Met een 20/20 voor iedereen wint straks geen enkele student

De afgelopen dagen klaagden studenten over een gebrek aan begrip van hun professoren en te hoge verwachtingen in deze coronatijden aan de universiteit. UGent-prof Stijn Baert kaatst de bal terug. Om straks sterk te staan op een mogelijk minder evidente arbeidsmarkt moeten professoren én studenten volgens hem de lat hoog blijven leggen.

opinie
BAHNMULLER FRANK
Stijn Baert
Stijn Baert is professor arbeidseconomie aan de Universiteit Gent.

Nee, de studenten die de afgelopen dagen in de media opdoken waren niet bepaald lief voor hun professoren. Die zouden slecht communiceren met hun studenten – soms pas na drie weken reageren op een e-mail – en geen of onvolledige vervanglessen voorzien. Uit de stemmen van de studenten die aan bod kwamen in de kranten klonk boosheid en frustratie.

Een groot contrast met wat ik elke dag in de praktijk zie. Wat ik zie, zijn collega’s-professoren die bijzonder hard werken en daarbij meer dan ooit hun onderwijsopdrachten hoge prioriteit geven. Onderzoeksdoelstellingen zijn bij veel collega’s even naar het achterplan verwezen.

Avond-, nacht- en weekendwerk om lesopnames online te krijgen en studenten te voorzien van feedback, we vinden het in feite niet meer dan normaal, want het is onze missie om ook in deze tijden zo goed mogelijk onderwijs te verschaffen. 

Mildheid

Aan de UGent hebben rector en vicerector – die al helemaal niks anders meer lijken te doen dan te werken om zo de universiteit op koers te houden – opgeroepen tot extra mildheid binnen de universitaire gemeenschap. En die mildheid wordt getoond, ook naar de studenten. Nooit voorheen heb ik zoveel deadlines zien schuiven. Foutloos zijn we niet als professoren – nooit geweest – maar we doen wel massaal onze stinkende best.

Nog meer dan aan hun gebrek aan mildheid, heb ik me bij de aanklachten gestoord aan de vraag om de lat substantieel te verlagen

Net als heel veel studenten, trouwens. Zo zie ik in opleidingscommissies hoe studentenvertegenwoordigers gestructureerd de kinderziekten van de huidige situatie aankaarten. Ze tonen daarbij dezelfde mildheid als hun professoren, maar zijn daarom niet minder overtuigend, zodat voor elk probleem een oplossing wordt gezocht, al dan niet door – godbetert – de oprichting van een taskforce.

Deze studenten, die het doortastend opnemen voor minder mondige eerstejaarsstudenten, verdienen in mijn ogen een plaats in het voetlicht, eerder dan hun balorige evenknieën, die weliswaar mildheid verwachten, maar er zelf minder goed toe in staat lijken.

Lat lager

Nog meer dan aan hun gebrek aan mildheid, heb ik me bij de aanklachten gestoord aan de – soms impliciete, soms expliciete – vraag om de lat substantieel te verlagen. 

Zo verwijst studente Maye De Hert in haar – stilistisch overigens erg knappe – opiniestuk in De Morgen meermaals naar het ontbreken van “tegemoetkomingen”, beklaagt ze zich “enkele weken later stel ik vast dat de examens gewoon doorgaan” en “bovenop de stress die de formele omschakeling naar thuis studeren en alles online doen (zoals presentaties en examens) van ons vraagt, wordt er inhoudelijk van ons evenveel verwacht als pre-corona.” In Het Laatste Nieuws liet Solana Onzia optekenen: “Neem nu de examens: evalueren op dezelfde manier als anders, dat kan toch niet?”

De vraag is wat het alternatief is voor examens die effectief hetzelfde niveau als anders nastreven. Voor iedereen 20 op 20 op elk examen? De lat voor een keer zo laag leggen dat iedereen erover stapt?

Onderscheiden tijdens coronablok

Ik zie het echt niet zitten. Om minstens drie redenen. 

Ten eerste zou examens afschaffen of laten doorgaan met duidelijk lagere verwachtingen oneerlijk zijn tegenover studenten die de afgelopen weken alles op alles hebben gezet om hun examens op de best mogelijke manier voor te bereiden. Zij willen zich ook tijdens de coronablok onderscheiden en ik vind dat we hen die kans niet mogen ontnemen.

Wanneer afgestudeerde masters terug meer zullen moeten strijden voor een baan, is het meer dan ooit belangrijk dat de genoten opleiding van het hoogst mogelijke niveau was

Ten tweede zie ik hoe in veel andere groepen in de maatschappij de lat alleen maar hoger is komen te liggen. Gezondheidsmedewerkers draaien extra uren, vaak in niet volledig veilige omstandigheden, en moeten daarnaast nog vaak extra zorgtaken in hun eigen omgeving opnemen.

Veel andere werknemers dienen zich via telewerk heruit te vinden om hun onderneming mee door moeilijke tijden te loodsen. Moeten we op dat moment de lat voor jonge mensen, met gemiddeld genomen een hogere aanleg voor het online gebeuren, substantieel verlagen?

Diploma is geen vodje

Een derde argument houdt verband met mijn kernexpertise, de arbeidsmarkt. Opvallend is het hoe sommige studenten verwijzen naar minder gunstige vooruitzichten voor zichzelf op die arbeidsmarkt als extra reden voor nodige clementie bij hun professoren. 

Dat die vooruitzichten voor wie dit jaar (en eventueel de komende jaren) afstudeert minder rooskleurig zijn, is correct. Als de economie slabakt, dan zijn er minder interessante vacatures. Bovendien weten we uit onderzoek dat wie werkloos is bij het begin van de carrière ook in de jaren die volgen gemiddeld genomen een hogere kans heeft op werkloosheid.

Maar net dat moet een reden zijn om de lat niet lager, maar eerder hoger te leggen. Een universiteitsdiploma behalen, signaleert niet enkel dat je verstandig bent en doorzettingsvermogen hebt, maar is ook een bewijs van kennis en vaardigheden die je aan de universiteit hebt opgedaan.

Wanneer afgestudeerde masters terug meer zullen moeten strijden voor een baan – in plaats van de strijd tussen werkgevers om een kandidaat, die we de afgelopen jaren vaak kenden – is het meer dan ooit belangrijk dat de genoten opleiding van het hoogst mogelijke niveau was.

Uitgestoken hand

Ik eindig met een dubbele uitgestoken hand. Laat ons, studenten en professoren, op korte termijn volop inzetten op wederzijdse mildheid. Elkaar horen en begrip tonen, weg van de karikaturen.

En laat ons, op middellange termijn lessen trekken uit de experimenten met virtueel leren en examineren die ons Vlaamse universitair onderwijs nog dichter bij de excellentie kunnen brengen. Studentenvertegenwoordigers moeten daarbij zeggen waar het op staat, wat goed is en behouden moet worden, maar ook wat beter kon en kan. Wat voor studenten geldt, geldt immers ook voor professoren: ook wij kunnen enkel groeien door feedback. Zonder gepamper, zonder beledigingen, gericht op samen beter worden.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.