75 jaar geleden: het definitieve einde van het Duitse Rijk

Op 23 mei  1945 worden de leden van de laatste Duitse regering gearresteerd. Twee weken na de capitulatie valt het doek over het naziregime na een bijna tragikomisch eindspel. 

Toen Duitsland op 8/9 mei 1945 voor de geallieerden capituleerde, was Hitler al meer dan een week dood.  Grootadmiraal Karl Dönitz, het hoofd van de Duitse marine, had hem opgevolgd als staatshoofd en opperbevelhebber van alle strijdkrachten. Hij werd aangeduid als “rijkspresident”, de titel die het Duitse staatshoofd voor Hitler droeg, en niet als “Führer”. 

Op de koop toe had Hitler in zijn testament een lijst van ministers opgenomen. Die lijst kwam nooit onder ogen van Dönitz. Hij wist slechts een paar namen via het laatste radiobericht dat hij ontving. Hij besloot er geen rekening mee te houden en zelf een regering te vormen. 

De meeste Duitse ministers en hun hoge ambtenaren waren met Dönitz naar het noorden van Duitsland uitgeweken, net als de staf van het Duitse opperbevel, het OKW (Oberkommando der Wehrmacht), onder leiding van veldmaarschalk Keitel en generaal Jodl. Samen konden ze het bestuur van het Duitse Rijk – of wat ervan over was – in handen nemen. 

Admiraal Dönitz (midden, met donker uniform) vlak na zijn arrestatie in mei, omringd door Britse militairen. Rechts van hem kolonel-generaal Alfred Jodl, links Albert Speer. De foto bovenaan is op hetzelfde moment genomen. .

Op 2 mei ontsloeg Dönitz alvast de ministers die niet bij hem waren, waaronder Joseph Goebbels, die in Berlijn was gebleven (hij wist toen nog niet dat Goebbels ook zelfmoord had gepleegd). Hetzelfde deed hij met SS-leider Heinrich  Himmler als minister van Binnenlandse Zaken. Wat voor Dönitz niet zonder risico was, omdat Himmler in de buurt verkeerde en met zijn SS en politie nog altijd grote macht had.  

De verwaande Himmler had zich echt ingebeeld dat hij de nieuwe leider van Duitsland zou worden en nog een belangrijke rol zou spelen bij vredesonderhandelingen. Hij verscheen diezelfde 2de mei bij de grootadmiraal met een dreigend SS-escorte, maar Dönitz liet hem verstaan dat er in zijn regering geen plaats voor hem was. Himmler bleef voorlopig nog wel aan als Reichsführer SS en chef van de Duitse politie.  

Ook minister van Buitenlandse Zaken Joachim von Ribbentrop, die niemand nog serieus nam, werd ontslagen. Zijn portefeuille werd overgenomen door minister van Financiën Lutz Graf Schwerin von Krosigk. Deze edelman, die al 13 jaar in de regering zat en eerder uit opportunisme tot de nazipartij behoorde, kreeg de titel van “leidende minister” van de nieuwe regering.

De bekwame minister van Bewapening Albert Speer bleef wel aan en kreeg er nu ook Economie bij. 

Burgers ruimen puin in Berlijn nabij de Rijksdag. De regering van Dönitz had niets te zeggen over Berlijn en het grootste deel van het Duitse grondgebied, dat door de geallieerde legers werd gecontroleerd.

Vier dagen later ontdeed Dönitz zich van nog enkele notoire naziministers. De bekendste was Alfred Rosenberg, de verwarde partij-ideoloog. Rosenberg werd verzocht op te hoepelen en toen hij zich stomdronken toch weer in de omgeving van Dönitz liet zien, werd hij in een hospitaal opgenomen, waar hij bleef tot de geallieerden hem arresteerden.

Die dag werd ook Himmler uit al zijn functies gezet en min of meer weggejaagd. Hij zou spoedig onderduiken. Tegelijk kregen de nog bestaande SS-troepen bevel om zich in een kamp te verzamelen in afwachting van hun arrestatie door de geallieerden.

Himmler vlak na zijn overlijden op 23 mei, dezelfde dag als die waarop de regering van Dönitz werd gearresteerd. Hij was door de Britten herkend toen hij met een valse identiteit werd opgepakt en slikte daarna vergif in.

De "enclave" van Flensburg

Omdat de geallieerde legers snel naar het noorden oprukten, verhuisde Dönitz met zijn gevolg naar Flensburg, zowat de meest noordelijke stad van Duitsland, aan de Deense grens. Hij vestigde zijn hoofdkwartier en regering in de marineschool, van Mürwik, vlakbij de haven van Flensburg. In die school had de admiraal nog zelf zijn opleiding gekregen.

De marineschool van Mürwik bij Flensburg. Ook vandaag wordt ze nog steeds gebruikt voor de opleiding van Duitse marineofficieren.

In de eerste dagen was Dönitz vooral bezig met het beëindigen van de oorlog. Na een paar gedeeltelijke capitulaties voor de westelijke geallieerde legers te hebben bekomen, stemde hij in de nacht van 6 op 7 mei in met de onvoorwaardelijke overgave, die twee dagen later inging. 

Intussen was de legergroep van de Britse veldmaarschalk Montgomery al doorgedrongen tot in Flensburg. Het terrein van de marineschool werd door de Britten omsingeld; maar niet bezet. Het vormde een soort enclave waarin de Duitse regering nog haar macht kon uitoefenen, met een symbolische troepenmacht.

Wel arriveerde er op 12 mei een Brits-Amerikaanse commissie van toezicht,  een groep officieren die contacten met het OKW onderhield voor de uitvoering van de capitulatie. Ze vestigden zich op de Patria, een passagiersschip dat aan de kaai van Mürwik lag aangemeerd. Dönitz en zijn generaals moesten zich braaf op de Patria melden als de geallieerde officieren met hen wilden spreken.  Ze werden daarbij zeer koel en afstandelijk behandeld. 

Later kwam er ook een Sovjetdelegatie van het Rode Leger die zich  – merkwaardig – gemoedelijker opstelde voor de Duitse collega’s. Ze trakteerde wel eens met wodka. 

De Patria voor de oorlog. Dit passagierschip van de Duitse rederij HAPAG werd tijdens de oorlog gebruikt als logementsschip voor de Kriegsmarine. Toen Dönitz in Mürwik aankwam, ging hij er aanvankelijk zelf logeren, maar later moest hij plaatsmaken voor de geallieerde officieren die zijn regering in de gaten hielden.

Het lot van de Duitse troepen

Ook na de capitulatie hielden de militaire kwesties de bovenhand. Het OKW bekommerde zich over de honderdduizenden Duitse militairen die moesten worden ontwapend en weggevoerd naar krijgsgevangenkampen. In Nederland, Denemarken en Noorwegen zou dat nog weken in beslag nemen. De Duitse generaals en admiraals moesten de geallieerden informatie verstrekken en instructies doorgeven om alles vlot te doen verlopen. 

Duitse para's worden in Nederland door Britten ontwapend.

Intussen stonden die Duitse generaals en admiraals wel eens op hun strepen als ze dachten dat hun troepen onbillijk werden behandeld. Dit tot ergernis van de geallieerden, die nog onder de indruk waren van de ontdekte wreedheden in de Duitse concentratiekampen. 

Sovjetsoldaten op Bornholm

Zo maakte het OKW bezwaar toen Sovjettroepen landden op Bornholm, het meest oostelijke eiland van Denemarken. De Duitse legers in Denemarken, zo merkte het op, hadden zich aan de legergroep van Montgomery overgegeven, dus konden de Duitse troepen op Bornholm geen krijgsgevangenen van het Rode Leger worden. Maar Montgomery herinnerde eraan dat Duitsland zich onvoorwaardelijk aan alle geallieerde legers had overgegeven. 

Duitse officieren die op Bornholm krijgsgevangenen van het Rode Leger worden.

Het OKW steunde het protest van de Duitse bevelhebber in Denemarken omdat zijn troepen niet alleen hun wapens moesten afgeven, maar ook hun fietsen en soms zelfs verrekijkers, horloges en ringen.  Een Britse generaal merkte hem toen op dat het lot van de krijgsgevangen Duitsers in Denemarken ”oneindig beter” was dan wat de geallieerde troepen in Duitse krijgsgevangenschap hadden meegemaakt. 

Duitse krijgsgevangenen ruimen een mijnenveld op in Noorwegen. Zo’n taak was omstreden. Krijgsgevangenen kunnen verplicht worden arbeid te verrichten, maar hun leven moet worden beschermd en het opruimen van mijnen is levensgevaarlijk.

Het hevigste Duitse protest ging over het dragen van ridderorden en eretekens. Montgomery verbood de krijgsgevangen Duitsers nog langer decoraties, kentekens en insignes van nazi-oorsprong te  dragen. Louter militaire decoraties mochten nog wel, als er geen hakenkruis op stond.

Het OKW merkte tevergeefs op dat de conventies van Genève over de krijgsgevangenen uitdrukkelijk toelieten dat ze hun eretekens zouden behouden. 

Duitse troepen leggen hun wapens neer als ze de Deense grens met Duitsland overschrijden.

Voor zulke zure opmerkingen hadden de geallieerden geen begrip. Toen generaal Jodl tegen de geallieerde commissie van toezicht zei dat de Duitse frontsoldaten wel eens tot “rebellie” zouden komen als hun door zware strijd bekomen decoraties zouden worden afgenomen, kreeg hij te horen dat het de bedoeling was om alles wat nazi was “uit te roeien” en dat elke rebellie zou worden onderdrukt.  

Duitse krijgsgevangenen worden per boot weggevoerd in de Nederlandse haven van Den Helder.

Tragikomedie

Had de Duitse legerleiding in Flensburg in de dagen na de capitulatie nog de handen vol, voor de Duitse regering was dat minder het geval. Sommige ministers, zoals Speer, meenden dat het geen zin meer had om voort te doen. Maar de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken, de jurist Wilhelm Stuckart, wist Dönitz ervan te overtuigen dat de regering zou aanblijven om het voortbestaan van Duitse staat te verzekeren. Wie weet zou ze nog een rol kunnen spelen.

De sportschool van de marineschool in Mürwik, die vandaag nog altijd in gebruik is.

Elke dag begaf de rijkspresident zich vanuit de villa  van de commandant van de marineschool, waar hij overnachtte, met een van Hitlers Mercedessen enkele honderden meters verder naar de sportschool, waar de regering zetelde. 

Bijna dagelijks werd een ministerraad gehouden, terwijl de ministerraad onder Hitler de hele oorlog lang nooit bijeen was geweest. Er werd vergaderd in een klaslokaal, waarbij dankbaar gebruik werd gemaakt van de voorraad sterkedrank waarover de minister van Ravitaillering beschikte. Speer sprak van een tragikomedie. Na een tijd hielden enkele ministers het voor bekeken en daagden niet meer op.

Ook de geallieerde media namen de regering in Flensburg meestal niet au sérieux. De Amerikaanse legerkrant Stars and Stripes vergelijkt het optreden van de ‘regering’ (tussen aanhalingstekens) met een ‘komische opera’.

De “zaakvoerende Rijksregering” kon maar weinig doen. Zelfs voor de honderdduizenden vluchtelingen die uit de oostelijke delen van Duitsland waren gevlucht was ze op hulp van de geallieerden aangewezen. De weinige neutrale staten die nog diplomatieke betrekkingen met Duitsland hadden, verbraken die onder druk van de geallieerden. De laatste waren Ierland en Spanje. 

Intussen deden Dönitz en zijn regering heel schuchtere pogingen om met het loodzware naziverleden te breken. De Hitlergroet, die de geallieerden overal verboden, werd op 8 mei in de Wehrmacht opnieuw vervangen door de traditionele militaire groet. Nog geen jaar eerder was op bevel van onder meer admiraal Dönitz de “Duitse groet” ook verplicht geworden voor militairen.

Onder druk van de geallieerden werd de nazivlag niet meer boven de gebouwen in Flensburg gehangen. Over de nazipartij werd niet meer gesproken en de nazi-dignitarissen verwisselden hun bruine en zwarte uniformen voor burgerkledij. Afbeeldingen van Hitler werden verwijderd, tenminste in lokalen waar er ontmoetingen met geallieerde officieren plaatsvonden… 

De Amerikaanse krant Wilmington Morning Star waarschuwt voor Duitse krokodillentranen die neervallen op de steen die de “harde vrede voor Duitsland”  voorstelt. “Voortdurend druppelen kan de steen wegslijten”.

Wat de regering ongeloofwaardig maakte, is dat ze zelf uit medewerkers van Hitler bestond, ook al waren er opportunisten bij zoals Schwerin von Krosigk en Dönitz zelf. Sommigen dachten eraan om het kabinet te verruimen. Volgens Speer werd zelfs voorgesteld om de post van minister van Erediensten te geven aan dominee Martin Niemöller, een bekende antinazi die nog maar net het concentratiekamp had verlaten. 

Schwerin von Krosigk, de “leidende minister” van de laatste Rijksregering, die afstand probeerde te nemen van het naziregime dat hij twaalf jaar lang had gediend.

Schwerin von Krosigk, een deftige edelman die in Oxford had gestudeerd en door de New York Times werd geïnterviewd, deed zijn best om met het verleden te breken. Hij kondigde “baanbrekende maatregelen” aan voor het herstel van de rechtsstaat.

Toen hij en zijn  collega’s – via geallieerde kranten – geconfronteerd werden met de gruwelen van de pas bevrijde concentratiekampen, stelde de “leidende minister” aan de rijkspresident voor om grote kuis te houden en de verantwoordelijken voor deze misdaden voor een Duitse rechtbank te brengen. Maar ook toen nog zei Dönitz dat die gruwelen geïsoleerde gevallen moesten zijn en dat de gevangenen van de kampen criminelen en asocialen waren… 

Zoals Speer later zou schrijven bleef Dönitz “net als ikzelf en veel meer dan we ons inbeeldden, de gevangene van de denkbeelden van het nationaalsocialistisch regime”, ook al had de dood van Hitler hen verlost van de dwang om dat regime trouw te blijven. 

Brief van Montgomery aan zijn troepen waarin hij hen verbiedt met de Duitsers te verbroederen en hen oproept hen te wantrouwen en afstand te houden.. Citaat: “Er is niet gewoon vrede vanwege een overgave. De nazi-invloed dringt overal door, zelfs in scholen van kinderen en in kerken. Onze bezetting van Duitsland is een oorlogsdaad waarvan het eerste doel is de vernietiging van het nazisysteem.”

Langs geallieerde kant was er algemeen wantrouwen voor de Duitsers en zeker ook voor de Duitse regering. Kranten en politici wezen er op dat er in Flensburg nazimisdadigers vrij rondliepen.

De geallieerde landen hadden de “zaakvoerende Rijksregering” niet erkend en vroegen zich af of ze dat zouden doen. De Britse premier Churchill was er misschien niet tegen, maar de Amerikanen moesten er niets van weten.  De geallieerden werkten intussen aan een eigen bestuur over Duitsland, waar Dönitz en zijn ploeg niet bij betrokken zouden zijn. 

Stars and Stripes kondigt al op 17 mei aan dat er een strenge geallieerde regering komt die het Duitse Rijk “vele jaren” zal besturen. En ook dat de invloedrijke Amerikaanse diplomaat Robert Murphy beweert dat Dönitz geen staatshoofd is.

De Duitsers in Mürwik waren hoe dan ook totaal aan de genade van de geallieerden overgeleverd. Op 13 mei waren de Britten zonder uitleg veldmaarschalk Keitel komen arresteren, met Dönitz de hoogste officier die daar verbleef. 

Geallieerde officieren konden zich min of meer vrij verplaatsen in de gebouwen van de marineschool. De Duitse wachtposten moesten hen eer bewijzen. Anderzijds werden geallieerde militairen niet geacht naar Duitse militairen te salueren, zelfs niet om terug te groeten. De militaire groet is immers een teken van respect en dat verdienden de Duitsers niet…

Een zakboekje voor de Amerikaanse militairen die Duitsland bezetten. Ook hier wordt uitdrukkelijk vermeld dat ze niet met Duitsers mogen verbroederen. Beelden van Duitse gruweldaden moeten de afkeer versterken.

Het einde

Uiteindelijk beslisten de geallieerden er komaf mee te maken. Toen Dönitz vernam dat hij zich de volgende dag op de Patria moest melden, begreep hij wat er kon gebeuren en zei hij tegen een medewerker: “Koffers pakken”.

In de ochtend van 23 mei stapte de rijkspresident, vergezeld van generaal Jodl en admiraal von Friedeburg, het schip aan de kade in Mürwik op. Zonder de minste verwelkoming of formaliteiten deelden de geallieerde generaals hen mee dat de Duitse regering was ontbonden en dat alle leden en hun medewerkers krijgsgevangenen waren. Waarna ze zelf gevangen werden afgevoerd.

Britse tanks in Flensburg voeren Duitse soldaten af op weg naar gevangenschap.

Op hetzelfde moment bezetten enkele Britse bataljons – en ook een Belgische eenheid van de Britse Special Air Service  - de terreinen van de marineschool en vielen het regeringsgebouw binnen. 

De Britse troepen betreden de sportschool, waar de regering is gevestigd.
© IWM (BU 6688)

Alle ministers, ambtenaren, officieren en ander personeel, alle Duitsers kregen het bevel “handen omhoog”. Ze moesten zich allemaal uitkleden en kregen een lijfonderzoek naar verborgen wapens, papieren en vooral gifcapsules, want er waren in de voorbije weken veel prominente Duitsers die zich van het leven hadden beroofd. Hun persoonlijke spullen moesten ze afgeven. 

Duitsers - waaronder een vrouwelijk personeelslid -  onder Britse bewaking. Aan de muur een portret van president Dönitz.

Nadien werden ze – steeds met de handen omhoog –  uit het gebouw geleid. De pers – speciaal hiervoor opgetrommeld - had ruimschoots de gelegenheid hen te fotograferen. 

De aangehouden Duitsers worden afgevoerd.
© IWM (BU 6695)
De aangehouden Duitsers (met bagage) stappen van een vrachtwagen die hen naar het Britse hoofdkwartier in het centrum van Flensburg heeft gevoerd. Ook alle lagere officieren en ambtenaren werden weggevoerd.
© IWM (BU 6718)

Ook Dönitz en Jodl moesten zich uitkleden. Admiraal von Friedeburg – die als Duits gedelegeerde drie capitulaties had meegemaakt – nam tijdig een cyaankalipil in en stierf ter plaatse. 

Dönitz (vooraan) gevolgd door Speer en Jodl na hun arrestatie. Als leidende figuren werden ze "gevangenen eerste graad".
© IWM (BU 6711)

De regering van Flensburg kreeg geen opvolger. Er was  na  23 mei 1945 in het geheel geen Duitse regering meer. Het Duitse Rijk, zoals het verenigde Duitsland sinds 1871 heette, had opgehouden te bestaan.

De voornaamste kopstukken van het Derde Rijk werden na hun aanhouding aanvankelijk verzameld in het Palace Hotel van het Luxemburgse kuuroord Mondorf-les-Bains (foto bovenaan). Daar werd een groepsfoto van hen gemaakt. Vooraan in het midden troont Göring als de belangrijkste onder hen, hoewel hij op het einde bij Hitler in ongenade was gevallen. Ex-president Dönitz staat onopvallend helemaal links op de achterste rij (met kalend hoofd). Schwerin von Krosigk staat in het midden van de derde rij, links achter Göring. Jodl staat twee rijen achter Schwerin, meer naar links.

Speer is er niet bij: die werd aanvankelijk als “technicus” beschouwd en opgesloten bij de leidende figuren van de Duitse wapenindustrie, met namen  als Heinkel, Porsche en von Braun.  

Meest gelezen