Het DNA van Vlaanderen: gaan de traditionele partijen overleven? En wat als N-VA federaal niet mee bestuurt? 

Waar liggen de Vlamingen* wakker van? En hoe kijken ze naar de verschillende Vlaamse politieke partijen? De antwoorden op die vragen kunnen een belangrijke les zijn. Voor de traditionele politieke partijen bijvoorbeeld, die al jarenlang kiezers verliezen. En voor de N-VA, de grootste Vlaamse partij die momenteel federaal aan de zijlijn staat. VRT-Wetstraatjournalist Ivan De Vadder en communicatie-expert Jan Callebaut schreven hun politiek marktonderzoek en politieke analyse neer in het boek “Het DNA van Vlaanderen”, dat vandaag wordt voorgesteld.

In 1999 wordt de politieke wereld in Vlaanderen grondig door elkaar geschud. Na de dioxinecrisis is de CVP (nu CD&V) niet langer de grootste partij in Vlaanderen (op het federale niveau), ze wordt nipt (één zetel) kleiner dan de VLD, die daardoor het initiatiefrecht opeist om regeringen te vormen, zowel op het federale niveau als in Vlaanderen.

Maar de drie traditionele partijen (CD&V, Open VLD en SP.A) bereiken op dat moment wel nog altijd 60 procent van de Vlaamse kiezers. Twintig jaar later, in 2019, bereiken ze nog nauwelijks 38,6 procent van de Vlaamse kiezers. En dat wil zeggen dat de drie ideologisch traditionele partijen bijna de helft van hun kiezers verloren.

Die neergang is niet nieuw, hij is eigenlijk al jaren aan de gang. Maar in 2019 lijkt een kantelpunt bereikt. De vraag voor het overleven van de drie traditionele partijen, die alle drie wortels hebben in de ideologische bewegingen uit de 19e eeuw, wordt nu voor het eerst hardop gesteld. En het antwoord luidt steevast: "We moeten luisteren naar de kiezer". Maar dat is blijkbaar moeilijker dan gedacht.

In 20 jaar tijd hebben de drie traditionele partijen bijna de helft van hun kiezers verloren

Dat bewijzen in de eerste plaats de electorale resultaten van die traditionele partijen, maar ook de werkelijkheid achter de schermen van de politieke praktijk toont dat aan. Communicatiespecialist Jan Callebaut, met wie ik het boek "Het DNA van Vlaanderen" heb geschreven, werkte in 2006 voor het eerst samen met een politieke partij, CD&V. Hij stelt daarbij vast dat het er behoorlijk amateuristisch aan toegaat. Zeker in vergelijking met het bedrijfsleven.

"Het eerste wat mij opvalt in 2006 is het gebrek aan harde gegevens in die wereld. Ja hoor, populariteitsdata uit peilingen waren er in overvloed, en die zijn er nog altijd. Maar wat men meestal meet, zijn de resultaten uit het verleden." En dergelijke politieke enquêtes vertellen helemaal niets over de samenleving. Niemand weet op basis van die informatie wat de kiezer echt verlangt, of bij uitbreiding de burger.

Om daarop te kunnen antwoorden, kijkt Callebaut naar de commerciële markt. Het bedrijfsleven heeft sinds de tweede helft van de vorige eeuw systemen opgezet om de verschillende verwachtingspatronen van de consument te kunnen herkennen. 

Het DNA van Vlaanderen

Die methode van onderzoek heeft Jan Callebaut willen introduceren in het politieke marktonderzoek. De opzet was om via een grootschalige bevraging te peilen naar de leefwereld en het verwachtingspatroon van de Vlaamse burger. VRT NWS heeft drie keer zo’n kaderstudie laten uitvoeren; in 2009, 2014 en 2019. Telkens voorafgaand aan Vlaamse regionale verkiezingen. Net omdat het onderzoek drie maal plaatsvond, verspreid over één decennium, kon door de herhaling een uniek portret van de politieke wensen van de Vlamingen gemaakt. Het "DNA van Vlaanderen" dus.

(lees verder onder het gesprek met Ivan De Vadder over zijn nieuwe boek in "De afspraak")

Video player inladen...

"Het DNA van Vlaanderen" leert ons waar de Vlaming van wakker ligt en hoe die angsten evolueren. In 2009 is dat – weinig verrassend - vooral zijn persoonlijke toekomst: drie kwart onder de Vlamingen is bang om ongeneeslijk ziek te worden. Meer dan de helft van de Vlamingen is bekommerd om de toekomst van hun kinderen en evenveel onder hen liggen wel eens wakker van het idee dat ze na hun pensioen hun welvaartsniveau niet op peil zullen kunnen houden.

Ook in 2014 kijkt de Vlaming in de eerste plaats naar zijn nabije toekomst: de "schrik om ongeneeslijk ziek te worden" blijft op de eerste plaats staan, voorts kijkt twee derde onder hen bezorgd naar de levensstandaard na het pensioen en de toekomst van hun kinderen. Het enige duidelijke verschil met de lijst van 2009 is dat "de angst voor ongecontroleerde migratie" meteen op de tweede plaats in de lijst terechtkomt: 70 procent van de ondervraagde Vlamingen geeft aan daar bang voor te zijn. Dat is opvallend omdat die angst al opduikt vóór de grote migratiegolf die pas op gang komt in 2015.

In 2019 komt er nog een nieuwe "angst" bij: twee derde van de Vlamingen vreest voor de "beschadiging van het klimaat". Voor de rest lijkt de rangschikking van 2019 sterk op die van 2014: "ongeneeslijk ziek worden" , voor "angst voor ongecontroleerde migratie" en "de levensstandaard na het pensioen".

Politieke partijen in Vlaanderen: traditioneel of utopisch

Maar "Het DNA van Vlaanderen" graaft dieper. De ondervraagde Vlamingen kijken elke jaargang ook naar de Vlaamse politieke partijen. Ze krijgen de vraag om te beoordelen in welke mate waarden als "succesvol" of "geloofwaardig" op elk van de partijen kunnen worden toegepast. Jan Callebaut analyseert die resultaten voor de drie traditionele partijen.

"In het centrum reikt een partij als CD&V de samenleving geen synthese meer aan. Bovendien heeft ze, net als de SP.A, last van de jonge partijen in de buitenbanen. CD&V is, volgens de Vlamingen, de meest traditionele partij van allemaal geworden, in de betekenis van vastgeroest. Maar ook de SP.A krijgt concurrentie, van PVDA én Groen die jonger en dynamischer overkomen. Open VLD heeft dan weer last van een gebrek aan geloofwaardigheid en een gebrek aan eerlijkheid." In "Humo" voegt Callebaut eraan toe: "Als ik aan het hoofd stond van een traditionele partij, zou ik bang zijn voor nieuwe verkiezingen".

Callebaut ziet een grote toekomst weggelegd voor een combinatie van Groen en de N-VA

Naast de drie traditionele partijen, ontwaart Jan Callebaut – op basis van de gegevens van "Het DNA van Vlaanderen" – ook drie "utopische partijen": "Voor de Vlaming zijn Groen, PVDA en Vlaams Belang alle drie partijen met een duidelijk ideaalbeeld. Groen pleit voor een wereld die reageert tegen de klimaatverandering, Vlaams Belang wil een wereld die veilig is en waar het normaal is je eigen identiteit te kunnen beleven en de PVDA wil een wereld zonder sociale ongelijkheid." Drie partijen die streven naar hun eigen utopie. Al is het wel opvallend dat "de Vlaming" denkt dat geen van hen daadkrachtig genoeg is om dat eigen ideaalbeeld helemaal zelf in de praktijk om te zetten. Daarvoor rekent de Vlaming op een andere partij. 

En daar komt de N-VA in beeld. Wanneer de Vlaming die partij in 2009 nog als een one issue-partij ziet, met stevige concurrentie van LDD en Vlaams Belang, vindt hij in 2019 dat die partij een stevig imago van beleidspartij heeft opgebouwd. "De N-VA is van een buitenbaan naar het politieke centrum gekomen, en heeft zelfs de leiding genomen." Callebaut ziet zelfs een grote toekomst weggelegd voor een combinatie van Groen en de N-VA. "De combinatie van die twee zou ideaal zijn: de droom van Groen, die duidelijk inspireert, en de daadkracht van de N-VA , die de Vlaming als de beleidspartij bij uitstek ziet."

Je pree waard zijn

De Vlaming* ziet de N-VA dus het land leiden. Maar na de verkiezingen van 2019 en de regeringsvorming die ook in 2020 blijft duren, ziet de toekomst er voor de N-VA minder rooskleurig uit. Na de poging om zelf de eerste minister te worden van een noodregering van nationale eenheid om de coronacrisis aan te pakken, trekt voorzitter Bart De Wever zich opnieuw terug in Antwerpen. De partij weigert de regering-Wilmès het vertrouwen te geven, maar wil in coronatijden ook niet de indruk wekken dat ze stokken in de wielen steekt. Vandaar dat de N-VA wel akkoord gaat met het idee om deze volwaardige minderheidsregering vervolgens uit te rusten met volmachten. 

De N-VA beseft welke kans nu is verkeken. In "Humo" laat De Wever daar geen twijfel over bestaan. "In de partij zullen ze kwaad zijn dat ik het zeg, maar ja, ik had deze crisis graag gemanaged. Dan krijg je tenminste het gevoel dat je je pree waard bent. Misschien was dat premierschap een ramp geworden, maar dan heb je tenminste geleefd." In "Knack" blikt ook Theo Francken terug op die periode, en geeft toe dat de leider van de grootste partij ook het beste de leiding neemt van de regering: "Natuurlijk. Een regeringsleider heeft macht, en veel meer dan wij bij de N-VA een paar jaar geleden konden denken. De premier bepaalt de agenda. Als sommige van jouw punten moeilijk op de regeringsagenda raken, kom je als partij te weinig aan bod op het kernkabinet of in de ministerraad". De partij waarvan de voorzitter ooit zei dat "de beste premier diegene is die zijn programma uitvoert", is ver gekomen. Francken geeft toe: "Dat hebben we inderdaad moeten leren in de loop der jaren".

De N-VA steekt niet onder stoelen of banken dat ze het moeilijk heeft met aan de zijlijn te staan terwijl de coronacrisis woedt. "Ik wilde erin vliegen, maar werd in een politieke quarantaine geplaatst. Gelukkig kan ik als burgemeester nog het verschil maken. In de Vlaamse regering doen we dat ook." Vlaams minister-president Jan Jambon is de enige toegang van de partij in de "cockpit" van het bestrijden van de coronacrisis.

De N-VA toont leiderschap en heeft bekwame persoonlijke profielen, maar mist dé belangrijke voorwaarde om die te kunnen etaleren: de partij bestuurt federaal niet mee

Dat is een harde les in de politiek, zegt Jan Callebaut: "Leiderschap vertonen dat leidt tot macht en tot succes, is één ding. De bekwame persoonlijke profielen hebben die dat tot een goed einde kunnen brengen, is nog een ander ding. De N-VA heeft beide elementen, maar mist dé belangrijkste voorwaarde om die te kunnen etaleren: ze bestuurt niet mee (op het federale niveau, red.). En daar sta je dan. Alleen als je mee aan de knoppen draait, kun je successen boeken."

* "De Vlaming" is in dit geval een representatief staal van 3.197 Vlamingen, ondervraagd voor de verkiezingen van mei 2019.

Om 11 uur hebben Ivan De Vadder en Jan Callebaut hun boek "Het DNA van Vlaanderen" online voorgesteld, gevolgd door een schare politieke journalisten. Die presentatie kan u hieronder herbekijken:

Video player inladen...

Meest gelezen