Video player inladen...

Benzine, diesel en stookolie fors goedkoper: vijf vragen over de ongeziene daling van de brandstofprijzen

Wie vandaag gaat tanken, zal fors minder betalen aan de pomp. Benzine of diesel wordt bijna 6 cent goedkoper per liter. De daling van de brandstofprijzen is het gevolg van de sterke daling van de prijs van ruwe olie. Die zakte gisteren verder tot het laagste niveau in maar liefst 21 jaar. En dat heeft (bijna) alles te maken met de coronacrisis. Daarom vijf vragen over de lage brandstofprijzen.

1. Hoeveel zullen de prijzen precies dalen?

De prijs voor benzine, diesel en stookolie zal vandaag fors dalen. Benzine 95 (E10) wordt 5,8 cent goedkoper en mag dan maximaal 1,1570 euro per liter kosten. Dat is het laagste niveau sinds er bio-ethanol aan benzine moet worden toegevoegd (bij E10 is dat 10 procent). Op een tankbeurt van 40 liter kan je dus zeker 2 euro goedkoper af zijn.

Voor diesel (B7) aan de pomp moet vandaag nog maximaal 1,2290 euro per liter worden betaald. Dat is 5,9 cent minder dan gisteren en meteen de laagste literprijs sinds oktober 2016.

Stookolie wordt ook fors goedkoper: wie vanaf vandaag minstens 2.000 liter bestelt, betaalt maximaal 0,3281 euro per liter. Dat is 4,4 cent minder dan gisteren en het laagste niveau sinds minstens 2008.

Voor de LPG-rijders verandert er mogelijk niets: de maximumprijs blijft 0,4070 euro per liter autogas.

2. Hoe komt het dat de prijzen zo hard dalen?

Als de brandstofprijzen dalen, wordt er vaak bij gezegd dat dit komt door “de lagere noteringen van de olieproducten op de internationale markten”. Nu is de internationale oliehandel een ingewikkeld kluwen dat afhankelijk is van vele factoren, maar eigenlijk is het te herleiden tot de economische basiswet van vraag en aanbod

Als vele consumenten tegelijk iets willen kopen en het aanbod blijft gelijk, zal de prijs stijgen. (Denk maar aan de prijs van mondmaskers bij het uitbreken van coronapandemie.) Maar als de vraag afneemt, zal de prijs zakken. 

Door de coronacrisis is de vraag naar olieproducten, zoals benzine en diesel, de afgelopen weken als nooit tevoren afgenomen. Over de hele wereld moeten mensen in hun kot blijven, waardoor we onder andere veel minder met de auto rijden en minder het vliegtuig nemen. Doordat de industrie ook op een lager pitje draait, verbruikt die ook veel minder brandstoffen. In totaal is de wereldvraag naar olie met een derde gedaald.

3. Waarom wordt er dan niet minder olie geproduceerd?

Zo’n enorme daling van de vraag zou je kunnen opvangen door het aanbod in te perken, dus minder olie op te pompen. Maar daar wringt het schoentje nog eens extra: de afgelopen tijd is er een opbod geweest tussen de olieproducerende landen.

Toen de olieprijs bij het begin van de coronacrisis al gevoelig zakte, wilde de OPEC, het oliekartel dat geleid wordt door Saudi-Arabië, de olieproductie flink terugschroeven om de prijzen terug op te krikken. Maar Rusland, dat geen deel uitmaakt van de OPEC, wilde hier niet van weten.

Uit vrees dat Rusland met goedkopere olie klanten van de OPEC-landen zou inpikken, stak Saudi-Arabië nog een tandje bij en begon nog meer olie op te pompen, waardoor de prijs van een vat olie al eens onder de 20 dollar zakte.

Dat laatste kwam dan weer hard aan bij de Verenigde Staten. Het land van Trump produceert ook olie, maar dat is  grotendeels schalieolie en die is veel duurder om te ontginnen dan “gewone” olie, die opgepompt wordt uit een olieveld. Als de prijs te ver zou zakken, zou het niet meer rendabel zijn om schalieolie te produceren. 

Begin deze maand liet president Trump op Twitter doorschemeren dat Saudi-Arabië en Rusland toch bereid zouden zijn om het overaanbod op de oliemarkt terug te schroeven. door per dag 10 miljoen vaten olie minder te produceren. Maar daar is uiteindelijk niets van in huis gekomen. 

4. Hoe komt het dat er deze week zelfs negatieve olieprijzen waren?

Begin deze week is de prijs van Amerikaanse ruwe olie even negatief geweest. Afnemers van West Texas Intermediate-olie, kortweg WTI, kregen dus geld als ze olie kochten, tot 35 dollar per vat. Dit was nog nooit eerder gebeurd.  Hoe kon dit nu gebeuren? Wel, dit was een acuut probleem van opslag, omdat er amper nog plaats is om geproduceerde olie op te slaan.

Olie wordt namelijk verhandeld via zogenoemde "futures" of termijncontracten, waarin een prijs wordt vastgelegd voor levering in mei of juni. Maar in coronatijden weet niemand hoe groot de vraag dan zal zijn en dus stokt de verkoop van olie omdat niemand er nog weg mee weet.

Bijgevolg moet al die niet-verkochte olie ergens opgeslagen worden en de opslagcapaciteit voor WTI in de VS is zo goed als opgebruikt: de grote olietanks zitten bijna vol en vele grote olietankers die volgeladen op zee ronddobberen, kunnen ook nergens meer leveren. 

Als je een product aan de straatstenen niet meer verkocht krijgt, zakt de prijs in elkaar. Dat gebeurde dus begin deze week met Amerikaanse olie. Zo erg zelfs dat afnemers er nog voor betaald werden als ze olie afnamen.

5. Wordt benzine of diesel dan gratis?

Wie hoopt dat benzine of diesel gratis zal worden, moeten we teleurstellen: vergeet het maar. Onze brandstofprijzen hangen namelijk niet af van de Amerikaanse WTI-olie, maar van de prijs van ruwe Brent-Noordzeeolie. Maar ook die prijs daalt gevoelig. 

De prijs voor een vat Brent-olie dobbert rond de 20 dollar per vat, terwijl WTI op het moment van schrijven voor een kleine 12 dollar verhandeld wordt. "Vermits de prijs voor Brent-olie gedaald is, daalt ook de prijs voor geraffineerde aardolieproducten, dus ook aan de pomp”, zegt Johan Mattart van de federatie van brandstofhandelaars BRAFCO. 

Bovendien worden de maximumprijzen van de brandstoffen aan de pomp in ons land vastgelegd door de FOD Economie. Die doet dat op basis van de olieprijs, maar houdt ook rekening met factoren, zoals de kosten voor raffinage, transport en distributie, maar vooral ook taksen en accijnzen. 

Voor benzine en diesel bestaat die prijs tussen een derde tot de helft uit de prijs voor brandstof zelf; de rest zijn belastingen en distributiekosten en die schommelen niet of veel minder.

Meest gelezen