April en mei waren samen nog nooit zo droog sinds 1833, maar hoe komt dat nu eigenlijk? En wat brengt de toekomst? 

We stevenen af op de droogste maand mei sinds 1834. Dat blijkt uit waarnemingen van het KMI in Ukkel. Als we de maanden april en mei samen nemen, dan beleven we zelfs de droogste periode sinds het begin van de waarnemingen, die door de sterke verdamping bij het zonnige weer nog werd versterkt. Maar hoe komt dit nu eigenlijk, en wat mogen we verwachten voor de toekomst? 

De maand mei loopt zondag af, en tot dan zal het niet meer regenen. We kunnen dus de droogtecijfers opmaken voor de voorbije maand, en voor de weerkundige lente die ook op 31 mei eindigt. 

Enkele opvallende vaststellingen voor deze grote droogte, en een mogelijke verklaring daarvoor, in zeven blokjes. 

1. De maand mei: de droogste sinds... 1834

Op dit moment viel er nog maar 5,4 millimeter neerslag in Ukkel, terwijl we normaal op 66,5 millimeter mogen rekenen. We moeten teruggaan naar het prille begin van de waarnemingen, 187 jaar geleden, om nog eens zo'n droge maand tegen te komen. In 1833, helemaal aan het begin van de waarnemingen, zou er amper 1,4 mm gevallen zijn, meldt het KMI. In 1901 viel amper 9,3 mm, maar daar raken we deze keer dus niet aan.

2. April en mei samen: nooit was het zo droog in Ukkel

Na een kurkdroge aprilmaand verloopt nu ook mei bijzonder droog. Deze twee maanden zijn in principe goed voor gemiddeld ongeveer 118 millimeter water per vierkante meter. Dit jaar komen we opgeteld uit op 24,4 mm en dat is minder dan de vorige absolute droogtepiek, waarvoor we 127 jaar terug moeten gaan. In 1893 viel er in april en mei samen 25,9 mm. 

"De boodschap bij al deze statistieken is: de droogte valt dit jaar heel vroeg", zegt Rozemien De Troch van het KMI. Tegelijk loopt het neerslagtekort verder op: voor april en mei bedraagt het bijna 100 millimeter (of 100 liter) per vierkante meter. (lees door onder de video)

Bekijk hieronder de video met Frank Deboosere: "We maken toch wel een extreem droge periode mee": 

Video player inladen...

3. Amper 23 neerslagdagen tijdens de hele lente, net als in 1880

Als we kijken naar de hele weerkundige lente (maart-april-mei) dan wordt die nog net 'gered' door de natte eerste helft van maart. Daardoor komen we in totaal nog uit op ruim 105 mm, terwijl we normaal mogen rekenen op ongeveer 188 mm. 

Ter vergelijking, in 1976 beleefden we de droogste lente van de vorige eeuw, toen met 69 millimeter. Na die droge lente volgde toen ook nog eens een historisch droge zomer. 

Ukkel telde overigens amper 23 neerslagdagen in drie maanden, normaal zijn dat er dubbel zoveel (49) en ook dit is een opvallende waarde (al zegt ze uiteraard niets over de eigenlijke neerslaghoeveelheden). Het vorige absolute dieptepunt was in 1880. Ook toen hadden we amper 23 dagen, deze lente is dus een evenaring (die data werden toen overigens nog in Sint-Joost gemeten, en niet in Ukkel, red.).

Ook in deze statistiek laat de klimaatverandering zich voelen, met ook opvallend lage waarden in recente jaren als 2011 (27 dagen), 2010 (33) en 2014 (34). 

Opmerkelijk is ook hoe snel het grondwaterpeil gedaald is. Door de kletsnatte februarimaand was dat waterpeil begin maart in veel meetpunten naar normale waarden gestegen, maar dat effect is helemaal weg, met lage tot zeer lage waterstanden op vele meetpunten begin mei.  

4. Zonnigste lente sinds begin waarnemingen

In Nederland was het maandag al gebeurd, bij ons is het nog iets langer wachten (wellicht tot later vandaag of morgen) maar ook hier komt een historische waarde uit de bus: nooit eerder hadden we zoveel uren zonneschijn over de hele weerkundige lente heen. 

We gaan straks boven het absolute record van 2011, toen de zon ruim 707 uur mocht schijnen. Ter vergelijking; normaal is dat ongeveer 464 uur. Van de zonneschijnduur worden gegevens bijgehouden sinds 1887. 

5. De verdamping is bijzonder groot

Door die vele uren zonneschijn is er ook veel vocht verdampt. Dat is duidelijk te zien op een dubbele kaart van het KMI. De weerkundige dienst in Ukkel werkt met de droogte-index SPI (Standard Precipitation Index) om de situatie op iets langere termijn op te volgen. Als we die index vergelijken met een variant die naast de neerslag zelf ook de verdamping in rekening brengt, zien we welk effect die heeft op de droogte in België. 

"De lage relatieve vochtigheid en de uitbundige zonneschijn resulteerden in veel verdamping," onderstreept Rozemien De Troch. U hoeft maar te kijken naar de twee onderstaande grafiekjes: rechts het effect mét de verdamping erbij gerekend, hoe donkerder de kaart kleurt, hoe slechter. 

Dit alles zorgt ervoor dat we de droogste start van de hydrologische zomer (die begint op 1 april) meemaken. Door de droogte wordt op de akkers een harde korst gevormd waardoor kiemgewassen het moeilijk hebben. In de landbouw is de situatie intussen moeilijk maar nog niet dramatisch, zegt Vanessa Saenen, woordvoerster van de Boerenbond. 

KMI

6. Hoe komt het eigenlijk dat het zo lang droog is?

Dat het zo lang droog blijft, komt omdat onze weersituatie geblokkeerd zit, met hogedrukgebieden die elkaar aflossen boven België en de Britse eilanden. Zij leiden alle Atlantische regenzones netjes af naar het noorden, en zorgen ook voor regen in het oosten of zuiden van Europa. Het KMI heeft het over een "hardnekkig, geblokkeerd patroon" op de weerkaarten. 

U herinnert zich ongetwijfeld nog de natte februarimaand met toen ook steeds weer veel wind van over zee, met zelfs drie stormen op een rij. Ook toen hadden we te maken met een geblokkeerde situatie, weken na elkaar. Toen ging de hoge druk voor anker ten zuidwesten van België (grafiek links), nu hebben we veel meer dan gemiddeld te maken met hogedruk boven ons land en de Britse eilanden (grafiekje rechts). 

Grafiek KMI

7. Is er iets fundamenteels veranderd, en wat betekent dit voor de toekomst?

Een volgende vraag kan nu zijn waarom de situatie op de weerkaarten zo lang geblokkeerd blijft. Een grote rol wordt gespeeld door de straalstroom: een sterk windveld dat op ongeveer 10 kilometer hoogte van west naar oost rond de noordpool cirkelt, en koude polaire lucht van warmere subtropische lucht scheidt. 

Is die straalstroom sterk, dan volgt hij bijna een perfecte cirkelbeweging en krijgen we zoals in februari te maken met aanhoudend veel wind van over zee en regen. Is die zwak, dan gaat hij meanderen of kronkelen. "Midden-maart zagen we een omslag en begon de straalstroom af te zwakken. Dat maakt de weg vrij voor hogedrukgebieden boven het westen van Europa en een geblokkeerde situatie", zegt Thomas Vanhamel van het KMI. Resultaat: bijzonder droog weer in België, terwijl het in andere delen van Zuid- en Oost-Europa dan weer veel regent. 

Nee, we krijgen niet het klimaat van Bordeaux. We krijgen iets totaal anders, iets totaal nieuws

De volgende vraag is dan waarom die straalstroom soms heel strak is, en soms gaat meanderen of kronkelen. Dat heeft te maken met het temperatuursverschil tussen de noordpool en die subtropische zones richting evenaar. Dat temperatuursverschil 'voedt' de straalstroom. Hoe kleiner het is, hoe minder strak de straalstroom. En laat nu net door de klimaatopwarming de polen opwarmen, waardoor het verschil kleiner is. 

Eerder deze week verscheen er nog een blogartikel van Pieter Boussemaere en Sara Vicca voor UAntwerpen. Ook de Warme Golfstroom vanuit Mexico zou een invloed hebben op ons weer: door het smelten van de Groenlandse ijskap en de grote regenval rond de noordpoolcirkel, zou die warmwaterstroom steeds meer moeite hebben om Europa te bereiken en al tot 15 procent verzwakt zijn. 

"Dus nee, we krijgen zeker niet het klimaat van Bordeaux", besluiten zij. "We krijgen iets totaal anders, iets totaal nieuws. Vooral de snelheid waarmee zoveel verschillende factoren tegelijk aan het veranderen zijn, is op geologische schaal ongezien." 

Steeds meer studies tonen aan dat de klimaatverandering aan de noordpool de straalstroom beïnvloedt en daarmee de kans op zomerse droogte en hitte in onze gebieden verhoogt

Ook professor Wim Thiery, klimaatwetenschapper van de VUB, wijst op het belang van de straalstroom voor het voorkomen van droogtes en hittegolven in onze gebieden. Steeds meer studies tonen aan dat de klimaatverandering in het Arctische gebied de straalstroom beïnvloedt en daarmee de kans op zomerse droogte en hitte in onze gebieden verhoogt - klik hier om meer te lezen in een artikel in Nature Communications.

Tegelijk is er nog onzekerheid over hoe deze interacties precies verlopen en hoe ze zullen evolueren naar de toekomst toe. “Maar één ding is zeker, naarmate de klimaatverandering zich doorzet, zullen we met steeds meer weersextremen te maken krijgen, zowel hittegolven, droogte als extreme neerslag.”

Thiery wijst er ook op dat de straalstroom in bepaalde omstandigheden geblokkeerd kan raken, bijvoorbeeld door bergketens, waardoor er gelijktijdig hittegolven kunnen optreden op verschillende plekken op aarde. "In sommige gevallen kan dit leiden tot een daling van gewasopbrengsten in verschillende landbouwregio’s tegelijk", zo blijkt uit een recente studie in het vakblad Nature Climate Change.

Bekijk hieronder de video met Thomas Vanhamel van het KMI: 

Video player inladen...

Meest gelezen