Smartphone op 9 jaar: "Kinderen hebben steeds vroeger gsm, toon interesse in mediagebruik, wees niet bestraffend"

Uit "Apestaartjaren" een tweejaarlijks onderzoek van de Universiteit Gent, Mediawijs en Mediaraven naar de digitale leefwereld bij jongeren, blijkt dat kinderen steeds jonger een smartphone hebben, nu gemiddeld al op hun 9 jaar. Kinderen en jongeren kijken vooral graag filmpjes, ze luisteren muziek en spelen spelletjes. "Het is belangrijk om al met jonge kinderen te werken rond mediawijsheid en mediavaardigheden", is de boodschap.

Apestaartjaren is een uitgebreide bevraging bij kinderen van 6 tot 12 jaar in de lagere school en een bevraging van jongeren tussen 12 en 18 jaar in de middelbare school. Het onderzoek is wel uitgevoerd vóór de coronacrisis. Mediagebruik zou tijdens de lockdown wel heel anders geweest kunnen zijn, beseffen de onderzoekers. 

 Misschien dat jongeren wel blijven plakken aan dingen die ze daarvoor nog niet gebruikten

Emmy Vandenbussche, educatief medewerker Mediaraven

“We gaan ervan uit dat het mediagebruik na deze crisis zal stabiliseren”, zegt Emmy Vandenbussche, educatief medewerker van Mediaraven. “We nemen aan dat het ongeveer zal terugkeren naar de cijfers zoals die in de bevraging staan. We weten uit een aantal kleine bevragingen dat jongeren in deze coronatijd dezelfde kanalen blijven gebruiken en dat ze af en toe - via school vooral - andere kanalen ontdekken, bijvoorbeeld in verband met lesmateriaal. Misschien dat jongeren wel blijven plakken aan dingen die ze daarvoor nog niet gebruikten, zoals Zoom bijvoorbeeld.”

Smartphone op 9 jaar

De tablet blijft het populairste toestel bij kinderen, al krijgen ze steeds jonger een smartphone in hun bezit. In 2018 was de 12-jarige leeftijd en de stap naar het middelbaar het schakelpunt, in 2020 krijgen kinderen die gsm gemiddeld al op hun 9 jaar.

“Het is dus belangrijk om al met jonge kinderen te werken rond mediawijsheid en mediavaardigheden” zegt Vandebussche. “Het zou goed zijn om al vanaf jonge leeftijd, zowel op school, thuis als in bijvoorbeeld in de sportclub of de jeugdbeweging over mediagebruik te praten. Het is belangrijk dat je interesse toont in waar je kinderen mee bezig zijn en je vraagt waarom ze dat zo interessant vinden."

"We adviseren om zeker over de leuke dingen van de digitale wereld te praten, dan win je daar als volwassene vertrouwen. Als er dan iets foutloopt, dan durven kinderen het melden aan volwassenen rond hen. "

Liegen over leeftijd

Omdat kinderen steeds jonger een smartphone gebruiken, zetten ze ook vroeger hun eerste stapjes op sociale media. Maar op de meeste platformen geldt een leeftijdsgrens van minimaal 13 jaar. Toch gebruikt 44 procent van de kinderen TikTok, 27 procent Snapchat en 22 procent Instagram. Ouders hebben daar blijkbaar weinig problemen mee, al houden ze vaak een oogje in het zeil. 

Bij kinderen opvoeden in tijden van digitalisering, hoort ook afspraken maken over mediagebruik. Bij 82 procent van de kinderen zijn er thuis regels over het mediagebruik. Bij 58 procent van de kinderen zijn er afspraken over schermtijd en bij 45 procent over wanneer ze media mogen gebruiken. Naarmate kinderen ouder worden, krijgen ze minder regels opgelegd. 

Als je hen hun digitale wereld ontneemt, neem je een heel groot deel van hun leven weg

Emmy Vandenbussche, educatief medewerker Mediaraven

Emmy Vandenbussche waarschuwt om niet bestraffend te reageren als er iets misgaat. “We merken dat kinderen soms schrik hebben als er iets foutgelopen is. Ze vrezen dat ze dan bijvoorbeeld niet meer op hun toestel zouden mogen. We noemen dat buitenproportionele reacties, die meer kwaad dan goed doen. Zo’n reacties leiden ertoe dat ze nog minder geneigd zijn om naar ouders toe te stappen. We moeten beseffen dat zoiets een grote impact heeft op die kinderen hun leven. Als je hen hun digitale wereld ontneemt, neem je een heel groot deel van hun leven weg.”

Bij de jongeren tussen 12 en 18 jaar is de smartphone alomtegenwoordig, 94 procent van de jongeren heeft er een. Bij de jongeren zijn YouTube (89 procent gebruikt dat platform wekelijks) en Instagram (86 procent) het populairst. Facebook wordt door jongeren steeds minder gebruikt, slechts 39 procent gebruikt dat nog wekelijks.

Technostress

Jongeren hebben het vaak ook niet makkelijk om niet te veel met hun smartphone bezig te zijn. “We merken dat jongeren heel versnipperd communiceren over verschillende kanalen, afhankelijk van met wie ze communiceren of wat ze willen zeggen”, zegt Vandenbussche.

“We zien bijvoorbeeld dat afspreken met vrienden vaak via Snapchat gaat, praten over schooltaken gaat dan veeleer via WhatsApp en berichten sturen naar hun ouders via een gewone sms. Voor veel jongeren is smartphonegebruik echt een gewoonte geworden (80 procent van de jongeren zegt dat)."

"Omdat die communicatie zo versnipperd is, krijgen ze ook heel veel prikkels via hun smartphone binnen en dan wordt het soms echt een uitdaging om dat te filteren. Dat kan leiden tot technostress en we moeten dus op zoek naar een digitale balans. Daarin hebben wij als volwassenen een belangrijke voorbeeldfunctie”, besluit Vandenbussche.

Meer lezen?