Eén maand na de drastische coronamaatregelen in ons land: wat hebben we tot nu toe geleerd uit deze gezondheidscrisis?

Om de verspreiding van het coronavirus in te dijken, nam de Nationale Veiligheidsraad een maand geleden drastische coronamaatregelen. Hoe staan we er nu voor? Wat is er goed gegaan en wat niet? VRT NWS-journalist Steven Dierckx maakt een tussentijdse balans op van deze historische gezondheidscrisis, en trekt de eerste conclusies na een pandemie zonder voorgaande in onze recente geschiedenis.

analyse
Steven Dierckx
Steven Dierckx is journalist voor VRT NWS en volgt onder meer het gezondheidsbeleid in ons land.

Op 12 maart besloot de Nationale Veiligheidsraad om cafés en restaurants te sluiten, en om de lessen in de scholen op te schorten. Vijf dagen later, op 17 maart, werden de coronamaatregelen verder aangescherpt: burgers moesten thuisblijven, behalve voor het werk, noodzakelijke boodschappen en lichaamsbeweging; en niet-essentiële winkels moesten dicht. Tijd voor een terugblik.  

1. We hebben ons collectief misrekend

Toen China draconische maatregelen afkondigde in de zwaar getroffen provincie Hubei, leek dat een overdreven angstreactie van de Chinezen en een ver-van-mijn-bed-show voor ons, Europeanen. En toen de skitoeristen tijdens de krokusvakantie naar het noorden van Italië trokken, leek het besmettingsrisico daar "oneindig klein", in de woorden van professor Herman Goossens die Europees onderzoek naar het coronavirus co-ordineert.

(lees verder onder het interview met professor Herman Goossens in "Het Journaal" van 24 februari)

Video player inladen...

Ondanks de ferme alarmsignalen uit China en Italië hebben we ons op het nieuwe virus verkeken. Tot de eerste coronabesmettingen in ons land begin maart bleven de bevoegde minister en de virologen die de regering adviseren, het coronavirus vergelijken met een seizoensgriep. "Nu zien we dat het (coronavirus) zich ontwikkelt als een gewoon griepvirus"; stelde minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) op 2 maart in een interview met De Tijd. "Zo'n virus reist de wereld rond, maar bij het doen van die toer zwakt het af."

En in het VRT-televisiejournaal van 3 maart reageerde professor Marc Van Ranst op de eerste coronabesmetting bij ons in een school : "Wanneer we dan de dingen doen die we bij een normale griep ook doen - laten we dit beschouwen als een zware griep : virologen zijn het er meestal wel over eens dat dat het geval is - ja, dan doen we de juiste dingen. Anders hebben we echt het risico dat we enorm gaan overdrijven."

(lees verder onder het fragment uit "Het Journaal" van 3 maart)

Video player inladen...

Griep is een ernstige ziekte, met naar schatting wereldwijd 290.000 tot 650.000 doden per jaar. En er zijn nog wel meer gelijkenissen met het coronavirus. Maar in de volksmond wordt griep vaak - ten onrechte - afgedaan als een banale aandoening, "een onschuldig griepje". En het nieuwe virus bleek besmettelijker en wellicht ook dodelijker. Achteraf bekeken heeft de vergelijking van de coronapandemie met de griep communicatief dan ook niet geholpen. Ze heeft de bevolking ten onrechte gerustgesteld en de illusie gecreëerd dat het allemaal zonder veel erg zou overwaaien.

De vergelijking van de coronapandemie met de griep heeft de bevolking ten onrechte gerustgesteld

Nog op 3 maart maakte ook professor Steven Van Gucht in het parlement de vergelijking met een zware seizoensgriep. Op basis van Chinese cijfers schetste hij wat ons land in het slechtste geval kon overkomen. "In het worst-case scenario kunnen we dan in negen weken tijd 13.000 gediagnosticeerde gevallen verwachten, waarvan 2.000 tot 3.000 mensen moeten gehospitaliseerd worden." Van Gucht verwachtte dat in dat scenario ongeveer 700 mensen op intensieve zorg zouden belanden. Intussen weten we beter.

(lees verder onder het fragment van 3 maart met professor Steven Van Gucht)

Video player inladen...

Een week later, op 10 maart, ging heel Italië in quarantaine, en viel in ons land de eerste COVID-dode. In navolging van Frankrijk adviseerde de Nationale Veiligheidsraad om indoor-evenementen van meer dan 1.000 mensen niet meer te laten doorgaan. Maar een aantal experts drongen aan op veel drastischere maatregelen. En meteen kantelde de communicatie.

Een dag later waarschuwde professor Goossens in "Terzake": "Als er één zekerheid is op dit ogenblik vandaag, dan is dat dat er een storm op ons afkomt. Daar gaan we niet aan ontsnappen. En het zal een tsunami worden, als we niks doen." 

(lees verder onder het fragment uit "Terzake" van 11 maart met professor Herman Goossens)

Video player inladen...

Eind maart liet ook professor Van Ranst zich in dezelfde zin uit in het VRT-televisiejournaal : "Ik denk dat mensen ook goed moeten begrijpen dat alles wat we hier doen - dat dat op zijn best ertoe kan leiden dat we van een hele grote ramp een grote ramp maken. Dat is het enige wat kan verwacht worden."

(lees verder onder het interview met professor Marc Van Ranst in "Het Journaal" van 29 maart)

Video player inladen...

2. We waren niet (genoeg) voorbereid

We hebben ons niet alleen verkeken op het nieuwe coronavirus; we waren er ook niet - of in elk geval niet genoeg - op voorbereid. Misschien zijn we in slaap gewiegd door de voorgaande epidemieën van deze eeuw. Zuidoost-Aziatische landen trokken lessen uit hun ervaringen met het SARS- en het MERS-virus, twee coronavirussen die bij ons nooit voet aan de grond kregen. En het Mexicaanse griepvirus mondde hier uit in alleen een milde epidemie, waarvan we dankzij een snel vaccin ook vlug verlost waren.

Dat we niet voorbereid waren, werd duidelijk in de eindeloze saga van de mondmaskers

Dat we niet voorbereid waren, werd pijnlijk duidelijk in de eindeloze saga van de  mondmaskers. Nog vóór de Mexicaanse griep had ons land een strategische voorraad van 38 miljoen mondmaskers aangelegd, waarvan 6 miljoen hoogbeschermende FFP2-maskers. Maar die stock bleek een paar jaar geleden vervallen, vernietigd en niet vervangen te zijn. Ons land moest dus zonder voorraad de pandemie te lijf gaan. "Een put die je nog moet vullen op het moment dat de oorlog al bezig is, dat brengt je in een heel zwakke positie", zei professor Erika Vlieghe in De Afspraak." Dit mag nooit meer gebeuren."

(lees verder onder het fragment met professor Erika Vlieghe uit "De afspraak" van 31 maart)

Video player inladen...

Net als andere Europese landen is België voor mondmaskers sterk afhankelijk van buitenlandse producenten, vooral uit China. Begin vorige maand schreef ons land zich nog in op een Europese groepsaankoop, maar zonder resultaat. En door het coronavirus ontstond intussen op een overbevraagde markt een wereldwijde stormloop op mondmaskers. 

In de bikkelharde strijd om de schaarse mondmaskers is het ieder voor zich

In de bikkelharde strijd om de schaarse mondmaskers is het ieder voor zich. Landen bieden woekerprijzen en sjoemelaars proberen daar munt uit te slaan. In de moeizame zoektocht naar maskers werd ons land gedwongen tot geïmproviseerd crisisbeheer, met fout gelopen bestellingen en leveringen van slechte kwaliteit.

België liep ook aan tegen de wereldwijde schaarste aan chemische stoffen om te testen op het nieuwe coronavirus, en zo de pandemie in kaart te brengen. En de laboratoriumcapaciteit was niet meteen voorhanden om op grote schaal te testen. Ons land besliste daarom om alleen ernstig zieke patiënten in ziekenhuizen te testen, net als zorgmedewerkers met ziektesymptomen. Intussen is de capaciteit opgedreven tot 10.000 testen per dag, al wordt die capaciteit nog niet volledig benut.

Het valt op dat landen als Duitsland en IJsland, die al vroeg op grotere schaal konden testen, verhoudingsgewijs veel minder doden tellen dan ons land. Door breed te testen, konden die landen ook mensen met milde ziektesymptomen of zelfs zonder symptomen sneller isoleren, en zo wellicht de verspreiding van het virus vertragen.

3. De coronamaatregelen werken

Een maand geleden kondigde de Nationale Veiligheidsraad strikte coronamaatregelen af. Zo wilde hij de exponentiële verspreiding van het coronavirus tegengaan. Centrale doelstelling was om de epidemische curve af te vlakken, en te vermijden dat onze ziekenhuizen op korte tijd overspoeld zouden worden met ernstig zieke COVID-patiënten.

De coronamaatregelen blijken te werken. Eind maart begon het aantal dagelijkse ziekenhuisopnames eerst te stagneren rond bijna 600, om daarna geleidelijk te dalen tot ongeveer 300. En de laatste week zien we dat er ongeveer evenveel COVID-patiënten uit het ziekenhuis worden ontslagen, als er worden opgenomen. Ook het aantal patiënten op intensieve zorg blijft sinds begin deze maand min of meer gelijk.

Intussen zijn er in ons land al ruim 5.000 mensen overleden aan het coronavirus. Het gaat zowel om bevestigde gevallen in de ziekenhuizen als om vooral vermoedelijke gevallen in de woonzorgcentra. De dagelijkse dodentol blijft hoog en is sinds begin april snel aan het oplopen.

Maar onder die dagelijkse dodentol gaan twee verschillende trends schuil. In de ziekenhuizen begint de dagelijkse sterfte sinds begin deze maand langzaam te dalen. Maar tegelijk zien we in de woonzorgcentra een sterke stijging. Dat wijst erop dat de verspreiding van het coronavirus daar niet onder controle is. 

Viroloog Steven Van Gucht waarschuwde begin deze week dat er nog een lange weg te gaan is. "We gaan nog maanden met dit virus moeten samenleven. Het is belangrijk dat we het virus eerst zo klein mogelijk maken. Zodanig dat we in de toekomst het geweer van schouder kunnen veranderen, de maatregelen soepeler kunnen worden, en we op een gecontroleerde manier met het virus kunnen samenleven."

4. De ziekenhuizen halen een krachttoer uit

Geholpen door de strikte coronamaatregelen van de overheid en een enorme inzet van hun personeel, hebben de ziekenhuizen een onwaarschijnlijke krachttoer uitgehaald. In een mum van tijd hebben ze hun noodplannen afgestoft en zich ingrijpend gereorganiseerd om deze historische gezondheidscrisis te lijf te gaan.

Met behulp van systematische tests voerden de ziekenhuizen een strikte fysieke scheiding door tussen COVID- en niet-COVID- patiënten, zowel op de gewone afdelingen als op de spoedafdelingen. En om een toevloed van ongeruste patiënten op spoed te vermijden, gingen de huisartsen de ernstig zieken uitfilteren, zowel via telefonische consultaties als via fysieke onderzoeken in inderhaast opgezette triageposten. 

Halfweg maart besliste de federale overheid om alle niet-dringende raadplegingen, onderzoeken en ingrepen in de ziekenhuizen uit te stellen. Daardoor werd snel extra capaciteit en personeel vrijgemaakt voor de toestroom aan COVID-patiënten. Dokters en verpleegkundigen die minder werk hadden op de gewone afdelingen, werden klaargestoomd om waar nodig bij te springen.

Het aantal bedden op intensieve zorg in de ziekenhuizen is zowat met de helft opgetrokken. Daardoor zijn er nu maximaal een 2.300 bedden voor ernstig zieke COVID-patiënten die intensieve zorg nodig hebben, en is nog altijd bijna de helft van die capaciteit beschikbaar. Dat is maar goed ook, want patiënten blijven nu vaak een paar weken liggen op intensieve zorg. Intussen zijn door de Vlaamse overheid ook tijdelijke schakelzorgcentra opgestart voor patiënten uit het ziekenhuis die herstellen, maar nog niet naar huis kunnen.

(lees verder onder het fragment uit "De zevende dag" van 22 maart, waarin minister van Volksgezondheid Maggie De Block extra beddencapaciteit heeft aangekondigd)

Video player inladen...

Onze gezondheidszorg is door de coronapandemie niet geïmplodeerd, maar die krachttoer gaat ook gepaard met vooralsnog verborgen gezondheidskosten. Huisartsen en ziekenhuizen vrezen dat patiënten met andere klachten te lang wachten om hulp in te roepen : omdat ze alarmsymptomen minimaliseren, of bang zijn om in het ziekenhuis een coronabesmetting op te lopen.

De geestelijke gezondheidszorg waarschuwt ook voor een "mentale pandemie". Patiënten met psychische problemen zien hun behandelingen opgeschort, of zijn aangewezen op online consultaties. En hoe langer het duurt, hoe meer de coronamaatregelen een negatieve impact hebben op de mentale gezondheid, vooral van wie al kwetsbaar is. 

5. De woonzorgcentra betalen de prijs

Toen Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) op 11 maart na enig aarzelen alle bezoek verbood in de woonzorgcentra, werden in ons land de eerste COVID-doden gemeld. Twee van hen verbleven in een woonzorgcentrum en moeten pakweg tien dagen eerder al besmet zijn geweest. Dat laat vermoeden dat het coronavirus bij ons al eind februari lokaal circuleerde en tot in sommige woonzorgcentra was doorgedrongen.

De woonzorgcentra waren minder goed gewapend dan de ziekenhuizen

Van bij het begin stonden de woonzorgcentra voor een enorme uitdaging. Want hun bewoners zijn kwetsbaar voor het coronavirus: omdat ze hoogbejaard en vaak chronisch ziek zijn. Maar de woonzorgcentra waren intrinsiek minder goed gewapend dan de ziekenhuizen om een gezondheidscrisis van deze omvang te beheersen, en zeker de kleinere woonzorgcentra. 

Om te beginnen is het geen sinecure om de sociale afstandsregels toe te passen, tenzij bewoners wekenlang preventief in hun kamer worden geïsoleerd. Woonzorgcentra hebben ook lang niet altijd de nodige medische expertise in huis om in een pandemie de hygiënische voorschriften correct toe te passen. En er ontbrak na de coronamaatregelen in een aantal woonzorgcentra een concreet en samenhangend plan van aanpak, zoals dat in de ziekenhuizen is uitgerold. 

Daar komt nog bij dat de woonzorgcentra, net als andere zorginstellingen, op de tweede rij stonden -na de ziekenhuizen- om de schaarse mondmaskers en ander beschermingsmateriaal toebedeeld te krijgen. De medewerkers die de bewoners moesten verzorgen, waren daardoor onvoldoende beschermd, en konden het virus doorgeven en verspreiden. Uit de eerste testresultaten blijkt nu dat  ruim 1 op de 8 personeelsleden en 1 op de 5 bewoners zijn besmet.

Er waren aanvankelijk ook geen kits beschikbaar om bewoners en medewerkers op grote schaal te testen. Daardoor moesten de woonzorgcentra blind varen, en was het onbegonnen werk om besmette en niet-besmette bewoners fysiek te scheiden. Pas eind vorige week werden ook zo'n 20.000 testkits verdeeld in de woonzorgcentra, maar dat was rijkelijk laat. De volgende weken moeten wel nog eens ruim 200.000 kits beschikbaar komen voor woonzorgcentra en andere zorginstellingen.

De woonzorgcentra kampten hiervoor al met te weinig personeel en te veel werkdruk

Wat verder niet heeft geholpen, is dat de woonzorgcentra al vele jaren overbevraagd zijn. De vorige Vlaamse regering investeerde fors in extra plaatsen, maar niet genoeg in extra personeel om gelijke tred te houden met de alsmaar zwaardere zorgbehoevendheid van de bewoners. Gevolg is dat de woonzorgcentra al vóór de pandemie kampten met te weinig personeel en te veel werkdruk.

Intussen tellen de woonzorgcentra al  bijna 2.600 overlijdens die vermoedelijk te wijten zijn aan het coronavirus. En de dagelijkse dodentol blijft hoog. Maar pas na deze pandemie zal echt duidelijk worden hoeveel méér bewoners dan normaal er in de woonzorgcentra zijn overleden. Niettemin is het pijnlijk dat we er als samenleving niet beter in slagen om in deze nieuwe "oorlog" uitgerekend die generatie te beschermen die ons land na de Tweede Wereldoorlog heeft heropgebouwd.

6. Nationale reflexen duwen Europa in de hoek

Gezondheid is in Europa een nationale bevoegdheid. De Europese Unie heeft in dat opzicht weinig in de pap te brokken, en kan alleen proberen om te coördineren. Het was wellicht onvermijdelijk, maar de lidstaten zijn elk op eigen houtje en in verspreide slagorde de pandemie te lijf gegaan.

De EU-lidstaten zijn elk op eigen houtje de pandemie te lijf gegaan

Zo namen de lidstaten elk hun eigen coronamaatregelen om de verspreiding van het coronavirus in te dijken. En daarbij gingen sommige landen - misschien noodgedwongen - veel drastischer te werk dan andere. Italië en Franrijk bijvoorbeeld zitten nog altijd in een strikte lockdown, terwijl het leven in Zweden nog min of meer zijn gewone gang gaat. Een hele reeks landen voerden ook grenscontroles in.

In het harde gevecht om de schaarse mondmaskers en ander beschermend materiaal bleek het ieder voor zich. De Europese lidstaten deinsden er niet voor terug om elkaar bestellingen af te snoepen, en leveringen naar andere landen te onderscheppen of tegen te houden.

Van Europese solidariteit was bitter weinig te merken. Een opmerkelijke uitzondering was Duitsland, met zijn grote beddencapaciteit op intensieve zorg. Daardoor konden onze oosterburen het zich veroorloven om ook op beperkte schaal COVID-patiënten op te nemen uit Nederland, Frankrijk, Italië en Spanje.

(lees verder onder de foto)

Duitsland nam patiënten over uit Italië

Nationale reflexen veroordeelden de Europese Unie in deze historische gezondheidscrisis tot een bescheiden bijrol. En ze brachten grote spanningen aan de oppervlakte. Vooral Nederland stond fors op de rem om de zwaarst getroffen landen Italië en Spanje bij te springen.

UIteindelijk kwam er een moeizaam akkoord uit de bus om een Europees noodfonds aan te spreken dat was opgezet na de eurocrisis. Als onderdeel van een groter steunpakket is er 240 miljard euro beschikbaar om de pandemie te beheersen. Landen die in zwaar weer zitten, kunnen zonder voorwaarden goedkope leningen krijgen, zolang ze dat geld gebruiken voor medische uitgaven.

7. De meeste mensen deugen

"Mensen zijn geen engelen. We hebben een goed been en een slecht been"; schrijft de Nederlandse historicus Rutger Bregman in de aanhef van zijn boek De meeste mensen deugen. "Ik zal slechts betogen dat we van nature, als kind, op een onbewoond eiland, als een oorlog begint of de dijken breken, een sterke voorkeur hebben voor dat goede been."

Ook in deze  pandemie kiezen de meeste mensen voor hun goede been. De overgrote meerderheid van de Belgen blijft in zijn kot en houdt zich door de band aan de coronamaatregelen. In het algemeen belang blijken we bereid om een forse inperking van onze individuele vrijheid tijdelijk voor lief te nemen. Al bij al is het een kleine minderheid die de regels aan zijn laars lapt, en zich bezondigt aan dom en asociaal gedrag.

Dat de meeste mensen deugen, bleek ook uit de vele vormen van solidariteit die opborrelden, toen het coronavirus in ons land toesloeg. Denk bijvoorbeeld aan de avondlijke applausconcerten om de zorgverleners te steunen, de spontane buurtinitiatieven om kwetsbare ouderen te helpen, de vele mensen die aangekochte of zelfgemaakte maskers binnenbrachten bij de zorginstellingen, en de creatieve restaurantkoks die gratis maaltijden leverden aan de ziekenhuizen.

(lees verder onder de video van het applaus voor zorgverleners)

Video player inladen...

We gaan alleen nog het huis uit voor noodzakelijke boodschappen, voor lichaamsbeweging, en voor het werk als dat moet. Waar dat kan, werken we massaal thuis. We gaan niet meer op café of restaurant, niet meer naar de bioscoop of het theater, niet meer naar het voetbal of de koers. En we proberen de tijd in ons kot met veel creativiteit door te komen.

We leven op zijn minst tijdelijk in een andere wereld. En daaraan blijken we ons verbazend snel aan te passen. Maar tegelijk beginnen de coronamaatregelen na een volle maand te wegen, zeker voor wie krap behuisd is en voor wie psychisch kwetsbaar is.  Het is symptomatisch dat de telecomoperatoren tijdens het Paasweekend een 30 procent méér verplaatsingen buiten de eigen gemeente hebben geteld dan enkele weken eerder.

Het wordt een erg delicate evenwichtsoefening om de teugels te vieren, als we de komende weken geleidelijk aan weer uit ons kot mogen komen. Het zal zaak zijn om het coronavirus onder controle te houden en een opflakkering van de pandemie te vermijden. Zeker zolang er geen vaccin is, gaan we moeten leren om op een verstandige manier met het virus samen te leven. Een andere keuze is er niet. 

Meest gelezen