Podvis: Ronny is al 16 jaar geïnterneerd voor relatief kleine feiten, hoe kan dat? "Ik heb lotje getikt" 

Ronny Janssen werd 16 jaar geleden geïnterneerd voor feiten waarvoor hij, mocht hij diezelfde feiten vandaag opnieuw plegen, niet meer kan geïnterneerd worden. Toch blijft hij in dat statuut zitten. Kafkaiaanse toestand of consequente justitie? Dat onderzoekt Dirk Leestmans in deze Podvis, Christine Van Tichel deed de montage.

Beluister deze aflevering van Podvis hier:

Luister ook naar deze en andere afleveringen van Podvis op:

Ronny Janssen werd 16 jaar geleden geïnterneerd. Hij stal de gegevens van de visakaart van zijn vader en logeerde op diens kosten een week in het sjieke Hiltonhotel in Antwerpen. Dat mag niet, evident, maar het is nu ook weer geen halsmisdrijf. Mocht hij voor die feiten veroordeeld worden, hij zou vermoedelijk een vrijheidsstraf krijgen van een paar maanden.  

Maar Ronny Janssen werd niet veroordeeld, hij werd geïnterneerd. Men oordeelde dat de man ontoerekeningsvatbaar was en om die reden kreeg hij geen straf, wel een maatregel, de interneringsmaatregel. 

Zestien jaar internering voor een relatief mineur feit, proportioneel kan je dat niet echt noemen

Internering is, dat is bekend, van onbepaalde duur. Er staat dus in tegenstelling tot een gewone straf geen einddatum op. Ronny Janssen leeft ondertussen al 16 jaar in dat statuut waarvan 14 jaar in de gevangenis. Eind vorig jaar verhuisde hij van de Begijnenstraat in Antwerpen naar een psychiatrische instelling. 

Zestien jaar internering voor een relatief mineur feit, proportioneel kan je dat niet echt noemen. Net dat was een van de redenen waarom in de nieuwe interneringswet, die in 2016 van kracht werd, belangrijke drempels werden ingebouwd. Men stelde immers vast dat er mensen voor bv. een banale fietsdiefstal jarenlang geïnterneerd bleven en met die wantoestand wou de wetgever komaf maken. Vanaf 2016 kan men enkel nog geïnterneerd worden als er misdrijven gepleegd worden waarbij de fysieke of psychische integriteit van een persoon geschonden wordt. Iedereen is het erover eens dat daarmee een geweldige stap vooruit werd gezet. 

Maar wat te doen met die geïnterneerden die nog volgens het oude systeem geïnterneerd werden, voor feiten waarvoor je in het nieuwe interneringsysteem dus niet meer mag geïnterneerd worden? Voor dossiers zoals dat van Ronny. 

Dit getuigt van parlementaire lafheid

De wetgever bepaalde helaas geen overgangsbepalingen en dat betekent dat de rechtbanken daarover moeten oordelen. Dat is ook logisch, zo zeggen sommigen, want het is ook de rechter die zich in het verleden over deze mensen heeft uitgesproken. En die uitspraak is definitief, in juridische termen, is in kracht van gewijsde gegaan, en een rechterlijke uitspraak kan je niet zondermeer negeren, die moet je respecteren.  

Klopt niet, zo zeggen anderen. Als het de bedoeling is van de wetgever net die mensen uit het interneringsysteem te houden, moet je consequent zijn en ze er ook uithalen. Dat de wetgever dat niet gedaan heeft, getuigt volgens advocaat Peter Verpoorten van ‘parlementaire lafheid’. 

Ere-magistraat Henri Heymans zegt dat het eigenlijk nog niet te laat is en er alsnog een parlementair initiatief kan genomen worden. Overigens zag hij als magistraat, toen hij nog voorzitter was van de Gentse Commissie ter Bescherming van de Maatschappij, het probleem destijds al aankomen. Hij hield de dossiers tegen het licht en stelde mensen die volgens hem niet meer beantwoordden aan de criteria van de nieuwe wet, definitief vrij. 

Waar eindigt interpretatievrijheid en begint rechtsongelijkheid?

Dat laatste maakt het nog wat ingewikkelder. Want waarom deed de rechtbank in Gent wat de rechtbank in Antwerpen of Brussel niet deed? Dezelfde vraag stellen geïnterneerden zich met andere woorden: mocht mijn dossier toen in Gent gelegen hebben, ik was nu wellicht vrij. Dat rechters interpretatievrijheid hebben en dat dat leidt tot uiteenlopende uitspraken, is bekend. Maar toch: waar eindigt interpretatievrijheid en begint rechtsongelijkheid? 

Uit de cijfergegevens blijkt anderzijds wel dat in het eerste jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe wet een groot aantal geïnterneerden, 518 om precies te zijn, definitief werd vrijgesteld. Alle dossiers van geïnterneerde personen die meer dan drie jaar op proef vrij waren, werden systematisch opgeroepen om opnieuw voor de rechtbank te verschijnen. De verschillende Kamers ter Bescherming van de Maatschappij (dat is de rechtbank die zich over de uitvoering van internering uitspreekt) hebben dus toch ook wel oude (vaak slapende) dossiers bekeken in het licht van de nieuwe wet. 

Dura lex, sed lex. De wet is de wet. Jammer maar helaas

Hoe dan ook, de principiële kwestie blijft. Als er twee wetten zijn (de oude en de nieuwe interneringswet) hebben mensen dan geen recht op de meest gunstige wetstoepassing? Die vraag stelt zich niet, zeggen sommige. Mensen worden op een bepaald moment beoordeeld met de wetgeving die op dat moment van toepassing is. Dat de wet achteraf verandert, kan best zijn maar dat doet geen afbreuk aan de beoordeling van destijds. De nieuwe interneringswet is niet retroactief en heeft dus geen terugwerkende kracht. Er is geen wettelijke grond om deze mensen vrij te stellen en dus kunnen ze ook niet vrijgesteld worden, jammer maar helaas. Dura lex sed lex. De wet is de wet. 

Ja maar, zo zeggen anderen, als de lex (de wet) net werd afgeschaft omdat de wetgever oordeelde dat het totaal achterhaald is, kan je toch niet volhouden dat je de rechtsstaat respecteert. Waartoe dienen nieuwe inzichten als je ze niet op iedereen toepast? Moet je ook niet de wil van de wetgever respecteren en mensen uit het interneringsstatuut halen die er volgens de nieuwe wet niet mogen inzitten?    

Zij redeneren iets minder formalistisch en kijken niet alleen naar de letter van de wet maar ook naar de geest. Als de visie van de nieuwe interneringswet wezenlijk anders is in vergelijking met de oude wet, moet je toch in alle gevallen de hedendaagse visie volgen, niet de achterhaalde? 

Meer, als er mensen geïnterneerd blijven op basis van feiten die nu uitdrukkelijk niet meer interneerbaar zijn, is die internering eigenlijk niet meer ‘rechtmatig’. 

Dit is niet alleen maar voer voor juristen. Antwoorden op deze vragen kunnen een wereld van verschil maken.

Maar ‘feiten’ moeten natuurlijk altijd geïnterpreteerd worden. Er is niet zo iets als een lijst van ‘interneerbare feiten’. Wat bv. als bij een ‘kleine diefstal’ slachtoffers toch getraumatiseerd worden. Is hun psychische integriteit dan ook niet geschonden? Een ‘eenvoudige inbraak’ ’s nachts in een huis kan voor de bewoners als bijzonder ingrijpend ervaren worden.  

Het kan erop lijken dat dit slechts voer voor juristen is maar wie dat denkt, verliest uit het oog dat de antwoorden op deze vragen voor de betrokkenen een wereld van verschil kunnen maken.

Over hoeveel mensen het gaat, is niet te achterhalen. Eind vorig jaar waren er welgeteld 3.486 mensen geïnterneerd. 537 daarvan zaten in de gevangenis, de anderen verbleven (ambulant of residentieel) in de psychiatrie. Maar uit het cijfermateriaal kan niet gedistilleerd worden waarvoor die mensen precies geïnterneerd zijn noch hoeveel mensen zich in de positie bevinden zoals hierboven beschreven. Volgens advocaat Verpoorten gaat het vermoedelijk over tientallen.

Ronny Janssen is een van hen. Hij denkt er het zijne van. Voor hem is internering een loterij. ‘En ik heb lotje getikt’. 

Meest gelezen