Video player inladen...

Waarom dumpten betogers het standbeeld van Edward Colston in Bristol?  En wie is zijn mogelijke vervanger?

Een onstuimige, woedende massa trok gisteren het standbeeld omver van Edward Colston in de Britse stad Bristol. Het stond er al sinds 1895, maar het sneuvelde in het wereldwijde protest na de dood van de zwarte Amerikaan George Floyd. Eerder waren al stemmen opgegaan om het standbeeld te vervangen door dat van Paul Stephenson, die het in 1963 opnam voor zwarten in Bristol. Wie zijn die twee tegenpolen? 

Edward Colston werd geboren in 1636. Hij stond van 1895 tot gisteren op zijn sokkel. 5,5 meter hoog, op een pleintje in Colston Street, in de buurt van Colston Avenue, Colston Hall, Colston Yard en de pub Colston Arms. De man was dus niet uit het straatbeeld van Bristol weg te denken, ondanks zijn kwalijke reputatie als slavenhandelaar. Colston  werd niet geëerd omdat hij slaven had gekocht en doorverkocht voor textiel uit de Caraïben, maar wel omdat hij later in zijn leven zijn rijkdom had gedeeld. Hij stak geld in scholen, armentehuizen en kerken.  Destijds werd hij geroemd als "het beste voorbeeld van christelijke vrijheid dat deze tijd heeft voortgebracht, om de uitgebreidheid van zijn goede werken en het voorzichtige beheer ervan". (lees voort onder foto)

Copyright 2019 The Associated Press. All rights reserved.

Maar het grootste deel van zijn leven bracht Colston dus door in een andere wereld. Die van Londen, in de 17e en 18e eeuw het Engelse centrum van de slavenhandel. Hij was er een geslepen zakenman in wol en textiel én werd er lid van de Royal African Company (RAC), die onder toezicht van koning James II lange tijd het alleenrecht had over de Engelse slavenhandel. De RAC verkocht in de tweede helft van de 17e eeuw naar schatting 100.000 slaven . Mannen, vrouwen en kinderen kregen op hun borst de stempel van de RAC ingebrand.

De driehoekshandel verliep met schepen die vanuit Engeland goederen als ijzer en buskruit naar de hele westkust van Afrika vervoerden, daar slaven mee aan boord namen en die doorverkochten aan plantages in de Caraïben en Noord- en Zuid-Amerika. Als ze de overvaart naar de andere kant van de Atlantische Oceaan haalden tenminste. De schepen keerden terug naar Engeland met een grote vracht aan katoen, suiker en rum . Colston zelf zou zo'n 40 schepen in zijn bezit hebben gehad. Maar na 1692 trok hij zich uit het zakenleven terug.  Het zou nog tot 1807 duren voor de Slavery Abolition Act een feit werd en er geen slaven meer mochten worden verhandeld. In 1833 werd de slavenhandel in Groot-Brittannië helemaal afgeschaft. 

In Bristol gingen al enkele jaren stemmen op om het standbeeld van Edward Colston weg te halen. De dood van George Floyd in de Verenigde Staten bracht alles in een stroomversnelling. Een petitie kreeg vorige week nog honderdduizend handtekeningen bij elkaar. Daarin staat dat mensen die hun profijt hebben gehaald uit de slavenhandel geen standbeeld verdienen. 

De eer van een standbeeld komt hen toe die positieve verandering voortbrengen en strijden voor vrede, gelijkheid en sociale eenheid.

Actievoerders tegen het standbeeld van Edward Colston

Affront

De indieners van de petitie zijn ingehaald door de heethoofden die niet konden wachten op een vreedzame oplossing. Gisteren koelden tientallen mensen hun woede op het standbeeld van Edward Colston. Ze trokken hem van zijn sokkel, iemand zette er minutenlang symbolisch zijn knie op, en daarna gooiden ze het beeld in het water van de haven.  

De zwarte burgemeester van Bristol, Marvin Rees, zegt dat het beeld zal worden opgevist en ergens in een stadsmuseum zal terecht komen. Hij heeft begrip voor de woede van de activisten. "Ik kan niet ontkennen dat het standbeeld van een slavenhandelaar in mijn geboortestad een affront was voor mij en voor mensen zoals ik".

Video player inladen...
Copyright 2020 The Associated Press. All rights reserved

Tegenpool

Intussen staat de sokkel leeg, met onderaan een paar bordjes die niets aan de verbeelding overlaten. Wie moet nu de plaats innemen van Edward Colston? Volgens de indieners van de petitie mag dat Paul Stephenson zijn. Een man uit Bristol die zou voldoen aan alle vereisten. Stephenson was een mensenrechtenactivist die in 1963 de 'Bristol bus boycot' organiseerde, een historische gebeurtenis die te vergelijken is met de strijd van Rosa Parks in de Verenigde Staten, maar die buiten Bristol weinig bekendheid kreeg. Nochtans is het ook een schrijnend racismeverhaal. 

In de jaren '60 was de slavenhandel al lang afgeschaft, maar toch was het nog niet verboden om iemand te discrimineren op basis van zijn of haar huidskleur. Dat overkwam de 18-jarige Guy Bailey, een man van Jamaicaanse origine, toen hij met de nodige jobvereisten ging solliciteren bij de plaatselijke busmaatschappij Bristol Omnibus Company. Ze stuurden hem met een smoes weg en namen een blanke in dienst. Ook een andere Jamaicaan, Roy Hackett, onderging een gelijkaardig lot. Hackett had er genoeg van en richtte de West Indian Development Council op, een lobbygroep voor de rechten van de zwarte gemeenschap.

Paul Stephenson, zelf de zoon van een Afrikaanse vader en een blanke Britse moeder, trok aan de kar. Hij stapte naar de directie van de busmaatschappij, naar de al even onwillige vakbond en naar de pers. De groep voerde acties in navolging van Rosa Parks, de zwarte Amerikaanse die midden jaren '50 weigerde van de bus te gaan omdat ze zwart was. Ook in Bristol ontstond een hele beweging die door zijn vreedzame handelswijze van boycotten en bewustmaking ook de blanke inwoners van Bristol kon overtuigen dat het zo niet verder kon.

De Bristol Boycott werd een groot succes. Op dezelfde dag als de historische speech van de zwarte mensenrechtenactivist Martin Luther King in Washington, op 28 augustus 1963, kregen de activisten in Bristol het voor mekaar dat de busmaatschappij geen onderscheid meer zou maken op basis van ras, geslacht of geloof.  Enkele maanden later werd een Indiase Sikh als eerste niet-blanke buschauffeur aanvaard. Guy Bailey wilde zelf zijn kans niet meer grijpen omdat hij getekend was door zijn afwijzing.

Ik voelde me ongewild, hulpeloos. Alsof de hele wereld zich rondom mij had ingegraven. Maar het was het waard. 

Het is afwachten of Paul Stephenson de plaats zal innemen van Edward Colston. Er zijn nog veel andere Colstons en andere Stephensons in het Verenigd Koninkrijk en elders. Mensen die in een andere tijdgeest een standbeeld kregen of anderen voor wie er al lang een had moeten staan. 

Meest gelezen