Aantal nieuwe ziekenhuisopnames in Nederland en België neemt af: andere aanpak leidt toch tot vergelijkbare resultaten

De afgelopen dagen konden zowel de Nederlandse als de Belgische overheid voorzichtig goed nieuws melden: het aantal nieuwe ziekenhuisopnames in beide landen neemt langzaam af. Vanuit ons land kwam er lange tijd veel kritiek op de Nederlandse aanpak, die als laks gezien werd. Maar nu lijken de resultaten toch vergelijkbaar te zijn. Hoe komt dat?

Om te beginnen toch nog maar een waarschuwing: het is op dit moment nog ontzettend lastig om cijfers van verschillende landen te vergelijken. Dat heeft te maken met culturele verschillen, de manier waarop landen hun cijfers bijhouden en tellen, en met de maatregelen die ze hebben genomen.

Toch is het opvallend dat zowel Nederland als België ongeveer rond dezelfde tijd konden melden dat het aantal nieuwe ziekenhuisopnames per dag begon af te nemen. De afgelopen weken zijn Belgen namelijk vaak kritisch geweest op het in hun ogen 'lakse' Nederlandse beleid.

Waar in ons land alle niet-essentiële winkels dicht gingen en mensen alleen nog voor essentiële verplaatsingen naar buiten mogen, kunnen Nederlanders nog redelijk 'gewoon' winkelen en de auto nemen om uit te waaien op het strand. Minister-president Mark Rutte waarschuwde wel dat ook in Nederland de stranden gesloten kunnen worden, als het daar te druk blijkt.

Verspreiding over het grondgebied

Sinds begin april lijkt de trend voor beide landen dus te keren. Het aantal nieuwe ziekenhuisopnames daalt in Nederland zelfs harder dan in België. Hoe kunnen we dat verklaren?

"Ik speculeer nu alleen, maar het zou ermee te maken kunnen hebben dat de verspreiding van het virus in Nederland niet heel homogeen is," zegt viroloog Steven van Gucht. "De grote virushaarden zitten vooral in het zuiden van het land, terwijl het noorden redelijk gespaard is gebleven. Dat maakt het een zogenoemde monofocale uitbraak, wat misschien verklaart waarom de piek wat scherper is."

In België is het coronavirus meer verspreid over het hele grondgebied, waardoor er mogelijk eerst in de ene provincie een uitbraak was, en vervolgens in een andere. Daar komt dan eerder een plateau uit. 

Het zou dus kunnen dat het virus minder uitgezaaid was in Nederland dan in België. Achteraf kunnen onderzoekers door middel van bloedonderzoek beter analyseren op welk moment de uitbraak in verschillende landen het meest verspreid was.  

Groepsimmuniteit veroorzaakt verwarring

Ook Eric van Gorp, viroloog in het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam, ziet de gelijkenis in de cijfers van Nederland en België. "Maar eerlijk gezegd geldt dat ook voor de maatregelen, als je daarop inzoomt. Er is praktisch gezien niet zo heel veel verschil tussen onze 'intelligente lockdown' en de 'echte' lockdown zoals de Belgen die officieel hebben." 

Het feit dat minister-president Mark Rutte in Nederland het woord 'groepsimmuniteit' gebruikte tijdens zijn persconferentie, zou wel eens tot misverstanden geleid kunnen hebben bij onder anderen minister van Volksgezondheid Maggie de Block (Open VLD). Zij noemde de Nederlandse aanpak eerder nog "gevaarlijk". 

Van Gorp merkt op dat het belangrijker is dat een land een beleid kiest dat cultureel gezien past, zodat er draagvlak is voor de maatregelen. "Mensen houden zich alleen aan maatregelen als ze begrijpen waarom ze het moeten doen," aldus Van Gorp.

"Blijven volhouden"

Betekent dat dat België best wat minder streng had kunnen zijn? Gezondheidsinstituut Sciensano zegt van niet. "De maatregelen zijn genomen op basis van wetenschappelijk advies," aldus woordvoerder Lieke Vervoort. "Wij zijn dus niet van mening dat die te streng zijn."

Tijdens de persconferentie van maandag 13 april zei viroloog Steven van Gucht dat het belangrijk is ook de komende weken juist de Belgische maatregelen goed op te volgen. "We merken aan de cijfers dat dit werkt, dus dit moeten we nog even blijven volhouden." 

Van Gucht merkte ook op dat een nieuwe piek zou kunnen plaatsvinden als we de maatregelen te snel loslaten. Die zou wel pas zo'n twee weken later zichtbaar zijn in de cijfers.

Zorg om patiënten in woonzorgcentra

In Nederland leeft het beeld dat mensen in België sneller worden opgenomen in het ziekenhuis. Terwijl bij ons vorige week juist onrust ontstond omdat bleek dat ruim 40 procent van de overlijdens aan COVID-19 niet in het ziekenhuis gebeurde, maar in een woonzorgcentrum. Het riep de vraag op of oudere mensen bewust uit het ziekenhuis geweerd worden omdat zij weinig kans zouden maken op overleven.

"Daar is niets van waar," reageert Jan Eyckmans, woordvoerder van de FOD Volksgezondheid. "Zoiets doen we niet in vredestijd, en niet tijdens een pandemie." 

Eyckmans benadrukt dat de intensieve zorg op dit moment nog genoeg plek heeft, zelfs als er plots iets fout zou gaan. "Of iemand in het ziekenhuis wordt opgenomen, is aan de patiënt zelf en de behandelend arts, niet aan de overheid. Er zijn op dit moment ook mensen van boven de 85, zelfs iemand van boven de 100, die succesvol de intensieve zorg hebben verlaten." 

Intensieve zorg niet anders dan anders

Ook Geert Meyfroidt, intensivist in het UZ Leuven, zegt niet anders te hebben moeten doen dan anders. "Iemand komt alleen op de IC terecht als er een redelijke kans is op overleven, en op z'n minst een goede levenskwaliteit nadien. De patiënten die we voor de epidemie niet zouden hebben opgenomen, hebben we nu ook niet opgenomen."

In Nederland bestaat een 'draaiboek pandemie', dat ingaat als de capaciteit van de intensieve zorg bereikt is. Op dat moment worden patiënten met een overlevingskans van minder dan 20 procent bijvoorbeeld niet meer opgenomen.

Iemand die de kans heeft de intensieve zorg te overleven, moet die kans krijgen."

Geert Meyfroidt, hoofd intensieve zorg UZ Leuven

Zulke regels bestaan in België niet. "Ik zou niet weten volgens welk model ik de overlevingskans zou moeten voorspellen, omdat het zo'n nieuwe ziekte is. En zulke modellen zijn nochtans mijn specialiteit," zegt Meyfroidt.

"Het wordt bovendien een beetje een self fulfilling prophecy. Als je iemand niet opneemt, en diegene overlijdt, kun je zeggen: zie je wel."

De Vereniging voor Intensive Care heeft wel richtlijnen opgesteld, mochten de ziekenhuizen toch vol komen te liggen. Die hebben vooral betrekking op leeftijd in combinatie met dementie en leeftijd in combinatie met kwetsbaarheid. Ook hebben de intensivisten de woonzorgcentra aangeraden alvast met hun bewoners te bespreken of zij überhaupt opgenomen zouden willen worden. 

"Het grootste probleem is dat een verblijf op de intensieve zorg lang duurt. We zullen de cijfers maar heel langzaam zien zakken, langzamer ook dan die van ziekenhuisopnames," zegt Meyfroidt.

"Maar qua opnamecriteria is er geen verschil tussen een COVID- en niet-COVID patiënt. Iemand die de kans heeft om de intensieve zorg te overleven, moet die kans krijgen."