Copyright 2020 The Associated Press. All rights reserved.

Twee keer zoveel rusthuisbewoners overleden tijdens de coronacrisis als normaal

Tijdens het hoogtepunt van de coronacrisis, van begin maart tot eind april, zijn twee keer zoveel rusthuisbewoners overleden als verwacht. Dat heeft professor Johan Surkyn van de onderzoeksgroep Interface Demography aan de VUB berekend. De oversterfte in de rest van het land bedraagt ongeveer 35 procent. Het Brussels Gewest en de provincie Limburg staan opnieuw bovenaan de lijst met zwaarst getroffen gebieden.

Tijdens het onderzoek is niet gekeken naar de plaats van overlijden, maar naar de woonplaats van de overledene. Daardoor hebben we nu een beter beeld van de werkelijke sterfte onder rusthuisbewoners: zij overleden immers niet allemaal thuis.

Uit het onderzoek van Surkyn blijkt dat dit jaar tussen begin maart en eind april twee keer zoveel rusthuisbewoners overleden als het jaar daarvoor. In de rest van het land was dat ongeveer 35 procent, terwijl de oversterfte in die periode voor het hele land ongeveer de helft meer is dan normaal.

Dat betekent dat in België oversterfte in rusthuizen het dubbele is van de oversterfte bij diezelfde groep in Nederland. Voor de overige bevolking is in Nederland de oversterfte 23 procent in die periode, en voor het hele land ongeveer 36 procent. 

Uitbraak was geconcentreerder in Nederland

Maar de twee landen één op één vergelijken is niet helemaal eerlijk. "In België zijn er veel verschillende vroege besmettingshaarden geweest die ook geografisch verspreid plaatsvonden. In Italië of Nederland was dat wat anders, de vroege besmetting was er sterk lokaal geconcentreerd," aldus professor Surkyn. 

Die eerste vroege fase bepaalt voor een groot deel de uitloop. Nederland was trager met het invoeren van maatregelen dan België, maar omdat de eerste uitbraak heel geconcentreerd was, viel het mee met de verspreiding. Waarschijnlijk hebben de verschillende vakantiedata voor Nederland en België hierbij een rol gespeeld. 

Het is daarom eerlijker om niet naar heel Nederland te kijken, maar naar de provincies die het hardst getroffen zijn: Noord-Brabant en Limburg. Daar is de oversterfte bij WLZ-zorggebruikers het grootst: meer dan 80 procent meer overlijdens dan normaal. 

Brusselse oversterfte in rusthuizen is drie keer zo groot als vorig jaar

De oversterfte in rusthuizen berekende Surkyn voor Nederland en België op een iets andere manier. In België vergeleek hij de sterfte in 2020 met de sterfte in dezelfde periode in 2019. Voor Nederland waren de gegevens van 2019 niet beschikbaar: daarom vergeleek hij daar de sterfte in week 11-18 van 2020 met de sterfte in de eerste tien weken van 2020. 

"Het elegantste is om dezelfde periodes met elkaar vergelijken", aldus Surkyn. "Maar omdat we begin 2020 een laag griepseizoen hadden en de piek van de coronacrisis zich ook buiten het griepseizoen afspeelde, zullen deze cijfers de werkelijkheid waarschijnlijk toch goed benaderen."

Bij de Belgische gewesten is de sterfte in Brussel bijna drie keer zo groot als vorig jaar. Wallonië ziet een verdubbeling en Vlaanderen heeft een oversterfte van 83 procent. Per provincie uitgesplitst is Brussel nog altijd het zwaarst getroffen, met daarna Limburg.

Vergelijken we dit met de oversterfte in de zwaarst getroffen Nederlandse provincies, dan is de oversterfte in zowel de rusthuizen als per provincie in Antwerpen, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen lager dan in de Nederlandse provincies. 

Gemiddeld overleden in de Belgische provincies zo'n 50 procent meer mensen dan vorig jaar tussen maart en april. Zowel Noord-Brabant als Nederlands Limburg zitten daarboven.  Voor beide landen is in ieder geval de oversterfte in rusthuizen beduidend hoger dan daarbuiten.