In de val van de coronabrigade

Louis van Dievel, schrijver en journalist, schrijft elke week over de kleine en grote actualiteit. Vandaag kijkt hij op eigenzinnige manier naar de opstandige tweedeverblijvers, de hetze rond katje Lee en de contact tracers.

opinie
Louis Van Dievel
Louis van Dievel is schrijver en journalist. Hij was journalist bij VRT NWS.

Er wordt een karikatuur gemaakt van het leed der bezitters van een tweede verblijf. Alsof zij hun eigendomsrecht willen afdwingen op kosten van de belastingbetaler, bijvoorbeeld. Terwijl zij juist helden zijn in de nooit eindigende oorlog van de burger tegen de almachtige staat. 

Neem nu mij. Al weken houd ik mij verborgen in mijn tweede verblijf, zijnde een eenpersoonscaravan op de camping van Westmeerbeek, die al sinds half maart wederrechtelijk gesloten is door een regering die ik niet erken. Terwijl ik eigenlijk een gerieflijke woning betrek in het naburige Zoerle-Parwijs, voorzien van bladblazer, kantmaaier en zelftrekkende grasmachine! 

Een drone van Pieter De Crem

Verstoken van ieder comfort breng ik dagelijks op Facebook verslag uit van mijn verzetswerk op de camping. Hoe ik ongezien naar het sanitaire blok ben kunnen sluipen – tweemaal zelfs, omdat ik het wc-papier vergeten was, terwijl boven de camping een drone van Pieter De Crem zijn vuige spionnenwerk verricht.

Hoe ik mijzelf stiekem ga bevoorraden in de Albert Heijn van Westmeerbeek, en met mijn boodschappentassen op mijn hoofd door de Grote Nete moet waden om de camping langs de onbeveiligde achterzijde te kunnen betreden. Hoe ik bij het schijnsel van de maan tegen mijzelf petanque speel. Hoe ik bij de neergelaten slagboom selfies maak met het V-teken. Kleine dingen van grote symbolische waarde. De steun van mijn Facebookvrienden betekent heel veel voor mij. Zonder hen zou ik mijn eenmansguerrilla nooit kunnen volhouden.

Ik ben van de coronabrigade

Ik was dus helemaal niet voorzien op het telefoongesprek dat mij gisteren overkwam. Ik zat vredig uit het raam te staren, onderwijl zeker katje aaiend, dat net als ik in de illegaliteit leeft en dat ik op vraag van velen verborgen hou. Is het trouwens normaal dat zulk snoezig katje plotse aanvallen van agressiviteit vertoont?? Ik zal het eens vragen op Facebook.

‘Mijnheer Van Dievel,’ zei een niet eens onaangename vrouwenstem, ‘ik ben van de coronabrigade, wij bellen mensen op die mogelijk besmet zijn door het virus.’
‘Hoe hebt u mij gevonden?’ was mijn eerste reactie.

Zou dat kleine knobbeltje achter mijn linkeroor dat er vroeger niet was dan toch een verborgen chip zijn?
‘Wij weten alles, mijnheer Van Dievel,’ klonk het zelfverzekerde antwoord.
‘Ik ben kerngezond!’ luidde mijn tweede reactie.
‘Hij zegt dat hij kerngezond is,’ hoorde ik mijn oproepster naar haar collega-contact tracers roepen. Er weerklonk luid en vrolijk en algemeen gelach.
‘Nochtans,’ zei de dame van de coronabrigade plots op zeer zakelijke toon, ‘nochtans hebt u eergister om 17u15 in de supermarkt van Westmeerbeek, en meer bepaald in de afdeling groenten en fruit, een onbedaarlijke en vervaarlijke hoestbui gehad.’

Hoe wisten ze dat?!

Een brutale vlieg

Inderdaad was mij het zonet beschrevene overkomen. De hoest was evenwel niet veroorzaakt door het overroepen virus, maar door een brutale vlieg die zich tussen de bananen had verstopt en van een geeuw mijnerzijds misbruik had gemaakt om mijn keelholte binnen te vliegen. Ik had ook daarover verslag uitgebracht op Facebook – er mag al eens gelachen worden, maar ook daar is een mens dus niet veilig voor verraad en spionage.

‘Het kan iedereen overkomen, mijnheer Van Dievel,’ zei de mevrouw enigszins troostend, ‘maar dan toch vooral mensen die zich niet aan de regels houden, zoals u.’

‘Ik houd mij wél aan de regels!’ riep ik uit, ‘ik zit hier moederziel alleen op…’
Oeps! Bijna had ik mijn mond voorbijgepraat.
‘Op de camping van Westmeerbeek,’ vulde de dame van de coronabrigade aan.
‘Bedankt om zolang aan de lijn te blijven. Eindelijk hebben we u kunnen traceren. Nog een prettig verblijf in de isoleercel.’
Ik keek uit het raam. In de vallende duisternis zag ik hoe mijn caravan door zwaarbewapende robocops werd omsingeld.
Ik greep de goedendag die ik steeds bij me draag en bereidde mij voor op de eindstrijd.
Op hoge poten, met gekromde rug en met schuim om de bek stond ook het katje klaar om tot de aanval over te gaan.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen