Panenka

Oogcontact met therapeut is broodnodig in coronatijden

Psycholoog Gert Gilis vreest dat psychische hulp vandaag voor veel mensen ontoereikend is. Door de coronamaatregelen is er quasi uitsluitend online hulpverlening mogelijk. Terwijl vooral de persoonlijke relatie met de therapeut psychische hulpverlening doet werken. Hij vraagt beleidsmakers een kader uit te werken waarbinnen therapeuten veilig mensen kunnen ontmoeten.

opinie
Gert Gilis
Psycholoog - Psychotherapeut - Kinderen en Jongeren

Beste meneer de minister, beste Wouter Beke,

Toen midden maart de coronacrisis ook in onze sector haar intrede deed, ervaarde ik daarbij een heimelijk genoegen. Het was misschien wel de eerste keer in mijn 23-jarige carrière als kinder- en jeugdtherapeut van een Centrum Geestelijke Gezondheidszorg om zo’n massale bezorgdheid te mogen ervaren voor de psychische gezondheid van kinderen, jongeren en (kwetsbare) gezinnen. Om die reden werd niet alleen de psycholoog een essentieel beroep maar ook werd de sector van de ambulante kinder- en jeugdhulpverlening naar voor geschoven als één van de steunpilaren waarop een ontwrichte maatschappij zich mocht verlaten. Dat stemde mij tevreden.

Aan een luisterend oor komt tenslotte ook een einde. En wat dan?

Aangezien we dus een cruciale bijdrage dienen te leveren zijn mijn collega’s en ik aan het werk. Dat is op zich natuurlijk een goede zaak. Voor die gezinnen, voor onszelf en voor de overheid. Paradoxaal genoeg dienen we dit sinds 27 maart te doen van thuis uit. Tele-thuis-werken - het neologisme is van mij -  is het nieuwe normaal, zo schrijft u in uw omzendbrief.

Ik onderschrijf hierbij volledig de ontplooiing van de eerstelijnshulp (denk aan Awel, Zelfmoordlijn 1813, de eerstelijnspsychologen van Eén Gezin Eén Plan, enz.). Deze diensten zijn het gewoon om hulpvragers online bij te staan. Deze vorm van psychologische begeleiding heeft ontegensprekelijk zijn waarde maar ik twijfel of dit in de huidige situatie wel genoeg is. Aan een luisterend oor komt tenslotte ook een einde. En wat dan?

We kunnen meer doen

Op dit punt vraag ik me af of we in de sector van de ambulante geestelijke gezondheidszorg wel alles doen wat we kunnen om kwetsbare kinderen, jongeren en gezinnen te helpen. Ik begrijp natuurlijk dat uw eerste betrachting is en moet zijn om dat verdomde virus een halt toe te roepen. En dat daarvoor een sector die draait op menselijk contact ‘afstand’ moet nemen.

Maar als u hier even goed bij nadenkt, vindt u dan ook niet dat dit wringt? Vindt u dan ook niet dat u een sector die in deze crisis niet alleen essentieel werk levert maar ook nog eens ‘gemediatiseerd’ wordt, al te snel naar huis heeft gestuurd? Een sector die nauwelijks middelen heeft noch is opgeleid voor dit online werk. Voor de meesten van ons is dit een vuurdoop en velen moeten zich behelpen met hun eigen apparaten omdat hun centrum hier niet in heeft geïnvesteerd/kunnen investeren.

De geestelijke gezondheidszorg ligt in zekere zin ‘plat' omdat er geen echte relatie is met cliënten

Ik heb het niet alleen over mijn collega’s in de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg maar ook over zij die op een Jongerenadviescentrum werken, zij die aan thuisbegeleiding en outreaching doen of zij die crisisinterventies doen. Vanuit mijn beperkt venster op de wereld heb ik de indruk dat de voorbije weken quasi elke kinder- en jeugdhulpverlener aan het telewerken is, al of niet met de eigen kinderen op de schoot. Vanuit zijn of haar kot doen al deze ‘cruciale beroepen’ hun best en roeit men met de riemen die men heeft maar de realiteit is, mijnheer de minister, dat deze cruciale sector in zekere zin ‘plat ligt’. Niet omdat er geen contact is maar wel omdat er geen relatie is.

Nood aan persoonlijke relatie

Zoals wel vaker zijn het niet de sterke gezinnen die hier de prijs voor betalen maar die kinderen, jongeren en gezinnen met de grootste kwetsuren en de minste veerkracht. Online contact mag dan nog steeds beter zijn dan niets maar deze doelgroep heeft een relatie nodig. Uit onderzoek – ik moet mijn zin zo beginnen want anders kan ik mijn verzuchting niet staven – blijkt dat het vooral de persoonlijke relatie met de therapeut is die psychische hulpverlening doet werken. Het is in deze persoonlijke relatie dat mensen zich psychisch omarmd voelen, gedragen en verdragen – in vakjargon noemen we dit containment. 

Online contact mag dan nog steeds beter zijn dan niets maar deze doelgroep heeft een relatie nodig

Het is dit soort van stilstaan-bij, dit soort van niet-alleen-laten, dat zich afspeelt in een reële relatie, die wij zo moeilijk kunnen bieden van uit ons kot en vanachter ons scherm. Ik vermoed dat een belangrijke reden hiervoor is dat je daar, vanuit uw kot en vanachter uw scherm, geen oogcontact kan bieden. De ogen als spiegel van de ziel doen hun werk niet op deze manier, begrijpt u? Noch voor hen noch voor ons. Deze kwetsbare doelgroep is mijns inziens meer gebaat met een ‘ogen-blik’ dan met een tip-and-trick. Door een essentiële sector zo stevig en quasi uitsluitend in te laten zetten op online hulpverlening, vrees ik dat we een groot deel van ons doelpubliek niet de zorg bieden waar het nood aan heeft.

Begrijp me niet verkeerd. We kunnen niet doen alsof er niets aan de hand is – ook wij zijn bang en moeten voorzichtig zijn - en aan misplaatste heldhaftigheid hebben we geen boodschap. Maar ik denk wel dat we deze situatie van hulp-op-afstand niet lang meer kunnen volhouden. Niet voor die gezinnen met een beperkte draagkracht, niet voor ons, niet voor de overheid.

Ik denk dat we dringend op zoek moeten naar manieren waarop we op een veilige manier op maat van de mensen kunnen werken. Dat de mogelijkheid er moet zijn om desgevallend kinderen, jongeren en ouders in nood – en ik bedoel niet alleen suïcidale jongeren – toch in het echt te kunnen zien. Dat we de mogelijkheid moeten hebben om hen in de ogen te kijken. Net zoals we voorheen zorg op maat boden, moet onze modaliteit waarin we vandaag deze zorg bieden ook “op maat” zijn. De idee dat er tijdens die onbestemde periode meer mogelijk is dan telethuiswerken alleen is veerkracht bevorderend, zowel voor ons als voor hen. Dit geeft perspectief aan zowel de gezinnen als aan de hulpverleners. 

Het zou ons helpen indien u, als hoofd van ons departement, onze organisaties in de mogelijkheid zou stellen om dit cruciale werk op een veilige manier te laten uitvoeren.

Ook wij zoeken hierin naar een geruststellende blik.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen