Podvis: Wil de Vlaamse regering het platteland dan toch volbouwen?

Ondergraaft de Vlaamse regering haar eigen beleid van ruimtelijke ordening? Het lijkt er wel op,  zo vrezen veel specialisten. Door de coronacrisis hebben we met zijn allen nooit tevoren zo talrijk de open ruimte in onze buurt opgezocht, te voet of met de fiets. Maar als sommige plannen van de Vlaamse regering werkelijkheid zouden worden, zou die open ruimte misschien nog sneller dan nu al het geval is kunnen dichtslibben. Een Podvis over de mogelijk drukke toekomst van ons platteland. 

Beluister deze aflevering van Podvis hier:

Luister ook naar Podvis op:

Afbreken, die handel

Landbouwers Stefaan en Denise Lippens uit Kaprijke hebben eerder al hun oude woonhuis afgebroken, straks gaat ook de rest van de hoevegebouwen tegen de vlakte. De sloop kost hen 125.000 euro, terwijl ze er met wat geluk een veelvoud hadden voor gekrégen als ze de hoeve aan pakweg een paardenliefhebber hadden verkocht. En weet je wat ze met de vrijgekomen grond zullen doen? Gewoon aardappelen kweken. 

Boerin Denise Lippens, voor de hoeve die zij en haar man gaan afbreken

"We hebben een verkoop nooit overwogen," vertelt Denise. "Zouden we met dat geld gelukkiger zijn? Nu blijft de grond tenminste in de landbouw."

Wat Denise en Stefaan doen is eigenlijk wat de Vlaamse regering zégt te willen doen: het platteland open houden. Nieuwe activiteit moet er komen in de steden en in de dorpskernen. Wat ons nog aan open ruimte rest, moet open blijven. Dat is de rode draad in haar Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Er  staat zelfs in dat tegen 2040 20 procent van de bebouwing op het platteland moet verdwijnen. Met een zogenoemd instrumentendecreet wil de Vlaamse regering dat beleidsplan uitvoeren. Dat decreet moet de juridische instrumenten aanreiken om Vlaanderen stedelijk en open te maken of te houden. 

Planologische nonsens

In februari hield het Vlaams Parlement een hoorzitting over dat instrumentendecreet. Daar bleek dat het ontwerp-decreet op enkele vlakken net tegen het eigen beleidsplan ingaat. De meerderheid van de specialisten op de hoorzitting was kritisch tot ronduit vernietigend, vooral voor twee onderdelen uit het ontwerp-decreet: de planschade en een compleet nieuw juridisch instrument: het zogenoemde convenant-contract. In de podcast leggen planologen An Rekkers en Hans Tindemans van de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning uit wat er zo problematisch aan is. 

An Rekkers, directeur VRP, Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning

Eerste punt: de planschade. Die bestaat nu al: het is de vergoeding die eigenaars krijgen als hun bouwgrond omgezet wordt naar landbouwgrond of natuurgebied. Logisch: opa en oma hebben hun hele leven gespaard om hun kleinkind een mooi stukje bouwgrond in het groen na te laten, en plots blijkt dat door een pennentrek van de overheid een "waardeloos" stuk natuur geworden.

Dat kan niet, dus compenseert de overheid dit soort beslissingen. Alleen: volgens de regeringsplannen schiet die planschade gigantisch de hoogte in, met een factor 10 tot wel 30, rekent VRP-directeur An Rekkers voor. Zo wordt de planschade totaal onbetaalbaar voor de gemeenten. Dus zullen die wellicht gewoon niet meer in staat zijn om nog langer harde bestemmingen om te zetten naar open ruimte, landbouwgrond of natuurgebied bijvoorbeeld. En dus gaan we maar verder met open ruimte aansnijden. 

Hans Tindemans, beleidsmedewerker VRP, Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning
Danny Gys / Reporters

Tweede punt: de convenant-contracten. Zoals gezegd is dit een nieuwe juridische constructie. Gemeenten kunnen een convenant afsluiten met de Vlaamse overheid, een soort basisovereenkomst over de inrichting van hun open ruimte. Op basis van dat convenant kunnen ze contracten afsluiten met individuele initiatiefnemers op het platteland. VRP-beleidsmedewerker Hans Tindemans: "Die kunnen zo een tijdelijke vergunning krijgen om bijvoorbeeld een houtopslagplaats in een oude hoeve te verbouwen tot een houtzagerij, of een leegstaande boerderij om te bouwen tot een meergezinswoning. Dat zijn activiteiten die nu onvergunbaar zijn op het platteland."

De Vlaamse regering wil zo de verloedering van leegstaande boerderijen tegengaan, maar veel planologen vrezen dat ze net de verrommeling van het platteland zal aanzwengelen, door de extra activiteiten en de verkeerstroom die die teweegbrengen. En juristen vrezen dat burgemeester of schepen die tijdelijke vergunningen nadien nooit meer zal willen of kunnen terugdraaien. Met andere woorden: de convenant-contracten lijken een sluikse manier om net méér harde functies mogelijk te maken op het platteland, terwijl het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen net de andere kant op wil. 

Boeren op bouwgrond, of toch bijna tegen de prijs van bouwgrond

Melkveehouder Jef De Schutter: "Laat een boer toch zijn werk doen."

Melkveehouder Jef De Schutter uit Zandhoven ziet het met lede ogen aan. "Laat de landbouwgrond aan de landbouwers," getuigt hij, "de coronacrisis toont eens te meer hoe belangrijk zelfvoorziening kan zijn." Hij heeft vroeger al een naburige hoeve opgekocht, niet omdat hij er onmiddellijk iets mee kon aanvangen, maar omdat hij niet het risico wou lopen dat een nieuwe buur de hernieuwing van zijn omgevingsvergunning zou kunnen betwisten. Vooral dat de convenant-contracten het zelfs mogelijk maken oude hoeves om te bouwen tot meergezinswoningen, zit melkveehouder Jef dwars. Nu is dat totaal onvergunbaar. De druk op het platteland zou daarmee drastisch verhogen. 

Jef zag een tijd geleden zelfs landbouwgrond in de buurt verkocht worden aan een paardenliefhebber voor drie keer de prijs die hij er als melkveehouder redelijkerwijs voor kan betalen.

En nu?

De Vlaamse regering wou het instrumentendecreet oorspronkelijk voor de paasvakantie rond krijgen. Maar toen kwam die hoorzitting waar deskundigen met spek schoten naar de plannen. En nadien kwam de coronacrisis. Toch wilden we weten hoe het nu verder zal vergaan op het platteland, en we vroegen minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) om een interview. Ze verkoos om daar niet op in te gaan. Ze merkt op dat het instrumentendecreet een erfenis is van de vorige regering.  Toen was Joke Schauvliege (CD&V) nog minister van Omgeving. 

Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir
Belga

Minister Demirs kabinet stuurde ons deze mail: “Dat er bezorgdheden zijn bij zo’n ingrijpend decreet, zoals uit de hoorzittingen blijkt, is begrijpelijk. Onze minister is niet doof voor vele van deze bezorgdheden. Als minister overlegt ze verder met de collega’s uit de meerderheid. Als dat kan leiden tot een aantal bijsturingen waar Vlaanderen beter van wordt en ze het er samen over eens zijn, dan sluit ze dat niet bij voorbaat uit. Maar daar gaat ze natuurlijk ook nog niet op vooruitlopen.”

Dat zijn veel als-en bijeen om een bocht recht te trekken in de eigen beleidsprincipes. De Vlaamse regering lijkt in haar eigen staart te bijten. De vorige regering had, met CD&V-er Joke Schauvliege aan het stuur op Omgeving, een ambitieuze betonstop aangekondigd tegen 2040. Toen al lag het ontwerp-instrumentendecreet ter tafel. De nieuwe regering (zelfde coalitie N-VA, CD&V en Open VLD, maar met N-VA-minister Zuhal Demir op Omgeving) verving het hard klinkende "betonstop" door het zachtere "bouwshift". De sterk verhoogde planschade en de convenant-contracten bleven gewoon in het ontwerp zitten. Ze blijven even hard indruisen tegen de beleidsprincipes van een stedelijk en open Vlaanderen. Meer zelfs, ze maken de bouwshift onuitvoerbaar. De gezaghebbende stemmen in die zin op de parlementaire hoorzitting van februari zijn nog niet tegengesproken. 

Meest gelezen