Copyright 2018 The Associated Press. All rights reserved.

Wat als we deze zomer allemaal in ons kot blijven?

Een weekje zonnen aan de Spaanse Costa, kuieren langs een strand in Sicilië of genieten van een goed glas wijn langs de Côte d'Azur? Op dit moment kan het niet want de coronacrisis heeft het internationale toerisme in Europa volledig stilgelegd. Wat als we deze zomer enkel in ons eigen kot, ons eigen land, mogen blijven? Hoe belangrijk is die toeristische sector? Want een pizza eten in Rome of een nachtje stappen in Ibiza: het zorgt voor miljoenen Europese jobs.

Stranden? Dicht. Cafés en restaurants? Dicht. Musea en andere bezienswaardigheden? Dicht. Grenzen? Dicht. Europa en een groot deel van de wereld is op dit moment letterlijk op slot. De coronacrisis spoelde als een tsunami over de wereld en dwong landen om snel hun grenzen te sluiten en hun inwoners in hun kot te zetten. Na meer dan 7 weken en met het vooruitzicht van de zomervakantie, groeit de goesting bij velen in ons land om te gaan dromen over die trip naar het zonnige Malaga, het bruisende Rome of het idyllische Kreta.

Op dit moment is het koffiedik kijken wat de mogelijkheden zullen zijn. Europa beloofde eerder deze week om een gecoördineerde aanpak voor te stellen voor het openen van de grenzen. In de eerste plaats zal dan gekeken worden naar het vrij verkeer van Europeanen binnen de Europese Unie, zonder beperkingen. Zodat je als Belg naar Spanje, Italië of Frankrijk kunt reizen. Deze zomer naar Jamaica of de Verenigde Staten trekken? Daar bestaat nog meer onduidelijkheid over.

Wat staat er op het spel?

Die pasta in Rome, dat bezoek aan de toren van Pisa, die tapas in Barcelona en dat strandbezoek in Corfu. Dat staat symbool voor de meer dan 2,3 miljoen bedrijven die binnen Europa actief zijn in de toeristische sector, goed voor meer dan 12,3 miljoen rechtstreekse jobs. Maar die bedrijven zoals hotels, restaurants en musea zorgen ook voor zogenoemde secundaire tewerkstelling, namelijk bij toeleveranciers. Wanneer we die cijfers erbij halen, dan wordt de impact van het toerisme in Europa alleen maar groter en belangrijker: goed voor meer dan 27,3 miljoen jobs en een economische meerwaarde van meer dan 441 miljard euro per jaar.

Toerisme in Europa is goed voor meer dan 27 miljoen jobs en een economische meerwaarde van meer dan 440 miljard euro

Er zijn natuurlijk landen die meer afhankelijk zijn van toerisme. Logischerwijs zijn dat de landen in het zuiden: Portugal, Spanje, Italië en Griekenland. Maar ook ons land trekt veel internationale toeristen aan. Elk jaar trekken meer dan 650 miljoen toeristen door Europa. Dat zijn Fransen die naar Spanje trekken of Belgen die naar Griekenland reizen. Er komen ook elk jaar meer dan 33 miljoen toeristen naar Europa van buiten het continent.

Opvallend daarbij is dat de voorbije jaren steeds meer Chinezen hun weg naar Europa hebben gevonden. Dat komt omdat voor Chinezen de voorwaarden om naar hier te reizen vereenvoudigd zijn, de visum-procedures zijn niet meer langdradig en ingewikkeld. Maar vooral, er is een groeiende middenklasse in China die het zich kan veroorloven om te reizen. Meer en meer Chinezen klimmen op vanuit de armoede, en als ze eenmaal beschikken over voldoende financiële middelen, ontpoppen ze zich tot notoire globetrotters. Neem daarbij dat de luchtvaartsector in China de voorbije jaren exponentieel is gegroeid en je hebt alle ingrediënten voor massatoerisme.

Wie heeft er het meeste te verliezen?

Toerisme is dus een belangrijke motor van welvaart en tewerkstelling in Europa. Maar dat is niet voor elk land zo. Polen heeft weinig aan internationaal toerisme en het levert hen economisch ook niet veel op. Maar Spanje, Portugal, Italië en Griekenland zijn grotendeels afhankelijk van toerisme. In sommige regio’s van Spanje, zoals de Canarische eilanden, is toerisme goed voor 35% van alle inkomsten.

Een zomer in ons kot, ver weg van dat Canarische strand, kan dus uitmonden in een economisch bloedbad aan de paradijselijke stranden. En dat geldt ook voor Frankrijk, waar op dit moment 1 op de 5 restaurants en cafés vreest voor het bankroet. Maar daar zijn kanttekeningen bij te plaatsen. Fransen reizen gemiddeld gezien meer in eigen land dan naar het buitenland in de zomervakantie. En dus zou een tijdelijke beperking van internationale toeristen het land minder treffen dan plekken in Europa die meer afhankelijk zijn van die buitenlandse toerist, zoals de Griekse eilanden.

Lees verder onder de foto:

AFP or licensors

1 op de 5 restaurants en cafés in Frankrijk vreest kopje onder te gaan. Sommige regio's in Europa zijn voor 35% van hun inkomsten afhankelijk van het toerisme

Creativiteit lijkt deze zomer de redding te zijn, redeneren sommigen. Als de grenzen opengaan, dan nog is het zaak om de toerist te lokken. Want in tijden van corona zullen heel wat mensen twijfelen of ze wel naar die ene vakantiebestemming willen waar het virus een paar weken voordien nog lelijk huis heeft gehouden.

Het Italiaanse eiland Sicilië lijkt daar wat op gevonden te hebben en is van plan toeristen te lokken met promostunts: 1 betalen = 1 gratis. Zo kan je met twee op reis voor de prijs van één. De Italianen in het zuiden hopen zo toch een deel van hun seizoen te redden. Want het eerder licht getroffen zuiden van het land vreest gestraft te worden door de stroom aan negatieve berichtgeving over de coronacrisis in het noorden van het land.

Overleeft de Belgische reissector de crisis?

Een vakantie in ons eigen kot, ons eigen land, behoort ook tot de mogelijkheden. En de kans is groot dat de meeste landgenoten ook daadwerkelijk binnen de landsgrenzen zullen blijven. Dat worden dan wel uitdagende tijden voor onze Belgische toeristische infrastructuur, die niet voorzien is op een toestroom van honderdduizenden binnenlandse toeristen.

De Belgische kust, de Ardennen of onze historische steden zoals Gent en Brugge hopen op die manier wel een stuk goed te maken van wat ze de voorbije weken misliepen. En ook als de komende maanden de buitenlandse toerist wegblijft, kan die binnenlandse dagtripper misschien wel iets goedmaken. Voor de reiskantoren die reizen naar het buitenland organiseren, is het intussen bang afwachten of ze reizen zullen kunnen verkopen. De meeste reisagenten zijn dicht en het personeel zit technisch werkloos thuis.

Lees verder onder de foto:

1 op de 10 Europeanen leeft van het toerisme. Het is dus een vitaal onderdeel van de Europese economische motor

Maar liefst 41% van de Belgische reisagenten vreest dat ze het einde van het jaar niet halen als ze niet kunnen opstarten in juni om toch nog een deel van het zomerseizoen te kunnen verkopen. De voorbije weken zagen ze zo al 2 miljard euro in omzet in rook opgaan. Dat komt omdat veel reiskantoren al voorschotten betaald hebben aan hotels en luchtvaartmaatschappijen. Geld dat ze door de coronacrisis sowieso niet zullen terugzien. De reisagenten zijn door hun verzekering en door het Garantiefonds Reizen wel gedekt voor een bankroet. Mensen die een pakketreis hebben geboekt naar Corfu deze zomer zijn dus beschermd tegen een eventueel failliet van hun reisagent. Zoals met het faillissement van Thomas Cook vorig jaar.

Geraak ik wel naar het buitenland?

Wie dezer dagen naar het buitenland moet voor een essentiële verplaatsing heeft niet zoveel opties. Luchtvaartmaatschappijen vliegen niet of nauwelijks. Het internationaal treinverkeer ligt stil net zoals internationale busreizen. De wagen is op dit moment zowat de enige mogelijkheid om de grens toch over te steken. Meer dan 10.000 vliegtuigen wereldwijd staan aan de grond, dat is bijna de helft van alle vliegtuigen die er zijn. Daarmee verkeert de luchtvaart in een ongeziene crisis. Bij ons staan Brussels Airlines en TUI fly aan de grond. De ene hoopt nog in juni op te starten, de ander mikt eerder op juli. Maar zelfs dan zal dat met een beperkt aanbod zijn. 

Al meer dan 30.000 jobs staan op het spel in de Europese luchtvaartsector. Het zal nog 2 tot 3 jaar duren alvorens de sector hersteld zal zijn van deze crisis.

Niemand verwacht dat de sector meteen weer op volle kracht zal draaien. Heel wat luchtvaartmaatschappijen zoeken intussen financiële steun bij hun lokale overheden om de crisis door te komen en al zeker 30.000 jobs (en elke dag kondigt wel een andere luchtvaartmaatschappij saneringen aan) zullen binnen de sector verdwijnen die goed is voor iets meer dan 12 miljoen jobs binnen Europa.

De luchtvaart en de toeleveranciers van die luchtvaart zijn volgens de sector ook goed voor een economische meerwaarde van 450 miljard euro, daarmee is de impact van de sector op de economie groter in Europa, dan in de Verenigde Staten of Azië. De meeste luchtvaartmaatschappijen verwachten dat het nog 2 tot 3 jaar zal duren alvorens de vraag naar vliegtickets opnieuw op het pre-coronaniveau zal zitten.

Lees verder onder de foto:

Niet alleen luchtvaartmaatschappijen hebben zwaar te lijden onder de coronacrisis, ook de autocarbedrijven die internationale busreizen organiseren zijn zwaar getroffen. Al zeker 12.500 mensen zijn in die sector technisch werkloos in ons land. En dat terwijl het voorjaar (met de paasvakantie) normaal een topperiode is voor busbedrijven.

De busbedrijven hebben de voorbije jaren ook fors geïnvesteerd in een groener wagenpark, investeringen die per voertuig al snel oplopen tot meer dan 450.000 euro. Nu de sector ook gedwongen stilligt, is het ook voor die bedrijven binnen de reissector vechten om te overleven. De federatie hoopt ook met de verschillende overheden in ons land te kunnen praten over specifieke steunmaatregelen.

Bij de autocarbedrijven in ons land is het ook vechten om te overleven. Al zeker 12.500 mensen, vooral chauffeurs, zijn er technisch werkloos.

De grote variabele, die niemand kan voorspellen, is en blijft: de mens zelf. Zullen we wel willen of durven reizen zodra de grenzen opengaan? Zullen we lang en ver reizen? Of eerder kort en dichtbij? Zullen we nog evenveel financiële middelen hebben om uit te geven op vakantie of niet? Wat wel zeker is, is dat die pasta in Rome, die wandeling langs de Côte d’Azur of een glas wijn in Kreta nog lange tijd niet hetzelfde zal zijn.

Meest gelezen