Net als de grote ketens schakelden kleinhandelaars vrij snel over op onlineverkoop, maar de kosten zijn voor kleine spelers erg hoog.

Kleinhandelaars overleven crisis door onlineverkoop, maar duurzaam is het niet: "Te hoge kosten voor kleine spelers"

De helft van de kleinhandelaars en horeca-uitbaters die voor de coronacrisis nog geen webwinkel hadden, is tijdens de lockdown wel via het internet beginnen te verkopen. Samen met de hinderpremie leverde dat voor de meeste handelaars toch genoeg inkomsten op om de crisis door te komen. Maar echt duurzaam is zo'n webwinkel niet voor de kleinhandel, want de kosten zijn erg hoog.

Anders dan de grote ketens bleven veel kleinhandelaars voor de coronacrisis weg van het internet. Zowat tweederde van hen verkocht niet online, blijkt uit de voorlopige resultaten van een onderzoek van het Departement Transport en Ruimtelijke Economie van de Universiteit Antwerpen. Omdat hun klanten er geen nood aan hebben, het niet in de beleving van hun zaak past of omdat het gewoon te veel moeite en tijd kost.

Maar de coronapandemie en de daaropvolgende maatregelen hebben de wereld op zijn kop gezet. Winkels moesten sluiten en dus zocht de helft van de kleinhandelaars en horeca-uitbaters zonder webshop tijdens de lockdown toch zijn heil in de onlineverkoop. Dankzij die onlineverkoop haalden ze de voorbije weken gemiddeld 20 procent van hun normale omzet. Samen met de hinderpremie die ze krijgen van de overheid, blijkt dat voor de meeste handelaars genoeg om te overleven tot ze weer kunnen opengaan. Voor de winkels is dat morgen al.

Het grootste deel van de omzet van de onlineverkoop haalden de kleinhandelaars ook van lokale klanten. "We merken een duidelijke positieve evolutie in het aantal lokale onlinebestellingen, de klanten laten hun lokale winkel niet in de steek", zegt Ann Verhetsel (UAntwerpen). "90 procent van de online-omzet komt van klanten binnen de eigen provincie. De Vlaming heeft dus geluisterd naar de herhaalde oproepen en steunt duidelijk de handelaar om de hoek, die nu zelf snel een website in elkaar knutselde of via Instagram take-away adverteert."

Wat na de crisis?

Maar zo'n webwinkel is voor de meeste kleinhandelaars niet altijd een cadeau, de kosten zijn namelijk erg hoog. "Ze moeten hun webshop opzetten, ze moeten de pakjes versturen, ze moeten de pakjes die teruggestuurd worden, opnieuw ontvangen en eventueel weer verwerken en die kosten zijn zeer moeilijk te recupereren voor de kleine spelers", zegt Joris Beckers (UAntwerpen).

We zien dat het overgrote merendeel van die winkels aanduidt dat de fysieke winkel het belangrijkste blijft en dat die webshop meer een tool was om de crisis door te komen

Joris Beckers (UAntwerpen)

Steden en gemeenten kunnen daar een belangrijke rol in spelen, geeft Beckers aan, door bijvoorbeeld platformen op te zetten of de ontvangst van teruggestuurde zendingen te centraliseren.

Toch verwachten de onderzoekers dat de meeste kleinhandelaars na de crisis die onlineverkoop weer zullen afbouwen. "We zien dat het overgrote merendeel van die winkels aanduidt dat de fysieke winkel het belangrijkste blijft", zegt Beckers, "en dat die webshop meer een tool was om de crisis door te komen."

Het onderzoek van de Universiteit Antwerpen is nog niet afgerond. De wetenschappers nodigen alle winkeliers en horeca-uitbaters daarom uit om de enquête in te vullen, "om de gevolgen van de crisis beter in kaart te brengen". De enquête invullen, kan via deze link. Meer info over het onderzoek vindt u via deze link.

Meest gelezen