15 tot 21 april 1945: het Rode leger zet het eindoffensief naar Berlijn in

In deze reeks geven we elke week een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog. De Sovjets beginnen hun langverwachte aanval op de Duitse hoofdstad en de beelden van het bevrijde concentratiekamp Bergen-Belsen doen de wereld gruwen.

In de ochtend van 16 april is het langverwachte offensief van de Sovjet-Unie naar Berlijn begonnen. Over een lengte van 300 km langs de benedenloop van de Oder en zijn bijrivier de Neisse valt het Rode Leger aan met drie “fronten”.  In het noorden het Tweede Wit-Russische  Front onder maarschalk Rokossovski, in het midden – vlak ten oosten van Berlijn – het Eerste Wit-Russische Front onder maarschalk Zjoekov en in het zuiden het Eerste Oekraïense Front onder maarschalk Konjev. 

IS2-tanks van het Rode Leger op weg naar Berlijn. Deze zware tanks ("IS" voor Iosif Stalin)  waren door hun bepantsering en hun 122 mm-kanon  in staat elke andere tank tuit te schakelen. Foto bovenaan: twee Sovjetsoldaten naast een muur waarop in het Russisch is geschreven "naar Berlijn 77 km".

Samen beschikken de drie Sovjet-fronten over 2,5 miljoen man, meer dan 40.000 kanonnen en mortieren, meer dan 1.000 Stalinorgels, meer dan 6.000 tanks en gemotoriseerde kanonnen en 7.500 vliegtuigen.

Daartegenover staat de Duitse Legergroep Weichsel onder generaal Heinrici, met 250.000 manschappen, 850 tanks, luchtdoelraketten die als artillerie moeten dienen en 300 vliegtuigen die nauwelijks over brandstof beschikken.

Jongens van de Hitlerjugend in Frankfurt aan de Oder, met Panzerfausten (antitankwapens) op hun fietsen gemonteerd.

Om drie uur ’s morgens brak de hel los: een spervuur van meer dan een half miljoen granaten en Katjoesja-raketten bereikte de andere oever van de Oder. Kort daarna, terwijl het nog donker was, begonnen de Sovjets de rivier over te steken onder het licht van schijnwerpers. Aan de andere kant bleef het stil totdat de aanvallers de Duitse linies bereikten en ontdekten dat daar niemand was, waarna ze meteen onder vuur werden genomen. 

Sovjettroepen leggen een pontonbrug over de Oder aan.

Deze tactische zet van Heinrici zorgde voor de eerste verliezen en verwarring aan Sovjetzijde. Toen het licht werd, opende de Duitse artillerie vanaf de Seelowhoogten, een nabije heuvelrug, het vuur op de overgestoken troepen van Zjoekov en richtte een bloedbad aan.

Sovjetartillerie beschiet de Seelowhoogten tussen 16 en 19 april.

Het gevolg was dat Zjoekovs troepen zware tegenstand ondervonden, hoewel de Duitse artillerie  voortdurend door Sovjet-vliegtuigen en artillerie werden bestookt. De Duitse verdedigers voerden zelfs geslaagde tegenaanvallen uit.

Maarschalk Zjoekov op zijn  commandopost bij de Seelowhoogten. Zjoekov had grote haast. Hij wilde per se voor zijn collega Konjev in Berlijn zijn.

De staalharde Zjoekov verloor zijn geduld en gaf bevel alles op alles te zetten: tanks, infanterie, kanonnen. De Duitse troepen op de heuvels bleven weerstand bieden, maar konden ten slotte niet tegen de over­macht op. Zjoekov wist door te breken, maar pas na drie dagen vechten en ten koste van liefst 30.000 man. 

Buitgemaakte Duitse veldkanonnen (105 mm) op de Seelowhoogten.
Gewonde Sovjetmilitairen bij de Seelowhoogten.

Zjoekovs rivaal Konjev slaagde er met veel minder moeite in de Neisse over te steken. Er is een gat in de Duits linies geslagen waarachter nauwelijks nog Duitse troepen zijn. 

Door de bres die zo was ontstaan kreeg Konjev een voorsprong op Zjoekov. Stalin gaf daarom toestemming dat twee van Konjevs pantserlegers naar Berlijn afzwenken. Het ene valt de hoofdstad pal ten zuiden aan; het andere probeert langs het oosten een omsingelingsbeweging uit te voeren. 

Deze kaart uit de Amerikaanse legerkrant Stars and Stripes (21 april) toont de voorsprong die de legers van Konjev (onderdaan) hebben op die van Zjoekov (midden, vlak naast Berlijn).

Meer naar het noorden hebben de legers van Rokossovski meer moeite om de Oder over te steken omdat de oevers voor een deel onder water zijn gezet. Ook hier bieden de Duitsers hevig weestand. Rokossovski krijgt opdracht pal naar het westen door te stoten en Berlijn links te laten liggen.

Leden van de Volkssturm geven zich over.
waralbum.ru

Britten ontdekken gruwel van Bergen-Belsen

Op de Lüneburger Heide, in het noorden van Duitsland zijn de Britse troepen op het concentra­tiekamp Bergen-Belsen gestoten.

Wat ze zagen is onvoorstelbaar: zowat 60.000 uitgemergelde gevangenen, vaak zonder kleren, zonder medische verzorging. Daartussen lagen 13.000 lijken van omgekomen gevangenen. De gevangenen hadden de laatste dagen geen voedsel of water gekregen.  

Bevrijde gevangenen van Bergen-Belsen

Midden vorig jaar zaten er geen 10.000 gevangenen in dit kamp, maar de laatste maanden zijn er tienduizenden bijgekomen. Ze kwamen uit andere kampen in het oosten, die werden ontruimd toen de geallieerden oprukten, en moesten meestal de weg te voet afleggen in verschrikkelijke omstandigheden. Ze waren totaal uitgeput toen ze aankwamen.

Sinds twee maanden heerst er in het kamp een tyfusepidemie. Daardoor zijn er al meer dan 30.000 gevangenen over­leden, of meer dan 3.000 per week.

Bergen-Belsen op het moment van de bevrijding

Onder de doden bevindt zich de Belgische liberale politicus Arthur Vanderpoorten, die minister was in de regering Pierlot en tijdens de bezetting in Frankrijk verbleef, waar hij begin 1943 werd opgepakt door de Gestapo. Hij overleed nog geen twee weken voor de bevrijding. 

Arthur Vanderpoorten. Rechts: affiche van een herdenking van Vanderpoorten door het Willemsfonds in zijn woonplaats Lier.  Vanderpoorten is de grootvader van huidig kamervoorzitter Patrick De Wael (Liberas)

Voor de Britse militairen die het kamp betraden was dit het gruwelijkste wat ze ooit hebben meegemaakt. Fotografen en cameramannen van het Britse leger maken opnamen van de vreselijke taferelen.

Voormalige  bewakers van het  concentratiekamp worden gedwongen de lijken te begraven.

De overlevenden van het kamp worden naar een andere plaats overgebracht waar men ze met gepaste behandeling zal proberen te redden. De doden worden zo snel mogelijk in massagraven ondergebracht. Her kamp zelf zal volledig in brand worden gestoken vanwege het gevaar op besmetting. 

SS-Scharführer Friedrich Herzog,op een stapel lijken. Deze en andere ex-kampbewakers zouden kort nadien zelf overlijden aan tyfus, nadat ze gedwongen werden de besmette lichamen zonder voorzieningen aan te raken.

Op 15 april ontdekken Amerikaanse militairen nabij het Noord Duitse stadje Gardelegen een schuur vol verbrande lichamen. Het zijn de lichamen van gevangenen uit het concentratiekamp van Mittelbau-Dora die voor de bevrijding van het kamp geëvacueerd werden. Twee dagen eerder zijn ze bij Gardelegen opgesloten in een schuur vol met benzine doorweekt stro, die in brand werd gestoken. Wie weg probeert te raken werd neergeschoten. De daders zijn enkele SS’ers bijgestaan door leden van de lokale Hitlerjugend en Volkssturm. Het verhaal en foto’s  van de meer dan 1.000 slachtoffers verschijnen vanaf 19 april 1945 in de Amerikaanse pers en zorgen voor grote verontwaardiging. Op deze foto burgers van Gardelegen bij een van de verkoolde slachtoffers.

Noordoosten van Nederland bevrijd

Twee Canadese divisies en een Poolse pantserdivisie zijn doorgedrongen tot in het noordoosten van Nederland en hebben het in een recordtempo bevrijd, zij het niet zonder slag of stoot.

Kaart van de Canadese opmars in het oosten van Nederland en het aangrenzende deel van Duitsland in april/mei 1945

Vooral in Groningen is zwaar gevochten. Vanwege de strategische ligging, niet ver van de Duitse havens aan de Eems-monding, werd de stad hevig verdedigd door een samenraapsel van Duitse troepen, waaronder ook een Nederlandse collaborerende militie en Belgische SS’ers. 

Canadezen bij de bevrijding van Groningen.

Pas na  vier dagen, op 16 april, gaven ze zich over aan de Canadezen. Andere Canadese eenheden waren intussen tot in Friesland doorgedrongen en bevrijdden die dag Leeuwarden en Harlingen. 

Duitse krijgsgevangenen in Groningen.
De bevrijding van Leeuwarden

Alleen op enkele plaatsen in het uiterste noorden wordt nog standgehouden, terwijl de Waddeneilanden nog stevige Duitse bolwerken zijn. Intussen zijn de Canadezen ook wat meer naar het westen doorgedrongen, tot in Apeldoorn en Kampen aan het IJsselmeer.

De bevrijding van Harderwijk (Gelderland) op 18 april.

De Duitse troepen in het eigenlijke Holland (het dichtbevolkte noordwesten) zijn nu af­gesneden van de Heimat. Maar ze zijn goed verschanst achter overstroomde gebieden. Tegelijk is de hongersnood bij de burgerbevolking daar groter dan ooit.

Aanhouding van Nederlandse collaborateurs

Geallieerde opmars naar Zuid-Duitsland

De Amerikaanse legers in Duitsland gaan niet verder meer naar het oosten. Conform de orders van generaal Eisenhower hebben ze halt gehouden voor de Elbe en zijn bijrivier, de Mulde. Ten westen daarvan is alle Duitse weerstand gebroken. Als laatste stad viel Dessau op 21 april.

Amerikaanse tank is in brand geschoten bij het binnenrijden van Leipzig (NARA).
Deze foto is op 18 april in Leipzig gemaakt door de beroemde Amerikaanse oorlogsfotograaf Frank Capa. Een Amerikaans soldaat schiet op het balkon van een huis met een (niet zichtbaar) machinegeweer naar de sluipschutter die zopas zijn gevallen kameraad heeft gedood. Enkele ogenblikken daarvoor maakte Capa een soortgelijke foto, maar met alleen de gedode Amerikaan op, die beroemd werd nadat ze in het weekblad Life verscheen. De gesneuvelde soldaat heette Raymond J. Bowman. In 2016 werd in Leipzig de straat waar de foto werd genomen naar Bowman genoemd.

Op 18 april viel Leipzig, een van de belangrijkste steden van Duitsland, in handen van Pattons Derde Leger.

De stad werd verdedigd door een allegaartje van luchtafweertroepen, infanteristen, Volkssturm, Hitlerjugend en politie onder leiding van kolonel Hans von Poncet. De politie vormde met 3400 man de grote meerderheid van de verdedigers. 

De chef van de politie vond verzet al gauw nutteloos en bood aan te capituleren,  maar de fanatieke kolonel von Poncet aanvaardde dat niet.  Met 150 man hield hij nog stand in het enorme monument van de Volkerenslag bij Leipzig (1813) tot hij zich de dag daarop toch moest overgeven. 

Links: een Shermantank voor het enorme monument voor de slag uit  1813.  Rechts: de ruimte in het monument waar de laatste Duitse verdedigers weerstand boden.
Bij de inname van Leipzig pleegde de burgemeester, de nazipoliticus Alfred Freyberg, op het stadhuis zelfmoord samen met zijn vrouw en zijn dochter. Tegelijk benam ook stadsontvanger Kurt Lisso zich het leven met vrouw en dochter op het stadhuis. Deze foto, die kort daarna in het weekblad Life verscheen, toont Lisso met vrouw en kind zoals ze gevonden werd, maar vaak wordt beweerd dat het om burgemeester Freyberg ging.

Ten zuiden van Leipzig zijn honderden geallieerde officieren bevrijd die in het kasteel Colditz als krijgsgevangenen zaten. Het zwaar bewaakte kasteel was een gevangenis voor officieren die eerder hadden gepoogd te ontsnappen.

Poolse krijgsgevangenen verlaten het kasteel van Colditz.

Enkele prominente gevangenen in Colditz, zoals generaals en verwanten van het Britse koningshuis, zijn op het laatste moment door de SS afgevoerd omdat ze als gijzelaars zouden kunnen dienen. 

Foto's van Britse (links) en Nederlandse (rechts) officieren tijdens hun gevangenschap in Colditz.

Het Derde Amerikaanse Leger heeft nu de steven naar het zuiden gericht, en heeft de Tsjechische grens overschreden

Amerikaanse troepen betreden Neurenberg op 19 april (NARA).

Daarnaast rukt het Zevende Amerikaanse Leger  op door het noorden van Beieren. Op 20 april, Hitlers verjaardag, nam het Neurenberg in, de stad waar de nazi’s hun massale partijbijeenkomsten hielden. 

Amerikaanse militairen bovenop de  tribune van een terrein in Neurenberg waar de nazi's hun massabijeenkomsten hielden

Het Eerste Franse Leger neemt intussen het zuidwesten van Duitsland voor zijn rekening. Vanuit het Zwarte Woud heeft het op 18 april Tübingen bereikt en de dag daarop Stuttgart.

In Stuttgart, een grote industriestad met de automobielfabrieken van Daimler-Benz en Porsche, werkten zowat 20.000  buitenlandse (dwang-)arbeiders, vooral Fransen. Intussen zijn 28.000 Duitse verdedigers van de stad gevangengezet. Al die krijgsgevangenen en vrijgelatenen zorgen voor heel wat praktische moeilijkheden.

Fransen bij de inname van Stuttgart.

In de opmars naar Stuttgart hebben de Fransen in de nacht van 16 op 17 april het stadje Freudenstadt in het Zwarte Woud 16 uur bestookt met hun artillerie. De stad, een bekend kuuroord, herbergde veldhospitalen maar bijna geen gewapende troepen en werd totaal vernietigd. Na de inname werden honderden Duitse vrouwen verkracht.

Freudenstadt na de inname.

De verkrachtingen worden toegeschreven aan Noord-Afrikaanse soldaten, die dit eerder – in Italië – ook al deden. Iets wat de Franse officieren stilzwijgend toelaten. 

Massale Duitse overgave in het Ruhrgebied

Na bijna drie weken hebben de ingesloten Duitse legers in het Ruhrgebied zich overgegeven. De steden Düsseldorf en Duisburg zijn zonder strijd gevallen.

Generaal-veldmaarschalk Walter Model, de immer onverschrokken bevelhebber van de omsingelde Legertroep B, wilde zo lang mogelijk standhouden om de geallieerde legers in hun verdere opmars te hinderen. Dit bleek echter nauwelijks succes te hebben.

Amerikanen in het centrum van Duisburg.

Op 17 april, toen munitie en voorraden opraakten, heeft Model zijn troepen de keuze gegeven: blijven vechten en proberen in groepen uit te breken, zich overgeven of proberen individueel – in uniform of in burger – naar huis te gaan. Twee dagen eerder had hij al de jongste en oudste soldaten formeel uit het leger ontslagen en als burgers laten vertrekken.

De meeste Duitsers  hebben zich meteen in massa overgegeven. De Amerikaanse troepen werden overspoeld door Duitsers die zich krijgsgevangen meldden. Een Amerikaans soldaat maakte in zijn eentje 1.200 krijgsgevangenen. De opvang van zoveel krijgsgevangenen tegelijk zorgt ook hier  voor logistieke problemen.

Duitse krijgsgevangenen in het Ruhrgebied.

Nooit eerder zijn zoveel Duitsers tegelijk krijgsgevangen gemaakt: het zijn er officieel 317.000. Een onbekend aantal anderen zijn in burgerkledij kunnen ontkomen. Daarnaast zijn zo’n 10.000 Duitsers gestorven in de strijd om de Ruhr waaronder ook veel burgers. 

Amerikaanse soldaten in Mündelheim, een dorp bij Duisburg, met de plaatselijke bevolking.

Model zelf heeft zich niet overgegeven. Op 21 april schoot hij in een bos bij Duisburg zichzelf dood. “Een veldmaarschalk wordt geen krijgsgevangene” had hij vroeger al gezegd.

Meer naar het oosten, in het Harzgebergte, hebben veel troepen van het omsingelde Elfde Duitse Leger zich ook overgegeven. 

Hitlers verjaardag

Op 20 april is Adolf Hitler 56 jaar geworden. In nazi-Duitsland is dat een officiële feestdag.  Maar het grootste deel van Duitsland is intussen bezet en daar zijn alle sporen van het nazisme meteen uitgewist. En in het onbezette deel is nauwelijks feeststemming.

In Berlijn hangen maar weinig hakenkruisvlaggen uit, hoewel iedereen geacht wordt dat te doen. In sommige arbeiderswijken hangen spandoeken uit met dubbelzinnige opschriften als "Wij danken de Führer voor alles". Hier en daar zijn er anti-nazi-slogans op de muren gekalkt. Het enige lichtpunt is dat voor die dag de rantsoenen verhoogd zijn, zodat er lange files voor de winkels staan.

Van deze en soortgelijke foto's waarop Hitler jongens van de Hitlerjugend feliciteert voor hun vechtlust, wordt vaak gezegd dat ze op zijn (laatste) verjaardag zijn genomen: 20 april 1945. In wekelijkheid dateren die foto"s van een maand eerder (zie weekoverzicht 18 tot 24 maart)
This content is subject to copyright.

De Amerikaanse luchtmacht wilde niet afwezig zijn op het feest en heeft Berlijn nog eens gebombardeerd. Ook de Sovjet-artillerie heeft voor het eerst de hoofdstad bestookt.

De avond voor de verjaardag heeft propagandaleider Goebbels een radiotoespraak gehouden waarin hij opriep tot trouw aan de Führer, want dat zou “de overwinning" betekenen. Zeer veel Berlijners hebben die toespraak niet gehoord want ze zitten zonder stroom – en zonder water. 

Goebbels voor de microfoons tijdens een van zijn radiotoesptaken.

Hitler zelf heeft die dag in zijn zwaar gehavende Rijkskanselarij de gelukwensen van de prominenten van zijn regime ontvangen. Alle nazi-kopstukken waren daar bijeen, wellicht voor het laatst. De meesten zijn meteen daarop uit Berlijn vertrokken.

Rijksmaarschalk Göring is meteen weg­gereden naar het zuiden, naar zijn residentie op de Obersalzberg in de Beierse Alpen, nabij Hitlers buitenverblijf.  Met hem reisden meer dan twintig vracht­wagens mee vol kunstwerken die hij uit heel Europa heeft laten wegroven. Göring had die ochtend zijn luxeverblijf buiten Berlijn leeggehaald en laten exploderen.

Interieur van Carinhall, Görings extravagant verblijf even buiten Berlijn, versierd met kostbare schilderijen en wandtapijten.
De ingang van Carinhall nadat het door Göring zelf vernietigd werd.

Zelf wil Hitler niet vetrekken, hoewel  bijna iedereen daarop aandringt. Hij stelt een beslissing daarover uit. Maar een deel van zijn medewerkers wordt naar de Obersalzberg overgeplaatst. De hoogste staven van de Wehrnacht zijn naar het noorden uitgeweken.

Alle strijdkrachten in het noorden  komen nu onder leiding van grootadmiraal Karl Dönitz, de opperbevelhebber van de Kriegsmarine. In het zuiden  krijgt generaal-veldmaarschalk Albert Kesselring de leiding. Slechts enkele topgeneraals, Keitel, Jodel en Krebs, blijven bij Hitler. 

Intussen komt het Rode Leger steeds maar dichter. Op 21 april hebben zware artilleriegranaten het centrum getroffen, de Brandenburger Tor en het Rijksdaggebouw zijn geraakt. De bevolking raakt in  paniek van het spervuur. Zelfs Hitler krijgt het in zijn bunker op zijn zenuwen. Hij eist dat zijn luchtmacht de kanonnen vernietigt, maar die is daar niet meer toe in staat.

Een affiche in Berlijn beveelt alle militaire verlofgangers om zich zo snel mogelijk bij de kazerne te melden. De kleinere propaganda-affiche links geeft voorbeelden van enkele Duitse militairen die geweldige prestaties leverden. "Niet de massa maar de daad is beslissend".

Hitler  blijft overigens optimistisch over de te voeren strijd. Hij geeft zijn troepen orders voor een fantastisch plan om de oprukkende legers van Zjoekov in de tang te nemen. Op die manier, zo zegt hij, zullen de Russen hun grootste nederlaag ooit lijden. 

Alleen zijn de legereenheden die hij daarvoor oproept niet meer in staat tot vechten of bestaan ze alleen nog maar op papier. Ondanks dreigementen kunnen zijn bevelen niet meer worden uitgevoerd. 

 

Deze foto van begin april, waarbij Hitler veldmaarschalk Schörner feliciteert met zijn bevordering, is mogelijk de laatste die van Hitler is genomen.

Geallieerde doorbraak in Italië

Het nieuwste geallieerde offensief in Italië is een succes.

Na zware gevechten wisten de Britten op 18 april het stadje Argenta bij het Meer van Comacchio te veroveren en door te stoten naar de vlakte van de Po, de grote rivier die door Noord-Italië stroomt.

Britten tussen de ruïnes van Argenta
© IWM (NA 24308)

Niet ver daarvan stootte het Poolse legerkorps van generaal An­ders door naar Imola. Vandaar was de weg vrij naar de grote stad Bologna, die intussen ook vanuit het zuiden door Amerikanen werd benaderd. Op 21 april is Bologna bevrijd.

Vreugde bij de bevrijding van Bologna.

Voor de Duitse legers in Italië lijkt de strijd nu een verloren zaak. Hun bevelhebber, generaal Vlietinghoff, heeft op 20 april aan algemene terugtrekking achter de Po bevolen. Dat betekent dat naast Bologna ook Ferrara, Modena en Parma worden opgegeven. Vlietinghoff deed dat zonder toestemming van het oppercommando, dat hem drie dagen eerder nog voor defaitist uitschold omdat hij die mogelijkheid tot terugtrekken gesuggereerd had. 

Britten met Shermantanks in Portomaggiore, een stadje ten noorden van Argenta.
© IWM (NA 24246)

Groot hoofdkwartier Duitse leger onbeschadigd in Sovjet-handen

In de buurt van het stadje Zossen, een veertigtal kilometer  ten zuiden van Berlijn, zijn de troepen van maarschalk Konjev doorgedrongen tot het groot hoofdkwartier van het Duitse leger,  een gecamoufleerd complex van bunkers.

Een van de  bovengrondse gebouwen van het hoofdkwartier bij Zossen, zoals het er nu uitziet.

Het hele complex viel onbeschadigd en onverdedigd in hun handen. De Duitse generale staf is hals over kop gevlucht. 

De telefooncentrale in de ondergrondse bunker

De Russen betraden zonder moeite het ondergrondse communicatiecentrum van de strijdkrachten en verbaasden zich over de moderne apparatuur. Een Sovjetofficier nam nog een telefoon op. Het was een Duitse generaal die belde. Hij kreeg te horen: “Ivan hier. U kunt gaan”.

Wat er nu nog van overblijft: een luchtkoker met camouflagenet van een ondergrondse bunker.

Fransen “bevrijden” kuststad Royan

In de marge van de oorlog hebben Franse troepen een paar vestingen op de Franse kust bij Bordeaux veroverd die nog in Duitse handen waren.

Het gaat om de stad Royan en de Pointe de Grave, het uiterste noorden van de Médoc. De vestingen liggen aan weerszijde van de monding van de Gironde en controleren daarmee de scheepvaart naar Bordeaux.

De twee Festungen Girondemündung beschikten over zwaar geschut en waren beschermd  met ringen van bunkers, mijnenvelden en antitankgrachten. Er zaten meer dan 8.000 Duitsers verschanst.

In januari voerden Britse Lancasters zeer zware bombardementen uit op Royan, waardoor de stad vrijwel volledig werd verwoest. Honderden inwoners kwamen om. 

Royan na het bombardement.

De eindelijke verovering begon met een nieuw (ditmaal Amerikaans) luchtbombardement,  op 15 april, waarbij onder meer napalm is gebruikt, en beschietingen vanuit de zee en vanop land. Daarop volgde een bestorming door 30.000 man Franse troepen.

Franse troepen rijden Royan binnen.

Op 17 april gaf de Duitse commandant van Royan zich over, drie dagen later volgde de Pointe de Grave. Zowat duizend verdedigers zijn gesneuveld. De Franse troepen telden meer dan 300 doden. Ze stonden onder bevel van generaal Edouard de Larminat en bestonden vooral uit voormalige verzetslieden en Noord-Afrikanen.

De krijgsgevangen Duitsers worden weggevoerd voor het verwoeste casino van Royan.

De operatie is omstreden, omdat ze geen echt militair nut heeft en de stad tot een puinhoop is herleid. De ingesloten Duitse troepen konden toch niet veel meer uitrichten. De verovering lijkt meer een prestigezaak te zijn geweest in opdracht van generaal de Gaulle. Sommige verzetslieden die aan de “bevrijding” van Royan deelnamen tonen zich geschokt door de verwoestingen.

Er zijn nog andere Duitse vestingen op de Franse kust. De vestingen aan de Gironde waren als eerste uitgekozen voor herovering omdat ze als de zwakste werden beschouwd. 

Zicht op het verwoeste Royan.

Meest gelezen