Copyright 2018 The Associated Press. All rights reserved.

Prijs van ruwe olie stort samen met de vraag in elkaar tot het laagste peil ooit

Op de internationale goederenmarkten is de prijs van een vat ruwe olie gisteravond opnieuw fors gedaald. De prijs voor een vat WTI, een belangrijke benchmark voor olie in de VS, voor levering in mei was meer dan 35 dollar negatief, dus onder nul. Dat was nog nooit gebeurd sinds het begin van de termijncontracten op de goederenbeurs van New York.

Het was vooral de prijs van de Amerikaanse West Texas Intermediate - een lichte vorm van olie - die in elkaar stortte. Gisteravond stortte de prijs voor WTI met levering in mei met meer dan 220 procent op een dag naar zo goed als nul dollar per vat en stond die zelfs op meer dan 35 dollar negatief. Dat was nog nooit gebeurd sinds het begin van de termijncontracten voor olie op de Nymex-beurs in New York in 1983. 

De productiebeperking die de grote producenten hadden afgesproken, houdt geen rekening met de impact van de coronacrisis

In Londen was de prijs voor een vat Brent-Noordzeeolie ook gedaald, maar met slechts 7 procent tot iets meer dan 23 dollar per vat. De Brent is een belangrijke maatstaf voor olie in Europa, Afrika en het Midden-Oosten. 

De daling kwam er ondanks een eerder akkoord tussen de landen van het ooit zo machtige OPEC-kartel en andere producenten zoals Rusland. Die hadden aangekondigd dat ze de productie met 10 miljoen vaten per dag zouden verlagen om de fors gedaalde vraag op te vangen. Dat lukte niet, want veel analisten vonden die daling te klein en bovendien houden veel landen zich  vaak niet aan dat soort afspraken. Want wie wel inkrimpt, verliest natuurlijk marktaandeel en dus inkomsten. 

Amerikaanse olieprijs vanochtend opnieuw -licht- positief

Vanochtend is de prijs voor een vat olie van de Amerikanase soort West Texas Intermediate licht boven nul gegaan. Bij de opening van de markt in Azië ging een vat over de toonbank voor 0,56 dollar.

Waar moet al die olie naartoe?

De crisis zat er al langer aan te komen. Eerst was er een conflict tussen Rusland en Saudi-Arabië, twee grote producenten en de Saudi's pompten plots veel meer olie op om de Russen onder druk te zetten. Beiden keken tenslotte naar de Verenigde Staten als bemiddelaar en onlangs werd dus afgesproken om de productie fors terug te schroeven met bijna 10 miljoen vaten per dag. 

Het probleem is opslagcapaciteit: niemand wil olie die je nergens kan opslaan terwijl de vraag erg laag is

Analisten hadden er toen al op gewezen dat dat wellicht onvoldoende zou zijn en door de coronacrisis is de vraag naar olie en energie plots fors gedaald. Wie thuis blijft, heeft geen benzine nodig en nu veel industrietakken ook stilliggen, verbruiken die ook niet veel. 

Probleem is dat olie -net zoals veel grondstoffen en goederen- verhandeld worden via "futures" of termijncontracten. De prijs is die voor levering in mei of juni en niemand weet hoe groot de vraag dan zal zijn. Intussen moet al die olie ergens opgeslagen worden en de opslagcapaciteit voor WTI in de VS is zo goed als opgebruikt. Er dobberen overal op zee volgeladen supertankers rond die ook nergens kunnen leveren. 

Dat is een zeer groot probleem voor landen zoals Rusland, Venezuela, en Nigeria, die voor het grootste deel van hun inkomsten afhankelijk zijn van olie en gas, maar ook voor de Verenigde Staten, opnieuw de grootste exporteur van energie ter wereld. In de VS werken 10 miljoen mensen in de olie-industrie. Veel van die Amerikaanse olie is afkomstig van fracking of schaliegas­ontginning, wat veel duurder is en dus een hoge prijs nodig heeft om rendabel te zijn. Het is dan ook niet toevallig dat president Donald Trump zo veel aandacht voor de oliemarkt heeft, zeker in een verkiezingsjaar.

Betalen we nu minder aan de pomp? Ja, maar...

De vraag die de consument zich in België stelt, is die of we de komende dagen minder betalen aan de pomp of om de tank met huisbrandolie te vullen. Dat zal een impact hebben, maar gratis zal de benzine niet worden.

Het is de FOD Economie die in ons land de maximumprijzen voor brandstof vastlegt. Dat gebeurt op basis van de evolutie op de internationale markten, maar er zijn ook andere factoren. 

Zo wordt de prijs van benzine, diesel en huisbrandolie bepaald door die van afgewerkte geraffineerde producten; daar komen dus de kosten voor raffinage bij. Daarbij komen echter ook nog andere kosten zoals die van transport en distributie, maar vooral ook taksen en accijnzen. Voor benzine en diesel en dergelijke bestaat die prijs tussen een derde tot de helft uit de prijs voor brandstof, de rest zijn dus belastingen en distributiekosten en die schommelen dus niet of veel minder. Bovendien houdt de prijs voor Brent-olie vrij goed stand en is het die graadmeter die de prijs op de Europese markt beïnvloedt, niet de WTI in Amerika.

BELGA/ MAETERLINCK NICOLAS

Bekijk hier het verslag uit “Het Journaal”: 

Video player inladen...