De gemaskerde man

Louis van Dievel, schrijver en journalist, schrijft elke week over de kleine en grote actualiteit. Vandaag waagt hij zich na een wekenlange quarantaine, voor het eerst naar buiten, mét aangepast masker.

opinie
Louis van Dievel
auteur en voormalig journalist bij VRT NWS

Zenuwachtig dat ik was, niet te geloven. Het was dan ook al geleden van de lockdownparty in café Het Grote Ongemak dat ik nog een stap buiten had gezet. Zeven weken lang had ik mij in mijn huis verschanst. Ik had de ramen dichtgetimmerd en de voordeur met de siliconenspuit ondoordringbaar gemaakt voor het coronavirus. En voor de facteur. Ik had de deurbel uitgezet en mijn telefoon uitgeplugd, want je weet maar nooit hoe slim zo’n virus is. Zeven weken lang had ik kunnen overleven op blikken cassoulet, tomatensoep met balletjes, op soldatenkoeken en op mijn strategische stock Bloedwijn van Zuster Godelieve. Maar aan alles komt een eind, ook aan de mondvoorraad in de kelder. Gedreven door honger en dorst moest ik mij opnieuw onder de mensen begeven.

Een schrijntje

Let wel, ik had al die weken het nieuws over corona op de voet gevolgd, de wetenschappers die dagelijks hun doemberichten over de bevolking uitstorten, waren als familie voor mij geworden. Ik had in het salon zelfs een schrijntje opgericht met een ingelijste foto van Marc Van Ranst, pluchen beertjes en theelichtjes. Ik had mij dagelijks van kop tot teen gewassen met eau de javel, zo grondig zelfs dat ik er op den duur nogal doorschijnend uit begon te zien. Ik had iedere avond om acht uur voor mijzelf geapplaudisseerd als beloning voor mijn volharding.

Ik had gemediteerd en yoga beoefend om de tijd te doen passeren en het knagende hongergevoel in mijn buik te onderdrukken. Tot ik dus op een dag – gisteren om precies te zijn – het laatste blikje cassoulet leeglikte, het laatste bodempje wijn uit de fles schudde, en vervolgens een besluit nam. Ik trok niet zonder moeite mijn oude Ninja Turtle-kostuum aan. Het spande hier en daar en de naden kraakten vervaarlijk, maar als beschermende kledij kon ik mij niets beters indenken. 

Smileys en opgestoken duimen

Enigszins wankel ter been begaf ik mij op straat, mijn Ninja Turtle-zwaard voor mij uit houdend. Mensenlief, wat was me dat! Het leek of ik op het carnaval van Venetië was beland. Iedereen droeg een masker. Ik keek mijn ogen uit. Ik zag maskers met smileys en met opgestoken duimen en met uitgestoken tongen, zwart-gele en zwart-geel-rode.

Ik zag zelfs een masker met de beeltenis van Conner Rousseau, wat in de Kempen echt wel van de zotte is. En iedereen maar gapen naar mij, alsof ze nog nooit een volwassen man in een te krap Ninja Turtle-kostuum gezien hadden!

Gevaarlijke brol

Halverwege mijn tocht naar de supermarkt viel mijn oog op een groot plakkaat in het uitstalraam van de apotheker:

‘HIER DE ENIGE DEUGDELIJKE MONDMASKERS, MET DESKUNDIGE UITLEG! KOOP GEEN GEVAARLIJKE BROL IN DE SUPERMARKT!’

Wie de apotheek binnen wilde, moest zich eerst laten kaalscheren en vervolgens letterlijk een bolwassing met ontsmettende gel ondergaan.

Ik schudde het hoofd. Wat was er in de mensheid gevaren! Zodra ik leeftocht had ingeslagen, zei ik tot mijzelf, zou ik mijzelf weer insluiten en geduldig wachten tot de plaag voorbij was.

Vogelbekmaskers

Het liep evenwel even anders. Voor de deur van de supermarkt werd ik plots omsingeld door vier figuren die vogelbekmaskers droegen, zoals de chirurgijnen in de tijd van de builenpest. 

‘Wij zijn van de contacttracersbrigade, riep er een met bijpassende kraaienstem, gij moet uw privéleven voor ons blootleggen, alsmede uw intiemste gedachten! Voor het nut van ’t algemeen!’

Hij zwaaide met een soort van legitimatie waarop ik een foto van Wouter Beke herkende.

Twee anderen rukten mijn Ninja Turtle-kap af, richtten koortsthermometers op mijn voorhoofd en duwden wattenstaafjes in diverse beschikbare lichaamsopeningen.

‘Waar waart gij in de nacht van 23 op 24 april?’ vatte de opper-contacttracer zijn vragenlijst aan.

‘Daar hebt gij geen zaken mee!’ kreet ik en trok mijn plastic zwaard. 

Daar hadden mijn belagers niet van terug. Angstig deinsden zij achteruit. Zwaaiend met mijn wapen bevrijdde ik mij uit de omsingeling en sloeg op de vlucht.

Hijgend van de inspanning en met een hart dat van de stress sloeg als de wekker om zeven uur ’s morgens, bereikte ik ongedeerd mijn woonst. Met lege handen, evenwel. En net zo hongerig en dorstig als toen ik vertrok. Ik zou morgen een nieuwe poging wagen, met een onopvallend masker deze keer, eentje met de beeltenis van Maggie De Block.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen