedsel, brengen vaten met uitwerpselen weg en verzorgen de zieken en zwakken. In het quarantainekamp of Kleine Lager hebben 904 kinderen uit Oost-Europa dankzij de hulp en bescherming van medegevangenen de oorlog overleefd. Josef Schleifstein, vier jaar oud, is een van de kleinsten.

De bevrijde kinderen van Buchenwald verlaten het kamp op 17 april 1945 (NARA).

In het spoor van de Amerikaanse troepen komen op 13 april 1945 de Belgische oorlogscorrespondenten Paul Lévy en Raphael Algoet in Buchenwald aan. Zij ontmoeten er 622 Belgische overlevenden: verzetsstrijders, werkweigeraars, gijzelaars, Joden en gemeenrechtelijke gevangenen. Terwijl Lévy de overlevenden interviewt, fotografeert Algoet landgenoten op diverse locaties in het kamp. Op 16 april documenteren zij het gedwongen bezoek van de bevolking van het nabijgelegen Weimar aan Buchenwald.

Paul Lévy (centrum van de cirkel) legt de getuigenis van enkele Belgische overlevenden vast. Cegesoma – collectie Algoet. Paul Lévy en Raphael Algoet zijn beide in Groot-Brittannië toegetreden tot de Belgische Brigade Piron. Ze volgden als oorlogscorrespondenten in het voetspoor van het Amerikaanse leger bij de bevrijding van de kampen.

De Belgische overlevenden verkiezen twee kameraden die al voor de grote repatriëring per auto met Lévy en Algoet naar België mogen terugrijden. De eerste uitverkorene is de liberaal Lucien van Beirs. Als procureur des Konings helpt hij na zijn terugkeer bij de heropstart van het Belgische gerecht. De tweede is verzetsstrijder Jean Fonteyne. Na zijn repatriëring zetelt hij als senator. De terugkeer van beide mannen komt voor hun niet-geïnformeerde families als een verrassing. Raphael Algoet legt op foto vast hoe Fonteyne toevallig zijn dochter treft voor de deur van hun woning. 

: Lucien Van Beirs, Paul Lévy, Jean Fonteyne en Raphael Algoet bij hun auto. Cegesoma – collectie Algoet
De gerepatrieerde Jean Fonteyne en zijn dochter vallen elkaar in de armen voor de woning van het gezin.  Cegesoma – collectie Algoet

De in Buchenwald achtergebleven Belgen leggen op 19 april samen met de andere overlevenden de ‘Eed van Buchenwald’ af: “In vele talen hebben wij dezelfde harde strijd geleverd. Dit gevecht […] is nog niet voorbij. […] De moordenaars van onze kameraden leven nog. […] Wij zweren […] tegenover de hele wereld dat wij pas stoppen met vechten wanneer de laatste verantwoordelijke veroordeeld is voor een internationaal tribunaal.”

Op de voormalige appelplaats van Buchenwald wordt een houten obelisk opgericht voor de herdenkingsplechtigheid ter ere van de, naar recente schatting, 56.000 slachtoffers van Buchenwald. 

De houten obelisk op de voormalige appelplaats van Buchenwald, toen dacht men dat er maar 51.000 gevangenen waren omgekomen (USHMM Lorenz Schmuhl papers).

Het Amerikaanse leger filmt het kamp. Ook enkele Belgen, te herkennen aan de rode driehoek met de B op hun linkerborst, komen in beeld. Opperbevelhebber Eisenhower heeft pas zelf kennis gemaakt met de gruwel van de kampen en wil de hele wereld die werkelijkheid laten kennen en niet kan afdoen als propaganda.

Video player inladen...

De film "Lest we forget" over de bevrijding van Buchenwald  is gemaakt door drie professionals die in Hollywood werkten voor Paramount en Warner Brothers en in dienst waren van het Amerikaanse leger. Regisseur Norman Krasna werd later zeer bekend.  We moeten u waarschuwen, de film bevat zeer gruwelijke beelden (circa 13 minuten, Engels commentaar, Nederlands ondertiteld).

Eind april arriveert een tweede Belgische delegatie in Buchenwald. Eerder die maand vertrok dit konvooi onder leiding van luitenant-generaal Walter Ganshof van der Meersch en zijn broer kapitein-commandant François Ganshof vanuit Brussel naar Duitsland om oorlogsmisdadigers op te sporen.

Tijdens hun bezoek aan Buchenwald belast Walter zijn broer François met de repatriëring van de Belgische overlevenden. Op 27 april voeren vrachtwagens de Belgen naar het vliegveld Nohra. Artsen onder de overlevenden begeleiden het transport.

Onder hen bijvoorbeeld Léon Cardyn en André Wynen. Cardyn werd in april 1944 opgepakt voor het verzorgen van een verzetsleider van Groupe G en stond in Buchenwald bekend als de ‘gevangene-geneesheer’ die zijn kameraden clandestien medische hulp bood. Geneeskundestudent Wynen werd begin april 1944 als commandant van de Gewapende Partizanen in een hinderlaag gelokt en werkte in Buchenwald als verpleger op de ziekenzaal. Wynen zou na zijn repatriëring chirurg worden en organiseerde als voorzitter van de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten de grote artsenstaking van 1964. 

: Vrachtwagens met Belgische overlevenden komen aan op het vliegveld van Nohra. Uiterst rechts toekomstig arts André Wynen. Cegesoma – collectie Algoet

Bij aankomst op het vliegveld van Nohra op 27 april 1945 worden de Belgen begroet door Paul van Zeeland, hoog commissaris voor de repatriëring. Vliegtuigen en Belgische ambulances staan klaar voor vertrek, maar communicatieproblemen en slecht weer vertragen de repatriëring. Daarom worden 110 zieke en verzwakte Belgen ondergebracht in hotels en ziekenhuizen in het nabijgelegen Weimar. De anderen verblijven noodgedwongen onder erbarmelijke omstandigheden op het vliegveld. Pas op 7 mei 1945 vertrekt het laatste vliegtuig met Belgen naar Evere, Brussel.

Tekening van een wachttoren uit het dagboek van de Gentenaar Roger François tijdens zijn verblijf in Buchenwald en rechts een foto van de man in zijn gevangenenplunje en voorop tijdens een optocht na de oorlog ( USHMM, Roger François papers).

Voor sommige zieke en verzwakte Belgen die het kamp overleefden, komt de repatriëring te laat. Zo ook bijvoorbeeld voor Jean Paternoster. Jean komt uit Brussel en is bij de bevrijding 64 jaar oud. Hij werkt als  uurwerkmaker en heeft geen directe familie. In april 1944 wordt Jean door het Duitse Divisenschutzkommando gearresteerd vanwege het illegale bezit van goudstukken. Via de gevangenis van Sint-Gillis komt hij in Buchenwald terecht. Na de bevrijding wordt Jean als invalide in een ziekenhuis in Weimar ondergebracht. Hij overlijdt er op 5 mei 1945. Zijn lichaam wordt nooit opgeëist.

Jean Paternoster overleeft Buchenwald, maar overlijdt op 5 mei 1945 in een ziekenhuis in Weimar. Cegesoma – collectie Ganshof

Heel wat van de gerepatrieerde Buchenwald-overlevenden kiezen na de oorlog voor een carrière in de politiek. Zeker onder de leden van het Belgisch Comité zijn er heel wat parlementariërs te vinden. Andere overlevenden keren terug naar hun gezin en proberen hun vooroorlogse leven terug op te nemen. Heel wat onder hen zijn gedeeltelijk of volledig invalide.

Zo ook bijvoorbeeld Frans Goossens uit Leuven. Voor de oorlog werkte hij als plafonneerder, maar tijdens de bezetting verzamelde hij wapens en inlichtingen voor het verzet. Frans werd in februari 1944 opgepakt en via Breendonk naar Buchenwald gedeporteerd. Zijn zoon Jan werd als verzetsstrijder doodgeschoten, zijn andere zoon Victor kwam in Buchenwald om. Na zijn repatriëring gaat Frans’ gezondheid snel achteruit. Hij overlijdt in 1948.

Invalide Belgen worden na de bevrijding ondergebracht in een van de voormalige SS-kazernes buiten het kamp. Uiterst rechts Frans Goossens. Cegesoma – collectie Ganshof .
Een groep Belgische overlevenden klaar om  per vliegtuig gerepatrieerd te worden. Cegesoma – collectie Ganshof