Limburgse OCMW's krijgen meer hulpvragen. "We zien heel wat mensen voor het eerst"

De Limburgse OCMW's krijgen sinds de coronacrisis meer vragen om financiële hulp. Er zijn ook heel wat mensen en gezinnen bij die voor het eerst beroep doen op een OCMW. 

Voor exacte cijfers is het nog wat vroeg, maar bij het OCMW van Tongeren merken ze nu al een stijging tussen de 10 en 15 procent. Ook in Lommel en Maasmechelen zien ze dat het aantal hulpvragers sinds de uitbraak van het coronavirus in ons land is toegenomen. Beide OCMW's zeggen dat het vooral mensen met een interimcontract zijn die nu langskomen.

Het gaat vaak om mensen die nu in financiële problemen geraken omdat ze niet meer kunnen werken

Ria Grondelaers

Ook Ria Grondelaers (CD&V) die als schepen bevoegd is voor het OCMW van Genk en ook voorzitter is van het overleg tussen de Limburgse OCMW's ziet hetzelfde fenomeen bij andere OCMW's in Limburg. "Het gaat vaak om mensen die het tot nu toe zelf konden redden maar die nu in financiële problemen geraken omdat ze niet meer kunnen werken. Het gaat dan om mensen met een interimcontract met dag- of weekopdrachten, die te weinig dagen hebben gewerkt om recht te hebben op een werkloosheidsuitkering of om mensen die deeltijds werkten en die een zeer lage uitkering krijgen en ons vragen voor een financiële bijpassing."

Soms hebben ze zelfs geen geld meer om een brood te kopen

Vooral het aantal vragen om dringende financiële steun is zeer sterk toegenomen, zegt Ria Grondelaers. "Mensen die in acute financiële nood verkeren en we onmiddellijk moeten helpen, zien we nu exponentieel toenemen. Het gaat dan niet alleen om mensen die we al van vroeger kennen, maar ook om nieuwe mensen die bijvoorbeeld moeten wachten op een werkloosheidsuitkering die maar niet komt en die zonder geld rondlopen. Soms hebben ze zelfs geen geld meer om een brood te kopen."