"Toets om schade op te meten" en "individuele trajecten": onderwijsexpert oppert deze exit-strategie voor scholen

"Een toets om de schade op te meten" en "individuele trajecten": dat is volgens onderwijsexpert Dirk Van Damme dé manier om onze scholen opnieuw op gang te laten komen na de coronacrisis. Maar hoe moet ons onderwijs er dan uitzien? En hoe groot zal de schade zijn? Vier vragen en antwoorden. 

De veiligheidsraad heeft de strenge coronamaatregelen tot 3 mei verlengd. En dus blijven de lessen opgeschort. Na de paasvakantie moeten leerlingen wél nieuwe leerstof krijgen, via afstandsonderwijs. Maar tegelijk komt er nu een volgende fase aan: nadenken over de exit-strategie. Welke sectoren gaan er als eerste terug open? En hoe verloopt dat allemaal? 

Geen evidente oefening. Dirk Van Damme, onderwijsexpert bij OESO (de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) heeft nu een nota klaar over hoe de verschillende landen rondom ons dat vraagstuk aanpakken. 

"Dezelfde vragen keren elke keer terug: met welke groep begin je? Hoe organiseer je je praktisch? Selecteer je leerlingen of laat je ineens iedereen binnen, wat dan moeilijk is met de social distancing?", vertelt hij in "De ochtend" op Radio 1.

Wat zou een goede exit-strategie zijn?

"Het is heel belangrijk om voor elke leerling te kijken waar hij of zij staat, en wat de schade is die aangericht is aan het leerproces", benadrukt Van Damme. "Je kan een soort toets organiseren, die bijvoorbeeld niet meetelt voor punten. Maar dan kan je wel meten waar leerlingen staan in bepaalde vakken, en dan kan je kijken waar ze bijgespijkerd moeten worden."

"Op die manier kan je kijken hoe je voor elke leerling een individueel traject kan uittekenen. Het is heel arbeidsintensief, maar het lijkt me echt wel noodzakelijk."

We gaan moeten differentiëren en flexibiliseren in plaats van te denken dat je het onderwijs op korte termijn weer kan organiseren zoals het voor de lockdown was

Dirk Van Damme - onderwijsexpert

Ook denkt Van Damme aan activiteiten om te compenseren op het einde van het schooljaar, of in de zomer. "We gaan moeten differentiëren en flexibiliseren in plaats van te denken dat je het onderwijs op korte termijn gewoon weer kan organiseren zoals het voor de lockdown was."

Hij vraagt zich ook af of de leerlingen ook allemaal fysiek op school moeten zitten. "Wij hebben een leerplicht, en geen schoolplicht. Ik zou daar positief gebruik van maken. De meeste landen gaan ervoor om nu contactonderwijs te combineren met afstandsonderwijs voor bepaalde onderdelen of bepaalde leerlingen."

Je moet een flexibel aanbod ontwikkelen, dat het best geschikt is om op de korte termijn die we nog hebben zoveel mogelijk leerwinst te boeken

Dirk Van Damme - onderwijsexpert

"Je moet een flexibel aanbod ontwikkelen", besluit hij, "dat het best geschikt is om op de korte termijn die we nog hebben zoveel mogelijk leerwinst te boeken".

Wie komt er eerst? De kleuters? De lagere school? Het middelbaar?

En wie gaat er als eerste terug naar school mogen? Kleuters? Lagere schoolkinderen? Middelbare scholieren? "De meeste landen beginnen met het lager onderwijs. Dat is eigenlijke een algemene lijn, ook omdat nu toch duidelijk is dat de besmetting daar het minste risico’s oplevert om de curve opnieuw omhoog te laten gaan."

De meeste landen beginnen met het lager onderwijs

Dirk Van Damme - onderwijsexpert

Toch zijn er ook landen die een ietwat andere aanpak hebben. "Noorwegen bijvoorbeeld start met het kleuteronderwijs. Daar is discussie over, omdat veel landen bevreesd zijn dat fysiek contact vermijden en afstand houden moeilijk is met kleine kinderen. Duitsland op zijn beurt gaat het accent leggen op leerlingen die in het laatste jaar van een bepaalde fase zitten. Dat is ook een verstandige keuze", vindt Van Damme. "Maar dan nog zul je moeten kijken hoe de voorbije periode verteerd is door verschillende leerlingen. En dat kan alleen door de leerachterstand op te meten. Het secundair onderwijs komt eigenlijk overal pas nadien aan bod, al doet men het in sommige landen tegelijk."

Komt er nu extra veel werk op de leerkrachten af?

Zullen onze leerkrachten dan met extra werk opgezadeld worden, zodra de scholen al dan niet deels weer opengaan? "Ja", geeft Van Damme toe. "Er zal inderdaad wel wat werk op hen afkomen, om de opstart weer mogelijk te maken. Maar eigenlijk moet je die verantwoordelijkheid wel nemen."

Er zal inderdaad wel wat werk op hen afkomen, maar eigenlijk moet je die verantwoordelijkheid wel nemen

Dirk Van Damme - onderwijsexpert

"Sommige leerlingen hebben door dat afstandsonderwijs eigenlijk niet zoveel last gehad, die hebben de ondersteuning en infrastructuur thuis, maar er zijn heel veel leerlingen die dat niet hebben en die je toch met extra aandacht zal moeten omringen. Dat kan alleen als je goed meet welke leerachterstand er is, en voor leerlingen of groepen leerlingen trajecten uitwerkt waarbij je afstandsonderwijs combineert met face-to-face-education."

Hoe groot zal de schade zijn?

De grote vraag is nu: hoe groot zal de schade bij de leerlingen zijn? 

Van Damme denkt niet dat het gemiddelde heel fel naar beneden zal gaan. "Maar de spreiding wel. De verschillen tussen de sterkere en zwakkere leerlingen zullen toenemen. Dat zie je als land niet graag gebeuren, en in Vlaanderen hebben we al een heel sterke spreiding. Leerlingen die het het moeilijkste hebben op school, hebben het nog veel moeilijker met afstandsonderwijs. Leerlingen die sterk zijn, hebben niet veel schade opgelopen, is de indruk. Maar leerlingen die zwakker zijn wel."

De verschillen tussen de sterkere en zwakkere leerlingen zullen toenemen

Dirk Van Damme - onderwijsexpert

Die kloof tussen leerlingen moet dus echt wel dé prioriteit zijn. "We moeten al te grote verschillen vermijden, zowel aan de boven- als aan de onderkant." En, zo benadrukt hij: "Als we volgend schooljaar ook nog geconfronteerd worden met tijdelijke lockdowns, en die kans zit er echt wel in volgens experten, dan wordt de schade groter."

Herbeluister hier het gesprek met Dirk Van Damme in "De ochtend": 

BELGA