Nicolas Maeterlinck

Niet sociaal dat sommige tijdelijk werklozen nu netto meer verdienen

Professor arbeidseconomie Stijn Baert is voorstander van het systeem van tijdelijke werkloosheid. Maar dat sommigen als tijdelijk werkloze een inkomen hebben dat hoger is dan hun reguliere loon, terwijl anderen het water aan de lippen staat, dat vindt hij niet kunnen. Hij doet concrete voorstellen om de toeslagen op verschillende niveaus te harmoniseren.

Laat het duidelijk zijn. Het systeem van tijdelijke werkloosheid is een goede zaak. Door dit systeem kunnen bedrijven in noodsituaties arbeidscontracten even in het vriesvak stoppen om ze snel te ontdooien van zodra het mogelijk is de activiteiten opnieuw op te starten. Als de reddingsboei van de tijdelijke werkloosheid er niet was geweest, zou de huidige coronacrisis vermoedelijk geleid hebben tot massale ontslagen, met enorme kosten voor werkgevers én werknemers. 

We prijzen het systeem dan ook in ons Gentse Economische Inzicht over zinvol economisch beleid in tijden van corona waar VRT NWS vrijdag over berichtte – u moet het zeker eens lezen wanneer u één van de komende avonden de slaap niet kunt vatten.

Ook duidelijk: voor velen is deze tijdelijke werkloosheid absoluut geen jackpot. In ons onderzoek naar wat Vlamingen denken dat de gevolgen van corona zullen zijn voor hun carrière bleek meer dan de helft van de bevraagde tijdelijk werklozen te vrezen voor financiële problemen. En inderdaad, wie een goed loon heeft, ziet haar/zijn maandinkomen typisch een diepe duik nemen. Combineer dat met hypotheekleningen die – uitstel van betaling of niet – moeten afbetaald worden en het is logisch dat de schrik er bij hen goed in zit.

Rondstrooien

Maar er is ook een ander beeld. Het werd treffend gebracht door Het Laatste Nieuws afgelopen zaterdag. Daarin getuigde een anonieme tijdelijk werkloze over het feit dat hij door zijn deeltijdse werkloosheid zijn netto-inkomen met 350 euro zag… stijgen. Dat komt omdat hij, met zijn midden-laag brutoloon, tegen de bovengrens van de basisuitkering zit. Maar ook omdat er bovenop die uitkering vanuit de federale staatskas een toeslag is van het Vlaamse niveau én van de sector waarin hij werkt én van het bedrijf waar hij werkt. 

De klassieke Belgische versnippering aan bevoegdheden over verschillende niveaus en elk niveau dat “iets wil doen”, leidt dus voor sommigen tot een oneigenlijke situatie dat (deeltijds) niet werken meer oplevert dan (voltijds) werken. Maar, een paar honderd euro “te veel” voor een tijdelijk werkloze, moeten we daar nu een punt van maken? Het antwoord is: toch wel. En dat om minstens drie redenen.

Zomaar geld rondstrooien is niet aan de orde

Ten eerste moeten we ook in periodes waarin het verdedigbaar is om tijdelijk veel geld uit te geven, zorgen dat we het doelmatig uitgeven. Zomaar geld rondstrooien is niet aan de orde. Een situatie waarin vele burgers het water aan de lippen staat – groepen van ondernemers, zelfstandigen en tijdelijk werklozen – maar, tegelijk, door een kluwen aan toeslagen, anderen een hoger inkomen overhouden aan niet werken dan aan werken, kan nooit doelmatig zijn. In economische termen spreken we van “deadweight loss”: middelen komen momenteel terecht bij wie ze eigenlijk niet nodig heeft.

Reservatieloon

Ten tweede zit er niet alleen binnen het stelsel van de tijdelijke werkloosheid een constructiefout – voor sommigen heel hard, voor anderen vrij royaal – maar is het hoge vervangingsinkomen van sommige tijdelijk werklozen ook onrechtvaardig tegenover andere groepen. Tegenover wie werkt – niet in het minst tegenover wie daarbij zekere gezondheidsrisico’s neemt, zoals verpleegkundigen. Maar ook tegenover groepen die niet werken, maar het met een lagere uitkering moeten doen, bijvoorbeeld zieken of werknemers die na een tijdelijk contract klassiek werkloos zijn geworden.

Tegelijk moet men een betere ondersteuning bieden aan anderen bij wie het water momenteel echt aan de lippen staat

Ten derde is het cruciaal in het kader van de economische relance dat het perspectief om opnieuw te gaan werken voldoende aantrekkelijk blijft. Mocht het hoge vervangingsinkomen voor sommige tijdelijke werklozen ertoe leiden dat zij hogere loonverwachtingen ontwikkelen – in economische termen spreken we over een verhoging van het “reservatieloon”, het minimale loon tegen hetwelk men wil werken –  dan kan dat negatieve invloeden hebben op de werkzaamheidsgraad in ons land en onze regio.

Maximaal percentage

Vooraleer dus over te gaan tot een verlenging van de tijdelijke werkloosheid, is het belangrijk het volledige vervangingsinkomen van de tijdelijk werklozen in kaart te brengen. En zo een zicht te krijgen op wie we “overbeschermen” en wie we te weinig ondersteuning bieden. 

Concreet zou, zoals we voorstellen in ons Gentse Economische Inzicht, kunnen geopteerd worden om een maximale netto-vervangingsratio “alle toeslagen inbegrepen” op te leggen. Dat wil zeggen: een maximaal percentage van zijn (m/v) reguliere inkomen dat iemand kan ontvangen als tijdelijke werkloze. Bijvoorbeeld 85% of 90%, voor de laagste inkomens. Komt men boven het maximale percentage uit door het stapelen van verschillende toeslagen, dan dient de uitkering of toeslag op federaal of Vlaams niveau te zakken. Vanzelfsprekend kan wie deeltijds tijdelijk werkloos is een inkomen van bijna 100% van haar/zijn reguliere inkomen bereiken, maar meer dan 100% mag nooit het geval zijn.

In feite kan mijn pleidooi in één woord samengevat worden. Namelijk: coördinatie

Tegelijk moet men een betere ondersteuning bieden aan anderen, door middelen die bespaard worden op de tijdelijke werkloosheid te heroriënteren naar gezinnen en bedrijven bij wie het water momenteel echt aan de lippen staat, met als gevaar dat ze ook tijdens de economische relance niet meer mee zullen kunnen. Door bijvoorbeeld de federale uitkering te laten zakken voor wie, door inspanningen elders, al tot 90% van haar/zijn reguliere netto-inkomen komt, maar tegelijk beter degenen te ondersteunen die echt in de problemen komen, besteden we middelen zowel sociaal rechtvaardiger als economisch efficiënter.

Coördinatie

In feite kan mijn pleidooi in één woord samengevat worden. Namelijk: coördinatie. Het is goed dat verschillende niveaus – federale en gewestelijke overheid, sectoren en bedrijven – alles op alles zetten om wie tijdelijk werkloos wordt te ondersteunen. Geen enkele burger heeft er immers zelf om gevraagd om in dat stelsel te zitten. Maar al die niveaus samen kunnen hun geld maar één keer uitgeven. Vandaar: dat ze met elkaar spreken en samen nadenken over een zo rechtvaardig én efficiënt mogelijke ondersteuning.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen