10 jaar na de ramp met Deepwater Horizon: een oceaanbodem vol zeesnot en zombiekrabben

Vandaag is het precies 10 jaar geleden dat in de Golf van Mexico het olieboorplatform Deepwater Horizon ontplofte. Bij de explosie vielen 11 doden en 17 gewonden. Tot 3 maanden na het ongeval zouden miljoenen liters olie in zee stromen. De gevolgen van de milieuramp zijn tot vandaag nog zichtbaar, vooral dan op de oceaanbodem. 

Deepwater Horizon was een olieboorplatform dat door oliemaatschappij BP gebruikt werd om in de Golf van Mexico, voor de zuidkust van de Verenigde Staten, naar olie te boren. Op 20 april 2010 vond er op het platform een explosie plaats. Het platform zonk waarbij de boorstang afbrak. Omdat een veiligheidsmechanisme het liet afweten, kon olie vrij de zee instromen. 

Minstens 600 miljoen liter olie in zee

Het duurde liefst 87 dagen vooraleer ingenieurs het lek konden dichten. In al die tijd stroomden er volgens het Amerikaans milieuagentschap 4 miljoen vaten olie in zee,  of meer dan 600 miljoen liter. Al is dat cijfer volgens Tinka Murk, hoogleraar Ecologie van Mariene Dieren aan de Universiteit van Wageningen in Nederland, intussen achterhaald. In “De ochtend” op Radio 1 zei ze dat er wellicht meer dan 400 miljoen vaten in zee zijn terechtgekomen.     

De gevolgen waren in ieder geval zichtbaar. Want op het water begon zich een dikke koek van olie te vormen, die van op een diepte van 1.500 meter naar de oppervlakte kwam gedreven. Miljoenen vissen, vogels, schildpadden en zeezoogdieren kwamen erin vast te zitten en stierven. Andere dieren die het overleefden, hebben tot vandaag last van longziektes, hartafwijkingen en onvruchtbaarheid, aldus Murk. Hetzelfde geldt volgens haar ook voor mensen die geholpen hebben de koek op te ruimen. 

Een weinig doordachte oplossing

Vooral op de oceaanbodem zijn de gevolgen van de ramp vandaag nog merkbaar. Toen de koek begon af te drijven naar de stranden en de moerassen aan de kust,  hebben reddingswerkers er miljoenen liters oplosmiddel over gegoten. “Dat oplosmiddel, een soort zeep, is samen met de oliedeeltjes naar de zeebodem gezonken”, legt Murk uit. “Bacteriën die op algen leven hebben de zeep omgezet in een slijmachtige substantie die wij zeesnot of zeesneeuw noemen. Samen met de oliedeeltjes hebben ze daar een smurrietapijt gevormd van bijna 3.000 vierkante kilometer (ongeveer zo groot als de provincie Antwerpen, red.).”

Een met olie besmeurde zeeschildpad, slachtoffer van de ramp met de Deepwater Horizon

Twee jaar geleden hebben Amerikaanse collega’s van Murk filmopnames gemaakt op de bodem van de Golf van Mexico. “Je ziet er een vieze, grijze leegte waarin zombies rondlopen”, zegt Murk. “Het gaat om krabben en garnalen die poten missen of andere afwijkingen hebben. In een normale omgeving zouden die misvormde dieren allicht niet overleven. Maar zij lijken de smurrie lekker te vinden en als voedsel te gebruiken.”     

Besmette voedselketen

Voor de zombies die in de Golf van Mexico over de zeebodem dolen, is het smurrietapijt een levensbron. Maar voor andere dieren is het schadelijk. “Als een roofvis zo’n zombie opeet, dan krijgt hij veel olie binnen. Die vis kan op zijn beurt worden opgegeten door een vogel of een zeezoogdier. Op die manier blijft de hele voedselketen de gevolgen van de milieuramp ondervinden”, besluit Murk.     

Klik hieronder op het luidsprekericoontje om het gesprek met Tinka Murk in "De ochtend" te beluisteren.