Van een verpleegkundige tot een sekswerker: 5 mensen vertellen de nieuws­ombudsman hoe het na de coronapiek met hen gaat

Op de piek van de coronacrisis begin april kreeg nieuws­ombudsman Tim Pauwels tot drie keer meer mails van lezers en kijkers van VRT NWS. Naast klachten brachten zij vaak persoonlijke getuigenissen naar voren, nu eens schrijnend, dan weer markant. Hoe gaat het nu met deze mensen? Hieronder laat hij vijf onder hen aan het woord.

1. Pol en zijn echtgenote samen in afzondering: “We hebben elk onze vierkante meters”

Zo contacteerde Pol de nieuwsombudsman op 24 maart:

De echtgenote van Pol is verpleegkundige in een ziekenhuis, maar daar was enkele weken geleden nog geen sprake van maatregelen. Geen afstand houden of mondmaskers: “Kan niet, gaat niet, hoeft niet”, kreeg ze te horen. “Dan doen we dat maar zelf”, beslisten Pol en zijn echtgenote.

Zo leefden ze thuis een tijdje elk in hun eigen ruimte: hij sliep in de zetel en zij in hun bed. Ook de badkamer konden ze niet langer delen, net als de woonkamer, die werd opgesplitst. “Iedereen heeft zo zijn eigen vierkante meters”, vertelde Pol aan de nieuwsombudsman.

Hoe gaat het vandaag met Pol en zijn echtgenote?

“Nu gaat alles goed”, zegt Pol. “Mijn vrouw is afgelopen weekend voor het eerst weer gaan werken, na twee weken thuis op doktersbevel.” Niet door het coronavirus, maar geveld door stress. “Er werd zodanig laks omgesprongen met de maatregelen dat ze zich daar totaal niet in kon vinden. De stresssituaties leidden ertoe dat ze niet meer in staat was te werken.” Nu is ze dus weer aan de slag. “Voorlopig vielen de shiften mee. Maar ze is wel opgelucht dat ze niet op een COVID-19-afdeling staat. Gelukkig zijn er nu ook voldoende maatregelen en materiaal, ook op andere afdelingen.”

Ondanks alles is de schrik in hun gezin nog altijd aanwezig. “We zijn ondertussen bijna 60. Dus ja, we hebben angst dat één iemand ziek wordt. Want als de ene ziek wordt, geldt dat ook voor de andere. We zijn wel minder bang dan een paar weken geleden, omdat we toen een lakse houding merkten van onze omgeving en ook in het ziekenhuis.”

“Onze eigen quarantaineregels zijn intussen ook al versoepeld: we hebben een gulden middenweg gezocht. Slapen doen we nog altijd apart, maar de woonkamer is nu wel voor ons allebei toegankelijk. Dus geen afgebakende zones meer.

Verpleegkundigen in Brussel (illustratie)
WWW.PGARRIGOS.COM

2. Sekswerker Carol (33): “Ik krijg nog dagelijks foto’s van Albanezen onderweg”

Zo contacteerde Carol de nieuwsombudsman op 30 maart:

Voor de coronacrisis was Carol naast haar voltijdse job in een kledingzaak aan de slag als escorte. Ze stopte onmiddellijk met haar diensten toen het virus toesloeg, maar buitenlandse klanten bleven haar berichten en foto’s sturen. “Stuk voor stuk lachen ze het virus weg. De ernst van de situatie hebben ze niet door, dat terwijl ze pizza’s leveren aan ziekenhuizen”, schreef een bezorgde Carol aan de nieuwsombudsdienst. 

Hoe gaat het vandaag met Carol?

“Nog dagelijks krijg ik foto’s van Albanezen op de baan in hun dure auto, waarbij ze trots hun behaalde snelheid fotograferen", vertelt Carol. "Ik heb er geen idee van waar ze precies naartoe gaan, maar een essentiële verplaatsing is het alvast niet. Die pizza’s aan de ziekenhuizen, die blijven ze ondertussen met hun brommertjes leveren.”

Waarom ze de maatregelen in de wind slaan, is volgens Carol duidelijk. “Het nieuws bereikt hen niet. Je moet niet denken dat ze de nieuwsapp van VRT NWS op hun smartphone hebben staan. Daardoor begrijpen ze maar half wat de ernst van de situatie is. Bovendien zouden sommigen het gewoon niet willen begrijpen.”

Hoewel enkelingen zich nog veel vrijheid toe-eigenen, weet Carol dat haar klanten niet snel aan hun trekken zullen komen bij andere sekswerkers. “Omdat er gewoon geen andere beschikbaar zijn. Zover ik weet, is iedereen gestopt met het aanbieden van seks. Ondergronds sekswerk? Dat zou mij sterk verbazen. Wat momenteel wel populair is, is het onlineaanbod. Een groot succes blijkbaar, maar daar waag ik mij niet aan. Een beetje rust nu ’s avonds doet deugd.”

© Zoonar/Erwin Wodicka - creative.belgaimage.be

3. Lut (49): “Ik moest mijn dementerende schoonmoeder op de spoed achterlaten"

Zo contacteerde Lut de nieuwsombudsman op 1 april:

De 82-jarige schoonmoeder van Lut kreeg enkele weken geleden hartklachten. De dokter van wacht was op ronde, dus reden ze naar de spoedafdeling van het ziekenhuis Oost-Limburg in Genk. Daar vertelden de verpleegkundigen dat Lut niet mee naar binnen mocht. Ze moest haar demente schoonmoeder alleen achterlaten.

“Een onaangename kennismaking met de spoed”, vertelde Lut. “Ik ben daar achteraf een week ziek van geweest. Ik moest haar alleen achterlaten op de spoed, maar mijn schoonmoeder kan zelf niets uitleggen.” Die ervaring wou ze graag delen met de nieuwsombudsman. Want spoedartsen hameren er toch op dat mensen met ernstige klachten naar het ziekenhuis moeten komen?

Hoe gaat het vandaag met Lut en haar schoonmoeder?

“Nu gaat het al iets beter met mijn schoonmoeder, maar het was wel 5 voor 12”, zegt Lut. “Zij komt nog uit een generatie die niet flauw deed. Dus als zij zegt dat ze zich niet goed voelt, dan weet ik dat ik echt naar het ziekenhuis moet gaan.”

Lut besliste uiteindelijk om haar schoonmoeder naar huis mee terug te nemen. “Ik weet dat ik daarmee een risico heb genomen, maar door haar dementie kan ze geen enkel symptoom zelf beschrijven. Ze heeft een heel zware medische voorgeschiedenis van kanker. Ze kon niet eens vertellen wat er aan de hand was.”

“Door het coronavirus lijkt het alsof het menselijke uit het oog verloren wordt. Als ze me op de spoed gezegd hadden dat ik me moest omkleden, dan had ik dat meteen gedaan. Ik had het materiaal zelfs willen betalen. Maar de manier waarop ze tegen ons praatten, was allesbehalve vriendelijk. Ik kon haar echt niet achterlaten in het ziekenhuis, dat kon ik haar niet aandoen. Stel je voor dat ze daar helemaal alleen had moeten sterven.”

Lut is zelf verpleegkundige en toevallig had ze de juiste medicatie in huis. “Ik wist dat die medicatie wordt toegediend aan patiënten met een hartinfarct. Dat heb ik dan ook gedaan. Op hoop van zege dat ze ’s morgens nog zou leven natuurlijk.” Gelukkig is dat positief uitgedraaid.

Achteraf gezien heeft haar schoonmoeder veel geluk gehad, maar het blijft een beetje afwachten. Ze heeft nog altijd een hoge bloeddruk en voorlopig is het gissen naar de oorzaak. “Je geraakt niet zo eenvoudig het ziekenhuis binnen. Alle afspraken worden geannuleerd of uitgesteld, want dat is op dit moment geen prioriteit. Ik hoop dus dat we snel een afspraak bij de cardioloog (dokter hart- en vaatziekten, red.) kunnen vastleggen.”

4. Hilde (45) : “Ik moest thuis uitzieken, maar ik voelde me aan mijn lot overgelaten"

Zo contacteerde Hilde de nieuwsombudsman op 29 maart:

“Je hebt waarschijnlijk COVID-19”, zei de huisarts aan Hilde. Een test is nooit uitgevoerd, maar de symptomen zeiden blijkbaar genoeg. “Jij kan gerust thuis uitzieken”, zeiden ze later op de triagepost. Ze was "te goed" voor het ziekenhuis, maar haar zware hoest bleef aanhouden.

Hilde kreeg codeïne voor de pijn, maar had het gevoel dat dat niet hielp. Van opvolging was nauwelijks sprake en naar haar aanvoelen kon ze ook nergens terecht. Hoe weet je nu wanneer het erg genoeg wordt om toch naar het ziekenhuis te gaan? Wist de nieuwsombudsman misschien meer? Een pasklaar antwoord was er niet.

Hoe gaat het vandaag met Hilde?

Hilde is nog niet genezen. Ook niet na zeven weken. “De hoest is ondertussen verminderd, maar mijn stem is nog altijd rauw”, zegt ze. “Telkens als ik een inspanning lever in de tuin, moet ik daar de rest van de dag van bekomen. De uitputting blijft enorm.”

Aan de triageposten heeft ze geen goede herinneringen. “Ik heb weken op een siroopje geleefd. Dat hielp niet, maar toch bevonden ze mij in de triagepost goed genoeg. Pas na mijn derde bezoek kreeg ik wat sterkere medicatie voor het onderdrukken van de symptomen.”

Ook de plaats waar de triagepost was ingericht, vond Hilde een vreemde keuze.  “Die bevond zich in een sporthal”, vertelt ze, “maar er waren geen ramen en dus ook geen verluchting. Stel dat ik het virus toch niet in mij had, zou ik het daar wel hebben opgelopen. Ik voelde mij er benauwd.”

“Mensen die thuis mogen uitzieken, worden gewoon aan hun lot overgelaten. Als je meer informatie wil over je situatie, dan moet je zelf nog naar zo’n triagepost rijden om steeds hetzelfde verhaal te horen. Vermoeiend is dat.”

5. Diane (72): “Ook gevangenen hebben nood aan bezoek, daarover wordt nooit gepraat”

Zo contacteerde Diane de nieuwsombudsman op de coronapiek:

Diane (72) ging haar dochter Wendy, die enkele jaren in de gevangenis zat, eindelijk vaker zien. Wendy zou samen met haar zoontje in een moeder-kindinstelling de laatste stap richting maatschappij zetten, maar de coronacrisis stak daar een stokje voor. Wendy moest alleen in haar cel afwachten, haar zoontje bleef bij Diane. “De vraag naar bezoek in woonzorgcentra is enorm, maar over bezoek bij gedetineerden wordt niets gezegd. Terwijl het elkaar niet zien voor ons ook ondraaglijk is”, schreef Diane naar de nieuwsombudsman.

Hoe gaat het vandaag met Diane en Wendy?

Diane huilt aan de telefoon. “Wij houden het niet vol”, zegt ze. “Er is nog altijd geen bezoek mogelijk. We zijn het gewoon om elkaar om de paar dagen te zien, samen met mijn kleinzoon. Die momenten van visueel contact in de gevangenis sleurden ons door die moeilijke periode heen. Mijn kleinzoon ziet er nog het meeste van af. Het is ondertussen vier maanden geleden dat hij zijn moeder zag, ook omdat ik in het ziekenhuis heb gelegen. Mijn dochter lijdt daar erg onder. Ze spreekt  dagelijks met de gevangenispsycholoog.”

Deze moeilijke tijden vragen moeilijke maatregelen. Dat is voor het gevangeniswezen niet anders. Volgens Diane wordt de gedetineerden aangeraden om zoveel mogelijk in hun cel te blijven. “Alle activiteiten in de gevangenis zijn afgelast. Eén moment per dag krijgen ze nog de gelegenheid om mondmaskers te maken, maar soms zijn na een goed uur de stoffen al op.”

Diane merkt op dat Wendy een sociaal wezen is. Door het gebrek aan contact lijkt ze nu stilaan weg te kwijnen in de gevangenis. “Zeker omdat er nog geen licht aan het eind van de tunnel is wat bezoek betreft. Het lijkt alsof ze gedetineerden zijn vergeten, terwijl het ook mensen zijn.”

Op verzoek van de getuigen zijn de meeste namen schuilnamen. De interviews werden afgenomen door Sibren Dejaegher en Ine Verhulst.

Meest gelezen