Het ruimtevaartsprookje: hoe haalbare sciencefiction uit de jaren 60 vandaag een verre droom is

Wie sciencefictionfilms en -series over ruimtevaart zag in de jaren 60 en 70, kon wegdromen naar een niet zo verre toekomst. De houdbaarheid van die droom lijkt ondertussen oneindig. Bart Maddens, naast politicoloog ook sciencefictionfanaat, mijmert over beloftevollere tijden.

opinie
BELGA/VERGULT
Bart Maddens
Bart Maddens doceert politieke wetenschappen in Leuven. Hij volgt de communautaire discussies op de voet en blijkt ook een fascinatie te hebben voor sciencefiction.

Met de lancering van de SpaceX-raket vorig weekend werd ik bijna veertig jaar terug gekatapulteerd in de tijd.  Naar 12 april 1981 om precies te zijn.  Het scenario was vergelijkbaar.  Twee dagen voordien had ik al in spanning aan de tv gekluisterd gezeten (gelukkig was het juist paasvakantie).  Maar die dag werd het niks.  Er bleek een technisch probleem te zijn.  Het moment suprême werd twee dagen uitgesteld. 

Eigenlijk was het evenement al twee jaar over tijd, want het was oorspronkelijk gepland voor 1979.  Dus konden die twee dagen uitstel er nog wel bij.  En dan, op 12 april, na alweer een uur van ondraaglijke spanning, was het eindelijk zo ver : Lift-off !  Lift-off of America’s first space shuttle !

De lancering van de eerste spaceshuttle Columbia sprak toen enorm tot de verbeelding van mijn generatie, die net iets te jong was om de eerste maanlanding bewust te hebben meegemaakt.  Of toch ten minste bij wie, zoals ik, gefascineerd was door ruimtevaart en sciencefiction.  

Met de spaceshuttle was de mensheid weer op koers om de sciencefiction dromen van de jaren zestig en zeventig waar te maken.  De sierlijke shuttle leek bemoedigend goed op het ruimtevliegtuig van de film  "2001 : A space odyssey", uit 1968.

De vluchten met het ruimteveer zouden snel routine worden, wisten ruimtevaartdeskundigen te vertellen.  Men zou nu constant over en weer kunnen vliegen met vracht en bemanning.  De shuttle was het werkpaard van de ruimte, waarmee veel mogelijk zou worden.  Een groot ruimtestation dat majestueus om zijn as wentelt om zwaartekracht te genereren, een permanente basis op de maan, bemande vluchten naar alle planeten van het zonnestelsel, …   Al dat moois van A Space Odyssey leek perfect haalbaar tegen het jaar 2000.  

In die tijd draaide alles inderdaad rond het magische jaar 2000.  Denk aan "Space 1999", de serie die in de tweede helft van de jaren zeventig te zien was op de BRT.  De eeuwwisseling lag ver genoeg in de toekomst om geloofwaardige voorspellingen te doen over de spectaculaire ontwikkelingen van de ruimtevaart. 

Maar in de jaren zestig dachten velen dat het nog sneller zou gaan. Mijn eerste kennismaking met sciencefiction was de serie "UFO", uit 1970, eveneens op de BRT.  Ook daarin speelde een bemande maanbasis een belangrijke rol.  En dat verhaal werd door de scenaristen niet in 2000 gesitueerd, maar wel… in de jaren tachtig.  Tien jaar na de eerste mens op de maan een permanente maanbasis, dat moet zeker kunnen, dacht men. 

Naïef?

Vandaag lijkt dat allemaal hopeloos naïef.  Nochtans deden de sciencefiction-auteurs toen niets anders dan de razendsnelle technologische ontwikkelingen sinds de Tweede Wereldoorlog verder doortrekken naar een min of meer nabije toekomst. 

Atoomenergie, supersonische vliegtuigen, satellieten, bemande ruimtevaart, maanlandingen, computers …  Dat was allemaal in amper een paar decennia werkelijkheid geworden. Dan was het zo gek nog niet om te voorspellen dat er tegen 2000 een basis zou zijn op de maan en bemande vluchten naar andere planeten.  

Supplied by Capital Pictures

Helaas, de realiteit loopt ver achter op de SF-voorspellingen.  Op het internet kun je lange lijsten vinden van roemruchte SF-jaartallen die geruisloos gepasseerd zijn. 

Wist je bijvoorbeeld dat de eerste Blade Runner-film, uit 1982, zich vorig jaar afspeelde?  En 2020 zal de geschiedenis ingaan als het jaar van de eerste mens op Mars. Tenminste volgens de bekende Mars-trilogie van Kim Stanley Robinson.  Het boek dateert van het begin van de jaren negentig. 

Toen had 2000 al veel van zijn glans verloren.  Met de ontploffing van het ruimteveer Challenger, in 1986, was het tijdperk van de desillusie begonnen.  Het begon te dagen dat er tegen 2000 geen al te spectaculaire zaken verwacht moesten worden. Maar nog eens twintig jaar later, dan zou een bemande vlucht naar Mars misschien wel binnen bereik liggen … 

Het ongeval met de spaceshuttle Challenger in 1986
1986 AP

Alweer helaas, in de plaats van de eerste mens op Mars moeten we het dit jaar stellen met de lancering van een eenvoudige bemande ruimtecapsule naar een lage baan om de aarde.  Op de keper beschouwd is dat niet veel specialer dan wat de Sovjets al deden in 1961, bijna zestig jaar geleden.  Had je in de jaren zeventig voorspeld dat dit een halve eeuw later, in 2020, nog groot nieuws zou zijn, niemand zou het geloofd hebben. 

Zo bekeken is de hype rond de SpaceX-lancering vooral illustratief voor de langdurige stagnatie op het vlak van ruimtevaart.  Voor die stilstand bestaan talrijke verklaringen, waar ik mij als simpele politicoloog nu niet aan zal wagen. Ik signaleer enkel maar dat er ook een min of meer plausibele uitleg voor te vinden is in sommige actuele sciencefiction-romans. 

Misschien ligt het aan een buitenaardse beschaving die via op afstand gestuurde quantumdeeltjes het wetenschappelijke onderzoek op aarde saboteert ("The three body problem" van de Chinese sterauteur Cixin Liu).  Of misschien bestaat er een geheime internationale organisatie die disruptieve technologische innovaties tegenwerkt ("Influx" van Daniel Suarez).      

Is het ISS zoveel meer dan MIR met wat koterij erbij ?

De echte specialisten vinden dit allemaal onzin natuurlijk.  Zij ergeren zich dood aan het beeld van een stagnatie, dat vooral leeft onder SF-fanaten.  Kijk toch eens wat er de voorbije decennia allemaal is gerealiseerd, zeggen ze.  De Hubble-ruimtetelescoop, de Mars rovers, de Cassini-ruimtesonde, de ontdekking van steeds meer exoplaneten, het Internationaal Ruimtestation ISS, noem maar op. 

Dat is inderdaad niet niks.  Maar ach, dat ISS. In de jaren tachtig werd vaak schamper gedaan over het Sovjet-Russische ruimtestation MIR. Is het ISS zoveel meer dan MIR met wat koterij erbij ?

Het meest deprimerende van al is dat de pessimistische sciencefiction-voorspellingen uit mijn jeugd veel accurater zijn gebleken.   De wondere reizen naar andere sterren en planeten zijn fantasie gebleven.  De stervende aarde daarentegen (Jack Vance), die hebben we wel gekregen. 

Kijk naar het 2019 van Blade Runner.  De vliegende auto’s, replicants (menselijke robotten) en kolonies op andere planeten zijn vandaag nog steeds sciencefiction.  Maar je hebt ook de dramatische  klimaatveranderingen, waardoor het in Los Angeles constant regent en veel diersoorten uitsterven.  Die zijn wel op de afspraak. 

Met de coronacrisis zijn we nog wat dichter opgeschoven naar de dystopische toekomstvisies van weleer. Sinistere wetenschappers die ons lot bepalen, de rechten en vrijheden die op de schop gaan, een almachtige overheid die de burger beloert met technologische snufjes, de post-apocalyptische leegte …  Voor sciencefiction-fans is er niets nieuws onder de zon.  We’ve been there before.

De trek naar verre sterren en planeten was altijd ook een manier om te ontsnappen aan de ellende op aarde

Maar die duistere toekomstbeelden waren meestal wel verweven met een meer utopische visie op de technologische ontwikkeling.  De trek naar verre sterren en planeten was altijd ook een manier om te ontsnappen aan de ellende op aarde.  In de Mars-trilogie van Kim Stanley Robinson kampt de aarde met klimaatverandering en overbevolking, terwijl een geterraformeerd Mars zich met vallen en opstaan ontwikkelt tot een ‘aards’ paradijs.

Volgens ondernemer Steven Van Belleghem is precies dat ook de droom van Elon Musk.  En inderdaad, het hele Space-X-gebeuren heeft ondanks alles iets aanstekelijks.  Het maakt bij mij een jeugdsentiment wakker.  De drijfveer van Musk is hetzelfde vooruitgangsgeloof dat de sciencefiction van de jaren zestig en zeventig inspireerde, en dat toen wijdverspreid was.   

“Als ik later met pensioen ben, dan ga ik op de maan wonen.”  Had ik dat vijftig jaar geleden gezegd, dan zou dat vrij normaal geklonken hebben.  Nu zou geen enkele jongere dat zeggen, want het klinkt onnozel.  Maar wie weet wordt het voor hen juist wél realiteit.  Alleen zal mijn generatie het niet meer beleven. 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen