imago images/photothek

Neen, ouderen moeten de coronacrisis niet betalen

Het voorstel van gezondheidseconoom Jan-Emanuel De Neve om een coronataks op de oudere generatie te heffen om de coronacrisis te betalen, valt in slechte aarde bij moraalfilosoof Benjamin De Mesel. In deze opinietekst legt hij uit waarom zo'n taks volgens hem onrechtvaardig is.

opinie
Benjamin De Mesel
Benjamin De Mesel is postdoctoraal onderzoeker (FWO) aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte (KU Leuven). Hij doceert moraalfilosofie en doet onderzoek naar morele verantwoordelijkheid.

Gisteren heeft gezondheidseconoom Jan-Emmanuel De Neve op deze website voorgesteld een coronataks te heffen op de oudere generatie. Jongeren hebben het minste baat bij de lockdown, beweert hij, want ze zijn minder vatbaar voor het virus. Bovendien dreigen veel jongeren hun baan te verliezen. "En dus moet er toch wel ergens het besef komen van de oudere generatie dat de jongeren zich voor een stuk aan het opofferen zijn." Een coronataks voor ouderen is een manier om "die ongelooflijke inspanning van de jongere generatie toch wel te kunnen erkennen, op een structurele en constructieve manier". 

Het voorstel van De Neve is problematisch. Ten eerste lijkt hij over het hoofd te zien dat generaties nauw met elkaar verbonden zijn. Jongeren zijn minder vatbaar voor het virus en dreigen meer dan ouderen hun baan te verliezen, maar ze hebben daarom niet minder "baat" bij de lockdown dan ouderen.

De gezondheid van hun (groot)ouders is voor jongeren van groot belang. Jongeren en ouderen zijn geen losstaande (groepen van) individuen, maar gemeenschapswezens die bekommerd zijn om elkaar. Als hun (groot)ouders in gevaar zijn, heeft dat een belangrijke impact op het mentale welzijn van jongeren. De lockdown heeft dat gevaar ingeperkt én ervoor gezorgd dat minder (groot)ouders overleden zijn.

Zich houden aan de maatregelen is voor de meeste jongeren geen "opoffering" die om compensatie vraagt, maar een vanzelfsprekende manier om mensen te beschermen die hen bijzonder dierbaar zijn. Dat het virus hen zelf minder treft, is toch geen reden om handelingen die anderen (geliefde en dierbare anderen, maar net zo goed onbekenden) moeten beschermen als een opoffering te zien? 

Omdat De Neve de nauwe verbondenheid tussen generaties lijkt te vergeten, heeft hij te weinig aandacht voor de "baten" (ik blijf dit tussen aanhalingstekens zetten, omdat ik de term wat ongepast vind) van de lockdown voor jongeren. Ten tweede lijkt hij ook de "kosten" van de lockdown voor ouderen te onderschatten.

Door de lockdown zijn ouderen vaak afgesneden van dingen die hun leven zinvol maken, zoals contact met kinderen en kleinkinderen.

Eerder deze week werd in "De afspraak" aan arbeidseconoom Stijn Baert gevraagd wat hem persoonlijk het meest trof in deze crisis. "Dat mijn ouders hun kleinkind niet kunnen zien opgroeien", zei hij. Door de lockdown zijn ouderen vaak afgesneden van dingen die hun leven zinvol maken, zoals contact met kinderen en kleinkinderen.

Mensen die met pensioen zijn, kunnen het gebrek aan menselijk contact niet deels opvangen door sociale contacten op het werk, zoals veel jongeren dat vandaag wel kunnen. Ouderen zijn minder vertrouwd met online mogelijkheden tot sociale interactie en meer aangewezen op fysieke winkels om hun boodschappen te doen. Ze dreigen misschien zelf hun baan niet te verliezen, maar maken zich zorgen over de toekomst van hun (klein)kinderen. Wie zelf (klein)kinderen heeft, begrijpt de ernst van die zorgen.

Ik heb dus twijfels bij het uitgangspunt van De Neve dat de lockdown voor jongeren minder baten en meer kosten betekent dan voor ouderen. Maar zelfs als dat zo zou zijn, en dat is mijn derde punt, begrijp ik niet waarom dat een coronataks op ouderen zou rechtvaardigen. Voor De Neve zou dat een manier zijn om de opoffering van jongeren te erkennen. Dat doet me denken aan uitspraken van sommige voetballers die om "erkenning" vragen, terwijl iedereen begrijpt dat ze gewoon meer geld willen.

Je kan erkennen dat jongeren een opoffering hebben gedaan en daar dankbaar voor zijn zonder die erkenning in geld uit te drukken.

Je kan erkennen dat jongeren een opoffering hebben gedaan en daar dankbaar voor zijn zonder die erkenning in geld uit te drukken. Ik heb problemen met een "voor wat, hoort wat"-mentaliteit die elke inspanning ziet als iets dat financieel beloond of gecompenseerd moet worden. Mensen handelen soms onbaatzuchtig, omdat ze elkaar graag zien, om anderen te beschermen of gewoon uit plichtsgevoel, zelfs als hen dat als individu niet onmiddellijk ten goede komt. Erkenning en dankbaarheid zijn dan gepast, maar compensatie is niet altijd nodig. Integendeel, compenseren kan de idee versterken dat alles wat we voor anderen doen op één of andere manier terugbetaald moet worden. 

Ik begrijp dat de suggestie van De Neve bedoeld is om de economische lasten die met de coronacrisis gepaard gaan te verlichten. We moeten kijken naar wie de financiële mogelijkheden heeft om daarbij te helpen. Voor sommige ouderen geldt dat zeker, terwijl anderen het financieel al meer dan moeilijk genoeg hebben. Het zou onrechtvaardig zijn om die laatste groep deels op te zadelen met de kosten van de crisis. Ouderen en jongeren zijn geen gescheiden groepen, waarbij de enen "baat" hebben gehad bij de lockdown terwijl de anderen zich hebben "opgeofferd". We zitten samen in de problemen en we moeten er samen uit.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen