Copyright 2020 The Associated Press. All rights reserved.

Hoeveel overlijdens zijn er nu méér door corona dan anders? Wat we wel en (nog) niet weten over de oversterfte

We krijgen al een aantal weken dagelijks een enorme hoeveelheid cijfers op ons afgevuurd. Vaak ontbreekt het nog aan de juiste context om die te duiden. Hoeveel mensen sterven bijvoorbeeld normaal gesproken in de maand maart? En hoeveel mensen overlijden normaal in een ziekenhuis? VRT NWS analyseert wat we al wel en niet zeker weten.

De inbox van VRT NWS stroomt bijna dagelijks over met vragen over de coronacijfers. Eén vraag springt er telkens uit: de behoefte aan duiding van de sterftecijfers: hoe verhouden al die overlijdens aan COVID-19 zich tot de "normale" sterfte in België?

Zoiets lijkt eenvoudig te beantwoorden, maar dat is het niet - zoals met veel zaken in deze pandemie. Ten eerste kun je je afvragen wat je precies wil gaan vergelijken. Totale sterfte? Overlijdens in ziekenhuizen of in woonzorgcentra? Of het aantal overlijdens aan andere ziektes? En wat zegt dat dan?

Meer mensen overlijden dan voorspeld

Een veelgehoorde term in deze context is het woord "oversterfte". Heel simpel gezegd gaat het dan om hoeveel mensen méér overlijden dan verwacht. 

Wetenschappelijk instituut Sciensano publiceerde op 9 april in het dagelijkse epidemiologische rapport een kort stuk over de evolutie van de sterftecijfers. Uit de voorlopige cijfers bleek dat in de laatste drie weken van maart significant meer mensen overleden dan voorspeld.

Concreet overleden in de week van 16 maart 265 meer mensen dan voorspeld. In de week van 23 maart waren dat 923 mensen en in de week van 30 maart zelfs 1700 mensen. Dat waren bijna allemaal overlijdens van mensen ouder dan 65 jaar.  

Die verwachtingen komen niet uit het niets, legt demograaf Patrick Deboosere uit. Ze zijn berekend door te kijken naar het gemiddelde aantal overlijdens in de afgelopen jaren. 

"We zien al jaren een licht dalende trend in het aantal overlijdens, wat overeenkomt met de stijgende levensverwachting," zegt Deboosere. Het aantal verwachte overlijdens is niet constant gedurende het jaar: in de wintermaanden overlijden gemiddeld meer mensen dan in de zomer.

Coronamaatregelen leiden tot indirecte overlijdens

Dan is er nog een verschil tussen de bovengemiddelde sterfte en de daadwerkelijke oversterfte. Wat we nu kunnen zien, is bovengemiddelde sterfte: we kijken dan niet naar doodsoorzaken, maar zien alleen dat er in totaal meer mensen overlijden dan verwacht.

Waar die mensen precies aan overleden zijn, wordt duidelijk door overlijdenscertificaten te bestuderen. Dan kunnen we bijvoorbeeld onderscheid maken tussen mensen die direct aan het coronavirus overleden zijn, of indirect, doordat zij bijvoorbeeld geen zorg konden krijgen voor een andere aandoening.

Er kan ook sprake zijn van ondersterfte: er is dit jaar een zeer mild griepseizoen, waardoor mogelijk minder mensen dan normaal overlijden aan de griep. Ook kan het zijn dat er door de coronamaatregelen bijvoorbeeld minder mensen overlijden in het verkeer.

Al zal dat op het uiteindelijke sterftecijfer weinig invloed hebben. "In België hebben we ongeveer 800 dodelijke verkeersongevallen per jaar, dat zijn er twee per dag," zegt demograaf Deboosere. "Als je dat vergelijkt met de coronasterfte, die nu tegen de 350 per dag loopt, gaat dat nauwelijks een tegenwicht vormen."

Meeste overlijdens hadden onderliggende aandoeningen

Maar wat als er nu mensen zijn die sowieso al binnen afzienbare tijd zouden overlijden, en voor wie het coronavirus de laatste druppel was? Ook dat is niet zo makkelijk vast te stellen. 

"We weten dat structureel gezien, ook buiten coronatijden, de meeste overlijdens 85-plussers zijn. Dat is logisch: naarmate we ouder worden, worden we fragieler. De kans dat we bezwijken aan een valpartij of infectie wordt groter," aldus Deboosere. "Maar het is niet zo dat omdat structureel meer ouderen overlijden, de mensen die nu sterven ook degenen zijn die sowieso dit jaar zouden overlijden."

De meeste mensen die overlijden aan het coronavirus hadden last van onderliggende aandoeningen. Cijfers van Sciensano tonen aan dat hoe ouder een opgenomen coronapatiënt is, hoe groter de kans dat zij een of meerdere onderliggende aandoeningen hadden.

Ook bij mensen die jaarlijks overlijden aan de griep spelen in de meeste gevallen onderliggende aandoeningen mee. Deze mensen worden wel meegerekend als oversterfte door de griep: de directe aanleiding voor het overlijden is immers de griep geweest. 

Het is mogelijk dat na deze oversterfte een periode van ondersterfte volgt. Dat zou een aanwijzing kunnen zijn dat inderdaad met name mensen die normaal gesproken zouden overlijden dit jaar, nu alleen iets eerder zijn overleden dan normaal. 

Maar dat is op dit moment nog niet vast te stellen. Voor april verwacht Deboosere in ieder geval nog wel bovengemiddelde sterfte, omdat het sterftecijfer in deze maand normaal gesproken lager ligt dan in de wintermaanden.

Hoe ernstig is het coronavirus?

We weten dus nog niet precies voor hoeveel extra overlijdens het coronavirus heeft gezorgd, direct of indirect. Maar kunnen we wel op andere manieren vaststellen hoe 'ernstig' het coronavirus nu eigenlijk is? 

We zouden bijvoorbeeld kunnen kijken naar de geschiedenis van oversterfte. Sciensano houdt op een speciale website hiervan een grafiek bij.

Screenshot van de website van Sciensano over oversterfte in België

Als we die bekijken, valt het op dat de hoogste pieken liggen in de eerste twee maanden van 2017 en maart 2018. Een griepepidemie is de oorzaak van beide pieken: in 2018 was die zelfs het hoogste sinds de start van de metingen in 2009. Na beide grote griepepidemieën volgt een periode van ondersterfte. 

Het toppunt van de griepepidemie in 2018 was op 6 maart. Toen overleden in totaal 440 mensen, zo'n 115 meer dan gemiddeld. Het hoogste aantal nieuwe overlijdens van het coronavirus was 317, eind vorige week. Sindsdien lijkt het aantal nieuwe overlijdens af te nemen.

Als we het aantal overlijdens per week vergelijken, valt op dat de oversterfte in 2018 eind maart begon af te nemen, terwijl die nu juist toeneemt.

Ook na het hoogtepunt van de griepepidemie duurde het nog weken voor het aantal overlijdens weer rond het gemiddelde zat. En dan moet niet vergeten worden dat het griepvirus iets heel anders is dan het coronavirus. Voor de griep hebben de meeste mensen wel een bepaalde vorm van immuniteit opgebouwd, voor het coronavirus geldt dat niet.

Dat betekent dat iedereen vatbaar is voor het virus, wat het risico op het overdragen ervan - met name aan kwetsbare groepen - veel groter maakt. En dus is de kans ook groter dat mensen in het ziekenhuis terechtkomen, en daar mogelijk overlijden.

Meer overlijdens in woonzorgcentra dan normaal

Volgens Sciensano krijgen jaarlijks zo'n 500.000 mensen de griep en moet ongeveer 1 op de 1.000 patiënten naar het ziekenhuis. Dat betekent dat zo'n 500 mensen, of 0,1 procent van de patiënten, in het ziekenhuis terecht komt.

Uiteraard ligt dit cijfer tijdens een zware epidemie hoger. In 2018 trok een aantal ziekenhuizen aan de alarmbel omdat zij met overbezetting kampten door de hevige epidemie - dat is in deze crisis nog niet voorgekomen, mede omdat de capaciteit van de intensieve zorg is opgekrikt.

Volgens cijfers van statistiekbureau Statbel overlijden jaarlijks gemiddeld zo'n 51.000 mensen in het ziekenhuis - bijna de helft van alle overlijdens. Die trend is tussen 2009 en 2016 behoorlijk constant geweest. 

In de afgelopen dagen overleden steeds gemiddeld 107 mensen per dag in het ziekenhuis aan COVID-19. Normaal gesproken overlijden gemiddeld 142 mensen per dag in het ziekenhuis: zelfs als dat is afgenomen vanwege de coronacrisis, overlijden er nog altijd veel meer mensen in het ziekenhuis dan normaal. 

Ook het aantal overlijdens in woonzorgcentra is hoger dan normaal, blijkt uit cijfers die Sciensano opvroeg bij het Intermutualistisch Agentschap (IMA).

Tussen 2012 en 2016 overleden gemiddeld 600 mensen per week in een woonzorgcentrum, in de periode tussen 15 maart en 11 april. Dit jaar neemt het aantal overlijdens aan mogelijke COVID-19 elke week toe, en overstijgt het inmiddels ruimschoots het aantal gemiddelde overlijdens.

West-Europa kent hoge oversterfte

En hoe zit het met de overlijdens in andere landen? Die vergelijking wordt met de dag moeilijker om te maken. Sinds België is begonnen met vermoedelijke COVID-gevallen ook bij de overlijdens te tellen, lopen de cijfers snel uit. Dat vertekent wel het beeld ten opzichte van landen zoals Nederland, waar alleen de bevestigde gevallen geteld worden in de overlijdensstatistieken.

Afbeelding van de website EuroMOMO met de oversterftecijfers voor de week van 30 maart tot 5 april

De Europese organisatie die oversterfte monitort (EuroMOMO) rapporteert elke week de gemelde oversterfte voor alle doodsoorzaken in zo'n 24 landen. Voor week 14 (de week van 30 maart tot 5 april) kleurt het kaartje behoorlijk donker: bijna alle West-Europese landen melden een 'erg hoge' oversterfte.

Maar ook hier moeten we voorzichtig zijn: door verlate meldingen kunnen de kaartjes nog bijkleuren. En zonder doodsoorzaken is het lastig concluderen waar de oversterfte nu écht aan ligt.

In Nederland maakte het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) een voorlopige berekening van de sterfte in maart, waaruit bleek dat de bovengemiddelde sterfte behoorlijk hoog lag. Dat wijst erop dat het werkelijke aantal sterfgevallen aan COVID-19 in Nederland mogelijk veel hoger is dan nu uit de officiële cijfers blijkt.

Omdat we het in België juist andersom doen, zou het kunnen dat wij een lichte overschatting hebben van het aantal overlijdens door COVID-19. "Het aantal overlijdens in België lijkt veel ernstiger dan in Nederland, maar dat is schijn," zegt onderzoeker bij het CBS Ruben van Gaalen. 

De cijfers vertellen ons nog weinig

We hebben dus gezien dat er al een paar dagen sprake is van bovengemiddelde sterfte en dat we dat ook nog verwachten voor in ieder geval de maand april. Welk deel van die bovengemiddelde sterfte precies te wijten is aan COVID-19, is nog niet duidelijk. 

De meeste mensen die overlijden, zijn 65 jaar of ouder, en hebben last van onderliggende aandoeningen. Maar we kunnen op dit moment nog niet zeggen of dat allemaal mensen zijn die dit jaar sowieso zouden overlijden.

Als er straks veel minder mensen sterven dan normaal, zou dat een aanwijzing kunnen zijn dat patiënten die overleden aan COVID-19 vooral mensen waren die dit jaar sowieso zouden overlijden.

Bekijk de cijferanalyse van onze wetenschapsjournalist Katty Allaert in "Het Journaal": (en lees verder onder de video)

Video player inladen...

We weten eigenlijk nog heel weinig, en dat is logisch: de pandemie is nog niet voorbij.

Met de bekende cijfers kunnen we wel vaststellen dat de ziekenhuizen op dit moment met een pak meer overlijdens te maken krijgen dan normaal. Maar het kan ook zijn dat later blijkt dat hierdoor minder mensen thuis overlijden.

We weten dus eigenlijk nog heel weinig, en dat is logisch: de pandemie is nog niet voorbij. Maar het is ook begrijpelijk dat nu de maatregelen mogelijk verlengd worden, we ons beginnen af te vragen of het doel de middelen heiligt. 

Immers: hoeveel mensen gaan juist overlijden aan de gevolgen van de coronamaatregelen? En in hoeverre is het proportioneel om een hele maatschappij op slot te houden, als dat ook een zware recessie tot gevolg heeft? 

De cijfers die we nu kennen kunnen ons het antwoord niet geven. Maar het lastige is: op dit moment kan niemand dat. We hebben nooit eerder zoiets meegemaakt, waardoor zelfs de beste modellen niet meer dan aanwijzingen bieden. En het is nog maar de vraag wanneer de mist werkelijk gaat opklaren.