usage worldwide

De etterende wonde van het racisme in de VS is opengebarsten: hoe de dood van George Floyd de vlam in de pan doet slaan

De protesten na de dood van George Floyd komen niet uit de lucht gevallen. Het kookpunt is bereikt. 400 jaar na de aankomst van de eerste zwarte slaven in Amerika in 1619, is het geduld helemaal op. De etterende wonde van het racisme tegen zwarte Amerikanen is opengebarsten. De protesten lijken niet meer te stoppen, tot er verandering komt. Dag aan dag trekken demonstranten door de straten, in heel Amerika. Het protest is ook overgeslagen naar de rest van de wereld. Een duik in de geschiedenis met onze correspondent Björn Soenens.

Van alle Amerikanen vindt 75 procent het protest helemaal terecht: de dood van George Floyd in de handen van de politie van Minneapolis staat symbool voor decennialange problemen van racisme en achterstelling van gekleurde burgers in de VS.

In de jaren 60 van de vorige eeuw was het protest nog overwegend zwart. Als ik nu in demonstraties loop, zie ik niet alleen zwart, maar ook veel wit, en bruin en geel. Het protest wordt breed gedragen door alle Amerikanen. Jongeren, gezinnen met kinderen. Ik zie ouderen staan applaudisseren in hun deurgat als de betogers voorbij marcheren.

Vroeger was dat dus anders. Martin Luther King vond dat een groot probleem. De burgerrechtenleider zei: het ergste zijn misschien niet de kwaadaardige mensen die openlijk hun racistische gif spuien. Het zijn de akelig stille mensen die het meeste schade aanrichten, de zogezegd brave burgers: de koude onverschilligen die hun mond niet opentrekken wanneer dat zou moeten…In 2020 trekt iedereen zijn mond open, lijkt het. Dat op zich is al een soort revolutie.

The story of the negro in America is the story of America. It is not a pretty story.
James Baldwin, schrijver (1924-1987)

Vroegere zwarte onrust ging bijna altijd gepaard met rellen, brandstichting, of plunderingen. De woede leek niet in te dammen. Dat werd vroeger ook normaal gevonden. Het hoorde erbij. Zoals Martin Luther King ooit zei: A riot is the language of the unheard.

De tolerantie voor elke vorm van schade bij protesten lijkt in deze tijd tot nul gereduceerd. Politici, politieke wetenschappers, en grote delen van het publiek spreken er schande van. In Vlaanderen sprak de voorzitter van de socialisten zelfs over “stukskes crapuul” toen er ook rellen waren en vernielingen na een vreedzame optocht.

Voor mensen die langdurig mismeesterd worden, gediscrimineerd, achtergesteld, vernederd, of behandeld als uitschot, is de discussie springlevend. Mag je ook protesteren op een niet-vreedzame manier? Mag je geweld gebruiken als niemand naar je luistert? Als een soort noodkreet, een cry for help.

De zwarte schrijver James Baldwin schreef er in 1963 een boek over. The Fire Next Time. Niet door water, maar door vuur. Wanneer is het genoeg geweest? Ik hoorde een betoger ook uithalen naar de media: "Vriendelijk protest trekt amper aandacht. Pas als er hier en daar rellen zijn, wordt er geluisterd." Rellen zijn in de hoofden van sommige wanhopige burgers een laatste redmiddel. Vreedzaam protest heeft in tientallen jaren nooit iets veranderd, is de redenering. 

Do the right thing

Hoe ga je in tegen de macht of tegen onrecht? In de jaren 60 van de vorige eeuw was dat het grote meningsverschil tussen Malcolm X en Martin Luther King. Met welk verzet bereik je het meest? Met geweld als middel tot verandering? Of geweldloos? Filmmaker Spike Lee wijdde er een onvoorstelbaar straffe film aan in 1989: Do the right thing. Soms wordt protest een explosie. Een daad van passioneel verzet.

Zoals iemand die je zo hard en zo lang kan jennen, dat je hem uiteindelijk een vuist in het gezicht slaat. Zoals oorlog soms het ultieme redmiddel is, als geen enkel diplomatiek kanaal nog helpt. Die discussie, over de rechtvaardige oorlog, wordt vandaag volledig afgeblokt.

Wie rel schopt, wordt automatisch, zonder grein van begrip, beschouwd als een stuk tuig. Meer nog, er wordt meteen geroepen om wet en orde. Donald Trump riep zelfs om de inzet van het leger. Het monopolie van geweld ligt volledig in de handen van de staat. 

Fight the power, fight the power. We’ve got to fight the powers that be
Public Enemy, 'Fight the Power'

Kennelijk mag protest ook niet te lang duren. Een week, of twee weken, en dan mag het ophouden. Dat hoorde ik verleden jaar ook over de klimaatprotesten. “We hebben het nu wel begrepen,” klonk het in sommige kringen, toen jongeren in heel de wereld elke donderdag de straat optrokken om alarm te slaan over de toestand van de planeet. “Stop er nu maar mee, genoeg geprotesteerd!”

Dit keer komt er ook nog de kritiek bovenop dat massademonstraties plaatsvinden terwijl het coronavirus lelijk huishoudt in de wereld. “Onverantwoord,” klinkt het uit verschillende hoeken. In de Nederlandse Volkskrant noemde een commentaarschrijver die kritiek geraniummoralisme. De angst voor corona wordt omgezet in morele superioriteit van de thuisblijvers.

Betogende, geëngageerde jongeren worden beschimpt omdat ze van zich laten horen over een onderwerp waar iedere normale mens nochtans achter kan staan. Protesten en sociale revoluties houden weinig rekening met virussen. Helaas: omgekeerd ook niet.

In New York geen geraniummoralisme: de stad biedt gewoon op 15 plaatsen gratis coronatesten aan voor demonstranten, die overigens steevast hun mondmasker dragen, wat van de politie hier vreemd genoeg niet altijd kan worden gezegd.

Voor Amerika is het pijnlijk om opnieuw geconfronteerd te worden met de schandvlekken van hun erfzonde, die van de slavernij en de segregatie. De dood van George Floyd toont aan dat de kwestie nooit is opgelost. Dit wordt de cruciale vraag: komt er nu wél een cultuuromslag? Zal het nu wél veranderen? Bij de politie, op de huizenmarkt, de arbeidsmarkt, het onderwijs?

De hypocrisie van de bedrijfswereld

In Amerika heerst veel schijnheiligheid. Dit is het land van de lekker klinkende PR. In de voorbije week, in volle protest na de dood van George Floyd, sprongen grote bedrijven plotseling in de bres tegen racisme en discriminatie. Hun holle woorden worden evenwel ondermijnd door hun acties op het terrein.

Amazon bijvoorbeeld riep op om een einde te maken aan de onrechtvaardige behandeling van zwarte Amerikanen. Nochtans staat de distributiereus bekend om zijn moeilijke werkomstandigheden voor laagbetaalde zwarte personeelsleden in de pakhuizen.

Amazon ontsloeg volgens de New York Times eind maart nog de zwarte arbeider Christian Smalls. Smalls werkte in een opslagplaats van Amazon op Staten Island in New York. Hij vroeg naar veiliger werkomstandigheden tijdens de coronapandemie. Hij werd aan de deur gezet. 

De zwarte American Footballster Colin Kaepernick knielde tijdens het volkslied uit protest tegen politiegeweld tegen zwarte Amerikanen.

Nog een voorbeeld. De baas van de NFL, de American Football League, Roger Goodell, verspreidde enkele dagen geleden een verklaring over de protesten tegen racisme. “Bij de NFL begrijpen we de woede, de pijn en de frustratie”, klonk het. In de praktijk heeft de NFL vele zwarte spelers uit het Amerikaans voetbal geweerd nadat ze twee jaar geleden hadden geknield tijdens het volkslied.

De reden van dat knielen? Protest tegen buitensporig politiegeweld tegen zwarte Amerikanen. Juist. De sportman die het protest begon, Colin Kaepernick, kwam op een zwarte lijst. Geen ploeg in de NFL wilde hem daarna nog als speler. En nu zegt de NFL: we begrijpen uw pijn. Hmm.

Stuitende statistieken

Het coronavirus heeft de zaken nog erger gemaakt voor de Afro-Amerikanen. Op dit moment heeft minder dan de helft van de zwarte volwassenen nog een baan. De werkloosheid bij de zwarte beroepsbevolking bedraagt het dubbele van de witte beroepsbevolking. Zwarte werknemers verdienen systematisch minder dan witte werknemers.

Zelfs hoogopgeleide Afro-Amerikanen verdienen minder dan hun witte evenknie. In grote bedrijven zie je amper zwarte managers of leiders. De grootste drogisterijketen van het land, CVS, heeft geen enkele zwarte in de toplaag van het bedrijf.

Bij Amazon, Facebook, Google of Microsoft zit er niet één zwarte in het topkader. De 500 grootste bedrijven van de VS tellen welgeteld vier zwarte CEO’s. 4 op 500. Dat is 0,8 procent. Zwarte Amerikanen maken 12 procent uit van de totale bevolking. 

De cijfers zijn ontstellend. Een doorsnee zwart huisgezin in Amerika bezit ongeveer een tiende van wat een doorsnee wit Amerikaans gezin heeft. Cijfers van de centrale bank.
Björn Soenens, VS-correspondent

Zwarte Amerikanen zijn ook in veel grotere aantallen het slachtoffer van het coronavirus: slechte toegang tot gezondheidszorg, armer, pover gehuisvest, slechter gevoed en daardoor ongezonder, en vaak een slechte of géén ziekteverzekering. Er is woede, pijn en ongeloof bij de zwarte gemeenschap. Hun hele leven lang al verduren ze achterstelling en onrecht.

Een voormalige zwarte politiecommissaris uit New York vertrouwde me verleden week toe: “De woede is nu zo groot dat er een ramp dreigt. Als er de komende week nog een keer een zwarte verdachte omkomt door politiegeweld, dan dreigt Amerika in vlammen op te gaan,” zei Corey Pegues me op straat op Long Island. Amerika heeft al lang een probleem. De geschiedenisbladzijden van Afro-Amerikanen kleuren gitzwart.

De opkomst van Martin Luther King

Op 1 december 1955 weigert de zwarte naaister Rosa Parks om haar plaats in de bus af te staan aan een witte passagier. ‘Nigger, move back,’ roept de witte buschauffeur. Parks wordt uit de bus gezet en gearresteerd. Wat volgt, is geschiedenis. 

Rosa Parks weigerde in 1955 haar plaats in de bus af te staan.
Copyright (c) 1956 Shutterstock. No use without permission.

De busboycot van de zwarte Amerikanen barst los, eerst in Montgomery, Alabama, daarna op vele andere plaatsen in het Diepe Zuiden. In Birmingham, Alabama, gebruikt de politie waterkanonnen en bloedhonden tegen zwarte betogers. Racistische verzekeraars weigeren tijdens de busboycot nog auto’s te verzekeren van zwarten die de busboycot steunen. Brandbommen worden in zwarte huizen gegooid.

In 1956 maakt de wereld kennis met de eerste triomf voor dominee Martin Luther King. De bussen worden op alle plaatsen toegankelijk, op alle zitplaatsen, voor blank en zwart. Kings redenaarstalent en zijn moed krijgen veel lof. Het geweldloos verzet en de burgerlijke ongehoorzaamheid maken grote indruk. Aanhangers van King houden sit-ins in blanke restaurants en zingen ‘We shall overcome’.

Op 28 augustus 1963 komt het onsterfelijke moment van Martin Luther King. Een mensenzee van een kwart miljoen Amerikanen stroomt samen aan het Lincolnmonument in Washington D.C. Daar spreekt King zijn beroemde woorden: ‘I have a dream...’ (bekijk hieronder een fragment:)

Video player inladen...

Het is een woelige tijd. De turbulentste tijd in de geschiedenis van de Verenigde Staten. Er is geweld en oproer. Een kerk in Birmingham wordt met bommen bestookt. Vier kleine meisjes sterven.

Drie jonge burgerrechtenactivisten verdwijnen spoorloos in Mississippi en worden even later dood teruggevonden in een moeras. Het is een tijd doordrenkt van het goorste racisme. 

Hatred is not something you’re born with, it gets taught. Then you live the hatred, you breathe it, then you marry it...
uit de film 'Mississippi Burning' (1988)

Een paar jaar geleden nog zat ik aan de keukentafel van het voormalige huis van Martin Luther King in Montgomery, Alabama. Ik voelde de hete adem van de geschiedenis, hoe hij daar aan zijn voordeur de menigte tot bedaren bracht, en kalmte predikte.

Een beklemmend gevoel overviel me toen ik besefte dat in deze keuken King de dreigtelefoontjes kreeg, dat hij zijn acties zou bekopen met zijn leven. Martin Luther King: een mens, met een vrouw, vier kinderen, een man van vlees en bloed.

Op 7 maart 1965 houdt Martin Luther King onder legerbegeleiding een vreedzame voettocht van Selma naar Montgomery in Alabama, een traject van 75 kilometer. De politie vuurt traangas af die zondag. Bloody Sunday.

De politie slaat met knuppels op de vreedzame demonstranten in. Het drama vindt plaats op de Edmund Pettusbrug in Selma. Ik liep daar ook, in mei 2017. Een banale brug met een zo dramatische geschiedenis.

De politie vuurt traangas in op de vreedzame betogers. in Selma

Het einde van de slavernij luidt geen walhalla in

Vanaf 6 augustus 1965 krijgen zwarte Amerikanen eindelijk stemrecht. Honderd jaar na het einde van de Burgeroorlog en de afschaffing van de slavernij. Robert Moses, de roemruchte architect van bruggen, wegen, en parken in New York, weigerde in die tijd rijstroken aan te leggen waarop de bussen naar Long Island zouden kunnen rijden. Zo wist hij zeker dat zwarte New Yorkers daar niet makkelijk zouden komen. Ze waren te arm om een auto te kopen.

Het einde van de slavernij en de Burgeroorlog in 1865 veroorzaakten een existentiële crisis in wit Amerika. Een open arbeidsmarkt betekende: miljoenen zwarte concurrenten voor de fabrieksbanen in het Noorden. Nog angstwekkender: miljoenen concurrenten voor de aandacht van witte vrouwen.

Pas sinds 1967 mogen wit en zwart overal in Amerika met elkaar trouwen. In Alabama wisten ze wel hoe ze zwarte mannen van de straat moesten krijgen. Zwarten die geen werk vonden kregen het stempel ‘zwerver’ en gingen de gevangenis in voor landloperij.

Southern trees bear a strange fruit. Blood on the leaves and blood at the root. Black bodies swinging in the southern breeze. Strange fruit hanging from the poplar trees...
Billie Holiday, 'Strange Fruit'

Tussen 1882 en 1968 werden nergens meer zwarten gelyncht dan in de staat Mississippi. Plaatselijk senator Theodore Bilbo, lid van de KKK (Ku Klux Klan), zei het zonder er doekjes om te winden: ‘Lynching is the best way to keep the nigger from voting. You do it the night before the election...'

Lynchen van zwarte medeburgers was helemaal niet zeldzaam in het zuiden.
1935 AP

Populaire zwarte musici zoals The Platters of The Flamingos kregen in de jaren zestig van de vorige eeuw in het Zuiden voortdurend te maken met racisme. In sommige hotels mochten ze niet binnen. In restaurants kregen ze als zwarte topartiesten bedorven voedsel op hun bord. Dat was in Birmingham, Alabama.

Tijdens hun optredens werden witte en zwarte fans van elkaar gescheiden. Zwarten op het balkon, de anderen op de concertvloer. Ray Charles weigerde verschillende keren op te treden als het publiek niet gemixt de zaal in mocht.

Hoeveel zeepbellen in een stuk zeep?

Toen zwarte Amerikanen in 1965 eindelijk burgerrechten kregen – honderd jaar na de afschaffing van de slavernij – hoefden ze niet langer vreemde vragen te beantwoorden voor ze zich als kiezer konden registreren. Vragen als ‘Hoeveel zeepbellen maakt een stuk zeep?’ of de interpretatie van bepaalde passages uit de grondwet van Alabama. Intimiderende discriminatie.

De moord op dominee Martin Luther King zindert 52 jaar later nog altijd na. Eigenlijk is Amerika nog altijd aan het genezen van die wonde. De kwalen van toen zijn er nog steeds. De massademonstraties na de dood van George Floyd zijn het bewijs. Rassenongelijkheid is er nog steeds. Economische ongelijkheid is groter dan ooit.

De wereld dacht zelfs even dat alles goed was gekomen door de verkiezing van Barack Obama als eerste zwarte president. Helaas moest die eerste zwarte president soms lijdzaam en ongemakkelijk toekijken hoe de onrechtvaardigheid voor zwart Amerika bleef voortbestaan. Hij had meer kunnen doen, maar deed het niet.

De witste president na de zwartste president

Voor de conservatieve, witte Amerikaan was de verkiezing van Obama een schok. Obama vertegenwoordigde de kolkende verandering in de wereld: de verstedelijking, de verkleuring, de macht van de minderheden.

Het was het einde van de bestaande witte wereldorde. De opkomst van Donald Trump viel samen met de neergang van wit Amerika. Wit Amerika was zijn superstatus kwijt. Trump werd de wreker van de witte verdrukten.

Maar de demografie is onverbiddelijk: tegen 2050 zijn blanken een minderheid in Amerika. Veel verarmde Amerikanen geloven oprecht dat de vooruitgang van zwarte Amerikanen er komt ten koste van hen.

Er is grote statusangst bij deze mensen. Ze kijken naar wie boven hen staat: de elite die ze benijden en bespuwen. Ze kijken ook naar wie ónder hen hangt: diegenen die ze verachten.

Ain’t it a bitch to be a black man in the land of the free and the home of the brave?
Harold Washington, de eerste zwarte burgemeester van Chicago

Te veel zwarte mannen en vrouwen, jongens en meisjes blijven opgesloten in de gevangenis. Ook in hun dagelijkse leven ondergaan zwarte mensen een vorm van terreur. Een zwarte rechter in New York bekende in de krant dat hij zijn flat nooit verlaat zonder het bewijs dat hij rechter is, ook als hij bij de deli om de hoek een fles cola gaat kopen. Zwarten moeten zich voortdurend verantwoorden.

Zo vertelt de zwarte hoogleraar Elise Boddie uit New Jersey dat een veiligheidsagent haar tegenhield toen ze met haar overwegend blanke groep studenten van Rutgers University op stap was. Toen ze de agent uitlegde dat zij hoogleraar was, zei hij: ‘Wel, al die anderen zien er meer prof uit dan u. Mag ik uw papieren zien?’ De dagdagelijkse realiteit maakt woest.

De geschiedenis van de VS is gedrenkt in haat tegen zwarten. Emmett Till, een jongen van veertien, werd gelyncht, doodgeknuppeld en in een rivier gegooid. 1955. De schuldigen gingen allemaal vrijuit. Dat was in de zuidelijke staat Mississippi. 

Emmett Till, 14, werd in 1955 door een groep witte mannen zo hard mishandeld tot hij amper nog herkenbaar was. De schuldigen van deze moord gingen vrijuit.

Abraham Lincoln werd doodgeschoten als president toen hij de zwarte slaven de vrijheid gaf. Medgar Evers, zwarte burgerrechtenactivist, werd voor zijn huis in Jackson, Mississippi, doodgeschoten.

Nina Simone, de iconische zwarte zangeres, werd zo mistroostig over de moord dat ze in 1964 een woedende song schreef, Mississippi Goddam, een ziedende aanklacht tegen al het onrecht. ‘Lord have mercy on this land of mine. We all gonna get it in due time. I don’t belong here, I don’t belong here...for everybody knows about Mississippi Goddam.’

In 1953 stak de zwarte filmster Dorothy Dandridge even haar tenen in het water van het zwembad in het Last Frontier Hotel in Las Vegas. Ze had er net een succesvol optreden gehouden in de grote zaal. Maar dat ze het zwembad wilde gebruiken, dat kon voor de directie niet.

Ze stak toch even de tenen in het water. Het hotel pompte vervolgens het hele zwembad leeg, vond dat het water door Dandridge was vervuild

De zwarte actrice en zangeres Dorothy Dandridge kreeg een verbod om het zwembad te gebruiken van het hotel waar ze net daarvoor had opgetreden.

Toen door de burgerrechtenwetten zwembaden niet langer gesegregeerd mochten blijven, gingen in het zuiden van de VS de meeste openbare zwembaden gewoon dicht.

Het is geen toeval dat tussen 1950 en 1975 het aantal privézwembaden dat mensen in hun eigen tuin lieten aanleggen, toenam van 2.500 naar meer dan vier miljoen.

In Pittsburgh stond in 1962 een bord voor het openbare zwembad: No dogs or niggers allowed. Weet u dat zwarte kinderen drie keer méér verdrinken dan blanke kinderen? Dat komt dus omdat ze geen zwembaden hadden om te leren zwemmen. Zwemmen werd geen deel van de Afro-Amerikaanse cultuur.

stuitend racisme: geen honden, zwarten en Mexicanen toegestaan.

Je wordt moedeloos als je de geschiedenis in de diepte doorsnijdt. Neem de huisvestingspolitiek. De Federal Housing Authorithy ontwierp in de jaren dertig van de vorige eeuw een systeem met kaarten. Daarop stonden buurten en die kregen een beoordeling op basis van de ‘stabiliteit’ van de bewoners.

Buurten met veel zwarte bewoners kregen een d: slechte buurten om huizen te verzekeren, onstabiel. Ze werden rood ingekleurd op de kaart. Wie in rode zones woonde, kreeg geen leengarantie van het ministerie van Huisvesting. Zwarte Amerikanen kregen dus geen hypotheeklening.

Deze racistische huisvestingspolitiek werd pas officieel geschrapt in 1968, met de Fair Housing Act. Toen was het kwaad al geschied. Het veroordeelde zwarten tot een leven in de slechtste huizen van de stad.

'Gettoleningen voor moddermensen'

Net voor de kredietcrisis van 2008, kenden banken zoals Wells Fargo hypotheekleningen toe aan zwarte klanten terwijl ze wisten dat ze die leningen nooit konden terugbetalen. Liegleningen.

Wells Fargo verkocht de woekerleningen risicoloos door aan andere banken en verzekeraars die er beleggingsproducten van maakten waar geen hond iets van snapte. Met de bekende gevolgen: miljoenen tegelijk konden hun lening niet terugbetalen en de banken stortten in.

In de teruggevonden archieven van Wells Fargo werden zwarte klanten beschreven als mud people (moddermensen). De leningen noemden ze schimpend ghetto loans. Wells Fargo verkocht veel van die leningen door zwarte kerkleiders voor zich te winnen. Die mochten de snertleningen dan vervolgens aanprijzen tijdens de zondagsdienst. Neen, het racisme in Amerika is verre van uitgewoed.

Het is nog niet zo lang geleden dat zwarte mensen niet vrij mochten reizen. Ze hadden een groene reisgids ('green book') waarin hotels stonden die “enkel voor negers” waren.  

Het is niet zo lang geleden dat ze in de winkel niet via de voordeur naar buiten mochten, dat ze stokslagen kregen omdat ze uit het ‘for whites’ waterfonteintje dronken. Of hun tong werd door de KKK afgesneden als ze een witte Amerikaan durfden tegen te spreken. 

De open wonden van de slavernij

De open wonden van de slavernij blijven bloeden in het Diepe Zuiden. In de zwarte gordel van Alabama komen zelfs ziektes terug die je tegenwoordig enkel nog in de derde wereld ziet, zoals infecties door de parasitaire mijnworm. Veel gebieden in het Diepe Zuiden hebben niet eens stromend water of fatsoenlijke wc’s.

Het is 2020 en Amerika heeft zijn witste president ooit. Donald Trump is blank of wit tot in zijn kern. In Trump zien blanke suprematiedenkers zichzelf. Blanke nationalisten marcheren in universiteitsstadjes zoals Charlottesville, Virginia, en dragen toortsen als een soort eerbetoon aan de racistische KKK. Is er eigenlijk wel iets veranderd in een halve eeuw? 

De oude demonen van het racisme kwamen weer boven in Charlottesville, in de zomer van 2017.

Ik was een tijd geleden op reportage in Baltimore, Maryland: de toestand is er nog altijd schrijnend. Donald Trump noemt bepaalde delen van de stad niet geheel onterecht een hellegat. Vastgoedontwikkelaars – in hun niet aflatende zoektocht naar dure en winstgevende panden – hebben het ideaal van rassenintegratie wreed verstoord. De getto’s bestaan nog altijd.

Activist Kwame Rose, die ik ontmoette in het verwaarloosde westelijke deel van Baltimore, is boos: ‘Barack Obama heeft geen bal voor ons gedaan. Het is niet omdat Oprah succesvol is, en Jay-Z, of Beyoncé, dat alle zwarte Amerikanen nu een beter leven hebben...’

Kwame Rose was een jonge rapper en werd burgerrechtenactivist toen Baltimore in 2015 in brand stond na de dood van de zwarte verdachte Freddie Gray. De George Floyd van toen. ‘Baltimore is een stad die zijn zwarte medemensen laat verkommeren. Hier is geen restaurant te vinden, geen banen, alleen maar veel drugs, en extreme dakloosheid,’ zegt Kwame.

Hoe kan ik oorlog voeren tegen mijn eigen volk?
Melvin Russell, ex-politiecommissaris in Baltimore

Melvin Russell, commissaris van politie in Baltimore reed me rond in zijn Baltimore. Hij weigert te spreken over een oorlogszone. ‘Hoe kan ik oorlog voeren tegen mijn eigen volk?’

Melvin vindt het bekende beleid zo’n verkwisting: ‘Al het geld dat we uitgeven aan gevangenissen – waar overigens niemand als een gelouterd mens uit komt – zouden we beter spenderen aan onderwijs, studiebeurzen, renovatieprogramma’s, buurtwerking...’ Oh, Baltimore!

Ja, de levens van zwarte Amerikanen zijn beter dan een halve eeuw geleden. Er staan geen borden meer voor de huizen, whites only. De zichtbare, wraakroepende apartheid is verdwenen. De armoede bij Afro-Amerikanen is gedaald. Er zijn minder tienerzwangerschappen dan vroeger.

Maar de inkomenskloof met de blanken, die is nog groter geworden sinds de financiële crisis van 2008. De werkloosheid was tot aan de coronacrisis historisch laag, maar bleef dubbel zo hoog als in wit Amerika.

Wie kan zich Amerika nog voorstellen zonder zwarten? Ik leef in de stad waar op de dertigste straat in Manhattan de beste jazzplaat ooit is opgenomen. Kind of Blue van Miles Davis en vrienden. Ik leef in de stad waar hiphop is uitgevonden, in de Bronx. Ik leef in de stad waar jazzlegende Louis Armstrong dertig jaar lang in Queens een simpel leven leidde.

Ik leef in een buurt waar ongeveer de helft zwart is. Waar Jay-Z opgroeide en Biggie Smalls en Spike Lee. Bijna alle publieke scholen in mijn wijk zijn helemaal zwart. Witte kinderen gaan naar de privéschool. Segregatie of rassenscheiding bestaat nog altijd. Gescheiden werelden. De zwarte bladzijden van Amerika. 

Meest gelezen