Gekraakte Airbnb, mondmasker-interviews en grenscontroles: hoe werken VRT-journalisten nu in het buitenland?  

Werken in het buitenland tijdens de coronacrisis, hoe gaat dat precies? Onze journalisten trokken de voorbije weken door Europa om met eigen ogen te zien hoe andere landen omgaan met de crisis en de (versoepelde) maatregelen. Een Airbnb-kamer die gekraakt werd, "onnatuurlijke" interviews met mondmaskers, grenscontroles en zoeken naar openbare toiletten: lees hier de ervaringen van onze buitenlandjournalisten. 

De voorbije weken stuurde VRT NWS enkele journalisten op pad om een blik te werpen op de coronacrisis in Europa. De hamvraag: welke maatregelen treffen de andere landen? Na lang wikken en wegen en een overleg met de FOD Binnenlandse Zaken vertrokken Stijn Vercruysse, Jeroen Reygaert en Steven Decraene naar het buitenland. Uiteraard respecteerden ze alle veiligheidsmaatregelen die ter plekke gelden.

Stijn Vercruysse vertrok samen met een cameraman en klankman/monteur naar Nederland, Duitsland, Denemarken en Zweden. Daar maakte hij voornamelijk reportages voor het Journaal. Jeroen Reygaert is voor de radionetten en VRT NWS online naar Nederland en Duitsland vertrokken. Een week later vertrok ook Steven Decraene voor verschillende media naar Frankrijk en Italië

Voorbereiding

Al voor het vertrek werden de nodige maatregelen getroffen. In de montagewagens zitten monteur en journalist bijvoorbeeld op de achterbank naast elkaar, gescheiden door plastic. Op die manier kunnen ze gemakkelijk en veilig communiceren. Zulke montagewagens kregen de TV-ploegen van Steven Decraene en Stijn Vercruysse ook mee. Om niet met drie personen in éénzelfde auto te zitten, reed elke ploeg met twee verschillende wagens. Iedereen was voorzien van een corona-kit met mondmaskers, alcoholgel en een thermometer. 

Video player inladen...

Nadat Binnenlandse Zaken en experten hun fiat gaven, was er ook heel wat administratieve rompslomp. Ook dat verschilde van land tot land (en in Duitsland van deelstaat tot deelstaat). Voor Frankrijk en Italië was er veel papierwerk, voor Zweden bleef dat beperkt. Om de maatregelen telkens goed na te leven, nam onze productieploeg ook contact op met de Belgische ambassades van de verschillende landen. Uiteindelijk zijn onze ploegen goed voorbereid vertrokken.

Werken in corona-omstandigheden

Elk land hanteert dus andere maatregelen. Zo was het in Duitsland, Frankrijk en Italië vaak verplicht om een mondmasker te dragen. In Nederland, Denemarken en Zweden dan weer niet. Het was steeds aanpassen, vertellen de journalisten. “In landen waar ze geen mondmasker dragen, vinden ze vaak dat je wantrouwen uitstraalt als jij dat wél doet, waardoor ze dan weer minder graag willen meewerken” zegt Stijn Vercruysse. “Daarom spraken we af om de regels van het land dat we bezochten te volgen, ook al wijken die af van de Belgische regels. Tenzij we ons daar niet goed bij voelden, natuurlijk.”  

We spraken af om de regels van het land dat we bezochten te volgen, ook al wijken die af van de Belgische regels

Stijn Vercruysse, Buitenlandjournalist

Maar het risico om besmet te geraken was altijd aanwezig. Het gebrek aan informatie over het virus zelf, maakte de journalisten af en toe onzeker. “Een groot verschil met onze reportages over het ebolavirus in Oost-Congo”, gaat Vercruysse verder. “Toen was het duidelijker: vermijd het uitwisselen van lichaamsvocht, dan raak je niet besmet.” 

Stijn Vercruysse aan het werk met ploeg

Dat je jezelf niet voortdurend kan beschermen, hebben de journalisten soms aan den lijve ondervonden. “We filmden in een park in Nederland waar groepjes jongeren bijeenkwamen, toen uit het niets een jonge gast opdook en voor de grap iets in het gezicht van cameraman Philippe Van Hecke brult. “Miljaar”, denk je dan.”

Soms ga je onbewust toch eens aan het portier van de monteur staan en besef je plots: Oei, de afstand is weg! 

Stijn Vercruysse, Buitenlandjournalist

Afstand houden als je nauw samenwerkt is trouwens ook niet vanzelfsprekend. “Soms ga je onbewust toch eens aan het portier van de monteur staan en besef je plots: Oei, de afstand is weg!”, vult Vercruysse aan. “Je twijfelt voortdurend: Vormen we nu een soort gezin of moeten we onderling toch die afstand bewaren? We zijn er niet altijd in geslaagd daar consequent mee om te gaan.”

Radiojournalist Jeroen Reygaert had minder schrik om besmet te geraken. “Anders zou ik niet zijn gegaan. Ik bezocht landen met strengere voorzorgsmaatregelen en met minder besmettingen dan bij ons. Uiteindelijk komt het erop neer hoe dicht je bij mensen staat, en niet hoe ver je van huis bent. Ik heb meer kans om besmet te geraken in mijn plaatselijke supermarkt, dan op anderhalve meter van de persoon die ik interview.” 

Praktische moeilijkheden

De ploegen waren steeds onderweg, terwijl cafés en restaurants gesloten waren (behalve in Zweden). Ook dat zorgde voor moeilijkheden. Ook het vinden van een slaapplaats liep niet altijd van een leien dakje. Vooral de ploeg in Frankrijk reisde niet altijd even vlot. Zo werd hun AirBnB tijdens het filmen van een reportage gekraakt.

Tijdens hun verblijf in een hotel in Parijs moesten ze zelf hun lakens verversen, omdat het schoonmaakpersoneel niet meer in de kamers mocht komen. “Beneden mochten we niet op een sofa neerzitten en de lift werkte alleen maar als je naar boven wou. Het ontbijt was een papieren zakje dat vooraf gevuld werd met weinig smakelijk voedsel.”, zegt Steven Decraene.

Beneden mochten we niet op een sofa neerzitten en de lift werkte alleen maar als je naar boven wou

Steven Decraene, Buitenlandjournalist

Doordat vele plaatsen gesloten waren, waren ook de sanitaire stops niet altijd vanzelfsprekend. Het was zoeken naar openbare toiletten en andere voorzieningen. “Je vindt ook zelden een kraan en wastafel om je handen te wassen. Zeker in deze tijden is dat  vervelend”, voegt Vercruysse toe. 

“Ontbijt en avondmaal werden niet geserveerd in hotels omdat de bar steeds gesloten was. Meestal bestelden we dus een afhaalmaaltijd. Ook die keuze was beperkt, dat is gebleken toen ik na afloop van de reis op mijn weegschaal ging staan”, zegt Stijn Vercruysse. Toch probeerde hij met zijn ploeg inventief om te gaan met hun maaltijden en aten ze vaak een zelfgemaakte picknick.

Video player inladen...

Voor Jeroen Reygaert was het zoeken om de juiste werkmethode te vinden, terwijl je de maatregelen goed wil opvolgen. Omdat hij voornamelijk voor de radionetten werkte, reisde hij alleen. “Het is bijzonder om als radiomaker je microfoon op een verlengstuk te plaatsen. Het is in het begin ook wat zoeken: hoe ver kan je van een geïnterviewd persoon staan om toch nog goede klank te hebben?” 

Jeroen Reygaert in Duitsland

“Altijd bewust bezig zijn met afstand houden vreet energie. Door die afstand kan je ook veel minder dynamische onderwerpen filmen. Je bent constant bezig met het ontsmetten van je handen en je materiaal. Dat vraagt natuurlijk enorm veel tijd, ook tijdens het maken van de reportages”, zegt Decraene ook. 

Mondmaskers en hygiëne

Ook de mondmaskers waren niet altijd even praktisch. Jeroen Reygaert spreekt Duits, maar het is niet zijn moedertaal. “Als je dan moet spreken met een mondmasker voor je gezicht met iemand die ook een mondmasker draagt, dan is dat moeilijk. Zeker in een vreemde taal. Je merkt ook wel dat mensen iets meer contact mijden en dat maakt het er niet makkelijker op als je net contact wil maken.”

Als je moet spreken met een mondmasker voor je gezicht met iemand die ook een mondmasker draagt, dan is dat moeilijk

Jeroen Reygaert, buitenlandjournalist

“Interviews met mondmaskers zijn onnatuurlijk. Voor het interview met een genezen, maar nog besmettelijke coronapatiënte in Frankrijk, kregen we een speciaal pak. Dat pak had een gezichtsvizier, een haarnetje en beschermhoezen voor schoenen. Voordat we het interview konden doen, was er een halfuur aan voorbereiding nodig. Het ontsmetten van het materiaal achteraf duurde nog eens een halfuur”, aldus Steven Decraene. 

Grenzen en controles

De grenscontroles verliepen voor Jeroen Reygaert en de ploeg van Stijn Vercruysse van België naar Nederland en van Nederland naar Duitsland heel vlot. Beide journalisten zijn amper gecontroleerd. Jeroen Reygaert kreeg enkel controle bij terugkeer naar België. 

Ook het binnenrijden van Denemarken en Zweden verliep bijzonder vlot. “Politieagenten vroegen ons wel waarom we het land wilden binnenkomen. Als journalist was dat nooit een probleem. We toonden onze papieren en konden gewoon doorrijden”, zegt Stijn Vercruysse. 

Steven Decraene kreeg daarentegen wel veel te maken met controles in Frankrijk en Italië. Zowel aan de grenzen als in het land zelf. Zo mocht onze ploeg in Italië werken, maar moesten ze het land binnen de 72 uur verlaten. Ook moesten ze altijd een verplaatsingsattest invullen voor ze op pad gingen. “Dat attest, samen met onze identiteitskaart en perskaart, moest je op elk moment op zak hebben en kunnen voorleggen als ze ernaar vroegen.”

Steven Decraene met ploeg

“De controles verliepen op een strenge, maar correcte manier. Onze documenten waren in orde en vooral de lokale Franse en Italiaanse verplaatsingsattesten waren belangrijk. Zomaar de grens overrijden zit er voorlopig niet in zonder de vereiste documenten. Anders riskeer je een fikse boete”, zegt Steven Decraene nog. 

Zomaar de grens overrijden zit er voorlopig niet in zonder de vereiste documenten. Anders riskeer je een fikse boete

Steven Decraene, Buitenlandjournalist

Reacties

De beslissing om reportages te maken in het buitenland is zoals hierboven al vermeld, weloverwogen en besproken geweest op onze redactie en met verschillende instanties. Er werd namelijk aan heel de bevolking gevraagd om zo veel mogelijk ‘in uw kot te blijven’ en wij zouden dan wat rondreizen. Toch vonden we het belangrijk om deze journalistieke reis te maken. “Alle thema’s waar VRT NWS reportages over maakte, stonden in België ter discussie: dragen we mondmaskers of niet? Gaan de winkelstraten overrompeld worden? Hoe gaan we de leerlingen ontvangen in de scholen? Hoe kunnen de kapsalons weer open gaan? Dat konden we nu zelf vaststellen en aan den lijve ondervinden”, aldus Vercruysse.

“In mijn radioreportages heb ik bewust de thema’s uitgezocht waar het ook echt mogelijk is om inhoudelijk te vergelijken met ons land. Daar konden we misschien de nodige lessen uit trekken. Ik vond het in deze reportagereis belangrijker dan ooit om de absolute meerwaarde van het “ter plaatse” zijn, aan te tonen” vult Reygaert aan. 

Ook in Frankrijk en Italië werd onze ploeg hartelijk ontvangen. “Bij onze reportage in Normandië over de bezoekregeling in rusthuizen, was er zelfs veel enthousiasme om mee te werken. De Fransen begrepen op dat moment niet waarom wij in België nog altijd geen familie toelieten in rusthuizen. Ze toonden ons zeer graag en gewillig hoe zij alles organiseren.” 

“Op sommige momenten vroegen we ons af of Italië wel een coronaland was, want bij de mensen thuis was er weinig sprake van social distancing. Behalve de verplichte mondmaskers was er niet het gevoel dat de Latijnse inborst van dat land verdwenen is. De Italianen mochten na lange tijd ook opnieuw naar buiten en het viel heel hard op dat ze veel te vertellen hadden. Ze bleven maar praten.” vertelt Decraene nog.

In bepaalde landen waren de inwoners soms verrast toen ze hoorden dat onze ploeg voor de Belgische televisie werkte en er zomaar in geslaagd was om het land binnen te geraken. “Het leek soms alsof het ons gelukt was om in Eritrea of Noord-Korea binnen te geraken”, lacht Stijn Vercruysse. “De mensen waren vaak bezorgd om ons en vroegen hoe het met ons ging. Dat komt door het hoge aantal doden in ons land. Slechts een keer – toen we een groepje feestende Zweedse jongeren wilden filmen en daarvoor toestemming vroegen – riep iemand ons toe dat we beter in ons eigen land zouden gaan filmen, omdat we het veel slechter doen dan zij.”

Het leek soms alsof het ons gelukt was om in Eritrea of Noord-Korea binnen te geraken 

Stijn Vercruysse, Buitenlandjournalist

Meest gelezen