"Pano" midden in de coronapiek: "Té weinig maskers, zuurstof én personeel. Zijn we tweederangsburgers?" 

"Pano" laat de camera's draaien tijdens de piek van de coronacrisis. De afdeling intensieve zorg in het ZNA Middelheim loopt vol. Er zijn hoopvolle dagen: mensen ontwaken uit hun coma en herstellen goed. Maar de mentale last blijft zwaar. Verpleegkundigen zien patiënten, zo oud als hun ouders, door hun vingers glippen. "Pano" onderzocht hoe de piek verliep op een aantal plaatsen. 

3 april op intensieve zorg in ZNA Middelheim: de afdeling is volgestroomd, onder meer met patiënten die overgenomen zijn uit volle Limburgse ziekenhuizen. “Het is kritiek nu”, zegt intensivist Rogier Nieuwendijk. Daarmee verwijst hij niet alleen naar de druk op het personeel, maar vooral naar het nog altijd verrassende ziektebeeld. “Mensen worden heel ziek, gaan snel achteruit. Voorbij een kritiek punt kunnen we hen niet meer redden. Bovendien zijn heel wat patiënten erg jong, tussen 50 en 60.”

Intensieve is geen fijne plek omdat er mensen liggen die heel erg ziek zijn en die niet meer zelfstandig kunnen ademen. Er liggen hier vooral mannen. Maar toch is het er beheerst rustig. Intensivisten schieten niet snel in paniek. Er is wel een zware psychische belasting bij het personeel in deze piekperiode.

We raken aan de praat met enkele jonge vrouwelijke personeelsleden: “De mensen die wij hier zien, hebben dezelfde leeftijd als onze ouders. Je ziet die dan door je vingers glippen en je kan er niets aan doen. Dat is nu nog erger omdat wij onze ouders al lang niet meer hebben gezien.” In de intensieve zorg van ZNA Middelheim zijn ze tijdens de piek nooit in de problemen gekomen. Er waren nog altijd bedden over en die werden deels opgevuld met Limburgse patiënten.

Eén vijfde van de bewoners is overleden

Een ander verhaal zijn de woonzorgcentra. In het begin van de crisis keek iedereen naar de capaciteit op intensieve: zou die wel volstaan? Er werd weinig gesproken over de woonzorgcentra. Intussen was het virus daar vanaf de eerste dag aan een stevige opmars bezig. De overlijdens zouden volgen. Woonzorgcentrum Onze-Lieve-Vrouw Ter Rive in Gent is één van de zwaarst getroffen centra. Er waren 100 bewoners. Begin april waren er 20 gestorven. “Eén vijfde van de bewoners is overleden”, zucht Nancy Schuddings. “Dat komt heel zwaar aan. Zeker omdat je elkaar in deze tijden geen schouderklop mag geven.” Het personeel laat zijn emotie niet makkelijk zien, maar ze zijn geraakt. Ook directeur Geert Polfliet ziet zijn personeel lijden. 

Video player inladen...

Woonzorgcentra werden ziekenhuizen. In sommige centra lagen minstens evenveel COVID-patiënten als op de longafdeling van een klein ziekenhuis. “Alleen hebben wij nooit de middelen gekregen,” horen we in woonzorgcentrum Sint-Jozef in Assenede. Ook hier zijn veel besmettingen en overlijdens. Er zijn grote tekorten geweest aan mondmaskers. “In het begin hadden we er hier drie voor één afdeling. Eentje voor de vroege, eentje voor de dagdienst en eentje voor de late.” In woonzorgcentrum Ter Rive werken sinds kort twee laatstejaarsstudenten geneeskunde. Een welkome hulp. 

We moeten de ene zuurstofmachine loskoppelen om in de andere kamer te gebruiken. Wie de grootste zuurstofnood heeft, krijgt de machine.

Er zijn nog tekorten. Zuurstof bijvoorbeeld. We zien het personeel van een woonzorgcentrum een zuurstofmachine van de ene kamer naar de andere rollen. “Er zijn er te weinig”, zegt de hoofdverpleegkundige. “We moeten de ene loskoppelen om de machine in de andere kamer te gebruiken. Diegene die de grootste zuurstofnood heeft, krijgt de machine.” De hoofdverpleegkundige ziet het met lede ogen aan. “Als je te weinig machines hebt, kan je niet garanderen dat niemand sterft door te weinig zuurstof.”

Video player inladen...

Woonzorgcentra nemen maatregelen en proberen de crisis in te dijken. In Ter Rive worden personeel en bewoners getest. De resultaten zijn slecht: ongeveer twee derde van de bewoners is besmet. Er moet gehandeld worden. In allerijl worden vleugels strikt gescheiden. Wie niet besmet is, moet beschermd worden en uit afdelingen gehaald worden waar wel besmette bewoners zijn. Ook personeel dat besmet is, blijft aan het werk, in de besmette afdelingen weliswaar. “Er is gewoon te weinig personeel over,” zo horen we. Personeel mort. “Wij zijn tweederangsburgers. Zeker voor de bewoners is het erg: oude mensen die heel hun leven hard gewerkt hebben, laat men in de kou staan.”

België kent tijdens de piekperiode een zeer hoog aantal overlijdens. Vaak boven de 300 per dag. Ons land telt de coronadoden op een andere manier: ook vermoedelijke slachtoffers worden meegeteld. De crematoria konden de aanvoer vanuit de uitvaartcentra niet meer aan. In het crematorium van Hasselt bijvoorbeeld hebben ze nu dubbel zoveel crematies als tijdens dezelfde periode vorig jaar. Ongeveer 70 per week toen, iets meer dan 150 nu. Het crematorium maakte middelen vrij, want het moest de capaciteit uitbreiden naar 30 crematies per dag. Er werd ook op paasmaandag gewerkt. Bovendien werden er twee koelunits geplaatst met telkens plaats voor een 9-tal kisten. Hier zie je de crisis pas echt in zijn ware gedaante.

Video player inladen...

Bekijk hier de volledige reportage van "Pano":

Video player inladen...

Meest gelezen